EVR registratie hypotheek: rechter laat registratie staan na verzwijgen tweede lening
“Een hypotheekverstrekker mag een EVR-registratie handhaven als in voldoende mate vaststaat dat bij een hypotheekaanvraag bewust relevante informatie is achtergehouden, zoals het aangaan van een tweede lening. In deze zaak oordeelt de voorzieningenrechter dat sprake is van (voorwaardelijk) opzet en dat het belang van financiële instellingen om zich hiertegen te beschermen zwaarder weegt dan het belang van de betrokken klanten bij verwijdering van de registratie.”
In een kort geding bij de Rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2025:27216) stond de vraag centraal of Aegon Hypotheken de registraties van twee klanten in het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister (EVR) moest verwijderen. De eisers hadden bij Aegon een hypotheek afgesloten voor een woning, maar bleken bij de aanvraag relevante informatie te hebben verzwegen, waaronder een andere financieringsaanvraag en later ook een tweede lening. Daarnaast speelde in de beoordeling mee dat zij bij de aanvraag hadden opgegeven dat de woning voor eigen bewoning was bedoeld. Dit soort zaken is relevant voor ondernemers en vastgoedinvesteerders die afhankelijk zijn van financiering, omdat een EVR-registratie verstrekkende gevolgen kan hebben voor toekomstige kredietverlening.
Wat speelde er rond de hypotheekaanvraag en registratie?
De kern van de zaak ligt in de manier waarop de eisers hun financiering hebben ingericht. Zij kochten twee appartementen en regelden daarvoor afzonderlijke financieringen bij verschillende geldverstrekkers, met verschillende adviseurs, taxateurs en notarissen. Bij de aanvraag voor de hypotheek bij Aegon hebben zij niet gemeld dat zij gelijktijdig al een andere financieringsaanvraag hadden lopen bij ING.
Daarnaast verklaarden zij in het klantbeeldformulier dat de woning voor eigen bewoning was bedoeld, terwijl deze later werd verhuurd. Ook ontstonden bij Aegon twijfels over de juistheid en volledigheid van de aangeleverde informatie, waaronder inkomensgegevens en het opgegeven dienstverband. Dat vormde voor Aegon aanleiding om een onderzoek te starten. Uiteindelijk zijn de persoonsgegevens van eisers opgenomen in het Incidentenregister en in het Extern Verwijzingsregister (EVR) voor de duur van acht jaar. Aegon had daarnaast ook aangekondigd de lening op te eisen en de klantrelatie te beëindigen.
De eisers stapten vervolgens naar de voorzieningenrechter en vroegen om verwijdering van de registraties, in afwachting van een bodemprocedure.
Wanneer mag een bank iemand registreren in het EVR?
De voorzieningenrechter zet in deze uitspraak de juridische toets voor EVR-registratie uiteen. Registratie in het EVR is gebaseerd op het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI). Daaruit volgen drie belangrijke vereisten.
Ten eerste moet de gedraging een bedreiging vormen of kunnen vormen voor de financiële instelling of voor de continuïteit en integriteit van de financiële sector. Denk aan fraude, misleiding of valsheid in geschrifte.
Ten tweede moet de gedraging in voldoende mate vaststaan. Er hoeft geen strafrechtelijke veroordeling te zijn, maar de feiten en omstandigheden moeten wel zwaar genoeg zijn: er moet sprake zijn van een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld.
Ten derde moet de registratie proportioneel zijn. Dat betekent dat het belang van de financiële instelling en de sector moet worden afgewogen tegen de gevolgen voor de betrokkene.
Voor opname in het Incidentenregister geldt een lagere drempel. Daar is voldoende dat sprake is van een incident, dat wil zeggen een gebeurtenis die de belangen, integriteit of veiligheid van een financiële instelling in het geding kan brengen.
Waarom vond de rechter dat sprake was van fraude?
De voorzieningenrechter oordeelt dat de eisers bewust relevante informatie hebben verzwegen. Een centraal punt daarbij was dat zij Aegon niet hebben gemeld dat zij al een andere financieringsaanvraag hadden lopen en later ook een tweede lening aangingen.
Belangrijk is dat de rechter expliciet ingaat op het renteaanbod dat eisers hadden ondertekend. Daarin stond duidelijk dat wijzigingen, zoals het aangaan van een andere lening, moesten worden gemeld. Door dat niet te doen en toch te tekenen dat alle informatie volledig en juist was, hebben eisers volgens de rechter bewust onjuiste of onvolledige informatie verstrekt.
De rechter leidt het opzet mede af uit de constructie die eisers hadden opgezet: twee adviseurs, twee geldverstrekkers, twee notarissen en gescheiden trajecten. Dit wijst volgens de rechter op een doelbewuste aanpak om meer te lenen dan op basis van hun werkelijke financiële situatie mogelijk was. Voor die gang van zaken hadden eisers volgens de rechter geen aannemelijke alternatieve verklaring gegeven.
Daarmee zijn de concrete feiten en omstandigheden volgens de voorzieningenrechter van voldoende gewicht om aan te nemen dat sprake is van (voorwaardelijk) opzet tot valsheid in geschrifte (artikel 225 Sr) en/of het niet naar waarheid verstrekken van gegevens (artikel 227a Sr). Dat is voldoende voor EVR-registratie; een strafrechtelijke veroordeling is daarvoor niet vereist.
Hoe beoordeelt de rechter de proportionaliteit?
Een belangrijk verweer van eisers was dat de registraties disproportioneel zijn. Zij voerden aan dat zij daardoor hun vastgoedportefeuille niet meer binnen de financiële sector konden herfinancieren en financieel in de problemen zouden komen. Ook werd gesteld dat één van hen zich mogelijk niet kon specialiseren als arts als de registraties gehandhaafd bleven.
De rechter gaat daar niet in mee. Volgens de voorzieningenrechter weegt het belang van financiële instellingen om zich te beschermen tegen dit soort gedragingen zwaarder. Daarbij speelt mee dat eisers actief zijn op de vastgoedmarkt en dus waarschijnlijk vaker financiering zullen aanvragen. Juist in die context acht de rechter het van belang dat andere financiële instellingen worden gewaarschuwd. Naar voorlopig oordeel is handhaving van de registraties daarom proportioneel, ondanks de ingrijpende gevolgen die eisers stellen te ondervinden.
Wat betekent dit voor verhuur en gebruik van de woning?
Naast het niet melden van de andere financiering speelde ook mee dat de woning niet werd gebruikt zoals bij de aanvraag was opgegeven. De eisers hadden aangegeven dat het om eigen bewoning ging, terwijl de woning later werd verhuurd.
Dit vormde voor Aegon één van de omstandigheden die aanleiding gaf tot nader onderzoek naar de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie. In samenhang met andere factoren, zoals het niet melden van een tweede lening, droeg dit bij aan het oordeel dat de aanvraag niet eerlijk en volledig was.
Voor consumenten en ondernemers laat deze uitspraak zien dat verschillen tussen wat bij de aanvraag wordt opgegeven en het feitelijke gebruik van een woning kunnen meewegen in de beoordeling van een dossier, met name wanneer er ook andere onregelmatigheden spelen.
Wat betekent deze uitspraak voor u bij een EVR registratie hypotheek?
Deze uitspraak laat zien dat rechters streng kunnen oordelen wanneer bij een hypotheekaanvraag bewust relevante informatie is achtergehouden. Daarbij is niet alleen van belang wát is verzwegen, maar ook hoe het gehele dossier is opgebouwd en of de feiten en omstandigheden in samenhang wijzen op opzet.
Voor de praktijk zijn drie punten van belang. Ten eerste is volledige transparantie bij een hypotheekaanvraag essentieel. Ook informatie die voor een aanvrager misschien minder belangrijk lijkt, zoals een lopende aanvraag elders of het aangaan van een andere lening, kan voor de kredietbeoordeling wél van doorslaggevend belang zijn.
Ten tweede kan ook de wijze waarop transacties en financieringen worden ingericht een rol spelen in de beoordeling. In deze zaak woog mee dat met verschillende adviseurs, geldverstrekkers, taxateurs en notarissen werd gewerkt en dat voor die constructie geen aannemelijke alternatieve verklaring werd gegeven. Dat kan bijdragen aan het oordeel dat sprake was van opzet.
Ten derde laat deze uitspraak zien dat een beroep op disproportionaliteit niet zonder meer slaagt wanneer de rechter de gedragingen ernstig acht en verwacht dat betrokkenen opnieuw financiering zullen zoeken binnen de financiële sector. In deze zaak wogen de belangen van financiële instellingen om zich tegen dit soort risico’s te beschermen zwaarder dan de belangen van eisers bij verwijdering van de registraties.
Voor geschillen over een EVR-registratie of beëindiging van een bancaire of hypothecaire relatie blijven uiteindelijk steeds de concrete feiten, de dossieropbouw en de proportionaliteit van de maatregel bepalend.
Financieel Recht Advocaten
Heeft u te maken met een EVR-registratie, een beëindigde bankrelatie of een conflict over uw hypotheek? Financieel Recht Advocaten (FRA) begeleidt cliënten bij geschillen met banken en financiële instellingen, waaronder EVR/IVR-registraties en opzegging van financieringen. Neem gerust vrijblijvend contact op om uw situatie te laten beoordelen.
Disclaimer: De informatie op deze website is geen op maat gesneden juridisch advies. Neem contact op indien u meer informatie wenst.
Praktische FAQ’s
Wat is het EVR precies?
Het Extern Verwijzingsregister (EVR) is onderdeel van het incidentenwaarschuwingssysteem van financiële instellingen. Een financiële instelling kan daarin persoonsgegevens registreren wanneer volgens haar aan de voorwaarden van het PIFI is voldaan, bijvoorbeeld bij fraude of opzettelijke misleiding.
Hoe lang blijft een EVR-registratie staan?
Een EVR-registratie kan voor meerdere jaren blijven staan. In deze zaak ging het om een registratieduur van acht jaar. Of die duur standhoudt, hangt af van de omstandigheden van het geval en van de proportionaliteit van de registratie.
Is een strafrechtelijke veroordeling nodig voor EVR-registratie?
Nee. De voorzieningenrechter benadrukt dat geen strafrechtelijke veroordeling nodig is. Wel moeten de feiten en omstandigheden voldoende zwaar zijn en moet sprake zijn van een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld.
Kan een EVR-registratie via de rechter worden aangevochten?
Ja. In deze zaak vroegen eisers in kort geding om verwijdering van hun registraties in afwachting van een bodemprocedure. De voorzieningenrechter wees dat verzoek af. In kort geding gaat het om een voorlopige beoordeling van de rechtmatigheid en proportionaliteit van de registratie.
Maakt het uit als de lening al is afgelost?
Niet automatisch. In deze zaak hadden eisers de lening bij Aegon inmiddels afgelost met financiering via een crowdfundplatform, maar dat was voor de voorzieningenrechter geen reden om de registraties te verwijderen.