Uitspraak: Bancaire zorgplicht bij kredietopzegging: wanneer is opzegging van zakelijk krediet (on)aanvaardbaar?

“Een bank mág een zakelijk krediet vaak contractueel opzeggen, maar niet ‘lichtvaardig’. Door de bancaire zorgplicht en de redelijkheid en billijkheid kan kredietopzegging toch onaanvaardbaar zijn. Rechters kijken vooral naar het dossier: tekortkomingen, risico voor de bank, zekerheden, overleg, opzegtermijn en alternatieven (ING Bank/De Keijzer, ECLI:NL:HR:2014:2929).”

Een kredietopzegging door de bank is voor ondernemers vaak existentiële dreiging: het uitstaande bedrag wordt opeisbaar, zekerheden komen onder druk en leveranciers/werknemers merken direct de gevolgen. Tegelijk hebben banken (zeker bij “bijzonder beheer”) eigen verplichtingen rond risicobeheersing en moeten zij hun positie kunnen beschermen.

In de rechtspraak is daarom een tweesporentoets ontstaan: (1) contractueel mag de bank doorgaans opzeggen, maar (2) het gebruik van die bevoegdheid kan alsnog worden begrensd door de bancaire zorgplicht en de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW). Het ijkpunt is het arrest ING/De Keijzer.


Waar draait het bij bancaire zorgplicht bij kredietopzegging juridisch om?

De kern is dat kredietopzegging meestal niet alleen een contractkwestie is. In kredietovereenkomsten en Algemene Bankvoorwaarden staat vaak een opzeggings- en opeisingsbevoegdheid, soms zelfs “met onmiddellijke ingang” bij bepaalde triggers (covenant breach, betalingsachterstand, informatieplicht geschonden, verslechtering financiële positie). Maar banken hebben ook een (bijzondere) zorgplicht vanwege hun maatschappelijke functie. Die zorgplicht kleurt hoe een bank haar contractuele rechten mag uitoefenen.

In de praktijk komt het neer op drie vragen:

  • Was de bank contractueel bevoegd om op te zeggen/opeisbaar te stellen?
  • Heeft de bank vooraf voldoende zorgvuldig gehandeld (overleg, waarschuwingen, dossieropbouw, alternatieven)?
  • Is de opzegging, gezien alle omstandigheden, niet alsnog naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (artikel 6:248 lid 2 BW)?

Belangrijk: “zorgplicht” betekent niet dat een bank een ondernemer altijd moet redden of moet doorfinancieren. Het betekent wél dat een bank de belangen van de ondernemer serieus moet meewegen, haar besluitvorming moet kunnen uitleggen en niet onnodig destructief mag handelen als minder ingrijpende opties reëel zijn.


Wat besliste de Hoge Raad in ING/De Keijzer?

Dit arrest is in veel kredietopzeggingszaken het vertrekpunt. Kort gezegd: ook als een bank contractueel bevoegd is om een kredietrelatie te beëindigen, kan het in een concreet geval onaanvaardbaar zijn om die bevoegdheid te gebruiken. Die “rem” volgt uit artikel 6:248 lid 2 BW (beperkende werking redelijkheid en billijkheid) en uit de zorgplicht/maatschappelijke positie van banken.

Wat u hier als ondernemer vooral aan hebt:

  • De rechter kijkt niet alleen naar één incident (“u leverde te laat cijfers aan”), maar naar het hele plaatje: hoe ernstig is de tekortkoming, hoe is er gecommuniceerd, welk risico loopt de bank werkelijk, welke zekerheden zijn er, en welke tijd krijgt de onderneming om te herfinancieren of orde op zaken te stellen?
  • U kunt dus niet volstaan met “de bank is streng”; u moet concreet laten zien waarom de opzegging, in uw omstandigheden, buitensporig is.

Te snel opzeggen kan terugkaatsen

In de zaak van Rb. Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2024:1851) had een ondernemer al jarenlang een financiering en stond hij onder extra toezicht/bijzonder beheer. De bank zegde de kredietrelatie op, onder meer vanwege structureel roodstaan, onvoldoende ruimte voor rente/aflossing en het (tijdelijk) zakelijk gebruiken van een privérekening. Dat klinkt op papier als contractuele triggers.

Toch werd de bank kritisch bekeken op de manier waarop zij haar beslissing nam. Een belangrijk element: de bank had om een liquiditeitsprognose gevraagd maar zegde op zonder die prognose af te wachten, terwijl die prognose juist relevant was voor de vraag of de onderneming het (met een plan) zou redden. De rechtbank hechtte bovendien waarde aan omstandigheden zoals: lange duur van de relatie, al grotendeels afgelost, en de verhouding tussen uitstaande schuld en zekerheden. Alles bij elkaar leidde dit tot het oordeel dat de bank haar (contractuele) zorgplicht onvoldoende invulde en dat de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was.

Dit onderstreept dat bij kredietopzegging niet alleen de contractuele gronden, maar vooral het besluitvormingsproces van de bank centraal staat. Rechters kijken kritisch naar mogelijke beslisfouten, zoals het niet afwachten van essentiële informatie, het ontbreken van een reële hersteltermijn of inconsistent handelen. Ook weegt mee welke informatie de ondernemer heeft aangeleverd en welke verwachtingen door de bank zijn gewekt.


Zorgplicht bij het aangaan van zakelijk krediet

Hoewel de uitspraak van de Hoge Raad op 5 september 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1237) primair over precontractuele zorgplicht gaat (vóór het sluiten van de lening), is de boodschap belangrijk voor ondernemers in krediet conflicten. Bij zakelijke leningen is de bijzondere zorgplicht doorgaans beperkt (lening is geen complex product, ondernemer is geen consument), maar bijzondere omstandigheden kunnen maken dat een bank toch moet corrigeren als zij ziet dat de ondernemer een relevant risico duidelijk niet overziet.

In de zaak van 5 september 2025 speelde onder meer dat de bank (als marktleider in een sector) kennis had van mogelijke ontwikkelingen die grote impact konden hebben, terwijl kenbaar was dat de ondernemer daarmee geen rekening hield. De Hoge Raad laat ruimte om dan te verlangen dat de bank zich ervan vergewist of de ondernemer dit risico begrijpt en, zo nodig, haar kennis deelt.

Dit is ook relevant bij kredietopzegging, omdat banken vaak stellen dat de ondernemer de risico’s zelf had moeten voorzien. Wanneer echter blijkt dat de bank over meer kennis beschikte en de ondernemer aantoonbaar een informatieachterstand had, kan de zorgplicht zwaarder meewegen in de beoordeling. Daartegenover staat dat bij ervaren ondernemers met adviseurs eerder wordt aangenomen dat zij risico’s zelf moesten doorgronden.


Financieel Recht Advocaten

Heeft u een conflict over kredietopzegging, opeising of bijzonder beheer (bijvoorbeeld omdat de bank te weinig tijd geeft, informatie-eisen stapelt of uw belangen onvoldoende meeweegt)? Financieel Recht Advocaten helpt cliënten met een concreet geschil met een bank of financiële dienstverlener. Neem vrijblijvend contact op als u uw dossier strategisch wilt laten beoordelen.


Praktische FAQ’s

Mag de bank mijn zakelijk krediet opzeggen als ik niet in verzuim ben?

Ja, dat kan soms. In veel kredietovereenkomsten en Algemene Bankvoorwaarden staat dat de bank de relatie ook tussentijds mag beëindigen, zelfs zonder dat u formeel in verzuim bent. Dat betekent echter niet dat de bank dat zomaar mag doen. Zij moet bij haar beslissing zorgvuldig handelen en uw belangen meewegen. In bepaalde situaties kan een opzegging daarom toch onaanvaardbaar zijn.

Hoe belangrijk is het dat ik cijfers en prognoses aanlever?

Dat is zeer belangrijk. Het niet of te laat aanleveren van financiële informatie is vaak op zichzelf al een reden voor de bank om het krediet op te zeggen. Andersom geldt ook: als u wél tijdig volledige en relevante informatie aanlevert, maar de bank daar geen rekening mee houdt, kan dat juist tegen de bank werken bij een rechterlijke beoordeling.

Moet de bank mij altijd een lange opzegtermijn geven?

Nee, een vaste of “minimale” opzegtermijn bestaat niet. De lengte van de termijn hangt af van de omstandigheden, zoals de ernst van de problemen, het risico voor de bank, de waarde van de zekerheden en de mogelijkheid om elders financiering te vinden. Wel geldt dat een bank geen onnodig korte termijn mag hanteren als dat de onderneming zonder goede reden in ernstige problemen brengt.

Kan ik schadevergoeding krijgen na een onterechte kredietopzegging?

Dat is mogelijk, maar niet eenvoudig. U moet kunnen aantonen dat de bank het krediet niet had mogen opzeggen én dat u daardoor daadwerkelijk schade heeft geleden. Die schade moet concreet worden onderbouwd, bijvoorbeeld met cijfers over extra financieringskosten of gemiste kansen. Dit vergt meestal een goed gedocumenteerd dossier.

Wat als de bank ook mijn zekerheden wil uitwinnen?

Dan verschuift de discussie naar de vraag of de opeising terecht was en of de bank zorgvuldig handelt bij de uitwinning. Ook in de executiefase moet een bank rekening houden met uw belangen, bijvoorbeeld door serieus te kijken naar alternatieven zoals een onderhandse verkoop of herfinanciering. Wat redelijk is, hangt sterk af van de zekerheden en de omstandigheden van het geval.


Disclaimer: De informatie op deze website is geen op maat gesneden juridisch advies. Neem contact op indien u meer informatie wenst.


Jamiro van de Wiel

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant