• Gefilterd op:
Aflossingsvrij doorlopend krediet niet meer van deze tijd

Consumenten beklagen zich over het voornemen van de Bank om de kredietovereenkomst eenzijdig aan te passen dan wel, indien Consumenten hier niet mee instemmen, op te zeggen. Consumenten vorderen ongewijzigde voortzetting van de kredietovereenkomst. De Commissie stelt voorop dat als uitgangspunt heeft te gelden dat op grond van artikel 7:65 lid 2 BW een relatie als de onderhavige in beginsel te allen tijde met een opzegtermijn van twee maanden door de Bank kan worden opgezegd voor zover deze bevoegdheid in de kredietovereenkomst is overeen- gekomen. Beëindiging van de kredietovereenkomst kan in de concrete omstandigheden van het geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. De Commissie kan echter slechts marginaal toetsen of wellicht sprake is van onredelijk gebruik van de opzeggings- bevoegdheid door de Bank. De Bank heeft naar het oordeel van de Commissie voldoende aangetoond dat haar belangen bij het beëindigen van de overeenkomst dienen te prevaleren boven het belang van Consumenten bij ongewijzigde voortzetting daarvan. De Commissie is verder van oordeel dat de bank voldoende rekening heeft gehouden met het belang van Consumenten. De vordering wordt afgewezen.

Bank schendt zorgplicht door overboeking naar rekening ex-partner

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of de Bank hier haar zorgplicht heeft geschonden en, indien dat het geval is, of dit ertoe leidt dat zij de schade van Consument dient te vergoeden. De Commissie beantwoordt beide vragen bevestigend. De Bank heeft haar zorgplicht tegenover Consument geschonden. Het meest verstrekkende verweer van de Bank, namelijk dat de klacht van Consument eerder is behandeld door de Commissie en daar- door niet behandelbaar is, slaagt niet. De Commissie is van oordeel dat hier sprake is van een andere klacht, dan de eerdere klacht van Consument waar de Bank naar heeft verwezen. Dit leidt ertoe dat de vordering van Consument van € 13.509,58 op de Bank wordt toegewezen op de voorwaarde dat zij haar vordering op haar ex-partner bij akte van cessie overdraagt aan de Bank. Immers dan kan de Bank zich desgewenst verhalen op de ex-partner van Consument.

ABN Amro moet zich uitlaten over productvoorwaarden

Verstekzaak. Bank zegt aan consument verschaft krediet voortijdig op wegens achterstallige termijnen, en eist het volledige openstaande saldo op, op grond van een beding in de algemene voorwaarden. Dit beding is niet in strijd met art. 33 onder c Wet op het consumentenkrediet (zoals dat destijds luidde). Ambtshalve beoordeling of andere bedingen onredelijk bezwarend zijn. Bank dient zich uit te laten over enkele vraagpunten.

ICS niet aansprakelijk voor beleggingsverlies binaire opties

De klacht van Consument ziet op 29 betaaltransacties over de periode van juni 2017 tot en met mei 2018. Met die betaaltransacties heeft Consument een totaalbedrag van € 23.564,- overgemaakt naar twee online handelsplatforms. De klacht wordt afgewezen. De tussen hem en ICS geldende voorwaarden bieden geen basis voor een eventuele teruggave van de bewuste transacties. Daarnaast kan ICS jegens Consument in haar rol als betaaldienstverlener geen verwijt worden gemaakt. Voorts kan Consument zich niet beroepen op een zogenoemde chargeback guide.

Bank schendt zorgplicht bij informatieverstrekking belegging

Execution only. Belegging in WTI Crude Oil. Synthetische indextracker. Termijncontracten als onderliggende waarden. Specifieke eigenschap dat de termijncontracten periodiek worden vernieuwd ('doorgerold'), wat betekent dat steeds nieuwe contracten moesten worden gekocht, met de daarbij komende kosten. Gevolg: minder profijt van stijgen olieprijs en bij gelijkblijvende olieprijzen neemt waarde fonds af. Zorgplicht bank om voor beleggers zoals consument informatie over de specifieke eigenschappen en risico's van dat fonds beschikbaar te hebben, die potentiële kopers in staat stelde om goed geïnformeerd en weloverwogen te kunnen beslissen of dat fonds passend voor hen was. Tekortkoming. Niet voldoende aannemelijk dat consument in het fonds zou hebben belegd, indien hij over de specifieke eigenschap was voorgelicht. Schade. Deels eigen schuld.

InsingerGillissen heeft zorgplicht geschonden bij tripartiete overeenkomst

Bijzondere zorgplicht bank. Tripartiete overeenkomst. Een in beheer gegeven vermogen is door middel van een tripartiete overeenkomst vrijwel geheel belegd in hedge funds van in het buitenland gevestigde beleggingsinstellingen die niet over een vergunning van de AFM beschikken. Hof: De bank heeft haar bijzondere zorgplicht jegens de cliënte geschonden door actief mee te werken aan een gang van zaken waarbij de bank het wettelijk aanbiedingsverbod overtrad, onder verdere omstandigheden als in het arrest vermeld. Hieraan doet niet af dat de zorgplicht van een bank jegens een cliënt in een tripartiete relatie beperkt is en dat de cliënte, naar de bank wist, zich liet adviseren door een vermogensbeheerder die over een vergunning beschikte.

Beleggers beginnen rechtszaak tegen vermogensbeheerder De Veste

Een groep van veertig beleggers daagt vermogensbeheerder De Veste voor de rechter. De Bredase onderneming spiegelde parti- cipanten te hoge rendementen voor toen zij geld staken in een beleggingsfonds met tweede- hands Amerikaanse levensverze- keringen. De deelnemers eisen een schadevergoeding. De Veste ontkent de aantijgingen en wei- gert een eerder ingediende claim te betalen, meldt de vorige week gepubliceerde jaarrekening.

Beëindiging van bancaire relaties door banken in relatie tot de bancaire zorgplicht

Dit paper gaat over het opzeggen dan wel beëindigen van bancaire relaties door banken. Het kan gaan om hypotheekrelaties, kredietrelaties maar ook gewone betaaldiensten zoals het aanhouden van een gewone bank- / be- taalrekening. Banken zijn hun klanten aan het screenen op - onder andere - het gebied van fraude en terrorisme. Dit zijn banken op grond van wetgeving van de overheid verplicht. Hoe ver mag de bank gaan en wat zijn uw rech- ten? En wat kunt u als “bonafide” ondernemer of particuliere klant doen om problemen met uw bank te voorkomen? Wij gaan hierna in op de achtergrond van dit onderwerp en het toepasselijke juridische kader. Wij gaan in op voorbeelden vanuit de jurisprudentie. En wij geven u (eerste) tips c.q. ter voorkoming van problemen met uw bank of enkele handvatten waarmee u het gesprek met de bank aan kunt gaan. Mocht u er niet met uw bank uit komen, dan staan wij u graag als advocaat bij.

Celstraffen voor oprichters beleggingsfondsen

De twee kopstukken achter beleg- gingsfondsen Noordenwind en Nieuwe Hollandsche Wind zijn vrij- dag door de Rechtbank Amsterdam veroordeeld tot jarenlange gevan- genisstraffen voor grootschalige fraude. Vijf anderen kregen lagere cel- en taakstraffen opgelegd. De straffen vallen in veel gevallen lager uit dan de eis van het OM.

Achmea brengt te hoge kosten in rekening bij beleggingsverzekering

Beleggingsverzekering met lijfrenteclausule. Gesloten in 1995 bij Sun Alliance, een rechts- voorganger van Achmea. Consument stelt dat hij de destijds afgegeven offerte zo mocht opvatten dat alleen in de eerste vijf jaar van de looptijd van de verzekering kosten, overlijdensrisicopremie en premie voor vrijstelling bij arbeidsongeschiktheid in rekening worden gebracht, namelijk in totaal 22,43% van de premie. Na vijf jaar zou 101% van de premie worden belegd. De Commissie is van oordeel dat Consument inderdaad de offerte in redelijkheid zo heeft mogen begrijpen. Wel mocht de verzekeraar gedurende de gehele looptijd van de verzekering aankoopkosten, switch- kosten en poliskosten in rekening brengen omdat over deze kostensoorten wel uitdrukkelijk in de offerte was opgenomen dat deze gedurende de gehele looptijd zouden worden berekend. Dat fondsbeheerkosten (TER) in rekening zouden worden gebracht hoefde Verzekeraar in 1995 niet in de offerte op te nemen dus deze kostensoort mocht Achmea ook berekenen. De verzekering is in 2008 door Consument afgekocht. Achmea wordt gehouden tot herrekening van de afkoopwaarde en het verschil, verhoogd met wettelijke rente, aan consument te vergoeden.

Rechter: ervaren belegger in crowdfundingproject had beter moeten weten

Een ervaren belegger die via een crowdfundplatform geld stak in het nu failliete VacuMedical had volgens de rechter beter moeten weten. Investeerders die bewust kiezen voor extra risico moeten niet zeuren als het misgaat. Zij mogen niet op het boekenonder- zoek en de gestelde zekerheden bij een crowdfundbelegging ver- trouwen. De belegger is, voor zo- ver bekend, de eerste die een zaak is aangegaan omdat hij zich op- gelicht voelt door een platform.

ING draait op voor koersverlies tijdens fusie beleggingsfondsen

Consument klaagt over de gang van zaken bij de omzetting van zijn aandelen of participaties in een bepaald fonds naar een ander fonds. De Commissie is van oordeel dat de Bank in dit geval, waarbij Consument over de voor zijn situatie mogelijke gevolgen van de omzetting expliciete vragen heeft gesteld, onvoldoende duidelijk heeft gemaakt dat de waarde van zijn participaties in het 'oude' fonds nog kon dalen in de periode waarin de handel was stilgelegd tot aan de omzetting in het 'nieuwe' fonds. De Commissie heeft de vordering van Consument daarom toegewezen.

ABN Amro moet termijn van één jaar in acht nemen bij opzeggen spaarrekening

Consument hield sinds januari 2014 een spaarrekening aan bij de Bank. In de algemene voorwaarden is opgenomen dat de rentevergoeding een minimum van 1,0% kent. In oktober 2018 heeft de Bank aan Consument een brief gestuurd dat de spaarrekening zal worden beëindigd per 1 januari 2019. Op 1 januari 2019 heeft de Bank het saldo van de spaarrekening overgemaakt naar een andere spaarrekening met een rentepercentage van 0,03%. Consument is het daar niet mee eens en vordert nakoming van de overeenkomst. De Commissie is van oordeel dat de overeenkomst tussen partijen een duurovereenkomst was en opgezegd mocht worden. Daarbij had de Bank echter een opzegtermijn van één jaar in acht moeten nemen. De Bank moet daarom aan Consument een forfaitaire (schade)vergoeding van 1,0% minus 0,03% betalen over de periode van één jaar minus de opzegtermijn die de Bank reeds in acht had genomen.

Ook Commissie van Beroep van het Kifid is van oordeel dat een maand niet gelijk is aan 30 dagen

De Commissie van Beroep is net als de Geschillencommissie van oordeel dat de in art. 7:980 lid 1 BW opgenomen termijn van “ten minste één maand” niet gelijkgesteld kan worden met een termijn van dertig dagen. De aard van art. 7:980 lid 1 BW (een wettelijke termijn van dwingend recht) en de op bescherming van (onder meer) de verzekeringnemer gerichte strekking van de bepaling staan eraan in de weg om aan te nemen dat het voor de uitleg daarvan verschil maakt of zich al dan niet omstandigheden hebben voorgedaan als door Verzekeraar genoemd. Verzekeraar betoogt voorts dat, nu Verzekeringnemer feitelijk veel langer dan een maand gelegenheid heeft gehad om de premie aan te zuiveren, een beroep op art. 7:980 BW in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De Commissie van Beroep verwerpt dit betoog.

Verzekeraar moet poliskosten universal life verzekering vergoeden aan verzekeringnemer

Uitkeringen op basis van de compensatieregeling zijn afdoende ter opheffing van het nadeel van Belanghebbenden als gevolg van het hefboom- en inteereffect. Niet gebleken is dat het niet te verwaarlozen risico bestond dat de verzekerde uitkering bij overlijden niet zou worden gedaan vanwege die effecten (zoals overwogen in CvB 22 juni 2017, nr. 2017-023A). Het beding omtrent de poliskosten moet echter buiten toepassing worden gelaten aangezien uit de voorwaarden niet valt af te leiden wat de hoogte van die kosten is en hoe die kosten zijn samengesteld. Daarmee hebben Belanghebbenden niet op basis van de overeenkomst de economische gevolgen van het beding kunnen inschatten die voor hen daaruit voortvloeien. Evenmin heeft Verzekeraar de concrete werking van het mechanisme waarop het beding betrekking heeft op transparante wijze uiteengezet. Het beding is - naast het feit dat het niet transparant is en in aanvulling op hetgeen de Commissie van Beroep heeft overwogen in CvB 11 juni 2018, nr. 2018-041 - in strijd met de in artikel 3 van Richtlijn 93/13/EEG vereiste goede trouw. De omvang van deze kosten stond op voorhand niet vast en de vaststelling ervan is - eenzijdig - overgelaten aan Verzekeraar als gebruiker van het beding.

Compensatie Uniform Herstelkader bijna voltooid

Het Uniform Herstelkader Rentederivaten MKB (UHK) bepaalt hoe banken de herbeoordelingen van rentederivaten dienen uit te voeren. MKB-klanten die op grond van het UHK hiervoor in aanmerking komen, ontvangen een compensatie. In deze vijfde voortgangsrapportage rapporteert de AFM over de voortgang van de banken tot en met peildatum 31 mei 2019.

Hoge Raad beantwoord prejudiciële vragen over beroep op dwaling bij renteswaps

Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht; rentederivaat. Informatieverstrekking bij renteswap. Aan beroep op dwaling te stellen eisen; verschil met waarschuwingsplicht; bijzondere zorgplicht banken; HR 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2815 (De T. / Dexia). Gevolgen van vernietiging; ongedaanmakingsverplichting prestaties; uitleg overeenkomst. Beperken omvang ongedaanmaking met oog op onevenwichtige resultaten; contract over verdeling risico's. Dwaling ten aanzien van marge in rentepercentage; eisen kenbaarheid en verschoonbaarheid.

ING weer op de vingers getikt vanwege falende controles

Zorgplicht bank. Interne meldingen en alerts ter zake van ongebruikelijke transacties op pas geopende bankrekening van kort daarvoor gestarte eenmanszaak. Bank wist van ongebruikelijke transacties op bankrekening en van potentiële risico's voor derde die aanzienlijke bedragen naar bankrekening overmaakte. Bank heeft onvoldoende voortvarend onderzoek gedaan naar ongebruikelijke transacties en heeft bankrekening niet tijdig geblokkeerd. Schending zorgplicht jegens derde die daardoor schade heeft geleden. Eigen schuld aan zijde derde leidt tot verminderen vergoedingsplicht van bank.

Consultatiedocument AFM Toetskader Hypothecaire Kredietverlening

In 2008 – 2009 heeft de AFM het toetskader voor hypothecair krediet geëvalueerd op basis van gezamenlijk onderzoek met De Nederlandsche Bank ('DNB') naar de risico's bij hypothecaire kredietverlening in Nederland. De onderzoeksresultaten van DNB en de AFM zijn directe aanleiding voor de AFM om haar interpretatie van verantwoorde kredietverlening te heroverwegen. De gevolgen van de kredietcrisis hebben de urgentie van deze heroverweging verhoogd.

In dit consultatiedocument wordt uiteengezet wat het huidige toetskader van de AFM is, wat ons inziens de leemtes zijn, welke aanpassingen de AFM voorstelt en wat de mogelijke gevolgen zijn van de voorgestelde aanpassingen voor de hypo­ theekmarkt.

Financieel huisadviseur moet schade vergoeden voor ondeugdelijk beleggingsadvies

Volgens de beleggers is een ondeugdelijke belegging geadviseerd. Naar het oordeel van de Commissie had het advies in kwestie niet gegeven mogen worden: het betreft een risicovol product met een korte looptijd, er is niet geadviseerd het belegde bedrag te spreiden en ook is niet gebleken dat inlichtingen zijn ingewonnen over beleggingsdoelstellingen en risicobereidheid. Het beroep op verjaring, artikel 6:89 BW en eigen schuld wordt verworpen en de vorderingen worden gedeeltelijk toegewezen.

Cliënt hoeft niet mee te werken aan cliëntenonderzoek

Verrichten van cliëntenonderzoek op grond van de Wwft BES. Naar het oordeel van het gerecht volgt uit de wetgeving dat slechts als sprake is van de in artikel 2.3 eerste lid Wwft BES genoemde gevallen een cliëntenonderzoek verricht dient te worden. Die verplichting bestaat derhalve niet ten aanzien van cliënten met wie de bank al voor de inwerkingtreding van de Wwft BES een zakelijke relatie is aangegaan, tenzij er sprake is van andere gevallen als bedoeld in artikel 7.2 Wwft BES.

Beëindiging van bancaire relaties door banken in relatie tot de bancaire zorgplicht

Dit paper gaat over het opzeggen dan wel beëindigen van bancaire relaties door banken. Het kan gaan om hypotheekrelaties, kredietrelaties maar ook gewone betaaldiensten zoals het aanhouden van een gewone bank- / betaalrekening. Banken zijn hun klanten aan het screenen op - onder andere - het gebied van fraude en terrorisme. Dit zijn banken op grond van wetgeving van de overheid verplicht. Hoe ver mag de bank gaan en wat zijn uw rechten? En wat kunt u als "bonafide" ondernemer of particuliere klant doen om problemen met uw bank te voorkomen?
Wij gaan hierna in op de achtergrond van dit onderwerp en het toepasselijke juridische kader. Wij gaan in op voorbeelden vanuit de jurisprudentie. En wij geven u (eerste) tips c.q. ter voorkoming van problemen met uw bank of enkele handvatten waarmee u het gesprek met de bank aan kunt gaan. Mocht u er niet met uw bank uit komen, dan staan wij u graag als advocaat bij.

ABN Amro brengt te hoge rente in rekening voor een Flexibel Hypotheek Krediet

Consument stelt dat de Bank een te hoge rente in rekening brengt voor het Flexibel Hypotheek Krediet. Bij aanvang van het Flexibel Hypotheek Krediet heeft de Consument een rentevoordeel verkregen van 2 % ten opzichte van het product Flexibel Krediet vanwege de extra (hypothecaire) zekerheidsdekking. De Bank is op enig moment opgehouden met het aanbieden van nieuwe Flexibel Hypotheek Kredieten. Consument meent dat de Bank de rente van het Flexibel Hypotheek Krediet, nadat zij opgehouden met het aanbieden van het product, ten onrechte gelijk is gaan stellen met het product Flexibel Krediet. De Commissie is van oordeel dat de Bank onvoldoende heeft gemotiveerd dat de rente, die Consument voor het Flexibel Hypotheek Krediet betaalt, redelijk is. De vordering van Consument wordt zodoende toegewezen.

Bank moet schade vergoeden na overschrijden GHF norm

Consument klaagt enerzijds over de hoogte van de op 18 december 2008 door de Bank verstrekte hypothecaire geldlening. De Commissie overweegt dat de Bank niet heeft voldaan aan het vereiste de overschrijding van de verstrekkingsnormen correct te motiveren en die motivering vast te leggen in het financieringsdossier van Consument. De Bank had daardoor niet meer mogen verstrekken dan de GHF-normen voorschrijven én heeft daardoor in strijd gehandeld met de op haar rustende zorgplicht om te waken voor overkreditering. De Bank dient de schade die Consument daardoor lijdt te vergoeden. Anderzijds verwijt Consument de Bank dat zij onvoldoende heeft meegewerkt aan een oplossing voor de vanaf eind 2011, begin 2012 ontstane betalingsachterstanden op de geldlening. Uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht, blijkt niet dat de Bank niet adequaat heeft gehandeld bij de betalingsproblemen voor en rondom de verkoop van de woning.

AmEx schendt haar zorgplicht niet vanwege volmacht verlening door kaarthouder

Charge card. Zorgplicht kaartuitgever jegens kaarthouder. Indien een kaartuitgever al een (al dan niet bijzondere) zorgplicht jegens de (al dan niet particuliere) kaarthouder heeft die ertoe strekt om de kaarthouder te beschermen tegen (bepaalde) gevaren die verbonden zijn aan deelname aan het betalingsverkeer met gebruikmaking van kaarten als de onderhavige, dan strekt die zorgplicht er in elk geval niet toe om de kaarthouder in de gelegenheid te stellen betalingen te betwisten die hij zelf heeft geautoriseerd of die geautoriseerd zijn door iemand aan wie hij zijn rekening bij de kaartuitgever of de kaart in gebruik heeft gegeven.

Rabobank mag particuliere rekeningen sluiten nadat zij gebruikt zijn voor storting afvalmunten

Kort geding. Particuliere rekeninghouders van Rabobank storten grote hoeveelheden (uit afvalstromen verkregen) euromunten in geldautomaten van die bank. Kan de bank dat verbieden? Toepasselijkheid diverse sets algemene voorwaarden (algemene bankvoorwaarden, voorwaarden voor betalen en on-line diensten en de algemene voorwaarden voor rekening-courant). Verplichting bank tot het voeren van een integriteitsbeleid ingevolge de Wwft.

Rabobank wijst niet op fiscale mogelijkheid van voortzetting en draait op voor de schade

Consument heeft een spaarrekening eigen woning (SEW). Na het overlijden van zijn echtgenote in 2012 heeft de Bank de helft van de op dat moment opgebouwde waarde in de SEW afgelost op de hypothecaire geldlening. Fiscaal bestaat er ook de mogelijkheid van voortzetting. Consument klaagt dat de Bank hem die mogelijkheid ten onrechte niet aangeboden heeft. De Commissie oordeelt dat de Bank geen overtuigende argumenten heeft gegeven voor haar beleid om die fiscale mogelijk- heden niet te bieden. Om die reden heeft Consument recht op schadevergoeding. De Commissie wijst een bedrag van € 11.523,- toe.

Wijziging rentetarief niet onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid

Consument stelt zich op het standpunt dat de Bank sinds 2005 ten aanzien van zijn hypothecaire geldlening een variabele rente hanteert die te hoog en niet marktconform is. De Bank zou hiermee onder meer de bankierseed hebben geschonden. De Commissie oordeelt dat de Bank bevoegd is de rente te wijzigen, maar dat zij die bevoegdheid niet mag gebruiken op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Hiervan is naar het oordeel van de Commissie niet gebleken. Ten aanzien van de schending van de bankierseed wijst de Commissie Consument erop dat hij slechts een individuele bankmedewerker (en dus niet de Bank als organisatie) kan aanspreken op het (vermoedelijk) schenden van de gedragsregels gekoppeld aan de bankierseed. De vordering wordt afgewezen.

Besluit productinterventie contract for difference

Besluit van 18 april 2019, houdende beperkingen aan het op de markt brengen, verspreiden of het verkopen van contracts for differences aan niet-professionele cliënten in verband met Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 en de Wet op het financieel toezicht (Beperkingen aan CFD's).

Besluit productinterventie binaire opties

Besluit van 18 april 2019, houdende het verbod op het op de markt brengen, verspreiden of het verkopen van binaire opties aan niet-professionele cliënten in verband met Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 en de Wet op het financieel toezicht (Verbod op binaire opties).

Consument heeft recht op extra vergoeding door onduidelijke verzekeringsvoorwaarde

Consument heeft diverse geschillen met de buren aan weerszijden van zijn woning (Buren I en Buren II). In 2002 heeft hij een schutting geplaatst onder protest van Buren I. In 2016 heeft hij een aanbouw laten bouwen. Hiertegen komt eerst Buren I en daarna ook Buren II op. Consument stelt vervolgens ook vorderingen in tegen Buren I. Rechtsbijstanduitvoerder stelt dat alle geschillen terug zijn te voeren op één aanleiding, de bouw van de aanbouw in 2016, zodat deze op grond van de verzekeringsvoorwaarden samenhangen en één keer het kostenmaximum geldt. Consument stelt dat per geschil moet worden gekeken naar de onderliggende gebeurtenis die juridisch relevant is, zodat de geschillen niet allemaal voortvloeien uit dezelfde gebeurtenis. De Commissie overweegt dat beide lezingen mogelijk zijn, zodat de contra proferentemregel moet worden toegepast. Op basis van de vordering van Consument in deze klachtenprocedure en de voor hem gunstige uitleg van de bestreden verzekeringvoorwaarde oordeelt de Commissie dat, naast het reeds uitgekeerde bedrag van € 12.500,-, nog maximaal € 25.000,- moet worden vergoed ter zake alle geschillen met de buren gecombineerd (2 keer het toepasselijke kostenmaximum). De vordering wordt toegewezen.

Adviseur bank vervalst handtekening, tuchtcommissie legt beroepsverbod van twee weken op

De tuchtcommissie is van oordeel dat verweerster heeft gehandeld in strijd met deze gedragsregels door het formulier "Opdracht tot waardeoverdracht" te ondertekenen met een handtekening, die de handtekening van [persoon] voorstelt. Dit handelen kwalificeert niet als integer werken, is in strijd met de wet en andere regels die voor het werken bij de bank gelden, en schaadt het vertrouwen van de samenleving in de bank. De klacht is dan ook gegrond.

Bankmedewerker vervalst accountantsverklaring, tuchtcommissie legt beroepsverbod van één jaar op

De klacht houdt in dat verweerster in strijd met de gedragsregels 1, 4 en 7 van de aan de bankierseed verbonden gedragscode heeft gehandeld, door valselijk een handtekening van een klant te zetten op een formulier "Opdracht tot waardeoverdracht". Klager voert, kort samengevat, ter onderbouwing van dit standpunt aan dat eenieder er te allen tijde op moet kunnen vertrouwen dat een handtekening is gezet door de persoon aan wie de handtekening toebehoort.

SNS schendt zorgplicht niet doordat enorme daling Euribor rente voor beide partijen niet te voorzien was

De renteswaps zijn afgesloten als onderdeel van een constructie om fluctuaties in de variabele financieringsrente op te vangen en zekerheid te verkrijgen over de langdurig te betalen rente. Moorland heeft onvoldoende onderbouwd dat bij het aangaan van de renteswapovereenkomst de (toekomstige) stand van Euribor en de manier waarop deze zou worden vastgesteld relevant waren. De onvoorziene omstandigheden rechtvaardigen geen beroep op ontbinding.

Adviseur schendt zorgplicht door niet te wijzen op het vervallen van de verzekeringsdekking en moet schade vergoeden

De Adviseur heeft zich niet als een redelijk handelend en bekwaam adviseur gedragen door Consument onvoldoende te informeren over haar woonlastenverzekering. Gebleken is dat de Adviseur op de hoogte was van de Verzekering, de inhoud hiervan kende en op de hoogte was van de verkoop van de woning. Van de Adviseur mocht in het onderhavige geval worden verwacht dat hij Consument na de verkoop van de woning in 2010 had geïnformeerd over het feit dat er geen dekking meer onder de Verzekering was. De Adviseur dient de betaalde premie te vergoeden tot juli 2011.

ABN AMRO zegt kredietrelatie op vanwege handelen in strijd met de vergunningplicht

Overeenkomst tot facilitering door ABNAmro van de uitgave door DCSE van prepaid betaalkaarten aan consumenten en het gebruik daarvan. Opzegging onregelmatig? Heeft ABNAmro het voor DCSE gerechtvaardigde vertrouwen gewekt dat ABNAmro (en niet DCSE) had te gelden als elektronischgeldinstelling in de zin van art. 2:10d Wft juncto art. 1c Vrijstellingsregeling Wft? Schending van de vergunningsplicht. De grieven komen tevergeefs op tegen de afwijzing van de eerste rechter van de schadevergoedingsvorderingen van DCSE.

Sparck schendt zorgplicht door overkreditering en moet teveel betaalde rente vergoeden

Geen rechtsgeldige overname door andere financiële instelling van contractuele relatie van de Bank met Consument nu beding met betrekking tot toestemming bij voorbaat ingevolge artikel 6:236 aanhef en sub e BW als onredelijk bezwarend moet worden aangemerkt. Overkreditering: hoogte lening voldeed niet aan krachtens Gedragscode Hypothecaire Financieringen in 2007 geldende normen. Consument vordert als schadepost de rente die over de lening is betaald: deze is slechts toewijsbaar voor zover de rente is betaald over het bedrag van de overkreditering en de restschuld (die in dit geval het bedrag van de overkreditering niet overtreft).

ING en NN schenden zorgplicht door consument niet te informeren en moeten ruim € 22.000,- schadevergoeding betalen

Consument heeft bij de bank een hypothecaire geldlening met een daaraan gekoppeld een spaarverzekering bij de verzekeraar afgesloten. Deze kon gekoppeld worden aan de eigen woning. Uiteindelijk heeft deze koppeling niet plaatsgevonden. Inmiddels is de koppeling niet langer mogelijk wegens een wetswijziging. Consument is door de bank en/of verzekeraar niet geïnformeerd over deze wetswijziging. De Commissie concludeert dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming en veroordeelt de bank en verzekeraar tot een schadevergoeding

ABN AMRO moet opdracht cliënt weigeren bij onvoldoende bestedingsruimte

Consument doet zijn beklag dat de Bank een opdracht tot aankoop van aandelen heeft uitgevoerd terwijl er onvoldoende saldo op de rekening stond. Consument heeft koersverlies en rentenadeel geleden. De bank heeft Consument coulancehalve een bedrag vergoed maar consument vordert het gehele geleden koersverlies en rente. De Commissie is van oordeel dat de Bank ex art 86 BGfo de aankooporder niet had mogen uitvoeren. De Bank is gehouden de schade van Consument te vergoeden.

Adviseur wijst consument niet op verschuldigde boeterente bij vrijwillige verkoop van de woning en schendt zijn zorgplicht

Consument heeft zich bij de Geschillencommissie van Kifid beklaagd dat de Adviseur hem onjuist heeft geïnformeerd over bepaalde kenmerken van de hypothecaire geldlening, ondanks dat Consument daar uitdrukkelijk vragen over heeft gesteld. De Commissie is van oordeel dat de Adviseur jegens Consument is tekort geschoten. Wel eigen schuld aan de zijde van Consument. Consument krijgt de helft van zijn schade vergoed.

Vermogensbeheerder is verantwoordelijk voor juist en volledig risicoprofiel bij pensioendoelstelling.

De Geschillencommissie Hoger Beroep van het Kifid heeft een klacht van een van onze cliënten gegrond verklaard. De betreffende cliënt was gepensioneerd. In het verleden had de betreffende cliënt grote verliezen geleden op de beurs. Om te voorkomen dat zijn hele pensioenvermogen zou verdampen heeft hij aan de vermogensbeheerder te kennen gegeven dat hij defensief wilde beleggen. Uit het door de vermogensbeheerder opgestelde risicoprofiel bleek dat dat ook nodig was. Aan het einde van het intakeformulier heeft de cliënt evenwel aangegeven dat hij een meer risicovolle invulling van zijn risicoprofiel wenste.

Amstelstaete controleert de door een tussenpersoon verstrekte inkomensgegevens niet en schendt zorgplicht

Financieel recht. Overkreditering. Zorgplicht professionele verstrekker van
hypothecair krediet; HR 16 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1107 (SNS/Stichting).
Onjuiste inkomensopgave en fraude door kredietnemer? Reikwijdte dwingende
bewijskracht van door kredietnemer ondertekende inkomensverklaring; art. 157 lid
2 Rv. Strekking zorgplicht; stelplicht en bewijslast.

Volksbank gunt huis aan zichzelf tegen te lage prijs en moet een schadevergoeding betalen aan consumenten

De bank heeft de hypothecaire geldlening met een klant opgezegd. Mocht dat? Ja,
want het openbaar ministerie had beslag gelegd op het woonhuis van de klant en in
een zodanig geval mocht de bank op grond van de algemene voorwaarden de
lening opeisen. In het licht hiervan en gezien de andere omstandigheden van het
geval was het opeisen van de lening door de bank naar maatstaven van redelijkheid
en billijkheid niet onaanvaardbaar. Bij de executoriale verkoop van de woning van
de klant heeft de bank echter haar zorgplicht jegens de klant geschonden. Bij die
verkoop heeft de bank namelijk de woning zelf gekocht voor € 450.000,-
(getaxeerde executiewaarde was € 625.000,-), terwijl het doen van het
openingsbod voor dat bedrag een ander doel had dan het verkrijgen van die
woning. Drie maanden daarna heeft de bank de woning openbaar verkocht voor €
750.000,-, zonder dit verschil ten gunste van de klant te laten komen.

Rente voor doorlopend krediet wijkt af van marktrente, IDM Financieringen moet verschil vergoeden

Consumentenkrediet. Variabele rente. Wijziging rente op doorlopend krediet. Uitleg kredietovereenkomst. De voor de consument gunstigste uitleg prevaleert. Bij aangaan van de kredietovereenkomst geen specifieke informatie verstrekt over omstandigheden waaronder de rente kon worden gewijzigd. Gerechtvaardigde verwachting consument dat de rente in de pas zou blijven met de marktrente op doorlopende kredieten voor consumenten. Niet doorslaggevend of consument de beschikking heeft gehad over een prospectus of brochure waarin slechts in het algemeen wordt vermeld dat de rente mee verandert als de rentestand verandert. De kredietaanbieder moet het verschil tussen de gemiddelde rente op doorlopende kredieten voor consumenten en de individuele kredietvergoeding, zoals dat verschil bij het sluiten van de kredietovereenkomst is gegeven, handhaven, althans ervoor moeten zorgen dat dit verschil niet ten nadele van de consument wijzigt.

Rentederivaten: dossier is nog lang niet afgesloten

De afhandeling van het rentederivatendossier sleept zich voort. Weliswaar zijn vier van de zes banken die jaren lang complexe, dureen niet-passende financiële instrumentenaan mkb'ers verkochten, klaar met het versturen van compensatie aanbiedingen, maar voor Rabobank en ABN Amro ettert het hoofdpijndossier nog flink door. Dit blijkt uit een nieuw voortgangsrapport van toezichthouder Autoriteit Financiële Markten(AFM).

Quion mag rente niet wijzigen op basis van enkel 'veranderende marktomstandigheden'

Consument beklaagt zich over de betaalde boeterente vanwege een tussentijdse algehele aflossing van zijn hypothecaire geldlening. Consument is van mening dat Ember hypotheken 2 B.V. h.o.d.n. Quion Groep B.V. op onterechte gronden een rentewijziging heeft doorgevoerd. Geldverstrekker heeft op terechte gronden boetenrente in rekening gebracht. De geldverstrekker heeft haar tarieven verlaagd. De Commissie is van oordeel dat deze rentewijziging door de geldverstrekker onvoldoende is toegelicht. Hiermee heeft de geldverstrekker zijn recht om de rente te wijzigen gebruikt op een manier die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De geldverstrekker dient de boeterente opnieuw te berekenen en de teveel betaalde vergoeding aan Consument terug te betalen.

Brief met termijn van 30 dagen van Nationale Nederlanden voldoet niet aan eisen waarschuwingsplicht

Verzekeraar heeft verzekeringnemer drie herinneringsbrieven gestuurd in verband met het niet betalen van de vervolgpremie. In de laatste herinneringsbrief geeft Verzekeraar Verzekeringnemer een termijn van dertig dagen om alsnog het openstaande premiebedrag te voldoen. Nu de betaling van de vervolgpremie uitbleef, heeft Verzekeraar de levensverzekering premievrij gemaakt. Het geschil spitst zich toe op de vraag in hoeverre Verzekeraar hiertoe gerechtigd was.

Assurantiekantoor schendt zorgplicht door polis verzekeraar niet te controleren en moet tweederde van de schade vergoeden

Zorgplicht. Commissie is van oordeel dat van een redelijk handelend en redelijk bekwaamassurantietussenpersoon gevergd mag worden dat hij een door verzekeraar opgemaakte polis zorgvuldig controleert aan de hand van de ingediende aanvraag. Nu hij dit heeft nagelaten is Aangeslotene toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen jegens Consument en is hij in beginsel gehouden de dientengevolge door hem geleden schade te vergoeden. Commissie merkt hierbij op dat de eigen verantwoordelijkheid van de Consument niet uit het oog mag worden verloren. Ook hij dient na ontvangst van de polis deze op hoofdlijnen te controleren. Het feit dat verzekeraar al een schikking met Consument heeft getroffen doet aan de Aansprakelijkheid van Aangeslotene niets af. De Commissie neemt bij de vaststelling van de schade als uitgangspunt het voordeel dat Consument ontnomen is door de toerekenbare tekortkoming van Aangeslotene. Vordering is gedeeltelijk toegewezen.

Obvion noemt verkeerd bedrag in offerte maar hoeft geen schadevergoeding te betalen

Consument heeft een hypothecaire geldlening afgesloten bij de Bank waarbij de bestaande spaarhypotheek fiscaal geruisloos is doorgeschoven. Door een fout van de Bank is gerekend met een te lange resterende looptijd van de spaarhypotheek waardoor de maandelijkse inleg voor de doorgeschoven spaarhypotheek te laag is vastgesteld. Toen de fout werd geconstateerd is de maandelijkse inleg verhoogd. Consument meent dat het verschil tussen de initieel vastgestelde inleg en de gecorrigeerde inleg voor de resterende looptijd voor rekening en risico van de Bank moet komen. De Commissie stelt vast dat Consument voor het omzettingstraject gebruik heeft gemaakt van de dienstverlening van een externe adviseur. Consument had redelijkerwijs op de hoogte kunnen zijn van het feit dat het door de Bank gecommuniceerde bedrag van de inleg van de spaarhypotheek niet juist was. De fout van de Bank is niet dusdanig dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. De Commissie oordeelt ten overvloede dat Consument, om het doelkapitaal te behalen, deze inleg sowieso aan de Bank verschuldigd zou zijn en er geen sprake is van schade bij Consument.

Rabobank moet abstracte bankgarantie van bijna € 1,3 miljoen alsnog uitbetalen

Contractenrecht. Abstracte bankgarantie. Beginsel van strikte conformiteit. Uitzondering op grond van de derogerende werking redelijkheid en billijkheid bij bedrog of willekeur (HR 26 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO2778, NJ 2004/309), ook met betrekking tot de onderliggende rechtsverhouding. Wetenschap van de begunstigde. Uitleg bankgarantie; groot gewicht aan (strikt te lezen) bewoordingen. Voorwaarden voor weigering betaling. Tijdig en op grond van voldoende gespecificeerde redenen?

Gerechtshof verklaart Fortisschikking van € 1,3 miljoen algemeen verbindend voor aandeelhouders

erbindendverklaring WCAM-overeenkomst tussen Ageas en belangenorganisaties. De schikkingsovereenkomst voorziet in een compensatie voor de voormalig aandeelhouders van het Belgisch/Nederlandse Fortis. De schikking is gesloten in verband met gebeurtenissen in 2007 en 2008 bij het voormalige Fortis die van invloed kunnen zijn geweest op de koers van de aandelen. Het gaat met name om de communicatie (of het gebrek daaraan) en het beleid van Fortis ten aanzien van haar financiële positie, de overname van ABN AMRO en de opsplitsing van Fortis, zoals nader omschreven in de schikkingsovereenkomst. Vergoedingen kunnen worden verkregen voor gekochte en gehouden aandelen in drie specifieke periodes die in de overeenkomst zijn genoemd. Daarnaast biedt de overeenkomst een aanvullende vergoeding voor iedereen die in de periode van 28 februari 2007 tot en met 14 oktober 2008 aandeelhouder was van Fortis. De compensatieregeling voor de aandelen als geheel is redelijk geoordeeld. De vergoedingen voor de belangenbehartigers zijn niet onredelijk.

Accountant schendt zorgplicht bij crowdfunding via Collin Crowdfund [eigen zaak]

De door een medewerker van betrokkene verrichte werkzaamheden, waarvoor kennis en vaardigheden van de accountant vereist zijn, vinden hun oorsprong in de aan betrokkene verstrekte opdracht zodat betrokkene voor deze werkzaamheden tuchtrechtelijk aansprakelijk is. Dit geldt te meer nu betrokkene en de desbetreffende medewerker gezamenlijk samenstelwerkzaamheden verrichtten en stukken met vermelding van het logo van het accountantskantoor werden verzonden.Betrokkene heeft, deels via zijn medewerker, op meer punten het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden, door:- niet te toetsen of de aan de omzet- en liquiditeitsprognoses ten grondslag liggende veronderstellingen en schattingen juist en reëel waren en of de aan de financiering verbonden rente en aflossingen waren meegenomen;- niet de risico's te benoemen die zijn verbonden aangaan van een overeenkomst, hoewel dit uit de op hem rustende zorgplicht voortvloeit en cliënt zich in privé borg diende te stellen voor de terugbetaling van de lening;- geen specificatie van de facturen te verstrekken en in deze weigering te volharden, ondanks een daartoe strekkend verzoek van de cliënt;- als tekenend accountant niet zelf de jaarrekening over 2015 met zijn cliënt te bespreken, hoewel hiertoe aanleiding was, nu de jaarrekening een negatief vermogen liet zien en daarnaast sprake was van een krappe liquiditeit met een langlopende financiering vanuit privé en een relatief zwaar negatief resultaat.- geen persoonlijk contact te hebben met (een vertegenwoordiger) van zijn cliënten voor de aanvang van de uitvoering van de opdracht. Maatregel: Berisping

Vermogensbeheerder waarschuwt consument onvoldoende voor eventuele risico's en schendt zorgplicht

Financieel recht. Verbintenissenrecht. Vermogensbeheerder aansprakelijk wegens te risicovol beleggen? Vermogensbeheerovereenkomst tussen partijen. Later gaat beheerder beleggen in hedge- en feeder-funds. In 2012 gaan partijen uiteen. Cliënt spreekt vermogensbeheerder aan voor schade door beleggen buiten het afgesproken mandaat. Rechtbank en hof wijzen vordering af bij gebreke van oorzakelijk verband: belegger heeft geen aanknopingspunt verschaft voor de bepaling van zijn financiële positie ingeval wél binnen het mandaat zou zijn belegd. In cassatie motiveringsklachten van cliënt tegen dit oordeel. Voorwaardelijk incidenteel cassatiemiddel over passeren essentiële stellingen van bank.

Rechtsbijstandverzekering hoeft niet te betalen voor een procedure waarin rookverbod in de tuin van de buurman wordt geëist

Consument heeft een beroep op haar rechtsbijstandverzekering gedaan inzake een geschil met haar buren. Rechtsbijstanduitvoerder heeft de geschillenregeling in werking gesteld na verschil van inzicht over de haalbaarheid van deze vordering. De advocaat die in de geschillenregeling adviseerde heeft aanvullend deskundigenonderzoek voorgesteld. Consument weigerde conform de verzekeringsvoorwaarden de kosten daarvan voor te schieten aangezien zij dit onderzoek niet noodzakelijk acht. De Commissie oordeelt dat Rechtsbijstanduitvoerder op correcte wijze uitvoering heeft gegeven aan de geschillenregeling. De vordering wordt afgewezen.

Rabobank schendt zorgplicht door consument niet te wijzen op nadelen van verlengen looptijd hypotheek

Consument stelt dat de Bank tekortgeschoten is in de informatieverstrekking over de fiscale aftrekbaarheid van de hypotheekrente en aldus haar zorgplicht heeft geschonden. De Commissie komt tot het oordeel dat de Bank onvoldoende heeft onderkend dat Consument niet voor de volledige looptijd van de geldlening in aanmerking komt voor de fiscale aftrek van de hypotheekrente. Vanwege deze tekortkoming acht de Commissie een schadevergoeding op zijn plaats. De Commissie stelt de schadevergoeding ex aequo et bono vast op € 2.500,--.

Vordering bank na 5 jaar al verjaart omdat zekerheidsrecht al eerder is uitgewonnen

Verjaringstermijn voor de vordering van de bank die resteert nadat het hypothecaire zekerheidsrecht is uitgewonnen bedraagt vijf jaar. Het is in de onderhavige situatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat de bank cliënten houdt aan de voorwaarde dat haar cliënten tijdig hun nieuwe adres aan de bank doorgeven, bij gebreke waarvan de bank het aan haar opgegeven adres als juist mag beschouwen.

ABN AMRO verwerkt opdracht tot aflossing ten onrechte niet en moet teveel betaalde hypotheekrente terugbetalen aan consument

Consument heeft bij de Bank een hypothecaire geldlening afgesloten. Volgens de van toepassing zijnde voorwaarden heeft Consument het recht om per kalenderjaar 10% van de oorspronkelijke hoofdsom af te lossen. Op donderdag 29 december 2016 heeft Consument de opdracht gegeven om 10% af te lossen op de hypothecaire geldlening. De Bank stelt zich op het standpunt dat deze maximale boetevrije aflossing niet meer in 2016 behoefde te worden verwerkt omdat de Bank de opdracht daartoe niet tijdig heeft ontvangen. De Bank verwijst ter onderbouwing van haar standpunt naar de informatie die zij over dit onderwerp op haar website heeft gepubliceerd. Hieruit zou moeten blijken dat de opdracht tot een extra aflossing voor een bepaalde datum moet zijn ontvangen om verwerking daarvan voor het einde van het kalenderjaar mogelijk te maken. Consument is het daar niet mee eens omdat in de voorwaarden enkel is vermeld dat hij per kalenderjaar 10% boetevrij mag aflossen. Anders dan de Bank is de Commissie van oordeel dat de klacht van Consument gegrond is. De Commissie heeft geconstateerd dat noch in de overeenkomst, noch in de relevante bepalingen van algemene voorwaarden wordt verwezen naar de website van de Bank. Niet is gebleken dat Consument voor aanvullende informatie over het extra aflossen op zijn hypotheek de website van de Bank diende te bezoeken. Consument was daarom in het licht van de gegeven omstandigheden gerechtigd om op 29 december 2016 extra af te lossen op zijn hypothecaire geldlening en mocht ervan uitgaan dat de aflossing in het kalenderjaar 2016 zou worden verwerkt.

Prospectus Voorschotbank is te onduidelijk, bank moet teveel betaalde rente vergoeden aan klant

Consument heeft bij Kredietverstrekker een doorlopend krediet afgesloten. In de op de kredietovereenkomst van toepassing zijnde voorwaarden is bepaald dat Kredietverstrekker de bevoegdheid heeft de rente te wijzigen. Kredietverstrekker dient met inachtneming van het driemaands Euribortarief tot herrekening van het rentetarief over te gaan. Voor zover deze herrekening een voordeel oplevert voor Consument, dient het bedrag van dat voordeel, vermeerderd met wettelijke rente, aan Consument te worden voldaan.

Verzekeraar dient verzekering alsnog uit te keren, ook al had consument recht op een Ziektewetuitkering

Consument heeft een zogenoemde Woonrust Hypotheekbeschermingsverzekering bij Verzekeraar die dekking biedt tegen schade door arbeidsongeschiktheid en onvrijwillige werkloosheid. Nadat Consument werkloos is geworden heeft het UWV hem een werkloosheidsuitkering toegekend. Tijdens zijn werkloosheid is Consument ziek geworden en heeft het UWV de uitkering van Consument omgezet in een Ziektewetuitkering. Consument heeft hierna een beroep gedaan op de verzekering in verband met zijn werkloosheid. Verzekeraar heeft Consument hiervoor dekking ontzegd. Partijen verschillen van mening over de wijze waarop de algemene voorwaarden moeten worden uitgelegd. Verzekeraar stelt zich op het standpunt dat Consument niet werkloos was volgens de Werkloosheidswet en daarom geen aanspraak kan maken op een uitkering uit hoofde van de verzekering. Consument stelt daartegenover dat hij werkloos was maar tegelijkertijd ook ziek was en op die grond een Ziektewetuitkering van het UWV ontving. De Commissie is van oordeel dat niet kan worden uitgesloten dat Consument de draagwijdte van de bepalingen in kwestie niet heeft begrepen, ook al zijn deze uit grammaticaal oogpunt correct opgesteld. De bepalingen laten namelijk ruimte voor de opvatting van Consument dat genoemde bepalingen ook kunnen zien op een uitkering op grond van de Ziektewet in verband met zijn werkloosheid. Dit brengt mee dat op grond van de contra-proferentemregel ex artikel 6:238 lid 2 BW in het midden kan blijven of dit de enige mogelijke lezing is of dat ook andere lezingen van de bepaling mogelijk zijn, nu op grond van genoemde wetsbepaling de voor Consument meest gunstige redelijke lezing prevaleert. Vergelijk GC Kifid 2015-225. Vordering wordt toegewezen.

Kifid oordeelt dat hypotheekrente in beginsel vooruitbetaald mag worden

De Commissie is van oordeel dat vooruitbetaalde hypotheekrente aangemerkt dient te worden als een bestaande vordering, waarop het rechtsvermoeden van artikel 39 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is. Nu de Bank in haar voorwaarden niet heeft opgenomen dat zij vooruitbetaling van rente niet toestaat, komt de Commissie tot de conclusie dat de Bank op grond van dit rechtsvermoeden gehouden is vooruitbetaling van hypotheekrente in beginsel te accepteren. Dat het te betalen rentebedrag in de toekomst kan wijzigen, leidt niet tot een ander oordeel. Indien de hoogte van de hypotheekrente wijzigt, zal dit enkel tot gevolg hebben dat er achteraf een correctie in het door Consument vooruitbetaalde bedrag dient plaats te vinden. De Commissie acht het niet onredelijk of onbillijk dat de Bank in voorkomende gevallen kosten in rekening brengt, mits deze redelijk, inzichtelijk en direct herleidbaar zijn tot daadwerkelijk door de Bank verrichte of te verrichten handelingen.

Persbericht AFM 26 april 2018 over informatieverstrekking crowdfunding

Crowdfundingplatformen stellen vaak niet voldoende informatie beschikbaar aan investeerders over de projecten die zij op hun website hebben staan. Voor investeerders is het hierdoor niet mogelijk om passende investeringsbeslissingen te nemen. Dit concludeert de AFM na een onderzoek naar de projectinformatie op de websites van 18 crowdfundingplatformen met een ontheffing voor het bemiddelen in opvorderbare gelden.

SNS Bank schendt zorgplicht door consument niet te informeren over vereiste medewerking van haar ex-partner

Consument heeft advies ingewonnen bij de Bank voor het oversluiten van haar hypothecaire geldlening. Die lening liep bij haar ex-partner, met wie zij in vechtscheiding lag. De Bank wist van deze situatie, maar heeft Consument niet medegedeeld dat zij de medewerking van haar expartner nodig zou hebben in het oversluitingstraject. Door Consument hierop niet te wijzen heeft zij haar zorgplicht geschonden en dient zij de kosten te vergoeden die Consument vanwege deze
fout gemaakt heeft. Tevens oordeelt de Commissie dat een deel van de advieskosten dienen te worden gerestitueerd.

AFM: hypotheekverstrekkers berekenen nog steeds te hoge boeterente

Uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) bij vijftien hypotheekaanbieders blijkt dat nog niet alle aanbieders in alle gevallen een correct bedrag voor het vervroegd aflossen van de hypotheek in rekening hebben gebracht. Meerdere huizenbezitters betaalden een te hoge vergoeding (boeterente) voor vervroegde aflossing. De AFM heeft de aanbieders laten weten dat ze snel aan de wettelijke norm moeten voldoen en hun benadeelde klanten moeten compenseren. De AFM overweegt om aan enkele aanbieders handhavende maatregelen op te leggen.

Obvion moet ex-echtgenote ontslaan uit hoofdelijke aansprakelijkheid nu belang consument zwaarder weegt

Consument vordert dat de Bank veroordeeld wordt om zijn ex-echtgenote uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan. De Commissie stelt voorop dat een ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid een wijziging van de overeenkomst betreft waarvoor in beginsel de instemming van alle contractspartijen benodigd is. De Bank mag weigeren om ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid te verlenen. Dit kan anders zijn als deze weigering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 6:248 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). In het onderhavige geval is de Commissie van oordeel dat de Bank bij de afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot de beslissing had kunnen komen om het ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid te weigeren. Het belang van Consument bij ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid is zeer zwaarwegend, terwijl de Bank niet ernstig in haar belangen wordt geschaad bij het verlenen van een dergelijk ontslag. In deze omstandigheden is de weigering van de Bank om ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid te verlenen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De Commissie ziet derhalve gronden om de vordering van Consument toe te wijzen

Adviseur schendt zorgplicht en moet te hoge premie verzekering aan consument terugbetalen

Met Consument is de Commissie van oordeel dat uit de hiervoor omschreven zorgplicht voortvloeit dat een assurantietussenpersoon de verplichting heeft om periodiek aandacht te besteden aan de verzekeringen die hij in zijn portefeuille heeft. Consument is echter op geen enkel moment geattendeerd op het feit dat de verzekeringsmarkt al langere tijd een ontwikkeling heeft laten zien waarbij verzekeraars diverse malen tot een steeds verdere verlaging van de tarieven van de overlijdensrisicoverzekeringen zijn overgegaan. De Commissie oordeelt dat voldoende aannemelijk is dat Consument op enig moment, maar ruimschoots vóór 1 mei 2017 bereid zou zijn geweest, indien hij door de Adviseur op de hoogte was gesteld van de ontwikkelingen op de verzekeringsmarkt en in het bijzonder de daling van de premies voor overlijdensrisicoverzekeringen, om zijn verzekering tegen een lagere premie voort te zetten.

IDM moet teveel betaalde rente van doorlopend krediet terugbetalen aan consument

In de tussen partijen afgesloten overeenkomst van doorlopend krediet is opgenomen dat de Bank gerechtigd is het kredietvergoedingspercentage aan te passen aan de ontwikkelingen op de gelden kapitaalmarkt, met inachtneming van de krachtens de wet gestelde maxima. De Commissie oordeelt dat het kredietvergoedingspercentage, het rentetarief, onlosmakelijk is verbonden aan een externe factor. Op grond hiervan hadden Consumenten erop mogen vertrouwen dat het in rekening gebrachte rentetarief de rentestand (ofwel de marktrente) zou volgen. In tegenstelling tot hetgeen de Bank heeft gesteld, is de Commissie van oordeel dat deze (externe) factor, de rentevoet, gesteld kan worden op het driemaands Euribortarief. De Commissie handhaaft haar eerder gegeven oordeel dat het driemaands Euribortarief goed aansluit bij het variabele karakter van het fundingbestanddeel van het kredietvergoedingspercentage (zie GC Kifid 2018-048). Om vast te stellen in hoeverre de door de Bank gehanteerde rentetarieven het driemaands Euribortarief volgen, dient het driemaands Euribortarief ten tijde van het afsluiten van de overeenkomst van het doorlopend krediet van de door de Bank toentertijd in rekening gebrachte rente te worden afgetrokken. Hieruit volgt een opslagpercentage. De Bank dient dit opslagpercentage met terugwerkende kracht gedurende de periode van 28 juni 2011 tot 10 november 2015 ten aanzien van het doorlopend krediet te hanteren, tenzij objectief vast te stellen feiten en omstandigheden zulks niet zouden rechtvaardigen. Van dergelijke omstandigheden is niet gebleken. De Commissie oordeelt daarom dat de Bank Consumenten een bedrag dient te vergoeden gelijk aan (eventueel) te veel betaalde rente.

Verzekeraar schendt zorgplicht door verzekeringnemer niet te wijzen op risico's van opzeggen verzekering

Consument heeft Tussenpersoon verzocht haar autoverzekering op te zeggen per 28 januari 2017. Op 27 februari 2017 heeft de RDW geconstateerd dat de auto van Consument niet verzekerd is. Consument vordert dat Tussenpersoon wordt veroordeeld tot vergoeding van de boete van 409 euro. De Commissie is van oordeel dat Tussenpersoon toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn zorgplicht richting Consument. De Tussenpersoon wordt veroordeeld tot het vergoeden van een bedrag van 204,50 euro nu de Commissie het eigen schuld percentage bij Consument stelt op 50%.

ABN Amro diende consument te waarschuwen voor overkreditering bij afsluiting hypotheek en ouderlijke lening

Consument heeft in 2006 een hypothecaire geldlening gesloten bij een rechtsvoorganger van de Bank. De Commissie oordeelt dat deze lening verstrekt is in strijd met de normen voor verantwoorde kredietverstrekking. Zij veroordeelt de Bank tot schadevergoeding vanwege de schending van die normen. De Commissie is evenwel van oordeel dat een deel van deze schade voor eigen rekening van Consument dient te komen.

ING beëindigd bankrelatie op verdenking betrokkenheid witwaspraktijken

Hoger beroep in kort geding; 6:248 BW, 3:10 Wft; 3 Wwft; 5 Wwft; Samenhang met ECLI:NL:GHAMS:2017:2971. Kan de bank in verband met verdenking van betrokkenheid bij witwassen en valsheid in geschrifte de bankrelaties beëindigen? Artikel 6:248 lid 2 BW; afweging van belangen tussen reputatie- en integriteitsrisico van de bank en de (on)mogelijkheid elders een bankrekening te openen en de dreigende gevolgen daarvan voor de voortzetting van de onderneming. Heeft de saunaclub voldoende maatregelen getroffen om het risico van witwassen en fraude te verminderen?

Van Lanschot cedeert vordering van bijna € 4,5 miljoen aan Promontoria, pandrecht gaat mee over

Kort geding. Cessie- en contractsoverneming mbt "non-performing loans". Bodemrechter verklaart voor recht dat contractsoverneming nietig is. Eiser vordert voorschot op schadevergoeding omdat cessionaris ten onrechte verpande vorderingen zou hebben geïnd. Eiser kan als cessionaris zich ten onrechte zou hebben voorgedaan als pandhouder en ten onrechte verpande vorderingen zou hebben geïnd ex art. 6:36 BW cessionaris aanspreken. Voorzieningenrechter is door het oordeel van de bodemrechter dat de contractsoverneming nietig is gebonden op grond van de zgn. afstemmingsregel. Cessie van de vordering van de bank op de kredietnemer is geldig. Aard van de vordering maakt de vordering niet onoverdraagbaar. Het bankpandrecht is met de vordering mee overgegaan. Vorderingen van eiser worden afgewezen.

Vermogensbeheerder moet ruim € 95.000 ,- schadevergoeding betalen door te risicovolle beleggingen

Vermogensbeheer. Opties. Informatieplicht. Een vermogensbeheerder dient optietransacties in beginsel te beperken tot transacties die in verband met de in de portefeuille aanwezige aandelen als 'gedekt' kunnen worden beschouwd. Bij een zo frequent gebruik van opties in de portefeuille van een opdrachtgever met een neutraal risicoprofiel dient een vermogensbeheerder beter inzicht te geven in de daarmee gepaard gaande risico's. Dit te meer omdat de combinatie van long en short posities de schijn kan oproepen dat de geaggregeerde derivatenpositie netto van beperkte omvang is, terwijl er wel degelijk een forse blootstelling aan risico's is gecreëerd. Ter bepaling van de schade vergelijkt de Commissie de door Antaurus gehanteerde benchmark met de VBR-index. Een deel van het aldus verkregen bedrag blijft voor rekening van Consumenten.

ING moet kredietrelatie continueren voor bepaalde tijd met partij die verdacht wordt van strafbare feiten

Hoger beroep in kort geding; 6:248 BW, 3:10 Wft. 5 Wwft; Kan de bank in verband met verdenking van betrokkenheid bij witwassen de bankrelaties beëindigen? Maatstaf 6:248 lid 2; afweging van belangen tussen reputatie- en integriteitsrisico van de bank en de (on)mogelijkheid elders een bankrekening te openen en de dreigende gevolgen daarvan voor de voortzetting van de onderneming.

Binckbank moet € 500.000 schadevergoeding betalen door schending van haar zorgplicht

Zorgplicht geschonden door de bank jegens Belanghebbenden door geen onderzoek te doen naar de tussenpersoon die de gelden van Belanghebbenden belegde en die niet over de vereiste vergunning beschikte. De bedrijfsomschrijving van de tussenpersoon ('vermogensbeheer voor derden en vermogensadvies') gaf concrete aanleiding tot een dergelijk onderzoek. Dat onderzoek mocht van de bank gevergd worden, ook al had de tussenpersoon bij de aanvraag tot het openen van een beleggingsrekening aangegeven voor eigen rekening te gaan beleggen, aangezien voormelde bedrijfsomschrijving, met daarin tegenstrijdige informatie, bekend was bij de bank. Het causaal verband is gegeven.

Dexia schendt precontractuele zorgplicht en dient de door consument geleden schade te vergoeden

De kantonrechter stelt vast dat Spaar Select niet alleen optrad als cliëntenremisier, die slechts klanten aanbracht bij Dexia, maar aan de gedaagde partij ook beleggingsadvies gaf en contracten opstelde voor concrete beleggingsproducten. Spaar Select stond op de door gedaagde met Dexia gesloten leaseovereenkomsten vermeld als adviseur, zodat Dexia moet hebben geweten dat Spaar Select ook beleggingsadvies gaf.

Geen toestemming van de echtgenoot vereist bij het verstrekken van een bankgarantie

Aan X is door schuldenaar Y gevraagd om zich borg te stellen voor diens schuld aan Z. X geeft in dat kader aan zijn bank opdracht om een bankgarantie te stellen ten gunste van Z, welke door deze laatste wordt ingeroepen. Artikel 1:88 lid 1 sub c BW is niet van toepassing op de overeenkomst tussen X en zijn bank die strekt tot het stellen van bedoelde bankgarantie (en de daaruit voortvloeiende zogenoemde contragarantie). Geen schending informatieplicht bank.

Nationale Nederlanden mag polis na bijna 12 jaar na aflossing hypotheek nog omzetten

Consument had kunnen en moeten weten dat de verzekering, na aflossing van de gekoppelde hypothecaire geldlening, niet ongewijzigd kon worden voortgezet. De termijn die door Verzekeraar is gehanteerd voor omzetting, vindt geen steun in de stukken. Dit neemt niet weg dat de systematiek van het product – te weten de koppeling tussen de hypotheekrente en de rente voor het spaardeel van de verzekering – logischerwijs meebrengt dat op het moment dat deze koppeling komt te vervallen, de verzekering dient te worden aanpast. Dat dit niet direct na de algehele aflossing is gebeurd neemt niet weg dat Verzekeraar op grond van het in het polisblad bepaalde gerechtigd was om de verzekering alsnog per 1 mei 2015 om te zetten. Van een toerekenbare tekortkoming van Verzekeraar jegens Consument is daarbij geen sprake. Voor Consument heeft de handelwijze van Verzekeraar meegebracht dat hij ruim elf jaar rentevoordeel heeft genoten.

ABN AMRO schendt zorgplicht door consument niet te informeren over aanpassing van begunstiging op verzekering

Consument klaagt dat de Adviseur is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen jegens hem door te verzuimen een aanpassing van de begunstiging op de verzekering te adviseren. De Commissie oordeelt dat de klacht van Consument gegrond is. Indien de Adviseur dit advies zou hebben uitgebracht, acht de commissie het aannemelijk dat Consument daar naar gehandeld zou hebben. De Adviseur dient een vergoeding te betalen voor zover Consument schade lijdt indien hij alsnog hetzelfde effect (aanwending van het kapitaal voor aflossing van de hypothecaire lening) wil bereiken. De Commissie ziet reden voor een eigen schuld-correctie van 50%, nu Consument op basis van het polisblad eenvoudig zelf had kunnen vaststellen dat de tweede begunstigde op de verzekering niet hijzelf was, maar zijn minderjarige zoon.

Rabobank handelt in strijd met de Algemene Bankvoorwaarden door renteopslag eenzijdig te verhogen

Het gaat hier om een contractuele bevoegdheid van de Rabobank om de naast de door de kredietnemer te betalen rente, door de kredietnemer te betalen opslag te verhogen. Gebruikmaking van die bevoegdheid door het te betalen opslagpercentage te verhogen heeft financiële gevolgen voor de kredietnemer. Op grond van artikel 2 van de Algemene Bankvoorwaarden dient de Rabobank bij de uitoefening van haar bevoegdheid de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen en naar beste vermogen rekening te houden met de belangen van de cliënt. Dit beginsel vergt in een geval als hier aan de orde, waar artikel 25 sub a van de Algemene voorwaarden bedrijfsfinancieringen van de Rabobank 2010 aan de Rabobank naar de letterlijke tekst een zeer ruime bevoegdheid geeft, dat de Rabobank voorafgaand aan het doorvoeren van een wijziging het volgende doet. Om op zorgvuldige wijze rekening te kunnen houden met de belangen van de cliënt is noodzakelijk dat de Rabobank ten minste informatie inwint over de financiële toestand van de cliënt en/of zijn onderneming, in het geval van eiser inclusief recente taxatierapporten van zijn panden, en voorts over eventuele bijzonderheden met betrekking tot diens persoonlijke omstandigheden. Op de cliënt rust, zo is ook contractueel overeengekomen, de verplichting relevante informatie te verstrekken. Daarnaast dient de Rabobank gegevens die uit regelgeving voor de banken of uit bancair beleid voortvloeien te verzamelen, nu bij de beoordeling van het opslagpercentage niet alleen de belangen van de cliënt, maar ook de belangen van de Rabobank een rol mogen spelen.

Verzekeraar aansprakelijk voor brandschade auto

Diefstal auto waarbij verzekerde onvoldoende zorg heeft betracht.Auto is niet afgesloten en sleutels liggen in het voertuig.
Verzekering biedt op grond van polisvoorwaarden terecht geen dekking. Auto wordt een week na de diefstal in brand gestoken. Verzekering weigertwederom uit te keren omdat na de diefstal de dekking zou zijn komen te vervallen.
De kantonrechter is van oordeel dat er sprake is van een nieuwe op zichzelf staande gebeurtenis. In de polisvoorwaarden is ten aanzien van de brandschadedekking geen vorm van voorafgaande nalatigheid van deverzekerde opgenomen waaronder er geen dekking plaatsvindt althans heeft de verzekeringsmaatschappij het bestaan van een dergelijke uitsluitingsclausule niet aangetoond.
Vordering wordt toegewezen.

Achmea voor 50% aansprakelijk door niet instellen van toedrachtonderzoek na ongeval

De Commissie komt in het onderhavige geval tot het oordeel dat Verzekeraar onvoldoende het belang van Consument in acht heeft genomen bij de vaststelling van diens (wettelijke) aansprakelijkheid voor een aanrijding en daarmee onzorgvuldig jegens Consument heeft gehandeld. Verzekeraar heeft geen expert of (toedrachts)onderzoeker ingeschakeld om de schade en/of de aanrijding te onderzoeken, ondanks dat daar in het onderhavige geval voldoende aanleiding toe bestond. De Commissie stelt het nadeel van Consument billijkheidshalve vast op 50% van de aan zijn auto geleden schade. Vordering deels toegewezen.

Rabobank handelt naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar door verhuur woning niet toe te staan

De woning van Consument staat onder water. Hij klaagt dat hem bij verstrekking een te hoge hypotheek is verleend en dat nu door de Bank ten onrechte verhuur op basis van de Leegstandswet geweigerd wordt. De Commissie wijst de vordering af, voor zover deze berust op overkreditering. Ze acht de klacht gegrond voor wat de weigering van verhuur op basis van de Leegstandswet betreft. De Commissie oordeelt dat de Bank verhuur op basis van de Leegstandswet dient toe te staan voor het restant van de periode waarvoor de vergunning door de gemeente werd verleend.

Interbank mag rentetarief wijzigen binnen maatstaven van redelijkheid en billijkheid

De Commissie heeft geoordeeld dat Kredietverstrekker (op basis van de overeenkomst tussen partijen) de bevoegdheid heeft om het variabele rentetarief voor een doorlopend krediet te allen tijde te wijzigen en dat de Kredietverstrekker deze wijzigingsbevoegdheid niet mag gebruiken op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, rekening houdend met alle omstandigheden van het geval. De Commissie oordeelt dat niet is gebleken dat
Kredietverstrekker haar vrijheid om de rente (wel of niet) aan te passen heeft gebruikt op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Ook de klacht van Consument aangaande 'risk based pricing' is ongegrond. De Commissie wijst de vorderingen van Consument af.

Gerechtshof Amsterdam heeft ING veroordeeld om rente-opslag terug te betalen

Artikel van het Financieele Dagblad d.d. 2 februari 2018: "De rechter heeft ING verboden om de renteopslag op een lening aan een zakelijke klant te verhogen. De overeenkomst met de klant voorziet niet in zo'n verhoging, stelt het Amsterdamse Gerechtshof in een eerder deze week gepubliceerd vonnis. Het vonnis kan serieuze consequenties hebben, omdat honderden klanten in een vergelijkbare situatie verkeren."

Delta Lloyd heeft klanten vermoedelijk jarenlang teveel boeterente laten betalen

Delta Lloyd zou bij klanten die voor 14 juli 2016 hun hypotheek hebben overgesloten of vervroegd hebben afgelost een te hoge boete in rekening hebben gebracht volgens Vereniging Eigen Huis en de Consumentenbond. Volgens een artikel in het Financieel Dagblad van 6 februari 2018 beginnen Vereniging Eigen Huis en de Consumentenbond daarom een rechtszaak tegen Delta Lloyd. Vereniging Eigen huis en de Consumentenbond eisen dat Delta Lloyd een nieuwe berekening maakt. Op 14 juli 2016 trad de leidraad van AFM in werking en een woordvoerder van Vereniging Eigen Huis is van mening dat deze leidraad ook zou moeten gelden voor klanten die hun hypotheek voor deze datum hebben overgesloten of vervroegd afgelost.

Rabobank schendt zorgplicht door niet vooraf te controleren of de Nationale Hypotheek Garantie van toepassing was

Consument heeft getracht haar geldlening over te sluiten naar de Bank. De Bank is er daarbij van uitgegaan dat sprake was van een over te sluiten financiering die onder NHG-voorwaarden was verstrekt. De Commissie oordeelt dat de Bank in een eerder stadium had moeten controleren of NHG-voorwaarden van toepassing waren. De schade die Consument geleden heeft komt voor vergoeding in aanmerking.

