IVR/EVR

ABN AMRO heeft de persoonsgegevens van de consument geregistreerd in de interne en externe verwijzingsregisters (IVR/EVR). Dit voor een duur van 8 jaar. ABN is hiertoe overgegaan omdat de bankrekening van de consument is gebruikt om gelden op te storten die afkomstig zijn van oplichting. De consument heeft daarom een klacht ingediend bij het Financiële Klachteninstituut Kifid. De commissie zal zich over deze klacht buigen.

Aanleiding

De consument hield een bankrekening aan bij de ABN AMRO. Aan deze bankrekening was een bankpas en bijbehorende pincode gekoppeld. De consument maakte frequent gebruik van de bankrekening door middel van de Mobiel Bankieren App.

Op 5 juni 2020 om 15:31 uur werd een nieuwe telefoon (tel X) aan de bankrekening gekoppeld. De consument verklaarde tijdens de hoorzitting dat dit zijn toestel zou zijn. De bank zou een pushbericht naar dit toestel hebben gestuurd ter voorkoming van fraude.

Op 19 juni 2020 om 16:18 uur werd een nieuwe telefoon (tel Y) aan de rekening gekoppeld. De bank heeft wederom een pushbericht en een sms-bericht verzonden. Dit telefoontoestel, dat niet van de consument is, werd niet door hem herkend.

Op 22 juni 2020 zijn er verschillende handeling verricht in een hele korte periode. Er zou geld zijn overgemaakt door de benadeelde naar de rekening van de consument. Enkele minuten later zou de rekening zijn geblokkeerd. hierna zijn er wel nog pogingen gedaan om met de bankpas het geld op te nemen. Dit is niet gelukt.

De bank heeft door dit voorval aan de consument laten weten dat zij de bankrelatie opzegt en dat ze zijn persoonsgegevens voor de duur van acht jaar heeft opgenomen in de registers. Dit vanwege het feit dat er een bedrag dat van fraude afkomstig is op zijn bankrekening is bijgeschreven.

De Klacht

De consument vordert dat de bank zijn persoonsgegevens uit het IVR/EVR verwijdert. Hij zegt niks te maken te hebben met frauduleuze overboekingen op zijn rekening. Volgens de consument zou zijn zijn bankpas zijn verloren in combinatie met de bijbehorende pincode. Hij spreek van derden die erin geslaagd zijn misbruik te maken van zijn bankrekening. Dit is natuurlijk onfortuinlijk, maar dat maakt niet dat er sprake is van opzet en/of fraude.

Beoordeling

De commissie is van oordeel dat de consument betrokken is geweest bij oplichting/fraude dan wel schuldwitwassen. Hij heeft zich als een zogenoemde geldezel laten inzetten.

De consument heeft gesteld dat hij de bankpas en de pincode bij elkaar bewaarde. Naar de commissie begrijpt, deed de consument dit omdat hij de pincode niet kon onthouden. De commissie vindt deze door de consument gegeven verklaring niet geloofwaardig. Uit de rekeningoverzichten volgt dat hij de bankpas vrijwel dagelijks gebruikte. Het is bij het betaalgedrag dat de consument vertoonde niet aannemelijk dat hij voor iedere transactie die hij met de bankpas verrichtte, op een briefje moest kijken om na te gaan wat de pincode was.

Op het moment dat de nieuwe telefoon (tel Y) aan de consument zijn bankrekening werd gekoppeld, zou zijn bankpas nog in zijn bezit zijn geweest. Dit is te herleiden uit de voorgaande verklaringen. Om een nieuw toestel te kunnen koppelen aan een betaalrekening, zijn het bezit van de bankpas en kennis van de pincode vereist. De commissie houdt het er dan ook voor dat het niet anders kan dan dat de consument de bankpas en de pincode aan derden ter beschikking heeft gesteld.

Openheid van zaken

De consument heeft niet meteen openheid van zaken gegeven. Hij heeft zijn verklaring een aantal malen aangevuld. Zo heeft de consument zich voor het eerst bij de bank gemeld met de mededeling dat hij de pas is verloren. Op dat moment had de bank de consument echter al geïnformeerd over het feit dat zij de bankrelatie opzegt en dat ze zijn persoonsgegevens voor de duur van acht jaar heeft opgenomen in de IVR/EVR. Vervolgens heeft hij zijn verklaring over wat er gebeurd is aangevuld. In een schriftelijke verklaring van 6 juli 2020 heeft de consument geschreven dat hij de bankpas op 21/22 juni 2020 tijdens het uitgaan is verloren.

Een aantal van de hiervoor genoemde gebeurtenissen, zoals het verlies van de bankpas en de pincode, het zonder aanleiding (tijdelijk) verhogen van de opnamelimiet en het niet eerder melden van het verlies van de bankpas, past bij de werkwijze, dan wel het gedragspatroon van personen die fungeren als ‘geldezels’ en kan worden gezien als een voorbereidingshandeling voor het ontvangen van gelden afkomstig uit een misdrijf. hierdoor ontstaat er door de commissie een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld aan schuldwitwassen.

Beslissing

De vordering van de consument om zijn persoonsgegevens uit het IVR/EVR te verwijderen wordt afgewezen. Dat betekent dat de bank de registratie mag handhaven.

Lees hier de gehele uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Wilt u advies over of begeleiding bij conflicten over het cliëntenonderzoek van banken en de registratie van persoonsgegevens in de Gebeurtenissenadministratie, het IVR, het Incidentenregister en het EVR? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant