Uitspraak: Blokkade bankrekening: Kifid wijst herstel en schadevergoeding toe

“Als bunq een bankrekening blokkeert en daarna beëindigt, moet zij kunnen onderbouwen waarom zij daartoe bevoegd is. In een uitspraak van het Kifid op 21 april 2026 lukte dat niet: bunq moest de rekening herstellen en € 3.029,80 schadevergoeding betalen wegens extra kosten en koersnadeel.”

Inleiding

De Geschillencommissie van het Kifid (Klachteninstituut financiële dienstverlening) oordeelde op 21 april 2026 over een betaalrekening die door bunq B.V. was geblokkeerd en beëindigd. De consument had de rekening geopend om Braziliaanse valuta over te maken in verband met de aankoop van een appartement in Brazilië. Na een eerste kleine overboeking werd een tweede, grotere overboeking tegengehouden. Kort daarna beëindigde bunq de rekening wegens een vermeend verhoogd risico op misbruik of illegale activiteiten.

De uitspraak is relevant voor iedereen die te maken krijgt met een bankrekening geblokkeerd door bunq of een andere bank. De zaak laat zien dat een bank niet kan volstaan met algemene verwijzingen naar risico’s of voorwaarden. Als de klant de bevoegdheid van de bank betwist, moet de bank concreet stellen en onderbouwen waarom blokkering en beëindiging juridisch mochten.


Waarom werd de rekening door bunq geblokkeerd?

De consument opende op 8 augustus 2025 een betaalrekening bij bunq. Het doel was volgens de uitspraak duidelijk: hij wilde een bedrag in Braziliaanse valuta overmaken in verband met de aankoop van een appartement in Brazilië. Nadat de rekening was geverifieerd, verrichtte hij op 20 augustus 2025 een eerste overboeking van R$ 1.000, ongeveer € 158,88. Die betaling ging naar een Braziliaanse bankrekening op naam van zijn echtgenoot en werd zonder problemen uitgevoerd.

Daarna probeerde de consument een tweede overboeking te doen van R$ 50.000, ongeveer € 9.319,87. Op dat moment blokkeerde bunq de rekening in verband met een aanvullende controle. De consument nam contact op met bunq, lichtte de achtergrond van de transactie toe en stelde dat hij een koopovereenkomst voor het appartement had verstrekt.

Op 24 augustus 2025 beëindigde bunq de rekening. De reden die in de uitspraak wordt genoemd, was een vermeend verhoogd risico op misbruik of illegale activiteiten. Daarmee verschoof de zaak van een tijdelijke controle naar een definitieve beëindiging van de bankrelatie. In geschillen over beëindiging van een bankrelatie is juist dat onderscheid vaak belangrijk: een tijdelijke blokkade kan onder omstandigheden verdedigbaar zijn, maar een beëindiging vraagt om een eigen juridische grondslag en een zorgvuldige onderbouwing.


De kern van het oordeel van Kifid

De consument vorderde herstel van zijn betaalrekening en een vergoeding van € 3.029,80. Volgens hem was sprake van een legitieme betaling in verband met de aankoop van vastgoed in Brazilië. Hij stelde dat bunq zonder voldoende grond en zonder zorgvuldig onderzoek had gehandeld, ondanks zijn toelichting en de verstrekte stukken. Door de blokkering en beëindiging moest hij de betaling via een andere bank verrichten, tegen een ongunstiger wisselkoers en met extra kosten.

Kifid stelde de consument op de belangrijkste punten in het gelijk. De commissie oordeelde dat bunq haar bevoegdheid tot blokkering en beëindiging onvoldoende had gesteld. Dat is juridisch gezien belangrijk. Niet elke risicomelding, ongebruikelijke transactie of compliancevraag rechtvaardigt automatisch dat een betaalrekening wordt gesloten.

De commissie veroordeelde bunq daarom om de betaalrekening binnen vier weken na verzending van de beslissing te herstellen. Daarnaast moest bunq € 3.029,80 aan de consument vergoeden. De gevorderde excuses werden afgewezen, omdat een verplichting om excuses aan te bieden volgens de commissie niet juridisch afdwingbaar is.

Lees de volledige uitspraak hier.


Bewijslast bij een bankrekening geblokkeerd door bunq

Een belangrijk onderdeel van de uitspraak is de bewijslast. De consument betwistte dat bunq bevoegd was om zijn rekening te blokkeren en te beëindigen. Daarmee lag het volgens de commissie op de weg van bunq om te stellen en te bewijzen dat zij tot deze maatregelen gerechtigd was.

De commissie verwijst daarbij naar artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Die bepaling bevat de hoofdregel dat de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten, die feiten moet bewijzen als de andere partij ze betwist. In gewone taal: wie zegt dat hij bevoegd was om een ingrijpende maatregel te nemen, moet uitleggen op basis waarvan.

Dat is bij bankblokkades niet alleen een procesrechtelijke kwestie. Voor een klant kan een blokkering directe gevolgen hebben voor betalingsverkeer, vastgoedtransacties, zakelijke verplichtingen of privévermogen. Zeker wanneer een bankrekening geblokkeerd door bunq wordt beëindigd, kan de impact verder gaan dan ongemak. De toegang tot betalingsverkeer raakt aan de praktische mogelijkheid om verplichtingen na te komen.


Waarom het verweer van bunq onvoldoende was

Volgens de uitspraak stelde bunq in haar verweerschrift slechts dat het type gebruik dat de consument van de rekening maakte niet in lijn was met de algemene voorwaarden. De commissie vond dat onvoldoende. Bunq had namelijk niet concreet gesteld dat zij op die grond bevoegd was om de betaalrekening te blokkeren en te beëindigen.

Dat onderscheid is belangrijk. Een bank kan in algemene voorwaarden bepalingen opnemen over gebruik van de rekening, controles, risico’s en beëindiging. Maar in een procedure moet vervolgens duidelijk worden welke bepaling wordt ingeroepen, welke feiten daaronder vallen en waarom de maatregel in het concrete geval gerechtvaardigd is. Een algemene stelling dat het gebruik “niet in lijn” is met voorwaarden, zonder nadere juridische koppeling aan de bevoegdheid tot blokkering of beëindiging, was hier niet genoeg.

Bunq had zich in het verweerschrift ook het recht voorbehouden om later alsnog een volledig verweer te voeren. De commissie accepteerde dat niet. Een partij kan niet door een voorbehoud in een verweerschrift de geldende procesregels opzijzetten. De gevolgen van de kennelijk bewuste keuze om binnen de termijn geen volledig en inhoudelijk onderbouwd verweer te voeren, kwamen voor rekening van bunq.

Dit punt is ook breder relevant voor een procedure tegen een bank of financiële dienstverlener. Niet alleen de feiten van de transactie tellen, maar ook de manier waarop partijen hun standpunten in de procedure onderbouwen.


Schadevergoeding wegens koersnadeel en extra kosten

De consument stelde dat hij door de blokkering en beëindiging de voorgenomen betaling niet via bunq kon uitvoeren. Hij moest de betaling via een andere bank verrichten. Volgens hem leidde dat tot extra kosten en een ongunstiger wisselkoers, samen € 3.029,80.

Kifid kende dat bedrag toe. De reden was niet dat de commissie zelfstandig uitvoerig had vastgesteld hoe de schade exact was opgebouwd, maar dat bunq de schade onvoldoende had betwist. Bunq had niet betwist dat de consument de gestelde schade had geleden en evenmin dat die schade het gevolg was van het blokkeren en beëindigen van de betaalrekening.

Daarmee volgt de schadevergoeding uit twee schakels. Eerst stelde de commissie vast dat bunq niet bevoegd was om de rekening te blokkeren en te beëindigen. Vervolgens was bunq aansprakelijk voor schade die daardoor was ontstaan. Omdat het schadebedrag en het causaal verband niet inhoudelijk waren betwist, werd de vordering toegewezen.


Geen afdwingbaar recht op excuses

De consument vroeg ook om excuses. Dat deel van de vordering wees Kifid af. De commissie kwalificeerde excuses als morele of immateriële genoegdoening en oordeelde dat zo’n vordering niet juridisch afdwingbaar is.

Dat betekent niet dat de manier waarop een bank communiceert onbelangrijk is. Heldere communicatie kan juist van belang zijn bij de beoordeling van zorgvuldigheid, proportionaliteit en de gevolgen voor de klant. Maar een procedure bij Kifid is gericht op juridisch afdwingbare uitkomsten, zoals herstel van een rekening, vergoeding van schade of het terugdraaien van een maatregel. Een formele verplichting om excuses te maken past daar volgens deze uitspraak niet in.


Plaats binnen bankrecht, WWFT en compliance

De uitspraak raakt aan een bekend spanningsveld in het bankrecht. Banken hebben verplichtingen om risico’s te beheersen, ongebruikelijke transacties te onderzoeken en misbruik van het financiële stelsel tegen te gaan. In dat kader kan ook het cliëntenonderzoek door de bank een rol spelen. De WWFT, de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, verplicht financiële instellingen om klanten en transacties te beoordelen op integriteitsrisico’s.

Maar complianceverplichtingen geven een bank niet automatisch een vrijbrief om elke rekening te blokkeren of te beëindigen. Wanneer een bank ingrijpt, moet zij kunnen uitleggen waarom de maatregel past bij de feiten, de voorwaarden en de toepasselijke wettelijke of contractuele grondslag. Proportionaliteit speelt daarbij een belangrijke rol: staat de maatregel in verhouding tot het gesignaleerde risico?

