Een accountants- en belastingadvieskantoor zou volgens Het Bureau Financieel toezicht niet hebben voldaan aan de monitoringsplicht. Het kantoor zou het cliëntenonderzoek van een zorgbureau niet voldoende hebben uitgevoerd. Ook zou er verzuimd zijn om ‘ongebruikelijke transacties’ te melden. Het College vindt in hoger beroep dat het kantoor alleen verweten kan worden dat de meldingsplicht van ongebruikelijke transacties is geschonden en legt een boete op.

Aanleiding

Het accountants- en belastingadvieskantoor verzorgd de jaarrekeningen en de belastingaangifte Eenmanszaak A en B.V. B. A is een zorgbureau dat in 2010 verder gaat als B.V. B. De eigenaar van de eenmanszaak is nu de enige aandeelhouder en bestuurder van de holding de boven B.V. B staan. Deze holding is ook de enige bestuurder van B.V. B.

De bestuurder investeert, op eigen naam, voor B.V. B in Turks vastgoed. Deze investering kost ruim € 500.000,- en werd door de bestuurder onttrokken uit B.V. B. Uit de jaarrekening van 2013 is duidelijk te zien dat de investering op naam van de bestuurder staat. Dit is gedaan omdat in Turkije het verkregen eigendomsrecht niet op naam van een buitenlandse vennootschap geregistreerd kan worden. In de jaren die daarop volgen is te zien dat de bestuurder nogmaals geld heeft onttrokken uit B.V. B. Dit maal ging het om een bedrag van ongeveer € 300.000,-.

Onderzoek BFT

Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) heeft na verschillende berichten in de media, over de misstanden in B.V. B, onderzoek gedaan. Er werd vooral gekeken of de onderneming zich hield aan de verplichtingen van de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme (Wwft). Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de bestuurder van B.V. B niet heeft voldaan aan de monitoringsplicht en de plicht tot het doen van een verscherpt cliëntenonderzoek. Ook zou de bestuurder hebben verzuimd om ‘ongebruikelijke transacties’ te melden bij de instanties.

Als gevolg hiervan heeft het BFT een bestuurlijke boete opgelegd aan de bestuurder. De boete bedraagt € 6.000,-, die na bezwaar gehandhaafd blijft.

Beoordeling rechtbank

De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het wijzigingsbesluit gegrond is. De bestuurder heeft niet kunnen verklaren dat zij een volledig zicht had op alle inkomensstromen bij zowel de eenmanszaak en B.V. B en dat deze volledig zijn verantwoord in de administratie.

Volgens de rechtbank heeft het Bureau Financieel Toezicht niet kunnen vaststellen dat de bestuurder op de hoogte zou of behoorde te zijn van de geldstromen die uit andere bronnen dan de reguliere praktijk van het zorgbureau kwamen of afkomstig waren uit misdrijf. Er bestaat daarom geen grond voor het oordeel dat de bestuurder enige reden had te twijfelen aan de legaliteit van de gelden die contant zijn opgenomen en de gelden die gebruikt zijn voor de investering in Turks vastgoed.

Deze transacties en de daaruit voortvloeiende rekening-courantvordering passen mogelijk niet in de normale bedrijfsvoering van een zorgbureau en zijn in dat opzicht dus ongebruikelijk. Maar dit biedt niet zomaar reden voor twijfel aan de legale herkomst van de gelden, daarom is er naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende grond voor het standpunt van het BFT dat de Wwft zou zijn geschonden.

Beoordeling in hoger beroep

Het College vindt in hoger beroep dat de verplichtingen in de Wwft wel zijn geschonden. De bestuurder zou ten aanzien van de holding een melding moeten maken van een ‘ongebruikelijke transactie’. De bestuurder had voor een bedrag van € 432.000,- onttrokken aan B.V. B om te investeren in vastgoed. In 2012 is de rekening-courant vordering geboekt naar de holding. De bestuurder had deze transactie moeten aangeven als ongebruikelijk bij de Financiële Inlichtingen Eenheid (FIU). Volgens art. 16 lid 1 van de Wwft is elke financiële instelling verplicht zulke transacties te melden om een hoger risico op witwassen te voorkomen en zo het financiële stelsel te beschermen.

Volgens het College valt deze aanzienlijke investering in buitenlands onroerend goed niet binnen de normale bedrijfsuitvoering van B.V. B of de holding. Deze investering stond bovendien niet op naam van de vennootschap en leidde tot een vordering op A die heeft bijgedragen aan overschrijding van het plafond in de rekening-courantverhouding. In de jaarrekening 2013 van de holding, vastgesteld op 30 januari 2015, is de vordering in verband met het onroerend goed voor het eerst opgenomen. Op dat moment bestond voor X aanleiding om (binnen 14 dagen) melding te doen van deze ongebruikelijke transactie bij de FIU.

Beslissing

Het Bureau Financieel Toezicht slaagt in hoger beroep, voor zover het betrekking heeft op het oordeel van de rechtbank dat het BFT de overtreding ten aanzien van de holding niet buiten redelijke twijfel heeft aangetoond.

Wel matigt het College de boete tot € 2.000,- omdat de bestuurder maar een keer de meldingsplicht niet heeft nageleefd voor ongebruikelijke transacties.

Lees de volledige uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Financieel Recht Advocaten

Wilt u advies over of begeleiding bij conflicten over het cliëntenonderzoek van banken en de registratie van persoonsgegevens in de Gebeurtenissenadministratie, het IVR, het Incidentenregister en het EVR? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant