Zorgfraude en EVR-registratie (ECLI:NL:RBZWB:2026:2230)
“Een EVR-registratie na een verdenking van zorgfraude blijft in stand als in voldoende mate vaststaat dat sprake is van gedragingen die een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld opleveren. In deze zaak woog het ontbreken van administratie en het niet meewerken aan het fraudeonderzoek zwaar, waardoor de rechter oordeelde dat aan deze maatstaf was voldaan en de registratie rechtmatig is.”
Inleiding
De voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde op 25 maart 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:2230) over een zorgaanbieder die verwijdering van haar EVR-registratie eiste. De registratie was geplaatst na een fraudeonderzoek door zorgverzekeraar CZ. De kern van het geschil: was er voldoende grond om deze zware maatregel – die grote gevolgen heeft voor toegang tot financiële diensten – te rechtvaardigen? Deze uitspraak is vooral relevant voor zorgaanbieders en ondernemers die te maken krijgen met verdenkingen van zorgfraude en een registratie in het EVR.
Wat ging er mis volgens de verzekeraar bij deze zorgfraudezaak?
De aanleiding voor de EVR-registratie lag in een samenloop van signalen die wezen op mogelijke zorgfraude. Het ging niet om één enkele afwijking, maar om een patroon dat volgens de verzekeraar niet te rijmen was met normale zorgverlening.
De zorgaanbieder declareerde langdurig en structureel zorg, terwijl de enige werkzame persoon binnen de organisatie zichzelf arbeidsongeschikt had gemeld. Tegelijkertijd bleek uit analyses dat er over een lange periode extreem veel uren zorg waren gedeclareerd — gemiddeld circa 14 uur per dag, gedurende honderden dagen.
Daar bleef het niet bij. Er waren ook meldingen van externe instanties, waaronder de gemeente en de FIU, over opvallende geldstromen en mogelijke onregelmatigheden. Dit soort signalen speelt in de praktijk vaak een belangrijke rol bij het starten van een fraudeonderzoek.
Wat deze zaak bijzonder maakt, is dat de verdenking niet alleen gebaseerd was op cijfers, maar vooral ook op wat er níet was: een sluitende administratie. De zorgaanbieder kon niet aantonen welke zorg precies was geleverd, wanneer en hoe.
Waarom leidde juist het gebrek aan medewerking tot een EVR-registratie?
Een cruciaal element in deze uitspraak is de houding van de zorgaanbieder tijdens het fraudeonderzoek. CZ stelde tientallen vragen en bood meerdere keren de mogelijkheid om toelichting te geven, inclusief een persoonlijk gesprek.
Die medewerking bleef grotendeels uit. De zorgaanbieder:
weigerde een fysiek gesprek
gaf slechts beperkt antwoord op vragen
leverde geen onderliggende stukken aan
stopte uiteindelijk volledig met meewerken
De rechtbank maakt duidelijk dat dit zwaar weegt. In civielrechtelijke procedures – zoals een kort geding over een EVR-registratie – geldt dat partijen hun standpunten moeten onderbouwen. Wie geen openheid van zaken geeft, kan niet volstaan met het betwisten van de beschuldigingen.
Sterker nog: de rechter stelt expliciet dat van een professionele zorgaanbieder verwacht mag worden dat zij transparant is over haar bedrijfsvoering en declaraties. Door dat niet te doen, bleef de verdenking van zorgfraude overeind.
Hoe kijkt de rechter naar zorgfraude bij EVR-registraties?
De rechter toetst of er sprake is van een “zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld”. In zorgfraudezaken betekent dit dat de feiten voldoende concreet en ernstig moeten zijn.
In deze zaak zag de rechtbank meerdere aanwijzingen die, in samenhang bekeken, wezen op fraude.
De combinatie van arbeidsongeschiktheid en doorlopende zorgdeclaraties riep direct vragen op. Daarbij kwam dat de gedeclareerde uren feitelijk nauwelijks uitvoerbaar leken voor één persoon.
Het ontbreken van administratie maakte het onmogelijk om die twijfel weg te nemen. De rechtbank benadrukt dat zorgaanbieders wettelijk verplicht zijn hun zorgverlening te registreren (artikel 36 Wmg). Het niet voldoen aan die verplichting kan zelfs een economisch delict opleveren.
Ook de verklaring dat er “toezicht” was door derden overtuigde niet, omdat niet werd uitgelegd hoe dat toezicht de feitelijke zorgverlening mogelijk maakte.
De optelsom van deze factoren leidde tot het oordeel dat sprake was van een ernstige verdenking van zorgfraude. Daarmee was voldaan aan de voorwaarden voor EVR-registratie.
Waarom bleef de EVR-registratie van acht jaar in stand?
Een EVR-registratie heeft grote gevolgen. Daarom moet altijd worden beoordeeld of deze proportioneel is. In deze zaak oordeelde de rechtbank dat de registratie van acht jaar gerechtvaardigd was.
Van belang was dat het niet ging om een incidentele fout, maar om een structureel patroon over een lange periode. Daarnaast speelde mee dat de zorgaanbieder geen enkel overtuigend tegenbewijs had geleverd.
De verzekeraar had bovendien een interne beoordeling gemaakt waaruit bleek dat de ernst van de gedragingen ruim boven de drempel lag voor opname in het EVR. Die onderbouwing werd door de zorgaanbieder niet inhoudelijk bestreden.
De rechter concludeerde daarom dat het belang van de financiële sector – bescherming tegen fraude – zwaarder woog dan het belang van de zorgaanbieder.
Wat betekent deze uitspraak voor zorgaanbieders met een EVR-registratie?
Deze uitspraak onderstreept dat een EVR-registratie bij zorgfraude vaak standhoudt als het dossier van de verzekeraar consistent en onderbouwd is.
Vooral in de zorgsector zijn er een aantal risicofactoren die snel tot problemen leiden.
Wanneer declaraties niet goed aansluiten op de feitelijke zorgverlening, ontstaat al snel een vermoeden van fraude. Als daar geen administratie tegenover staat, wordt dat vermoeden lastig te weerleggen.
Daarnaast is medewerking aan een fraudeonderzoek essentieel. Het weigeren van informatie of het beperken van antwoorden kan in de praktijk worden uitgelegd als het ontbreken van een plausibele verklaring.
Heeft u te maken met een dergelijke registratie, dan is het belangrijk om gericht en onderbouwd te reageren, bijvoorbeeld via een procedure gericht op bezwaar tegen EVR-registratie of bij geschillen over financiële dienstverlening. In sommige gevallen speelt dit ook samen met maatregelen zoals een rekening opzeggen door bank.
Afsluiting
Heeft u te maken met een EVR-registratie wegens vermeende zorgfraude of een geschil met een verzekeraar of bank? Financieel Recht Advocaten staat cliënten bij in dit soort zaken, waaronder registraties, fraudeonderzoeken en beëindiging van financiële relaties. U kunt vrijblijvend contact opnemen om uw situatie te bespreken.
Disclaimer: Deze informatie is algemeen van aard en geen juridisch advies. Iedere zaak is afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden.
Praktische FAQ’s
Wat is zorgfraude in dit soort zaken?
Zorgfraude betreft het onterecht declareren van zorg die niet of niet volledig is geleverd, of het verstrekken van misleidende informatie om betalingen te verkrijgen.
Waarom leidt zorgfraude tot een EVR-registratie?
Omdat het wordt gezien als een ernstige bedreiging voor de integriteit van de financiële sector. Verzekeraars mogen andere instellingen hiervoor waarschuwen.
Is het ontbreken van administratie echt zo ernstig?
Ja. Zonder administratie kan niet worden gecontroleerd of zorg daadwerkelijk is geleverd. Dit weegt zwaar in het nadeel van de zorgaanbieder.
Moet ik meewerken aan een fraudeonderzoek?
Ja. Niet meewerken kan uw positie aanzienlijk verslechteren en bijdragen aan het in stand blijven van een registratie.
Kan ik nog financiële diensten krijgen met een EVR-registratie?
Dat is vaak lastig. Veel instellingen zullen aanvullende controles uitvoeren of de relatie weigeren.