Handel met Oekraïne en de Wwft: wanneer sanctierisico’s leiden tot bankopzegging
“Een bank mag een bankrelatie beëindigen als een Wwft-cliëntenonderzoek niet positief kan worden afgerond. Maar als een IVR-registratie rechtstreeks voortkomt uit dat Wwft-onderzoek, mag die registratie in beginsel niet langer dan vijf jaar duren.”
In een bindend advies van de Geschillencommissie (hierna: de Commissie) Kifid (uitspraak 2025-0990, 11 december 2025) stond een ondernemer tegenover ING Bank (hierna: de bank). De bank voerde een cliëntenonderzoek uit naar de vennootschap van haar klant, mede ingegeven door verplichtingen uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en sanctiewetgeving na de Russische invasie in Oekraïne.
ING stelde vervolgvragen over transacties, afnemers, contante stortingen en het risico op sanctie-omzeiling. Toen de bank de antwoorden onvoldoende vond om haar risico’s weg te nemen, zegde zij de bankrelatie op en registreerde zij de persoonsgegevens van de consument zeven jaar in het IVR. Kifid geeft de bank gelijk over de opzegging en de registratie, maar corrigeert de registratieduur: die moet terug naar vijf jaar. Dat maakt deze uitspraak relevant voor ondernemers en particulieren die worden geconfronteerd met vragen over herkomst van geld, internationale handel, sanctierisico’s en interne registraties.
Wat is er beslist in deze zaak?
De Commissie beoordeelt twee kernvragen: mocht de bank de bankrelatie beëindigen en mocht zij de consument voor zeven jaar registreren in het IVR?
Beëindiging van de bankrelatie: toegestaan
De Commissie oordeelt dat ING de bankrelatie mocht beëindigen. Banken zijn verplicht te weten wie hun klanten zijn en wat zij met hun rekeningen doen. Dit doorlopende cliëntenonderzoek volgt uit de Wwft.
Als een cliëntenonderzoek niet met een positief resultaat kan worden afgerond, is de bank zelfs verplicht de relatie te beëindigen. Daarnaast geven de Algemene Bankvoorwaarden de bank een contractuele bevoegdheid om de relatie op te zeggen, mits zij daarbij zorgvuldig handelt en rekening houdt met de belangen van de klant.
In deze zaak vond ING dat zij onvoldoende zekerheid had over het risico dat vrachtwagens die door de vennootschap werden geleverd, via afnemers uiteindelijk in Rusland zouden belanden. Dat zou kunnen neerkomen op sanctie-omzeiling. Kifid accepteert dat de bank in dit sanctiekader streng mag zijn, mede vanwege internationale verplichtingen en de mogelijk zware gevolgen bij overtreding.
IVR-registratie: toegestaan, maar niet voor zeven jaar
De Commissie vindt dat ING de persoonsgegevens van de consument mocht opnemen in het IVR en daarmee ook in de Gebeurtenissenadministratie. Het niet positief kunnen afronden van een Wwft-cliëntenonderzoek kan worden aangemerkt als een gebeurtenis die vanuit integriteit en veiligheid speciale aandacht rechtvaardigt.
De rechtmatigheid van de registratie wordt getoetst aan de AVG. Daarbij kijkt de Commissie onder meer naar het bestaan van een gerechtvaardigd belang en naar de beginselen van proportionaliteit en opslagbeperking.
Hoewel de registratie als zodanig rechtmatig is, acht de Commissie een bewaartermijn van zeven jaar te lang. Omdat de registratie is gebaseerd op gegevens die zijn verkregen in het kader van de Wwft, moeten deze persoonsgegevens na vijf jaar worden vernietigd. De registratieduur moet daarom worden verkort tot vijf jaar na het daadwerkelijke einde van de zakelijke relatie.
Waarom deze uitspraak belangrijk is: sancties, Wwft en end-user statements
Veel ondernemers gaan ervan uit dat een zogenoemd end-user statement – een verklaring van de afnemer dat goederen niet naar gesanctioneerde landen gaan – voldoende is. Deze uitspraak laat zien dat banken méér mogen verlangen wanneer zij verhoogde risico’s zien.
De bank keek niet alleen naar verklaringen, maar ook naar feiten en patronen: afleverlocaties dicht bij de Russische grens, afnemers met handelsrelaties richting Rusland en aanzienlijke contante betalingen en stortingen.
De kern is dat banken niet uitsluitend documenten beoordelen, maar ook de plausibiliteit van het geheel. Past de afleverlocatie bij de afnemer? Is de eindbestemming controleerbaar? Zijn contante betalingen logisch en verifieerbaar? Als dat onvoldoende is, kan de bank concluderen dat het cliëntenonderzoek niet positief kan worden afgerond.
Juridische duiding: ruimte voor de bank en de grenzen daarvan
Wwft: plicht én beoordelingsruimte
De Wwft verplicht banken tot cliëntenonderzoek en voortdurende monitoring. Banken hebben daarbij beoordelingsruimte om te bepalen hoe diepgaand dat onderzoek moet zijn, zolang de gestelde vragen redelijk en proportioneel zijn.
In deze zaak oordeelt Kifid dat ING geen disproportionele eisen stelde. Dat is van belang, omdat klanten vragen soms als irrelevant of buitensporig ervaren, terwijl de toets is of de bank deze informatie redelijkerwijs nodig heeft om aan haar wettelijke verplichtingen te voldoen.
Opzegging: soms geen keuze voor de bank
Wanneer een bank haar wettelijke verplichtingen niet kan nakomen doordat informatie ontbreekt of risico’s niet kunnen worden gemitigeerd, moet zij de relatie beëindigen. Daarnaast bestaat een contractuele opzeggingsbevoegdheid, begrensd door de zorgplicht en de redelijkheid en billijkheid.
Kifid toetst of opzegging in de concrete omstandigheden onaanvaardbaar is en concludeert dat dit hier niet het geval was. Daarbij weegt mee dat de bank zorgvuldig handelde, meerdere kansen gaf, een opzegtermijn van zes maanden hanteerde en dat de consument alternatieven had.
IVR: gerechtvaardigd belang versus bewaartermijn
IVR-registraties zijn verwerkingen van persoonsgegevens en moeten voldoen aan de AVG. Banken beroepen zich daarbij vaak op een gerechtvaardigd belang om interne integriteitsregistraties te kunnen voeren. Dat accepteert Kifid ook in deze zaak.
De doorslag ligt bij de bewaartermijn. De AVG verlangt dat persoonsgegevens niet langer worden bewaard dan noodzakelijk. Als een IVR-registratie is gebaseerd op Wwft-gegevens, geldt de Wwft-termijn van vijf jaar. Banken kunnen dat niet omzeilen door te stellen dat het IVR een volledig los regime vormt.
Heeft u te maken met een geschil over een bankrekening, transactiemonitoring of naleving van anti-witwasregels, dan kan het zinvol zijn om tijdig juridisch inzicht te krijgen in uw positie. Financieel Recht Advocaten ondersteunt ondernemers en particulieren bij conflicten met banken en financiële instellingen over onder meer IVR- en EVR-registraties, transactiemonitoring en witwasregelgeving. U kunt vrijblijvend contact opnemen met ons.
Praktische FAQ’s
Mag een bank mijn rekening beëindigen als ik niet alle informatie kan aanleveren?
Ja. Als een bank haar cliëntenonderzoek niet positief kan afronden, kan en moet zij de bankrelatie beëindigen.
Is fraude vereist voor een IVR-registratie?
Nee. Ook het niet kunnen afronden van een Wwft-cliëntenonderzoek kan aanleiding zijn voor een IVR-registratie.
Hoe lang mag een IVR-registratie duren?
Wanneer de registratie is gebaseerd op Wwft-gegevens, geldt in beginsel een maximale bewaartermijn van vijf jaar.
Is een end-user statement altijd voldoende voor de bank?
Nee. Banken mogen aanvullende informatie verlangen als zij verhoogde risico’s zien op witwassen of sanctie-omzeiling.
Disclaimer: Dit artikel bevat algemene informatie en is geen individueel advies. Iedere zaak is feitelijk anders; laat uw dossier specifiek beoordelen.