In deze uitspraak komt geen inhoudelijke beoordeling naar voren van een volledig uitgewerkt WWFT-dossier. De beslissing draait vooral om de procesrechtelijke en contractuele onderbouwing door bunq. Juist daardoor is de zaak relevant. Zelfs als een bank intern een risico ziet, moet zij dat in een geschil voldoende naar voren brengen. Een vermoeden of algemene risicotaal is niet hetzelfde als een bewezen bevoegdheid tot blokkering en beëindiging.

Ook bij andere bancaire maatregelen, zoals bezwaar tegen EVR-registratie of interne signalering binnen banksystemen, speelt diezelfde kernvraag: welke feiten zijn vastgesteld, welke norm wordt toegepast en is de maatregel proportioneel?


Praktische betekenis voor consumenten, ondernemers en vastgoedkopers

De praktische betekenis van deze uitspraak ligt vooral in de onderbouwing van ingrijpende bankmaatregelen. Een internationale betaling voor de aankoop van vastgoed kan door een bank als controlewaardig worden gezien, zeker wanneer het gaat om een relatief nieuwe rekening en een bedrag naar het buitenland. Maar controlewaardig is niet hetzelfde als ongeoorloofd.

Uit de uitspraak blijkt dat de consument de transactie had toegelicht en stelde dat hij een koopovereenkomst had verstrekt. De commissie oordeelde uiteindelijk niet dat elke vergelijkbare vastgoedbetaling altijd zonder meer moet worden uitgevoerd. De beslissing is specifieker: bunq had in deze procedure onvoldoende gesteld dat zij bevoegd was de rekening te blokkeren en te beëindigen.

Voor ondernemers, bestuurders, vastgoedbezitters en vermogende particulieren is dat verschil belangrijk. Banken kunnen vragen stellen over herkomst, bestemming, transactiepatroon en betrokken partijen. Tegelijk moeten maatregelen zoals blokkering, beëindiging of weigering van betalingsverkeer juridisch kunnen worden gedragen. In geschillen over vastgoedfinanciering of internationale vermogensoverdrachten kan de feitelijke context zwaar wegen: documenten, timing, communicatie en de aard van de transactie bepalen vaak hoe een maatregel wordt beoordeeld.


Afsluiting

Een bankrekening geblokkeerd door bunq kan grote financiële gevolgen hebben, zeker wanneer een betaling samenhangt met vastgoed, internationale overboekingen of andere tijdgevoelige verplichtingen. Deze Kifid-uitspraak maakt duidelijk dat een bank haar bevoegdheid tot blokkering en beëindiging concreet moet stellen en onderbouwen. Financieel Recht Advocaten staat cliënten bij in bank- en financiële geschillen, waaronder cliëntenonderzoek, WWFT-kwesties, beëindiging van bankrelaties, EVR/IVR, hypotheek- en financieringskwesties en procedures tegen financiële dienstverleners. Vrijblijvend contact opnemen kan passend zijn wanneer een zaak voldoende concreet en juridisch relevant is.

Disclaimer: Deze bijdrage bevat algemene informatie en is geen individueel juridisch advies; de beoordeling van een concreet geschil hangt af van feiten, stukken en omstandigheden.


Praktische FAQ’s

Wanneer mag bunq een bankrekening blokkeren?

Een bank kan onder omstandigheden een rekening blokkeren, bijvoorbeeld voor controle of risicobeoordeling. Uit deze Kifid-uitspraak volgt dat de bank in een geschil wel concreet moet kunnen onderbouwen waarom zij daartoe bevoegd was.

Waarom moest bunq de rekening herstellen?

Kifid oordeelde dat bunq onvoldoende had gesteld dat zij bevoegd was om de betaalrekening te blokkeren en te beëindigen. Omdat die bevoegdheid niet voldoende was onderbouwd, moest bunq de rekening opnieuw ter beschikking stellen.

Waarom kreeg de consument schadevergoeding?

De consument stelde dat hij door de blokkering en beëindiging via een andere bank moest betalen, met extra kosten en een ongunstiger wisselkoers. Bunq betwistte die schade en het verband met de blokkering niet voldoende. Daarom werd een schadevergoeding van € 3.029,80 toegewezen.

Kan Kifid een bank verplichten excuses aan te bieden?

In deze uitspraak niet. Kifid oordeelde dat excuses zien op morele of immateriële genoegdoening en juridisch niet afdwingbaar zijn.

Geldt deze uitspraak voor elke geblokkeerde bankrekening?

Nee. De uitkomst hangt af van de feiten, de voorwaarden, de communicatie en de onderbouwing door de bank. De uitspraak laat vooral zien dat algemene verwijzingen naar risico’s of voorwaarden onvoldoende kunnen zijn.


Rob Silvertand

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant