Op 1 oktober 2020 werd de uitgebreide lijst ‘hoog-risicolanden’ gepubliceerd. Deze landen worden door de Europese Commissie gezien als bedreigend voor het financiële stelsel. Financiële instellingen in Nederland moeten op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Wwft) cliënten die uit deze landen komen, onderwerpen aan een uitgebreid cliëntenonderzoek.

Uitgebreide lijst

Op 7 mei 2020 werd de lijst ‘hoog-risicolanden’ voor het eerst vastgesteld, maar deze kwam door de gehele Covid-19 pandemie pas uit in begin oktober. Dit gaf instellingen genoeg tijd om deze lijst te implementeren in de cliëntenonderzoeken, Costumer Due Dilligence procedures (CDD) en Know Your Customer procedures (KYC). De lijst beslaat in totaal 22 landen;

  • Afghanistan
  • De Bahama’s
  • Barbados
  • Botswana
  • Cambodja
  • Ghana
  • Irak
  • Jamaica
  • Mauritius
  • Mongolië
  • Myanmar/ Burma
  • Nicaragua
  • Pakistan
  • Panama
  • Syrië
  • Trinidad en Tobago
  • Oeganda
  • Vanuatu
  • Jemen
  • Zimbabwe
  • Iran
  • Noord-Korea

Uitvoering cliëntenonderzoek

Instellingen die vallen onder de verplichtingen uit de Wwft moeten onder andere een verscherpt cliëntenonderzoek uitvoeren bij bestaande en nieuwe klanten. Hierbij wordt er verwacht dat dit cliëntenonderzoek wordt uitgebreid als de klant woonachtig, gevestigd of een zetel heeft in een van de hoog-risicolanden.

Op grond van artikel 9 uit de Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering zijn instellingen verplicht om met betrekking tot transacties, zakelijke relaties en correspondentbankrelaties gerelateerd aan hoog-risicolanden de onderstaande verscherpte maatregelen te nemen:

  • verzamelen van aanvullende informatie over die cliënten en uiteindelijk belanghebbenden;
  • verzamelen van aanvullende informatie met betrekking tot het doel en de aard van die zakelijke relatie;
  • verzamelen van informatie over de herkomst van de fondsen die bij die zakelijke relatie of transactie gebruikt worden en de bron van het vermogen van die cliënten en van die uiteindelijk belanghebbenden;
  • verzamelen van informatie over de achtergrond van en beweegredenen voor de voorgenomen of verrichte transacties van die cliënten;
  • verkrijgen van goedkeuring van het hoger leidinggevend personeel voor het aangaan of voortzetten van die zakelijke relatie;
  • verrichten van verscherpte controle op die zakelijke relatie met en de transacties van die cliënten, door het aantal controles en de frequentie van actualiseringen van gegevens over die cliënten en die uiteindelijk belanghebbenden te verhogen en door transactiepatronen te selecteren die nader onderzocht moeten worden.

Instellingen dienen daarom de nieuwe lijst te gebruiken om onder meer te controleren of zij een “verbonden” zakelijke relatie hebben met een of meer Artikel 9-landen met een hoog risico. In dit geval moeten de bovengenoemde aanvullende onderzoeksmaatregelen worden overwogen, zoals het verkrijgen van goedkeuring van het management om deze zakelijke relatie voort te zetten.

Nadelige gevolgen

Het kan zo zijn dat de bank bij een cliëntenonderzoek vindt dat er niet volledige openheid van zaken wordt gegeven. De instelling merkt het onderzoek dan aan als niet afgerond. Dit kan nadelige gevolgen hebben. De bank kan hierdoor de bancaire relatie opzeggen voor alle zakelijke rekeningen wegens het niet voldoen aan de eisen in haar Algemene Bankvoorwaarden.

Een ander negatief gevolg van het feit dat witwasregelgeving is vastgelegd in Europese richtlijnen en niet direct werkende Europese regelgeving is dat de implementatie van deze regelgeving, en de implementatie en interpretatie van sleutelbegrippen, kan verschillen tussen lidstaten. Dat de versnippering van het recht niet bijdraagt ​​aan een effectieve internationale bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, instellingen die in meerdere lidstaten actief zijn.

Leidraad Wwft en Sanctiewet

Op 19 oktober 2020 heeft de AFM een nieuwe versie van haar ‘Leidraad Wwft en Sanctiewet’ gepubliceerd. Over het nieuwe artikel 9 Wwft stelt de AFM in de Leidraad het volgende (p. 27-28):

“Voorts dient een verscherpt cliëntenonderzoek plaats te vinden indien de cliënt – of de UBO van de cliënt – woonachtig of gevestigd is, dan wel zijn zetel heeft, in een staat die door de Europese Commissie is aangewezen als een hoog risico-staat. Daarbij gaat het om derde landen die in hun nationale wetgeving ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme strategische tekortkomingen vertonen, die een aanzienlijke bedreiging vormen voor het financieel stelsel van de Europese Unie.

In aanvulling daarop moet een instelling met betrekking tot transacties, zakelijke relaties en correspondentbankrelaties gerelateerd aan staten die door de Europese Commissie zijn aangewezen als staten met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme de volgende verscherpte onderzoeksmaatregelen: (…).

Dit betekent ook dat indien het een Nederlandse rechtspersoon is met een UBO uit een dergelijke staat of indien er geldstromen van of naar een dergelijke staat gaan, de instelling deze verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen moet nemen.”

Financieel Recht Advocaten

Wilt u advies over of begeleiding bij conflicten over het cliëntenonderzoek van banken en de registratie van persoonsgegevens in de Gebeurtenissenadministratie, het IVR, het Incidentenregister en het EVR? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant