Menu

Consument komt aflossingsverplichting niet na en moet bijna € 1,2 miljoen aan ING betalen

ING verstrekt in 2003 en in 2006 een lening aan meneer A. De lening uit 2003 betreft een hoofdsom van € 230.000 en de lening uit 2006 betreft een hoofdsom van € 1.000.000. Om er zeker van te zijn dat meneer A de leningen kan aflossen verstrekt meneer A een hypotheekrecht op de woning aan ING. In de voorwaarden is opgenomen dat de hele lening opeisbaar is indien meneer A enige verplichting tegenover ING niet nakomt. Meneer A en ING komen overeen dat meneer A vanaf 1 juli 2008 4% per jaar aflost, dit komt uit op een bedrag van € 10.000 per kwartaal. Daarbij mag hij zijn woning niet verkopen zonder toestemming van ING.

Vanaf 2011 lost meneer A niet de afgesproken € 10.000 per kwartaal af, maar slechts € 2.500 per kwartaal. In 2013 laat meneer A vervolgens aan ING weten dat hij het afgesproken bedrag van € 10.000 per kwartaal niet meer kan aflossen waarop ING meneer A wijst op de gevolgen zoals overeengekomen in de voorwaarden. Omdat meneer A niet meer aan de rente- en aflossingsverplichting kan voldoen, eist ING in 2014 de openstaande saldi op. Volgens ING zou meneer A een deel van zijn huis zonder toestemming hebben verkocht. Nadat meneer A heeft aangegeven dat hij de aflossingsverplichting niet meer kan nakomen heeft ING een regeling voorgesteld. Hier gaat meneer A ook niet mee akkoord waardoor meneer A niet heeft voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld in de voorwaarden.

Rechtbank wijst vordering van ING van bijna € 1,2 miljoen toe

ING start een procedure bij de rechtbank en vordert voor de lening uit 2003 een bedrag van € 202.750 en voor de lening uit 2006 € 970.898,83 van meneer A. Daartegenover vordert meneer A van ING nakoming van de overeenkomsten van ING. Één van de leningen is aflossingsvrij tot 1 april 2017 en de woning is nog niet verkocht en geleverd waardoor de overeenkomst zijdens ING volgens meneer A alsnog nagekomen moet worden. De rechtbank deelt de mening van meneer A niet en stelt ING in het gelijk. De rechtbank veroordeeld meneer A tot betaling van € 1.173.648,83.

Meneer A gaat in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank bij het gerechtshof. Hierbij voert hij aan dat ING is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomsten, haar zorgplicht heeft geschonden en onrechtmatig heeft gehandeld. Meneer A vordert vernietiging van het vonnis van de rechtbank en een schadevergoeding van ING voor de schade die hij heeft geleden.

Gerechtshof: ING heeft consument voldoende gewaarschuwd voor mogelijke gevolgen van niet nakoming

Meneer A voert aan dat de voorwaarden onredelijk bezwarend zijn en beroept zich op de vernietigbaarheid van de voorwaarden. Volgens meneer A was de verbintenis om de woning niet te verkopen afgedwongen en had hij als enige keus akkoord gaan. Meneer A beroept zich ook op de algemene zorgplicht zoals die zijn opgenomen in artikel 2 van de algemene bankvoorwaarden. Meneer A geeft wel aan dat hij in strijd met de overeenkomst en de voorwaarden een deel van de woning heeft verkocht zonder toestemming van ING. Het Hof oordeelt mede door deze feiten dat ING niet onzorgvuldig heeft gehandeld. ING heeft meneer A voldoende gewaarschuwd voor de mogelijke gevolgen bij niet nakoming van de aflossingsverplichting. Het gerechtshof bekrachtigt het vonnis van de Rechtbank en meneer A moet dus een bedrag ad € 1.173.648,83 aan ING betalen.

Financieel Recht Advocaten

Heeft u ook een geschil met uw bank over de (gedwongen) verkoop van uw woning, executoriaal of onderhands? Of heeft u het idee dat de bank haar zorgplicht op andere wijze heeft geschonden? Neem dan hier vrijblijvend contact op met een van onze advocaten. Ons kantoor heeft ruime ervaring met het procederen tegen banken, tussenpersonen, financieel adviseurs, hypotheekadviseurs, beleggingsadviseurs alsmede vermogensbeheerders.

Klik hier voor de volledige uitspraak van het gerechtshof.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:


Terug


Laatste tweets