Menu

ABN AMRO schendt zorgplicht en moet ruim € 700.000 schadevergoeding betalen

Meneer P heeft de afgelopen jaren in totaal 5 bedrijven opgericht waarvan hij directeur en enig aandeelhouder was. Deze bedrijven oefende verschillende activiteiten uit, waaronder exploitatie van een camping, transportactiviteiten, beheer van onroerende zaken en handel in mobiele wooneenheden voor opvang van asielzoekers. In september 2008 hebben de 5 vennootschappen een kredietovereenkomst gesloten met ABN Amro ter financiering van de 5 vennootschappen. De omvang van de kredietfaciliteit bedroeg € 5.950.000,- en bestond uit een rekening-courant krediet, 3 Euribor leningen met een looptijd van 10, 12 en 21 jaar en een borgstellingkrediet 13-jarige Euribor lening. Het renterisico zal voor minimaal 50% van het lening obligo worden afgedekt voor minimaal 5 jaar, aldus de kredietovereenkomst. Hierin is ook opgenomen dat meneer P de intentie heeft om de camping te verkopen en dat alle kredietnemers hoofdelijk aansprakelijk zijn.

Directeur ondernemingen sluit renteswap af voor 2 van de 3 Euribor leningen

In oktober 2008 heeft meneer P, namens één van de vennootschappen, de 'Bevestiging Renteswap transactie' ondertekend waarin vermeld stond dat de renteswap een vaste rente had van 4,8 % en een hoofdsom oplopend van € 2.000.000,- tot maximaal € 3.450.000,-. Door middel van deze renteswap werden enkel de 10-jarige en de 21-jarige Euribor lening afgedekt. Door middel van deze kredieten zou de Holding bedrijfspanden bouwen en deze verhuren aan de tweede vennootschap. Omdat de camping zou worden verkocht door meneer P werden het borgstellingskrediet en de 12-jarige Euribor lening niet met de renteswap afgedekt.

In juni 2009 is er nog een gewijzigde kredietovereenkomst gesloten met vennootschap 1 tot en met 4. De omvang van deze faciliteit bedroeg € 5.896.572,-. In juli 2012 is de tweede vennootschap in financiële problemen gekomen waarnaar de vennootschappen zijn ondergebracht bij de Afdeling Bijzonder Beheer van ABN Amro. De lopende leningen van beide kredietovereenkomsten, zonder de negatieve waarde van de renteswap, bedroegen op dat moment € 4.485.873,-. ABN Amro heeft per brief van 24 augustus 2012 aan meneer P medegedeeld dat zij het krediet in rekening-courant met onmiddellijke ingang opzeggen.

Eén van de ondernemingen gaat failliet, boedel en panden worden verkocht

Het faillissement van de tweede vennootschap is op 11 september 2012 op eigen verzoek uitgesproken. 's Avonds heeft meneer P onderhandeld met een kandidaat-koper over de overname van de boedel en de huur van de bedrijfspanden. Bij de onderhandelingen waren zowel de curator, de adviseurs van meneer P en 2 medewerkers van ABN AMRO aanwezig. 2 dagen later is meneer P benaderd door de firma MTT. Deze firma wilde de failliete boedel overnemen voor de vraagprijs en de bedrijfspanden kopen in plaats van huren. In overleg met de curator en na toestemming van ABN Amro heeft meneer P gekozen voor de optie van verkoop. De verkoopopbrengst van ongeveer € 4.000.000,- is gebruikt voor de aflossing van de Euribor-leningen. De renteswap is vervolgens teruggebracht naar € 450.000,- voor de resterende looptijd.

In november 2012 heeft ABN Amro aan meneer P medegedeeld dat de bank door de voortijdige beëindiging van de renteswap nog recht had op € 656.267,- waarnaar ABN Amro dit bedrag op 20 november 2012 heeft afgeschreven van de rekening van meneer P. De camping die meneer P exploiteerde is in 2013 verkocht. De opbrengst is gebruikt om het Borgstellingskrediet en de 12-jarige Euribor lening af te lossen. In februari 2013 heeft ABN Amro meneer P weer een brief gestuurd over het bedrag waarop zij recht heeft door de voortijdige beëindiging van de renteswap. Dit bedroeg € 103.155,-. Ook dit bedrag is vervolgens afgeschreven van de rekening van meneer P. Meneer P heeft in april 2013 een advocaat ingeschakeld die ABN Amro aansprakelijk heeft gesteld voor de schade die meneer P door onzorgvuldig handelen van ABN Amro heeft geleden.

Directeur vordert vernietiging van de renteswap door ABN Amro samen met een schadevergoeding

Meneer P is een procedure gestart bij de rechtbank Amsterdam. Hij vordert dat de renteswap wordt vernietigd of ontbonden en dat ABN Amro een schadevergoeding betaald aan hem. Als eerste behandeld de rechtbank de vraag of ABN Amro haar zorgplicht heeft geschonden. Volgens de rechtbank houdt de zorgplicht van ABN Amro in dat zij niet alleen haar cliënt moet waarschuwen voor het feit dat een beleggingsstrategie niet past bij de doelstellingen of risicobereidheid van de cliënt. ABN Amro dient daarnaast ook te onderzoeken welke informatie en/of waarschuwingen zij aan die cliënt moet verstrekken zodat de cliënt goed geïnformeerd een beslissing kan nemen.

Het staat volgens de rechtbank vast dat de renteswap is aangegaan om zo het renterisico af te dekken voor de verschillende Euribor leningen. Deze renteswap is enkel op naam van meneer P afgesloten en de vaste swaprente van 4,8 % werd ook door meneer P betaald. Meneer P ontving daarnaast van ABN Amro de variabele Euribor-rente die op het borgstellingskrediet en de 12-jarige Euribor lening diende te worden betaald nu deze niet onder de renteswap vielen. De rentebetalingen voor de overige Euribor leningen waarvoor de renteswap was afgesloten werden verricht door vennootschap 3. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat ABN Amro het geadviseerde product onvoldoende heeft afgestemd op de persoonlijke wensen van meneer P en dat de renteswap dus geen passend product was. ABN Amro heeft daardoor haar zorgplicht geschonden.

ABN Amro heeft directeur van de ondernemingen niet voldoende geïnformeerd over de risico's

Doordat vennootschap 2 failliet is verklaard heeft het risico dat volgde uit het feit dat de renteswap was afgesloten op naam van meneer P zich verwezenlijkt. Er ontstond een negatieve waarde van de renteswap van € 656.276,-. Als de renteswap niet op naam van meneer P maar van vennootschap 2 stond zou de renteswap in het faillissement van vennootschap 2 zijn gevallen, waarvoor de renteswap ook was bedoeld. Echter, dit risico heeft zich nogmaals verwezenlijkt bij de verkoop van de camping in 2013. De resterende negatieve waarde van € 103.155,- is toen bij meneer P in rekening gebracht. Daarnaast heeft ABN Amro meneer P er niet op gewezen dat de renteswap in 2012 een negatieve waarde had welke bij een aflossing van het krediet door meneer P diende te worden betaald. Meneer P kon daardoor niet een voldoende geïnformeerde beslissing nemen om het onroerend goed te verkopen of te verhuren.

Indien meneer P de camping zou verhuren zou het krediet niet worden afgelost waardoor hij de negatieve waarde van de renteswap niet hoefde te vergoeden. Ook dit levert volgens de rechtbank een schending op van de zorgplicht door ABN Amro. De rechtbank komt tot de conclusie dat indien ABN Amro haar zorgplicht was nagekomen had meneer P geen renteswap afgesloten. Alle kosten van meneer P die uit de renteswap voortvloeien kunnen dus worden aangemerkt als gevolg van het tekortschieten van ABN Amro. Deze kosten kunnen daarnaast worden aangemerkt als schade omdat meneer P deze niet zou hebben gehad als zij geen renteswap had afgesloten.

De vaste rente die meneer P uit hoofde van de renteswap aan ABN Amro heeft betaald komt in ieder geval in aanmerking als schadevergoeding. Daarnaast komt ook de negatieve marktwaarde van de renteswap die meneer P heeft betaald in aanmerking als schadevergoeding. Dit komt neer op een bedrag van € 759.422,-.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de rechtbank Amsterdam.

Financieel recht advocaten

Heeft u een renteswap of rentecap en zoekt hulp of bijstand, bijvoorbeeld om te weten te komen of u aanspraak kunt maken op een schadevergoeding, neem dan hier vrijblijvend contact met ons op.

Klik hier voor vergelijkbare uitspraken:



Terug


Laatste tweets