Geldezel en Wwft: EVR-registratie toegestaan? (Kifid 2026-0059)
“Ja, een bank mag uw persoonsgegevens registreren in IVR/Incidentenregister/EVR en zelfs een convenantrekening (basisbetaalrekening) beëindigen als er méér is dan een ‘redelijk vermoeden’ dat u betrokken was bij fraude, bijvoorbeeld als ‘money mule’. In Kifid 2026-0059 vond de commissie 7 jaar registratie proportioneel en mocht ING een nieuwe convenantrekening weigeren.”
Essentie Kifid 2026-0059
In de Kifid-uitspraak van 20 januari 2026 (Geschillencommissie, nr. 2026-0059, bindend advies) ging het om een consument van wie ING eerder al een betaalrekening had beëindigd wegens fraude. Daarna kreeg hij op verzoek een convenantrekening (basisbankrekening). Kort na limietverhogingen werden frauduleuze bedragen bijgeschreven en volgden opnamepogingen met bankpas én pincode. ING blokkeerde de rekening, beëindigde de relatie en registreerde de persoonsgegevens opnieuw. Intern (Gebeurtenissenadministratie en IVR) en extern (Incidentenregister en EVR) voor 7 jaar. De consument vroeg verwijdering en heropening van een convenantrekening. Kifid wees alles af. Deze uitspraak is belangrijk voor iedereen die te maken krijgt met EVR-registratie, ‘geldezel’-verwijten en het verlies van (basis)bankdiensten.
Wat heeft Kifid beslist in 2026-0059
De commissie beoordeelde alleen de registraties die ING per 25 oktober 2024 voor 7 jaar had gedaan (dus niet de eerdere 8-jaarsregistratie na 19 maart 2024). Kifid herhaalde eerst het zware karakter van met name EVR: andere financiële instellingen kunnen een EVR-verwijzing zien en daarop dienstverlening weigeren of beperken. Daarom gelden “hoge eisen” aan de onderbouwing.
Vervolgens toetste Kifid aan het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen 2021 (PIFI), én aan de AVG/UAVG. De kernvraag: staat “in voldoende mate vast” dat de betrokkene betrokken was bij gedragingen die een bedreiging vormen voor financiële instellingen of de sector (PIFI art. 5.2.1)? Kifid hanteert daarbij de bekende maatstaf: er moet sprake zijn van een “zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld” (een veroordeling is niet nodig, maar een kale verdenking is te licht).
In deze zaak vond Kifid dat de feiten rond de convenantrekening pasten bij ‘geldezel’-gedrag: (1) limieten werden verhoogd kort vóór en na de frauduleuze bijschrijvingen, (2) er waren directe opnamepogingen kort na ontvangst van het geld, (3) er werd geprobeerd op te nemen met bankpas én pincode, en (4) de consument gaf volgens Kifid geen concrete, verifieerbare verklaring die zijn betrokkenheid ontzenuwde. Kifid nam daarbij mee dat de consument niet op de zitting verscheen en dat dit voor zijn rekening en risico kwam.
Conclusie van Kifid: de registraties in Incidentenregister/EVR waren gerechtvaardigd, en daarmee ook de gekoppelde registratie in het Incidentenregister. Ook de interne registraties (Gebeurtenissenadministratie/IVR) mochten blijven staan. De duur van 7 jaar vond Kifid proportioneel. Tenslotte: ING hoefde geen nieuwe convenantrekening te openen en mocht de relatie beëindigen op grond van artikel 35 ABV, mede omdat de Wft (art. 4:71g lid 2 sub d) toelaat om een basisbetaalrekening te weigeren als een eerdere basisbetaalrekening minder dan twee jaar geleden is beëindigd wegens misbruik (art. 4:71i lid 1 sub f Wft).
Waarom is de drempel voor EVR-registratie zo hoog?
Een EVR-verwijzing werkt sectorbreed. Dat betekent in de praktijk: problemen bij het openen van rekeningen, krediet, hypotheken, soms ook verzekeringen en zakelijke betaalproducten. Daarom legt Kifid (in lijn met rechtspraak) de lat hoog: de bank moet met concrete feiten aannemelijk maken dat uw gedragingen een strafbaar feit kunnen dragen of in elk geval zwaar laakbaar zijn, en dat die gegevens “in voldoende mate vaststaan”.
In 2026-0059 is opvallend dat Kifid het ontbreken van een inhoudelijke, controleerbare verklaring zwaar laat wegen. De commissie zegt letterlijk niet dat de consument een omkeringsbewijslast heeft, maar de boodschap is wel: als de feiten “schreeuwen om een verklaring”, en alleen u kunt die geven, dan moet u met detail komen (tijdlijnen, telefoongegevens, aangifte, bewijs van diefstal bankpas, eventuele coercion/bedreiging, communicatie met de bank, etc.). Een summiere uitleg (“pas kwijt, ik wist van niets”) is vaak niet genoeg.
Hoe komt Kifid bij geldezel en ‘schuldwitwassen’
Kifid kwalificeerde het gedrag als ‘schuldwitwassen’ (art. 420quater Sr). Dat is witwassen waarbij iemand “redelijkerwijs moet vermoeden” dat geld uit misdrijf afkomstig is. In ‘money mule’-scenario’s ziet Kifid vaak hetzelfde patroon: geld komt binnen, limieten worden aangepast, cash-out volgt snel, en de rekeninghouder heeft (direct of indirect) de rekening ter beschikking gesteld.
Belangrijk: u hoeft niet de “bedenker” van de fraude te zijn om tóch als facilitator te worden gezien. Als uw rekening wordt gebruikt om opbrengsten van oplichting te ontvangen en snel op te nemen, kan dat al voldoende zijn voor de PIFI-criteria, mits de bank de feiten hard genoeg maakt.
In deze zaak vond Kifid het extra belastend dat de opnamepogingen met de pincode gebeurden. Als u stelt dat uw pas is gestolen, dan komt de vervolgvraag direct: hoe kwam de fraudeur dan aan uw pincode, en waarom zijn limieten verhoogd via uw (digitale) kanalen? Kifid accepteerde het standpunt van ING dat het “niet anders kan” dan dat de consument die opdrachten zelf heeft gegeven (ING had dit volgens de uitspraak met stukken onderbouwd in dupliek).
Proportionaliteit en subsidiariteit in het kader van registraties in verwijzingsregisters
Zelfs als opname in EVR mag, is de bank er nog niet. Daarna moet er nog een belangenafweging worden gemaakt. In die belangenafweging moet worden gekeken of hetzelfde doel met een minder ingrijpend middel kan worden bereikt (subsidiariteit) en of de impact van zo’n inschrijving in een redelijke verhouding staat tot het doel (proportionaliteit).
Kifid vond subsidiariteit hier vervuld: waarschuwen van andere banken kan in dit type incidenten niet goed zonder EVR-verwijzing.
Bij proportionaliteit keek Kifid naar de ernst (schuldwitwassen is ernstig), het ontbreken van inzicht/spijt (de consument ontkende) en het risico op herhaling. Dat laatste wordt in dit soort zaken vaak gebruikt om langere registratieduren te rechtvaardigen. In 2026-0059 hield 7 jaar stand en hoefde ING niet in te korten.
Mag een bank een convenantrekening (basisbetaalrekening) beëindigen of weigeren?
Veel mensen denken net als de consument in deze zaak dat een basisbetaalrekening een absoluut recht is. Dat is (helaas) niet zo. De Wft bevat weigerings- en beëindigingsgronden. In 2026-0059 paste Kifid art. 4:71g lid 2 sub d Wft toe: de bank mág weigeren als een basisbetaalrekening minder dan twee jaar geleden is beëindigd op grond van art. 4:71i lid 1 sub f Wft (opzettelijk gebruikt voor strafbare feiten). Kifid vond dat hier aan de voorwaarden was voldaan, omdat er (volgens Kifid) voldoende vaststond dat de rekening opnieuw voor fraude was gebruikt.
Bovendien mocht ING opzeggen onder artikel 35 ABV, tenzij opzeggen in strijd is met de zorgplicht van de bank (artikel 2 lid 1 ABV) of naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Kifid vond dat er geen vertrouwensbasis meer was en dat opzegging niet onaanvaardbaar was.
Wij van Financieel Recht Advocaten hebben veel ervaring met het procederen tegen financiële instellingen als het gaat om het Wwft onderzoek. Heeft u vragen met betrekking tot verplichtingen van de Wwft, het cliëntenonderzoek (KYC onderzoek), Customer Due Dilligence (CDD) of de registratie van uw persoonsgegevens in het intern of extern verwijzingsregister (EVR/IVR). Neem dan vrijblijvend contact op met een van onze advocaten.
Praktische FAQ’s
Mag een bank mij als ‘geldezel’ aanmerken zonder strafrechtelijke veroordeling?
Ja. Een strafrechtelijke veroordeling is niet vereist. Wel moet sprake zijn van meer dan een redelijk vermoeden en moeten de feiten voldoende vaststaan.
Hoe lang mag een EVR-registratie duren?
Dat hangt af van proportionaliteit en subsidiariteit. In Kifid 2026-0059 werd een registratie van 7 jaar proportioneel geacht.
Kan een basisbetaalrekening worden geweigerd na eerdere beëindiging?
Ja. Als een eerdere basisbetaalrekening minder dan twee jaar geleden is beëindigd wegens misbruik, mag een bank een nieuwe aanvraag weigeren.
Is het ontbreken van een verklaring van de consument relevant?
Ja. Als de feiten om een verklaring vragen en deze ontbreekt of niet controleerbaar is, kan dat zwaar meewegen in het nadeel van de consument.
Disclaimer: Dit artikel geeft algemene informatie en is geen individueel juridisch advies. De uitkomst hangt sterk af van de feiten, het dossier en de onderbouwing in uw specifieke situatie.