Delta Lloyd schendt zorgplicht niet door geen specificatie te geven van de premiekosten

De stellingname van Consument impliceert dat er een verplichting op Verzekeraar rust om Consument te informeren over de hoogte van de kosten en overlijdensrisicopremies omdat deze van invloed zijn op de uiteindelijke opbrengst van de door hem afgesloten levensverzekering. De verzekering is echter een traditionele levensverzekering, met een gegarandeerd kapitaal dat wordt uitgekeerd bij leven op de einddatum, dan wel bij eerder overlijden. Een dergelijke verzekering wordt gekenmerkt door de omstandigheid dat de prijs en de prestatie op voorhand zijn bepaald. Consument wist bij het afsluiten van de verzekering welk bedrag hij op de einddatum, of bij eerder overlijden, zou ontvangen en welke premie - waarvoor een deel bestemd was voor de dekking van het overlijdensrisico en een deel voor de bestrijding van de door Verzekeraar gemaakte kosten - hij hiervoor verschuldigd was. Consument heeft kunnen afwegen welke premie hij voor welk garantiebedrag bereid was te betalen en met deze verhouding tussen premie en prestatie ingestemd. De met de verzekering gemoeide kosten en overlijdensrisicopremies zijn in het garantiekapitaal verdisconteerd. Om deze reden behoefde Verzekeraar bij het afsluiten van de verzekering niet te specificeren welk deel van de premie zou worden besteed aan kosten of aan overlijdensrisicopremies. Verzekeraar behoefde dit evenmin op een later moment te doen.

Geen voortijdige afkoop pensioen mogelijk nu de polis vóór de Pensioenwet al premievrij was

Pensioenverzekering. Consument heeft in al zijn uitingen steeds nadrukkelijk gewezen op artikel 28 lid 2 van de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet. In dat licht bezien zou voortijdige afkoop van zijn pensioenverzekering tot de mogelijkheden behoren. Dit neemt echter niet weg dat bij de beoordeling van het geschil de gehele context van deze wet in acht zal dienen te worden genomen. De Commissie is derhalve genoodzaakt om Consument te wijzen op artikel 18 lid 5, die in het kort erop neer komt dat op een C-polis die premievrij is geworden vóór de invoering van de Pensioenwet, hetgeen in de onderhavige situatie het geval is, de bepalingen van de Pensioen- en spaarfondsenwet nog steeds van toepassing zijn. Dit brengt mee dat afkoop van de pensioenverzekering van Consument enkel en alleen kan plaatsvinden op de pensioendatum of eventueel bij een waardeoverdracht naar de pensioenregeling van een nieuwe werkgever. Vordering is afgewezen.

Beleggingsadviseur schendt zorgplicht en moet schade particulier vergoeden

Hoger beroep; Zorgplicht beleggingsdienstverlener. Geïntimeerde, een particulier zonder enige beleggingservaring, is overeenkomst aangegaan met appellante, strekkende tot het beleggen in futures. Appellante heeft naar het oordeel van het hof haar zorgplicht geschonden door na te laten hem te adviseren van de belegging af te zien, gelet op het ontbreken van beleggingservaring en het hoge beleggingsrisico.

Geïntimeerde had toen hem na enige maanden van zee forse koersschommelingen duidelijk was dat hij belegde in een zeer risicovol product, zijn portefeuille moeten beëindigen.

Door dat niet te doen heeft geïntimeerde de op hem rustende schadebeperkingsplicht geschonden. Eigen schuld van 50% (over het op dat moment nog resterende belegde vermogen).

ING en ABN AMRO schenden zorgplicht niet door langlopende obligaties te adviseren

Beleggingsadviesrelatie. Bij een belegd vermogen van € 8,2 miljoen kan niet zonder meer worden gezegd dat een redelijk bekwaam en redelijk handelend beleggingsadviseur, indien hij een portefeuille met een pensioendoelstelling inricht, tot uitgangspunt moet nemen dat het in obligaties belegde bedrag van € 3,2 miljoen (deels) op ieder gewenst moment onverwijld vrij moet kunnen komen om ten behoeve van het pensioen of het levensonderhoud te worden aangewend. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt ook niet in te zien dat een redelijk bekwaam en redelijk handelend beleggingsadviseur niet zou mogen aannemen dat de inkomsten (couponrente) uit de obligaties, aangevuld door (inkomsten uit of onttrekkingen van ) het in aandelen belegde of als liquiditeiten aangehouden deel van het kapitaal, voldoende zijn voor het pensioen en het levensonderhoud en dat de obligaties in de portefeuille, ook indien koersschommelingen zich voordoen, kunnen worden aangehouden dan wel desgewenst een geschikt moment voor verkoop tegen een aanvaardbare koers (dan wel aflossing door de uitgevende instelling) kan worden afgewacht. Hierbij is van belang hoeveel inkomen de klant elk jaar wenst en in hoeverre de portefeuilles, zoals zij thans zijn ingericht, dit inkomen opleveren.

Kifid oordeelt dat hypotheekrente vooruitbetaald mag worden

De Commissie is van oordeel dat vooruitbetaalde hypotheekrente aangemerkt dient te worden als een bestaande vordering, waarop het rechtsvermoeden van artikel 39 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is. Nu de Bank in haar voorwaarden niet heeft opgenomen dat zij vooruitbetaling van rente niet toestaat, komt de Commissie tot de conclusie dat de Bank op grond van dit rechtsvermoeden gehouden is vooruitbetaling van hypotheekrente in beginsel te accepteren.

Financieel Recht Advocaten staat gedupeerde beleggers InMotion B.V. en Goedlicht Holding B.V. bij

Financieel Recht Advocaten staat een aantal gedupeerde beleggers bij die samen tonnen hebben verloren aan investeringen in obligaties van InMotion B.V. en Goedlicht Holding B.V. De accountant van deze vennootschappen wordt door de gedupeerde beleggers onder meer verantwoordelijk gehouden voor hun schade. De stelling is onder meer dat deze accountant zijn zorgplicht jegens derden, de beleggers c.q. investeerders, heeft geschonden.

Streep door eenzijdig opslagwijzigingsbeding van ING

Opslagwijzigingsbeding bij Euribor gerelateerde hypothecaire geldlening. Consument klaagt erover dat de Bank eenzijdig de aan hem in rekening gebrachte opslag op het Euribortarief heeft verhoogd. De Commissie oordeelt dat in het onderhavige opslagwijzigingsbeding en ook in de overige inhoud van de leningdocumentatie op geen enkele wijze duidelijk is gemaakt onder welke omstandigheden, volgens welke mechanismen en in welke mate de opslag kan worden gewijzigd. Consument is naar het oordeel van de Commissie derhalve niet op voorhand in staat gesteld om op basis van duidelijke en begrijpelijke criteria de economische gevolgen die voor hem uit het beding voortvloeien te voorzien. De conclusie is dat het beding in kwestie onredelijk bezwarend is en moet worden vernietigd.

AFM evaluatie leidt tot waarschuwing en verscherpt toezicht crowdfunding

De evaluatie van de voorschriften voor crowdfundingplatforms door de Autoriteit Financiële Markten (AFM) zal gaan leiden tot nieuwe voorschriften. De AFM wil daarmee bepaalde risico's aanpakken, waaronder de korte tijd die investeerders hebben om een beslissing te nemen. Conform de nieuwe voorschriften van de AFM moet projectinformatie voortaan 48 uur voorafgaand aan de openstelling voor inschrijven volledig beschikbaar zijn voor de investeerders.

Rechtbank Rotterdam wijst woekerpolis-claim tegen NN af

Collectieve actie tegen Nationale-Nederlanden Levensverzekeringsmaatschappij N.V. ("NN") over Flexibel Verzekerd Beleggen-polissen, van het type universal life. De vorderingen worden afgewezen. De rechtbank oordeelt dat NN in het algemeen voldoende informatie heeft gegeven over de kosten en de premies. NN heeft volgens de destijds geldende regels ook voldoende gewaarschuwd voor de beleggingsrisico's. Het crash-risico, het hefboomeffect, het inteereffect en het fata morgana-effect zijn beleggingsrisico's waarvoor geen aparte waarschuwing nodig was. Volgens de rechtbank is er in principe voldoende contractuele basis voor het in rekening brengen van de diverse soorten kosten.

NN door Kifid veroordeeld tot terugbetalen eerste kosten in woekerpolis-zaak

Door de advisering en bemiddeling van een assurantietussenpersoon heeft Belanghebbende in 1997 een hypothecaire geldlening van € 163.360,88 (f 360.000,-) gesloten bij Verzekeraar. Tevens werd een beleggingsverzekering (hierna: de verzekering) bij Verzekeraar gesloten ter aflossing van de geldlening. Belanghebbende trad daarbij op als verzekeringnemer en, evenals zijn echtgenote, als verzekerde. De verzekering dekte het overlijdensrisico van beiden. Belanghebbende klaagt dat Verzekeraar hem bij het aangaan van de verzekering onvoldoende en onjuist heeft geïnformeerd over – onder meer – de aan de verzekering verbonden kosten en het hefboom- en inteereffect van de premie van de overlijdensrisicodekking

Hanzevast voldoet niet aan verzwaarde zorgplicht door schenden informatie- en waarschuwingsplicht

Investering in een mezzanine lening, uitgegeven door een aan een vlootfonds (Hanzevast) gelieerde stichting, bedoeld voor professionele investeerders. De belegger in kwestie kwalificeerde destijds op grond van de Wft ook als professionele belegger (vanwege de hoogte van de investering) maar is daar niet door Hanzevast van in kennis gesteld, waardoor hij toch als niet-professionele belegger te gelden heeft. Daarom gold een zwaardere zorgplicht (met name in de informatieverstrekking) waaraan Hanzevast niet heeft voldaan. Deze zorgplichtschending heeft tot schade geleid bij Consument. Er is evenwel aanleiding de helft ervan voor zijn rekening te laten vanwege eigen schuld.

Quion schendt zorgplicht door niet zelf inkomensgegevens na te kijken

Consument heeft in 2008 een hypothecaire geldlening overgesloten bij Quion 50 B.V. De Commissie oordeelt dat deze lening verstrekt is in strijd met de normen voor verantwoorde kredietverstrekking. Zij veroordeelt Geldverstrekker tot schadevergoeding vanwege de schending van die normen. Daarnaast heeft Quion 50 B.V. ten tijde van de renteverlenging in 2015 een rente geoffreerd die de Commissie gelet op alle omstandigheden van het geval onredelijk hoog en daarmee in strijd met de redelijkheid en billijkheid acht. De Commissie veroordeelt Geldverstrekker tot terugbetaling van hetgeen Consument sinds 2015 meer heeft voldaan aan rente dan 3%.

Bank schendt zorgplicht en dient helft van de door consumenten te veel betaalde premies te vergoeden

Overlijdensrisicoverzekering. Hypotheek. Zorgplicht. Naar het oordeel van de Commissie had de
Bank, in zijn rol als adviseur, kunnen en dienen op te merken dat de mogelijkheid van tussentijdse
opzegging van de overlijdensrisicoverzekering niet was opgenomen in de
verzekeringsvoorwaarden, terwijl dit wel was vermeld in de brochure en handleiding. Nu kwam dit
pas in 2013 naar voren toen Consument en de Bank in gesprek waren over de hypothecaire
geldlening. Door toedoen van de Bank is Consument de kans ontnomen om in een veel eerder
stadium de afweging te kunnen maken of het voortzetten van de overeenkomst nog zinvol was,
zeker omdat deze verzekering een relatief lage dekking kende tegenover een sterk oplopende
premie. De vordering is deels toegewezen.

Hema moet diefstalclaim alsnog behandelen ondanks lichte mate van schuld consument

Tijdens een skivakantie zijn de skibril, skihelm, handschoenen en jas gestolen uit een restaurant. De goederen lagen op de daarvoor aangewezen plaats in het restaurant, bevonden zich in dezelfde ruimte als Consument en lagen binnen zijn gezichtsveld. De verzekeraar wijst de claim met een beroep op de polisvoorwaarden af, omdat Consument niet de normale voorzichtigheid heeft betracht. Hij had alles moeten doen om te voorkomen dat zijn spullen zouden worden gestolen. De Commissie overweegt dat de normale voorzichtigheidsclausule zo moet worden uitgelegd dat sprake moet zijn van een ernstige mate van schuld. Dat is in onderhavige casus niet het geval, zo oordeelt de Commissie. De verzekeraar dient de schadeclaim alsnog in behandeling te nemen.

Interbank moet schadevergoeding betalen voor doorberekenen te hoge rentes

Doorlopend krediet met variabele rente. Bevoegdheid bank om de rente te wijzigen, maar niet op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Bij gebreke van voldoende gemotiveerd verweer aangenomen dat de bank jegens belanghebbende van haar bevoegdheid tot rentewijziging gebruik heeft gemaakt op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet aanvaardbaar is. Belanghebbende heeft op enig moment de mogelijkheid gehad het krediet af te lossen door het over te sluiten tegen een gunstiger rentetarief. Zij had vanaf dat moment moeten voorkomen dat zij te veel rente aan de bank betaalde.

Leidraad Vergoeding voor vervroegde aflossing van de hypotheek

Om huizenbezitters te helpen duidelijkheid te krijgen over hoe de aflosvergoeding berekend kan worden bij het oversluiten of vervroegd aflossen van een hypotheel, heeft de AFM een stappenplan en een checklist opgesteld. Hierin wordt de berekeningswijze in de praktijk stap voor stap toegelicht, en kunnen huizenbezitters lezen waar ze op kunnen letten. Het stappenplan treft u aan in de leidraad 'Vergoeding voor vervroegde aflossing van de hypotheek'.

Hema moet diefstalclaim alsnog behandelen ondanks lichte mate van schuld consument

Tijdens een skivakantie zijn de skibril, skihelm, handschoenen en jas gestolen uit een restaurant. De goederen lagen op de daarvoor aangewezen plaats in het restaurant, bevonden zich in dezelfde ruimte als Consument en lagen binnen zijn gezichtsveld. De verzekeraar wijst de claim met een beroep op de polisvoorwaarden af, omdat Consument niet de normale voorzichtigheid heeft betracht. Hij had alles moeten doen om te voorkomen dat zijn spullen zouden worden gestolen. De Commissie overweegt dat de normale voorzichtigheidsclausule zo moet worden uitgelegd dat sprake moet zijn van een ernstige mate van schuld. Dat is in onderhavige casus niet het geval, zo oordeelt de Commissie. De verzekeraar dient de schadeclaim alsnog in behandeling te nemen.

Ook in 1999-2003 rustte er een bijzondere zorgplicht op de bank

Financieel recht. Aansprakelijkheid kredietaanbieder voor mogelijke overkreditering in periode 1999-2003; ongeschreven recht. Hypothecair krediet verstrekt in verband met door een derde verstrekt advies om te beleggen met overwaarde woning. Bijzondere zorgplicht bank. Onderzoeksplicht en informatieplicht, vraag of consument lasten kon voldoen uit inkomen of vermogen. Aan belegging verbonden risico's, waarschuwingsplicht.

Nationale Nederlanden moet schade door woekerpolis vergoeden

Door de advisering en bemiddeling van een assurantietussenpersoon heeft Belanghebbende in 1997 een hypothecaire geldlening van € 163.360,88 (f 360.000,-) gesloten bij Verzekeraar. Tevens werd een beleggingsverzekering (hierna: de verzekering) bij Verzekeraar gesloten ter aflossing van de geldlening. Belanghebbende trad daarbij op als verzekeringnemer en, evenals zijn echtgenote, als verzekerde. De verzekering dekte het overlijdensrisico van beiden. Belanghebbende klaagt dat Verzekeraar hem bij het aangaan van de verzekering onvoldoende en onjuist heeft geïnformeerd over – onder meer – de aan de verzekering verbonden kosten en het hefboom- en inteereffect van de premie van de overlijdensrisicodekking.

Kifid: adviseur dient deel boeterente aan klant te betalen

In de gegeven omstandigheden heeft Adviseur niet gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur verwacht had mogen worden. Adviseur heeft niet dan wel onvoldoende de bestaande hypothecaire contractuele relatie onderzocht. Adviseur heeft daardoor niet vastgesteld dat ook in het geval van algehele vrijwillige aflossing wegens verkoop van de verbonden woning mogelijk boeterente verschuldigd zou zijn. De Commissie volgt Adviseur niet in zijn stelling dat Consument hem niet dan wel onvoldoende heeft geïnformeerd. Van een redelijk handelend en bekwame adviseur mag verwacht worden dat hij alvorens advies te geven, de bestaande contractuele hypothecaire relatie onderzoekt en verifieert door onder meer het op (laten) vragen van een pro forma aflosnota. Vordering van Consument wordt deels toegewezen.

Kifid: adviseur hoeft boeterente niet terug te betalen

Consument klaagt dat hij voor of bij het afsluiten van de hypothecaire geldlening bij de Bank niet de op de hoogte was van de boete bij verkoop van de woning en volledige aflossing van de hypothecaire geldlening. Consument stelt dat de Bank haar zorgplicht heeft geschonden door niet na te gaan of er mogelijk sprake zou zijn van een boete bij aflossing van de lening bij de (voormalige) hypothecaire geldverstrekker van Consument. De Commissie overweegt dat Consument op de hoogte was van het feit dat de Bank een gebonden adviseur was. Van een gebonden adviseur kan niet worden verwacht dat zij van de voorwaarden van concurrerende aanbieders op de hoogte is. De Commissie is van oordeel dat de zorgplicht van de Bank niet zover gaat dat zij gehouden is de boeteclausule van andere banken te bekijken, alvorens een advies te geven. Het had op de weg van Consument gelegen om navraag te doen bij de (voormalige) hypothecaire geldverstrekker over de (mogelijke) consequenties van het geheel en vervroegd aflossen van de hypothecaire geldlening. Dat Consument dit niet heeft gedaan, kan de Bank niet worden verweten. De Commissie is dan ook van oordeel dat de Bank niet gehouden is de boete, dan wel de gestelde rentebesparing, te vergoeden aan Consument. De Commissie wijst de vordering van Consument daarom af.

Stijging premie woonverzekering met 20,22% onrechtmatig

Consument heeft bij Verzekeraar een verzekeringspakket gesloten met onder meer een opstal- en een inboedelverzekering. Verzekeraar heeft de totale premie per contractsvervaldatum met 20,22% verhoogd. De Commissie is van oordeel dat een verzekeraar zijn verzekeringsproducten per contractsvervaldatum mag aanpassen voor zover het gaat om aanpassingen van een beperkte omvang en financieel belang. Een voorbeeld van een dergelijke aanpassing betreft een premieverhoging voor zover deze hoogstens 10% bedraagt. De Commissie is van oordeel dat met de stijging van de totale jaarpremie exclusief assurantiebelasting met 20,22% sprake is van een
zodanig ingrijpende wijziging van de overeenkomst dat sprake is van een nieuwe overeenkomst, welke tot stand dient te komen door aanbod en aanvaarding en stilzwijgende verlenging derhalve niet aan de orde is.

Borgtochtovereenkomsten vernietigd vanwege dwaling en ontbreken handtekening echtgenote

Borgtochtovereenkomsten. Vraag of twee van de drie borgtochtovereenkomsten zijn aan te merken als particuliere borgtochten (art. 7:857 BW), in welk geval geen toestemming van de echtgenoot is vereist. Dit is het geval. Niet gebleken dat bank aan haar bijzondere zorgplicht heeft voldaan. De overeenkomsten zijn vernietigbaar wegens wederzijdse dwaling (art. 6:228 lid 1-c BW). De derde borgtochtovereenkomst is eveneens vernietigbaar, op grond van artikel 1:88 lid 1-c BW. De uitzondering van artikel 1:88 lid 5 BW doet zich niet voor. Vordering tot terugbetaling van de geïnde bedragen toegewezen.

BinckBank schendt zorgplicht, maar komt met de schrik vrij

Consumenten vertrouwen vermogen toe aan een bekende (hierna: X) die niet de vereiste vergunning heeft om beleggingsdiensten te verlenen. Het vermogen wordt vervolgens door X belegd met behulp van een effectenrekening bij de bank; het belegde vermogen gaat grotendeels verloren, onder meer door beleggingsverliezen en aanzienlijke transactiekosten. X wordt veroordeeld wegens verschillende strafbare feiten. In de procedure bij de Commissie stellen consumenten dat de bank haar zorgplicht niet heeft nageleefd, door te faciliteren dat X, zonder de vereiste vergunning te hebben, met hun vermogen beleggingstransacties kon verrichten. Naar het oordeel van de Commissie heeft de bank haar zorgplicht niet nageleefd. Uit een register uit het handelsregister heeft de bank immers kunnen afleiden dat er sprake was van vergunningplichtige activiteiten, maar desondanks heeft de bank hierover geen navraag gedaan. Het ontbreekt echter aan het vereiste causaal verband tussen dit tekortschieten en de schade. De vordering wordt afgewezen.

Tussenarrest inzake renteswapzaak ABN Amro

Renteswap. Beroep van kredietnemer op dwaling slaagt. Aan buitengerechtelijke vernietiging komt krachtens art. 3:53 lid 1 BW terugwerkende kracht toe. Vernietiging leidt ertoe dat partijen zonder rechtsgrond hebben gepresteerd. Partijen hebben wederzijds vorderingen uit onverschuldigde betaling verkregen als bedoeld in art. 6:203 BW. Het gevorderde nettobedrag (de betaalde swaprente verminderd met de ontvangen Euribor-rente) is toewijsbaar. De bank heeft geen beroep gedaan op art. 6:210 lid 2 BW dat van toepassing is op de prestatie van de bank (zie ook het arrest van dit hof van 15 september 2015; ECLI:NL:GHAMS:2015:3842). Het hof heeft een tussenarrest gewezen om partijen gelegenheid te geven voor overleg over een regeling in der minne op basis van de bevindingen van het hof, bij gebreke waarvan de gevorderde verklaring voor recht en het gevorderde nettobedrag zullen worden toegewezen.

Eindarrest inzake renteswapzaak ABN Amro

Renteswap. Vervolg op tussenarrest 10 november 2015. Het hof heeft het tussenarrest gewezen om partijen gelegenheid te geven voor overleg over een regeling in der minne op basis van de bevindingen van het hof, bij gebreke waarvan de gevorderde verklaring voor recht en het gevorderde nettobedrag zullen worden toegewezen. Een minnelijke regeling is niet tot stand gekomen. In het eindarrest zijn genoemde vorderingen toegewezen. Zie ECLI:NL:GHAMS:2015:4647 en ECLI:NL:GHAMS:2016:1920.

Beleggingsadviseur aansprakelijk voor te risicovolle beleggingsstrategie

Schending bijzondere zorgplicht beleggingsadviseur door het verstrekken van beleggingsadviezen (onder meer in risicovolle optietransacties en een hedgefonds) in strijd met het overeengekomen risicoprofiel en door niet te waarschuwen voor de aan de transacties verbonden risico's. Correctie vanwege eigen schuld aan de zijde van de belegger, waarbij partijen de schade gelijkelijk dienen te dragen.

Uitspraak Kifid inzake woekerpolis ASR

In deze uitspraak oordeelt de Geschillencommissie van het Kifid dat een klant door ASR onvoldoende was ingelicht over kosteninhouding op de premie van de in de jaren negentig verkochte woekerpolis met de naam Falcon Levensplan. Ook heeft ASR volgens het Kifid ten onrechte geen duidelijkheid geschept over de schommelende overlijdensrisicoverzekering. Verzekeraar ASR moet op grond van de nog niet-gepubliceerde uitspraak van het Kifid de kosten aan de klant terugbetalen.

Dexia-klanten maken aanspraak op extra schadevergoeding

Effectenlease; Dexia-affaire. Is een cliëntenremisier die tevens adviesdiensten verricht bij de totstandkoming van de effectenleaseovereenkomst, vergunningplichtig? Art. 3 Richtlijn Beleggingsdiensten 93/22/EEG, art. 7 en 10 Wet toezicht effectenverkeer 1995, art. 12 Vrijstellingsregeling Wte 1995, art. 41 Nadere regeling toezicht effectenverkeer 1999. Rechtsdwaling?

Aegon schendt zorgplicht door misleidende informatieverstrekking over gemiddelde rendementen

Aegon heeft een consument niet juist en/of volledig geïnformeerd over de wezenlijke kenmerken van een beleggingsverzekering. Zo heeft Aegon nagelaten om het verschil tussen het product- en het fondsrendement goed toe te lichten. Hierdoor is Aegon toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende zorgplicht jegens de consument. De vordering van de consument wordt ondanks deze zorgplichtschending niet toegewezen, omdat de consument niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij schade heeft geleden door toedoen van Aegon, en wat de eventuele omvang van de schade zou zijn.

Stijging van premie met 173,4% op bromfietsverzekering is onrechtmatig

Consument heeft bij de Verzekeraar een Bromfietsverzekering afgesloten. De Verzekeraar heeft de maandpremie per contractsvervaldatum verhoogd met 173,4%. De Commissie is van oordeel dat een verzekeraar zijn verzekeringsproducten per contractsvervaldatum mag aanpassen voor zover het gaat om aanpassingen van een beperkte omvang en financieel belang. De Commissie is van oordeel dat met de stijging van de totale jaarpremie met 173,4% sprake is van een zodanig ingrijpende wijziging van de overeenkomst dat sprake is van een nieuwe overeenkomst, welke tot stand dient te komen door aanbod en aanvaarding en stilzwijgende verlenging derhalve niet aan de orde is.

Assurantietussenpersoon schendt zorgplicht bij bemiddeling bij de aanpassing van een verzekering

Schending zorgplicht assurantietussenpersoon. Overval juwelier.

Na een overval in 2013 hebben eiser en gedaagden gesproken over verhoging van de verzekerde sommen in de polis van eiser. Na een tweede overval in 2014 bleek dat de verzekerde sommen weliswaar zijn verhoogd, maar de maximale uitkering bij overval niet.

Naar het oordeel van de rechtbank moet voor alle betrokken partijen duidelijk zijn geweest dat de gerealiseerde wijzigingen van de verzekerde sommen voor eiser zinloos zouden blijken bij een nieuwe overval. Bovendien was evident dat eiser naar aanleiding van de teleurstellende uitkering na de eerste overval, juist op dat punt een verbetering van zijn verzekering wilde.

Rabobank dient 50% faillissementstekort te vergoeden na directe kredietopzegging

vervolg op het tussenvonnis ECLI:NL:RBDHA:2015:11482.

De bank is toerekenbaar tekortgeschoten in haar contractuele verplichtingen door de kredietovereenkomst per direct op te zeggen. Gestelde schade is het gehele tekort in het faillissement. Condicio sine qua non-verband tussen de tekortkoming en de gestelde schade? De kernvraag: wat zou er zijn geberud als de bank de kredietovereenkomst zou hebben opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden? Alsdan zou failliet voldoende tijd hebben gehad om met een redelijke kans van slagen haar bedrijf te reorganiseren en haar bedrijfsactiviteiten in afgeslankte vorm voort te zetten. Deze kans is echter niet groot genoeg om te kunnen leiden tot de slotsom dat dit resultaat met de hier vereiste mate van waarschijnlijkheid zou zijn bereikt. Het staat dus niet vast dat het faillissement had kunnen worden afgewend. Aan deze onderzekerheid verbindt de rechtbank niet de conclusie dat de curator er per saldo niet in is geslaagd om het bewijs dat in beginsel door hem moet worden geleverd, bij te brengen. Daarvoor zijn de aanwijzingen ten gunste van het door hem bepleite standpunt te groot. Afwijzing van de vordering zou ook daarom onredelijk zijn, omdat de bewijspositie van de curator zwaar is; hij moet immers aantonen hoe de gang van zaken zou zijn geweest na een kredietbeslissing die nu juist niet is genomen. Deze overwegingen, beoordeeld tegen de achtergrond van al hetgeen in het tussenvonnis en dit vonnis is vermeld, brengen de rechtbank tot de beslissing om de bank, als belangrijke medeveroorzaker van de gestelde schade, te veroordelen om de de helft van die schade, op te maken bij staat, te vergoeden.

Rabobank moet mogelijkheid tot boetevrij aflossen herstellen

Consument heeft in 2006 bij de rechtsvoorganger van de Bank een hypothecaire geldlening afgesloten. In 2009 verleent de rechtsvoorganger van de Bank Consument het recht boetevrij te kunnen aflossen. In 2013 wordt de geldlening van Consument bij de Bank ondergebracht. De Bank geeft daarbij aan dat bij deze overgang de in 2009 gemaakte afspraak is komen te vervallen. De Commissie oordeelt dat de Bank de verplichtingen van haar rechtsvoorganger heeft overgenomen en daarmee ook verplicht is het onherroepelijk aanbod dat in 2009 aan Consument is gedaan, dient uit te voeren. De Commissie draagt de Bank op Consument de mogelijkheid te bieden boetevrij zijn geldlening intern over te sluiten.

Rechtbank neigt naar gebrekkige dossiervoering door Rabobank in zorgplichtzaak

Tussenvonnis. Overlijdensrisicoverzekering. Zorgplicht bank.

Het behoorde tot de taak van de bank er alles aan te doen om ervoor te zorgen dat de bestaande verzekering niet eindigde alvorens een nieuwe verzekering daadwerkelijk was afgesloten.

Beslissend is het antwoord op de vraag welke partij in overwegende mate valt aan te rekenen dat de nieuwe verzekering uiteindelijk niet tot stand kwam.

Claimstichting niet-ontvankelijk in renteswapzaak tegen Rabobank

Collectieve actie artikel 3:305a BW / renteswaps. De rechtbank verklaart Stichting Renteswapschadeclaim niet-ontvankelijk in haar 28 vorderingen jegens Rabobank op twee te onderscheiden gronden.

1. de stichtingsstructuur van deze claimstichting voldoet niet aan de eisen van de Claimcode waardoor de macht binnen de stichting is geconcentreerd bij de directeur en waarborgen ontbreken om te voorkomen dat deze directeur zijn persoonlijke belangen op enig moment zal laten prevaleren boven de potentieel aanzienlijke belangen van de gedupeerde ondernemers. Bovendien is de stichting opgericht met als enig doel het voeren van een collectieve actie, lijkt zij te handelen vanuit commerciële motieven en heeft zij met haar andere werkzaamheden nog geen concrete resultaten bereikt voor de gedupeerde ondernemers. Alles bij elkaar genomen zijn de belangen van de gedupeerde ondernemers niet voldoende gewaarborgd (artikel 3:305a lid 2, laatste volzin BW).

2. de vorderingen zoals die zijn ingesteld strekken niet tot bescherming van gelijksoortige belangen (artikel 3:305a BW): het aantal variabelen waarmee rekening moet worden gehouden in de beoordeling van renteswapzaken maakt het onmogelijk om deze te vatten in één of meer van de door de stichting algemeen geformuleerde verklaringen voor recht, op een wijze die alle klanten waarvoor de Stichting stelt op te treden daadwerkelijk verder helpt bij het oplossen van hun geschil met Rabobank.

Uniform Herstelkader Rentederivaten MKB d.d 5 juli 2016

De AFM heeft geconstateerd dat banken in het verleden in veel gevallen de wettelijke eisen bij de advisering over derivaten aan niet-professionele partijen onvoldoende hebben nageleefd. De AFM heeft onder meer dossiers gezien waarin de klant niet is geïnformeerd over (de werking van) het product en de voor- en nadelen van het derivaat in zijn specifieke situatie. Het gevolg is dat veel klanten een niet passend derivaat hebben en daar schade van kunnen ondervinden, nu of mogelijk in de toekomst.

Op 5 juli 2016 heeft de speciaal daarvoor ingerichte overheidscommissie een voorstel gedaan om MKB ondernemers met rentederivaten (swaps) tegemoet te komen. Dit kader is opgenomen in bijgaand rapport.

Hypotheekadviseur schendt zorgplicht bij het oversluiten van een hypotheek

In de gegeven omstandigheden heeft Adviseur niet gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur verwacht had mogen worden. Adviseur heeft niet dan wel onvoldoende de bestaande hypothecaire contractuele relatie onderzocht. Adviseur heeft daardoor niet vastgesteld dat ook in het geval van algehele vrijwillige aflossing wegens verkoop van de verbonden woning mogelijk boeterente verschuldigd zou zijn. De Commissie volgt Adviseur niet in zijn stelling dat Consument hem niet dan wel onvoldoende heeft geïnformeerd. Van een redelijk handelend en bekwame adviseur mag verwacht worden dat hij alvorens advies te geven, de bestaande contractuele hypothecaire relatie onderzoekt en verifieert door onder meer het op (laten) vragen van een pro forma aflosnota. Vordering van Consument wordt deels toegewezen.

Eenzijdig rentewijzigingsbeding ABN AMRO van tafel


Rechtbank Amsterdam 11 novemebr 2015 ECLI:NL:RBAMS:2015:7848

Bepaalde standaardbedingen die zijn opgenomen in de contractsdocumentatie van ABN AMRO voor euribor-hypotheken, zijn door de rechtbank in Amsterdam vernietigd. Het gaat om bedingen uit hoofde waarvan ABN AMRO eenzijdig de opslag kan wijzigen die zij, naast de euribor-rente, aan particuliere klanten in rekening brengt. Volgens de rechtbank zijn deze bedingen onredelijk bezwarend voor de consument. Voor een consument was bijvoorbeeld niet inzichtelijk uit welke componenten deze opslag bestond en onder welke omstandigheden deze kon worden gewijzigd.

Klik hier voor de uitspraak op rechtspraak.nl

Rabobank weigert ten onrechte uit uitbetaling bankgarantie over te gaan


Rechtbank Overijssel 18 april 2014 ECLI:NL:RBOVE:2014:2110

Bank weigert tot uitbetaling van bankgarantie over te gaan. De voorzieningenrechter stelt voorop dat partijen er belang hebben bij hebben dat de voorwaarden uit de bankgarantie strikt worden gehanteerd. De voorzieningenrechter oordeelt dat aan de voorwaarden van de bankgarantie is voldaan en dat de Rabobank tot uitkering over dient te gaan.

Klik hier voor de uitspraak op rechtspraak

ING aansprakelijk voor schade door overkreditering bij hypotheekaanvraag


Gerechtshof Amsterdam 2 februari 2016 ECLI:NL:GHAMS:2016:355

Een gehuwd stel wil een nieuwe woning kopen voor een bedrag van € 695.000,= en vraag bij ING een hypotheek aan voor een bedrag van € 600.000,=. Een van de echtgenoten had conform een werkgeversverklaring een totaal bruto jaarinkomen van € 62.986,=. Eerdere jaaropgaven vermelden totaalinkomsten van de echtgenoot fluctuerend tussen de € 58.268,= en € 95.998,=. ING heeft vervolgens op het aanvraagformulier voor de hypotheek een bruto jaarinkomen van € 69.000,= exclusief variabele inkomsten (bonussen) van € 12.200,= ingevuld. Dit resulteerde in een toetsingsinkomen van € 81.200,= op de hypotheekaanvraag. De hypotheekaanvraag wordt op 21 december 2006 ondertekend door ING en de echtgenoten. De bruto maandlasten voor de hypotheek bedragen € 1.900,=.

In 2007 raakt een echtgenoot zijn baan kwijt. Vervolgens ontstaan er betalingsachterstanden ten aanzien van de hypothecaire geldlening. ING eist op 9 juli 2012 de hypothecaire geldlening op. Het woonhuis van de echtgenoten wordt executoriaal verkocht met een restschuld van € 170.000,=.

Volgens de echtgenoten heeft ING ten onrechte de bonussen in de hypotheekaanvraag meegenomen als structureel loon. Het bruto jaarinkomen van € 62.968,= (exclusief bonussen), was onvoldoende om de hypotheeklasten te dragen. De echtgenoten vorderen daarom in rechte dat ING aansprakelijk is voor de restschuld, omdat zij haar zorgplicht heeft geschonden bij het verstrekken van de hypotheek.

Het gerechtshof overweegt dat de zorgplicht van de bank in onderhavig geval met zich mee brengt dat ING had moeten berekenen of de echtgenoten hun woonlasten konden voldoen. Hierbij is van belang dat er op de overlegde werkgeversverklaring uit 2006 onder het kopje "provisie" geen bedrag was ingevuld en dat het loon van de echtgenoot op grond van eerdere jaaropgaven sterk fluctueerde. Op grond van deze omstandigheden had ING moeten beseffen dat de variabele inkomsten (bonussen) geen structureel karakter hadden. Als ING navraag had gedaan naar de redenen die hadden geleid tot de grote fluctuaties, dan had zij eenvoudig achterhaald dat de echtgenoot gedurende twee jaren fikse onkostenvergoedingen had ontvangen van zijn werkgever omdat hij moest verhuizen om werk gerelateerde redenen. ING heeft haar zorgplicht dan ook geschonden door echtgenoten te overkrediteren en dient de geleden schade te vergoeden.

Rabobank schendt zorgplicht bij verstrekken renteswap en dient 75% schade te vergoeden


Rechtbank Oost-Brabant 22 juli 2015 ECLI:NL:RBOBR:2015:4429

Spant Best B.V. is een groothandel in bouwmaterialen. Spant Best heeft in 2006 contact met de Rabobank opgenomen over een kredietverstrekking ter verwezenlijking van een bouwplan. Spant Best wenste zekerheid te verkrijgen over de rente van de toekomstige financiering. Rabobank heeft Spant Best geïnformeerd over financiële producten waarmee de variabele rente kon worden omgezet in een vaste rente. In maart 2007 sluit Spant Best naar aanleiding van deze informatie een renteswap af voor een bedrag van € 5 miljoen, met een uitgestelde ingangsdatum op 1 juli 2008. De ingangsdatum werd uitgesteld, omdat Spant Best het krediet voor verwezenlijking van haar bouwplannen pas rond juli 2008 zou afnemen. De bank heeft een renteswap met uitgestelde ingangsdatum geadviseerd.

Bij het aangaan van de renteswap heeft de Rabobank Spant Best voldoende voorgelicht. Toen twee maanden voor de ingangsdatum van de renteswap nog altijd geen sprake bleek van concrete bouwplannen, had de Rabobank Spant Best moeten waarschuwen voor de mogelijke gevolgen van het ontstaan van een 'open positie' (een renteswap zonder onderliggende financiering). Toen de bank negen maanden na de ingangsdatum van de renteswap van Spant Best hoorde dat de bouwplannen voorlopig niet door zouden gaan, had de bank (opnieuw) moeten waarschuwen, evenals zes maanden nadien toen de bouwplannen nog meer naar de achtergrond verdwenen. Door die waarschuwingen niet te doen, heeft de bank haar zorgplicht geschonden. Had de bank zorgvuldig gehandeld, dan acht de rechtbank aannemelijk dat Spant Best omstreeks 1 juli 2009 de renteswap zou hebben beëindigd. De bank wordt aansprakelijk geacht voor 75% van de nadien ontstane schade, rekening houdend met 25% eigen schuld aan de zijde van Spant Best.

Undercover journalist legt misleidende mededelingen Grondgedachte bloot

Aan consumenten werd niet zelden een onwaarschijnlijk hoog rendement voorgehouden waarbij ook vermoedens worden uitgesproken van misstanden in deze sector. Op internet troffen wij recent een al wat ouder artikel van M. Rotteveel aan over beleggen in grond waarbij duidelijk wordt gemaakt dat er sprake is van zeer agressieve verkooppraktijken.

Rotteveel is in 2010 voor een journalistiek onderzoek undercover gegaan bij Grondgedachte, een bedrijf dat veel kritiek kreeg van gemeenten en financiële experts, maar desondanks een vergunning had van de AFM. Rotteveel was zeer kort bij Grondgedachte in dienst als verkoper op provisiebasis. De taak van Rotteveel was duidelijk: Verkopen, verkopen, verkopen. Rotteveel werd duidelijk dat medewerkers van Grondgedachte niet zelden misleidende mededelingen deden aan consumenten om een perceel grond te verkopen. De verkopers waren op zoek naar "domme beleggers" zoals een van de medewerkers tijdens een brainstormsessie aangaf. Aan consumenten werd door de verkopers ten onrechte voorgehouden dat de percelen grond waar interesse in werd getoond zeer schaars zijn, dat rendementen van honderden procenten konden worden gehaald en dat planologen in dienst van Grondgedachte hadden gespeculeerd dat de grond binnen 3 jaar bebouwd zal worden. Dit terwijl Grondgedachte niet eens planologen in dienst had. List en bedrog tijdens verkoop van beleggingsproducten aan consumenten kwam naar boven, alles met het ogenschijnlijke doel om de provisie bij verkoop op te strijken.

Inmiddels zijn zowel Investerra als Grondgedachte als onderneming uitgeschreven. Er zijn echter nog voldoende andere partijen die consumenten trachten te verleiden (en misleiden) om middels (grond)beleggingen irreële rendementen te behalen. Dit gebeurt veelal buiten toezicht van de AFM, aangezien de beleggingen boven de toezichtsgrens van € 50.000,- worden aangeboden.

De Hypotheker moet schadevergoeding betalen wegens ondeugdelijk advies

De Hypotheker schiet toerekenbaar tekort bij het verstrekken van een advies met betrekking tot het oversluiten van een hypotheek. Het advies is ondeugdelijk, omdat het voor consumenten leidt tot hogere fiscale en hypotheeklasten. De rechtbank oordeelt dat De Hypotheker haar zorgplicht heeft geschonden en toerekenbaar te kort is geschoten jegens de consumenten. De Hypotheker moet de geleden schade dan ook vergoeden. De omvang van de schade wordt bepaald via een schadestaatprocedure.

Uitkomsten onderzoek kwaliteit wettelijke controles Big 4-accountantsorganisaties

In de periode april 2013 tot en met juli 2014 heeft de AFM reguliere onderzoeken uitgevoerd bij de vier grootste accountantsorganisaties in Nederland (de Big 4-accountantsorganisaties): Deloitte, EY, KPMG en PwC. Het doel van deze reguliere onderzoeken was te beoordelen wat de kwaliteit is van de wettelijke controles die deze Big 4-accountantsorganisaties hebben verricht en te beoordelen of de maatregelen van de accountantsorganisatie ervoor hebben gezorgd dat die kwaliteit is gewaarborgd. Verder heeft de AFM inzicht verkregen in de oorzaken die volgens de Big 4-accountantsorganisaties ten grondslag liggen aan de voorkomende tekortkomingen en in de maatregelen die de Big 4- accountantsorganisaties zelf van plan zijn te nemen. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek heeft de AFM aanbevelingen geformuleerd.

ING moet schade van € 250.000,- vergoeden wegens onjuist advies bij renteswap

De Commissie van Beroep van Kifid verplicht ING tot een schadevergoeding van € 250.000 voor een onjuist advies en gebrekkige begeleiding bij de aanschaf van een renteswap Zero Cost Knock in Collar. In combinatie met een (langlopende) geldlening met een variabele rente kleven aan dit complexe product voor een doorsnee particuliere belegger de nodige risico's. De Commissie van Beroep meent dat de klant mocht verwachten dat de bank – waar hij een vaste contactpersoon had – zijn belangen actiever zou behartigen.`

Nationale-Nederlanden moet betalen in woekerpoliszaak

Woekerpoliszaak. Beleggingsverzekering gesloten in 1997 ter aflossing van een hypothecaire geldlening. Consument beroept zich op dwaling en stelt dat Nationale Nederlanden is tekortgeschoten in haar informatie- en zorgplicht. De Commissie toetst aan regelgeving en branche-inzichten ten tijde van de totstandkoming van de verzekering en algemene maatstaven van burgerlijk recht en constateert dat geen informatie is verstrekt over de eerste kosten en het hefboom- en inteereffect. Aangeslotene was in 1997 op grond van algemene maatstaven van burgerlijk recht verplicht aanvullend informatie hierover te verschaffen. Deze informatie was duidelijk en nauwkeurig, noodzakelijk voor de verzekeringnemer voor een goed begrip van de wezenlijke bestanddelen van de verzekeringsovereenkomst en voldoende voorspelbaar voor Aangeslotene. Ofschoon uit onderzoek door een actuaris blijkt dat de offerte op grond van diverse redenen een onjuiste voorstelling van zaken gaf, wijst de Commissie het beroep op dwaling af. Niet aannemelijk is geworden dat Consument bij een juiste voorstelling van zaken de verzekering niet zou hebben gesloten. De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.

Jaarverslag AFM 2015

Jaarverslag van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) over 2015. In dit jaarverslag legt de AFM onder meer verantwoording af over de uitvoering van haar taken over 2015 en werpt zij een blik op de prioriteiten van 2016.

Schending zorgplicht wegens advisering risicovolle belegging met pensioengeld [eigen zaak]

Schending zorgplicht door financieel adviseur inzake beleggingen in verband met pensioendoeleinden door niet-ervaren belegger in een relatief jong obligatiefonds. De financieel adviseur heeft geen risicoprofiel voor de bewuste beleggingen opgemaakt. Bovendien is sprake van schending van de onderzoeks-, informatie- en waarschuwingsplicht door de financieel adviseur. Verwijzing naar de schadestaat vanwege mogelijkheid van schade die zich in de toekomst zal openbaren.

Beleggingsadviseurs weten te weinig van hun klanten

Banken en zelfstandige beleggingsadviseurs weten nog altijd te weinig van hun klanten om ze van passende adviezen te kunnen voorzien. De meeste instellingen hebben geen idee welke financiële risico's hun cliënten bereid zijn te lopen. Dit blijkt uit een op 11 april 2016 gepubliceerd onderzoek van de Autoriteit Financiële Markt (AFM).

Kamerbrief risico's lage hypotheekrente

Kamerbrief waarin minister Dijsselbloem (Financiën) toelicht op welke wijze de huidige hypotheekregels bescherming bieden aan de consument en op welke wijze de adviseur of hypotheekverstrekker kan bijdragen aan het minimaliseren van de risico's van een toekomstige rentestijging bij bestaande (kwetsbare) klanten.

Dubbel gedupeerd door uw woekerpolis

Uitspraak d.d. 26 april 2016 inzake een man die door de compensatie op zijn woekerpolis fiscale nadelen ondervindt. De compensatie op een woekerpolis is volgens de rechtbank belastbaar inkomen. De man verliest door het extra belastbaar inkomen zijn ouderenuitkering (gedeeltelijk).

Coco™ niet geschikt voor particuliere beleggers


De Autoriteit Financiële Markten (AFM) wijst banken op hun verantwoordelijkheid bij het uitgeven van zogenoemde contingent convertible obligaties, ook wel coco's genoemd.

Deze obligaties zijn niet geschikt voor het overgrote deel van de particuliere beleggers omdat zij kenmerken en risico's hebben die moeilijk te begrijpen zijn. Beleggers kunnen hun inleg verliezen en het is mogelijk dat de belegger (tijdelijk) geen rente ontvangt. Bovendien zal de particuliere belegger een eventuele prijsdaling waarschijnlijk als laatste opmerken, met als gevolg dat hij een groot deel van zijn inleg verliest. Daarom is het onwenselijk als banken en beleggingsondernemingen deze producten zonder advies aanbieden en verkopen aan particuliere beleggers. De AFM wijst adviseurs en vermogensbeheerders daarbij nadrukkelijk op hun zorgplicht bij de beoordeling of coco's passend zijn voor de betreffende particuliere belegger.

Lees het gehele nieuwsbericht van de AFM hier.

Rapportage AFM: inzake rentederivatendienstverlening aan het MKB


Omdat de AFM in een eerder onderzoek tekortkomingen heeft geconstateerd in de rentederivatendienstverlening heeft ze de banken opgeroepen om alle lopende derivaten bij het niet-professionele midden- en kleinbedrijf te herbeoordelen. Dit moeten ze doen aan de hand van de bestaande, wettelijke normen. Ook moeten ze zo nodig oplossingen bieden. De AFM heeft de belangrijkste wettelijke normen toegelicht in haar leidraad 'aanbevelingen rentederivatendienstverlening' van februari 2014.

ABN AMRO aansprakelijk voor schadevergoeding renteswap


Gerechthof 's-Hertogenbosch 15 april 2014, NJF 2014/250

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 15 april 2014 een arrest gewezen in een zogenaamde renteswap zaak. Een renteswap is een complex en risicovol financieel instrument. Het hof oordeelde dat op de bank een bijzondere zorgplicht rust om de cliënten in niet mis te verstane bewoordingen te waarschuwen voor de aan dit instrument verbonden risico's, in het bijzonder het risico van een negatieve marktwaarde bij voortijdige beëindiging van de overeenkomst. Op de bank rust deze bijzondere zorgplicht daarom niet alleen voorafgaand aan het sluiten van de renteswap transactie, maar bovendien op het moment dat de cliënt de leningsovereenkomst vervroegd wil beëindigen.

In deze procedure borduurt Hof voort op bestaande rechtspraak die met name tot staan is gekomen en de effectenlease - affaire (Legio Lease, Dexia, Aegon). Deze zorgplicht die is ontwikkelt voor particulieren wordt ook van toepassing verkaard op MKB ondernemers.

Hoofdelijkheid op papier is in casu feitelijk een borgstelling


Rechtbank Overijssel 11-02-2015 Zaaknr. C/08/141378 / HA ZA 13-482 en C/08/153089 / HA ZA 14-128

X], [Z] en [Y] waren aandeelhouders van QC BV. QC BV exploiteerde een horecagelegenheid in Amsterdam onder de naam 'The Mansion'. Op 30 oktober 2007 leent Grolsch € 250.000,= aan QC BV. Op grond van de geldleningsovereenkomst diende QC vanaf 1 november 2007 maandelijks een bedrag van € 5.069,10 aan Grolsch (terug) te betalen. In de geldleningsovereenkomst is opgenomen dat [X], [Z] en [Y], ieder voor zich, hoofdelijk jegens Grolsch zijn verbonden tot algehele nakoming van alle verplichtingen die uit de geldleningsovereenkomst voortvloeiden. Begin 2009 is een achterstand ontstaan in de terugbetaling van de geldlening door QC. Op 13 oktober 2009 is QC in staat van faillissement verklaard.

Grolsch vordert dat [X] wordt veroordeeld tot betaling van € 187.392,30 aan Grolsch, vermeerderd met de rente en kosten. Grolsch voert daartoe aan dat [X] zich in de geldleningsovereenkomst hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld voor de verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomst.

[X] voert aan dat er op grond van de overeenkomst geen sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid, maar van particuliere borgtocht. [X] stelt dat de vordering van Grolsch afgewezen dient te worden, nu geen maximum aan de borgstelling is verbonden en dus nietig is.

De eerste vraag die beantwoord dient te worden is hoe de rechtsverhouding tussen Grolsch en [X] moet worden gekwalificeerd. Grolsch meent dat er sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid, terwijl [X] meent dat de rechtsverhouding kwalificeert als borgtocht.

Voor het antwoord of er sprake is van borgtocht, is niet van doorslaggevend belang welke bewoordingen in de overeenkomst zijn gebruikt. Ook als iemand verklaart zich te verbinden als hoofdelijk schuldenaar, maar de schuldeiser weet bij het aangaan van de overeenkomst dat diegene niet draagplichtig is, moet de overeenkomst worden gekwalificeerd als borgtocht. Grolsch wist of had in onderhavig geval moeten weten dat slechts beoogd werd om zekerheid te stellen. Het gaat om een geldleningsovereenkomst met feitelijk slechts één kredietnemer, QC, waarbij het te verstrekken krediet ook alleen strekte ten behoeve van de bedrijfsvoering van QC. Gesteld noch gebleken is dat [X] in deze situatie draagplichtig is. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat [X] zich niet hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld, maar dat er sprake is van borgtocht. Nu [X] onweersproken heeft gesteld als natuurlijk persoon te hebben gehandeld en geen sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 7:857 BW, is er sprake van particuliere borgtocht.

Klik hier voor de uitspraak op rechtspraak.nl

Rapportage AFM: AOV-advies aan zelfstandigen schiet tekort


De AFM heeft onderzoek uitgevoerd naar de advieskwaliteit inzake arbeidsongeschiktheidsverzekeringen aan zelfstandigen (zzp'ers). Het is voor zelfstandigen namelijk van groot belang dat zij zorgvuldig worden geadviseerd over het afdekken van het risico op arbeidsongeschiktheid. Klanten moeten immers een lastige afweging maken tussen het op dit moment dragen van de premie en het mogelijke risico hun werkzaamheden in de toekomst niet meer te kunnen uitoefenen. Bovendien zijn de product kenmerken van een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen vaak moeilijk te begrijpen voor de klant. De adviseur heeft een belangrijke rol in dit proces. Juist dankzij zijn deskundigheid en ervaring, kan hij de klant bij de hand nemen en hem adviseren over een oplossing die bij hem past.

Uit het onderzoek komt het algemene beeld naar voren dat adviseurs bij de advisering over arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voor zelfstandigen nog te vaak onzorgvuldig te werk gaan. Het merendeel van de onderzochte adviesdossiers bestaat uit nauwelijks meer dan een aanvraagformulier van de productaanbieder.

Uit het onderzoek blijkt dat in nagenoeg alle onderzochte dossiers relevante klantinformatie ontbreekt. 95% van de onderzochte dossiers bevat te weinig relevante informatie om een zorgvuldig advies aan de klant op te baseren.

Arrest Hof van Justitie inz. Flexibel Verzekerd Beleggen van Nationale Nederlanden


HvJ EU (Zaak C-51/13)

Op 29 april 2015 heeft het Europese Hof van Justitie op verzoek van de Rechtbank Rotterdam zich uitgelaten over een tweetal rechtsvragen inzake de informatievoorziening bij beleggingsverzekeringen.

Feiten
De betrokken consument heeft in 1999 bij de Nationale Nederlanden het product Flexibel Verzekerd Beleggen afgesloten. Dat is een levensverzekering waarbij de waardeopbouw op de einddatum van de verzekering niet zeker is maar afhangt van de ontwikkeling van de beleggingen. Gedurende de looptijd van de verzekeringsovereenkomst wordt een vast gegarandeerd kapitaal verzekerd dat wordt uitgekeerd indien de verzekeringnemer vóór de einddatum van de overeenkomst komt te overlijden. De consument betaalt een bruto premie. Daarmee wordt belegd, worden kosten van de beleggingen betaald en tevens de verzekeringspremie. Verzekeraars als Nationale Nederlanden werkten bij de aanbieding van dit soort producten met verschillende voorbeeldkapitalen gebaseerd op verschillende rendementen. Na het sluiten van de verzekeringsovereenkomst is tussen Nationale Nederlanden en de consument onenigheid ontstaan over de hoogte van de kosten en van de premies voor de overlijdensrisicodekking die door de verzekeraar in mindering werden gebracht. Nationale Nederlanden wordt verweten onvoldoende informatie te hebben verschaft over de kosten en de premies die tijdens de looptijd van de overeenkomst in rekening zouden worden gebracht.

Oordeel Europese Hof van Justitie
Het Hof oordeelt dat de in het geding zijnde Europese richtlijn zo moet worden begrepen dat er niets aan in de weg staat dat een verzekeraar op grond van algemene beginselen van het Nederlandse recht, zoals de in procedure bij de rechtbank Rotterdam aan de orde zijnde open en/of ongeschreven regels, gehouden is de verzekeringnemer bepaalde informatie te verstrekken in aanvulling op de informatie die de verzekeraar op grond van deze Europese richtlijn sowieso aan de aspirant verzekerde dient te verstrekken, mits de verlangde informatie duidelijk en nauwkeurig is en noodzakelijk voor een goed begrip door de verzekeringnemer van de wezenlijke bestanddelen van de verbintenis en zij voldoende rechtszekerheid waarborgt.

Kortom
De stelling van Nationale Nederlanden dat zij niet gehouden was om meer informatie te verstrekken aan aspirant verzekerden dan zij op grond van Europese wetgeving slechts verplicht was om te geven, gaat niet op. Tot slot stelt het Hof dat het aan de nationale rechter is om te beoordelen of de ontbrekende informatie noodzakelijk was voor een goed begrip door de verzekeringsnemer van de wezenlijke bestanddelen van de verbintenis en door het niet verstekken van die informatie de rechtszekerheid onvoldoende is gewaarborgd. Uiteindelijk zal de rechtsstrijd tussen afnemers van woekerpolissen en de aanbieders van deze beleggingsverzekeringen en de financiële adviseurs c.q. tussenpersonen in Nederland worden beslist. Gezien onze ervaringen in de aandelenlease-affaire (Dexia, Legio Lease, Aegon, Levob) zal dit nog jaren lang in beslag gaan nemen.

Bijdrage voor het Vakblad Financiële Planning mei 2015 nummer 5


Eén van de advocaten van Financieel Recht Advocaten, de heer mr. B.M.C. Stenden, heeft voor het Vakblad Financiële Planning jaargang 2015 nummer 5 een artikel geschreven over de normkaders van de zorgplichten van financiële dienstverleners. Meer concreet wordt ingegaan op de ontwikkeling van de zorgplichten van voornoemde dienstverleners. Zowel de publiekrechtelijke alsook de privaatrechtelijke zorgplichten komen in het artikel ter sprake.

De advocaten van Financieel Recht Advocaten staan al meer dan tien jaar particulieren en ondernemers bij die een geschil hebben met een aanbieder van financiële producten en diensten. U kunt bij ons terecht voor deskundig advies en voor het voeren van een rechtszaak.

Zie ook:

Rapportage AFM: “Crowdfunding”


De crowdfundingsector is sterk in ontwikkeling en krijgt daardoor in het maatschappelijk debat (zowel nationaal als internationaal) de nodige aandacht. Het is een sector die vanuit de opstart- en pioniersfase een fase van groei in gaat.

De AFM verwelkomt nieuwe initiatieven als crowdfunding. Deze voorzien in een maatschappelijke behoefte, zoals financiering voor het midden- en kleinbedrijf, en hebben de potentie een nuttige rol op de financiële markten te vervullen. De AFM vindt het belangrijk dat de crowdfundingsector de ruimte krijgt om op een duurzame en verantwoorde manier te groeien. Dat betekent dat ze voldoet aan een aantal randvoorwaarden, zoals professionele platforms, een minimumniveau aan transparantie, een bepaalde mate van bescherming van de geldgever en geldvrager en samenwerking tussen de platforms. Als aan deze randvoorwaarden wordt voldaan, dan worden ook de aan crowdfunding gerelateerde risico´s (zoals fraude, niet passende financiering of investering en disfunctioneren van het platform) op de juiste wijze geadresseerd.

De huidige wet- en regelgeving stelt op de lange termijn onvoldoende eisen aan de sector om invulling te geven aan deze randvoorwaarden. Ook wordt het wettelijk kader op bepaalde punten als belemmerend ervaren door de sector en kent ze een aantal juridische knelpunten, waardoor de AFM haar taak niet optimaal kan vervullen.

Daarom adviseert de AFM om (de intensiteit van) de wet- en regelgeving en het toezicht mee te laten groeien met de ontwikkeling van de markt. Dit biedt de kans om passende regelgeving te maken, die rekening houdt met de onzekerheden van een markt die sterk in ontwikkeling is en het stimuleert de markt om in fases toe te groeien naar een duurzame, verantwoorde en volwassen sector.

Nieuwe wet- en regelgeving crowdfunding


Op 31 maart 2015 is het Wijzigingsbesluit financiële markten 2016 gepubliceerd. Hieronder heb ik kort de belangrijkste wijzigingen uiteengezet.

Met het oog op de gewenste professionalisering van crowdfunding en daarmee de bescherming van geldgevers en –vragers is het wenselijk om meer concrete vereisten aan crowdfunding platforms met een ontheffing als bedoeld in artikel 4:3, vierde lid, Wft te verbinden. Hiermee wordt het verschil in het toezicht verkleind tussen houders van een ontheffing en crowdfundingplatformen die een vergunning hebben.

De betrouwbaarheid van beleidsbepalers van alle houders van een ontheffing moet buiten twijfel staan. Met het wetsvoorstel wordt per 1 januari 2016 daarnaast een geschiktheidstoets geïntroduceerd voor dagelijks beleidsbepalers van houders van een ontheffing. Alle dagelijks beleidsbepalers en commissarissen van bestaande crowdfunding platforms met een ontheffing moeten per 1 januari 2016 geschikt zijn.

Daarnaast worden er enkele vereisten met betrekking tot de integere en beheerste bedrijfsvoering opgenomen in de regelgeving. Deze vereisten zijn er op gericht om disfunctioneren en fraude te voorkomen. Belangrijk is bijvoorbeeld dat de veiligheid en continuïteit van de ICT systemen gewaarborgd zijn. Verder zullen platformen er concreet voor moeten zorgen dat zij incidenten registreren en dat er een klachtprocedure is.

Voor crowdfundingplatforms die een vergunning als beleggingsonderneming hebben, is de gecreëerde uitzondering op het provisieverbod voor beleggingsondernemingen relevant.

Schending zorgplicht bij overkreditering door ABN AMRO


Gerechtshof Amsterdam 30 juni 2015 zaak-/rolnummer 469370/HA ZA 10-2887

ABN AMRO heeft haar zorgplicht geschonden door klanten te veel geld te lenen doormiddel van zogenaamde overwaardecontructies.  

De rechtbank Amsterdam wees de vordering van de gedupeerden in eerste instantie af. De rechtbank was van mening dat ABN AMRO slechts betrokken was als financier van het product en zodoende niet verantwoordelijk was voor het advies dat daaraan ten grondslag lag en door een andere instelling was gegeven.

Eind juni vernietigde het hof Amsterdam in hoger beroep de beslissing van de rechtbank en veroordeelde de bank tot vergoeding van de schade. Volgens het hof had de bank als verstrekker van de financiering zelf moeten toetsen of klanten de maandlasten behorende bij de leningen wel konden dragen en had ABN AMRO de geldnemers beter moeten informeren en waarschuwen voor het restschuldrisico.

Willekeurige rente


Een tussenuitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, kamer voor kantonzaken - locatie Bergen op Zoom over variabele rente welke banken steeds maar weer blijven verhogen, terwijl de externe referentievoet, de Euribor, steeds lager wordt.

De zaak wordt doorverwezen naar de meervoudige kamer in verband met het principiële karakter van het geschil en de consequenties die het te wijzen vonnis mogelijk zal hebben voor het financieel-economische verkeer, en dan de financiële dienstverlening in het bijzonder.

ABN AMRO schendt zorgplicht in adviesrelatie


HR 14 augustus 2015 JOR 2015/235 met annotatie van mr. C.W.M. Lieverse


De Hoge Raad overweegt dat volgens vaste rechtspraak op de bank als professionele en bij uitstek deskundige dienstverlener een bijzondere zorgplicht rust bij beleggingsadviesrelaties met particuliere beleggers. Die zorgplicht strekt mede ter bescherming van de cliënt tegen het gevaar van een gebrek aan kunde en inzicht of van eigen lichtvaardigheid. De omvang van deze bijzondere zorgplicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Deze zorgplicht kan meebrengen dat de bank de cliënt behoort te waarschuwen voor de risico's die zijn verbonden aan voortzetting van een bepaald beleggingsbeleid en dat zij pas erop mag vertrouwen dat de cliënt ermee instemt bepaalde risico's te lopen als hij, na uitdrukkelijk door de bank op die risico's te zijn gewezen, daarmee instemt. Daarbij kan de bank verplicht zijn zich ervan te vergewissen dat de cliënt zich daadwerkelijk van die risico's bewust is.

Tegen deze achtergrond heeft X terecht aangevoerd dat de omstandigheid dat partijen geen vermogensbeheerrelatie zijn aangegaan maar een adviesrelatie, niet wegneemt dat op de bank een bijzondere zorgplicht rustte tegenover X, een particuliere belegger. Het gerechtshof heeft dit miskend met zijn overweging dat X zelf verantwoordelijk was voor het beheer van het belegde vermogen en de gevolgen van door hem genomen beslissingen.

Brief AFM aan het Ministerie van Financiën


De AFM als toezichthoudende heeft de aanbieders de "opdracht" gegeven om de afgesloten rentederivaten te herbeoordeling, de zogenaamde derivatencheck, en indien nodig maatregelen te nemen. De AFM heeft geconstateerd dat aanbieders de herbeoordeling niet goed hebben uitgevoerd en dat een substantieel deel van de herbeoordeling opnieuw plaats dient te vinden. In een brief van de AFM aan het Ministerie van Financiën schrijft zij het volgende:

"De AFM heeft recent geconstateerd dat er onjuistheden en onvolledigheden zitten in herbeoordelingen door de betrokken banken, waarbij onder meer onvoldoende vanuit het klantbelang is geredeneerd",

Die brief treft u hier aan.

Rabobank tekortgeschoten door kredietfaciliteit per direct op te zeggen


Rechtbank Den Haag 14 oktober 2015 ECLI:NL:RBDHA:2015:11842

Advistaal BV (hierna: "Advistaal") was een ingenieurs- en adviesbureau voor bouwwerken. De Rabobank heeft in 2007 aan Advistaal een krediet verstrekt van € 323.100,=. Op 28 maart 2011 heeft Rabobank de kredietfaciliteit opgezegd. In juli is Advistaal vervolgens failliet verklaard. De curator stelt een schadevordering en stelt dat de opzegging van het krediet onder gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Op grond van de algemene voorwaarden kon de Rabobank in beginsel te allen tijde de kredietrelatie opzeggen. De opzegging moet echter ook getoetst worden aan de redelijkheid en billijkheid daarvan. De rechtbank overweegt dat Rabobank en Advistaal een bankrelatie van acht jaar en een kredietrelatie van vier jaar hadden. Ook staat vast dat Advistaal nooit buiten de kredietfaciliteit is getreden en haar (betalings)verplichtingen altijd volledig en tijdig is nagekomen. Ten tijde van de opzegging werd het krediet niet gebruikt en had de rekening een creditsaldo van € 40.000. Daarnaast heeft de Rabobank bij een kredietaanpassing in 2010 meer zekerheden gekregen doordat de persoonlijke borgtocht van de indirect bestuurder van Advistaal werd verhoogd naar € 50.000. Ook heeft Rabobank haar voornemen tot opzegging niet vooraf kenbaar gemaakt en is Advistaal nooit naar de afdeling Bijzonder Beheer doorverwezen.

Gezien dit alles oordeelt de rechtbank dat de opzegging van het krediet met onmiddellijke ingang naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Klik hier voor de uitspraak op rechtspraak.nl

Opzegging kredietfaciliteit door ING onaanvaardbaar


Hoge Raad 10 oktober 2014 ECLI:NL:HR:2014:2929

X BV had bij ING Bank een kredietfaciliteit van € 2.410.000,=. In juli 2009 heeft ING Bank X BV geïnformeerd dat zij de kredietrelatie wilde beëindigen. ING Bank voerde als reden aan dat X BV een aantal verplichtingen niet was nagekomen. ING Bank berichtte dat X BV op grond van artikel 25 ABK wegens de vervroegde beëindiging een beëindigingsvergoeding was verschuldigd aan ING Bank.

Het hof stelt vast dat ING Bank de rentevaste leningen heeft beëindigd zonder voldoende oog te hebben voor de gerechtvaardigde belangen van X BV. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat het belang van ING Bank bij beëindiging van de kredietfaciliteit beperkt was nu zij, in het licht van de steeds tijdige voldoening van de rente- en aflossingsverplichtingen en de waarde van de zekerheden in verhouding tot de vordering op X BV, geen kredietrisico of ander risico liep, ook niet op langere termijn. Als ING Bank haar belang en dat van X BV al heeft afgewogen, dan heeft ze aan haar eigen belang tegenover dat van X BV, gelet op alle hierboven opgesomde omstandigheden, een te zwaar gewicht toegekend en dusdoende haar zorgplicht jegens X BV geschonden.

Daarom is de beëindiging van de rentevaste leningen in de omstandigheden van dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. X BV is de boeterente ad € 122.125,69 niet aan ING Bank verschuldigd.

ING Bank gaat tegen het arrest van het Gerechtshof in cassatie. Dit zonder succes. Het hof heeft de door haar toegepaste maatstaf niet miskend.

Klik hier voor de uitspraak op rechtspraak.nl

Handelen werknemers bedrijf leidt tot opzegging kredietrelatie door Rabobank


Rechtbank Noord-Nederland ECLI:NL:RBNNE:2014:571

De Rabobank verstrekt een krediet in rekening courant tot een maximum van € 200.000 aan bedrijf X. In de Algemene voorwaarden is opgenomen dat de Rabobank te allen tijde het krediet kan opzeggen met inachtneming van een termijn van drie maanden.Op 14 april 2004 vindt een gesprek plaats tussen twee werknemers van bedrijf X en de Rabobank. De werknemers verklaren dat zij bezorgd zijn over betaling van hun salaris door bedrijf X. Daarnaast verstrekken de werknemers aan de Rabobank een debiteurenoverzicht waarin staat opgenomen dat een aantal vorderingen zeer dubieus zijn. Naar aanleiding van dit overzicht zegt Rabobank het krediet op. Bedrijf X en de bestuurder in privé gaan daardoor failliet. De bestuurder spreekt de Rabobank aan op grond van toerekenbare tekortkoming in nakoming van de kredietovereenkomst.

De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat op de Rabobank op basis van artikel 7:401 BW, artikel 2 Algemene Bankvoorwaarden en uit hoofde van haar maatschappelijke functie, een zorgplicht rust jegens haar (particuliere) cliënten. De reikwijdte van die zorgplicht hangt af van de omstandigheden van het geval. De rechtbank oordeelt vervolgens dat gelet op de omstandigheden van het geval de Rabobank haar zorgplicht niet heeft geschonden ten aanzien van het opzeggen van de kredietrelatie zonder de overeengekomen opzegtermijn van drie maanden in acht te nemen.

Klik hier voor de uitspraak op rechtspraak.nl

ABN handelt nalatig door borg niet tijdig te informeren over verzuim kredietnemer


Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22 december 2015 ECLI:NL:GHSHE:2015:5333

ABN AMRO heeft in 2010 een rekening-courant faciliteit ter beschikking gesteld aan S3&A B.V. met een limiet van € 3 miljoen. ABN eiste ter zekerheid een verhoging van het percentage aandelen van S3&A waarop zij een pandrecht had gevestigd en een borgtocht van Wave B.V. (hierna: "Wave"). Wave was voorheen als aandeelhouder en commissaris betrokken geweest bij S3&A. Afgesproken werd dat indien ABN de borgtocht van Wave zou aanspreken, Wave in de pandrechten van ABN op de aandelen zou kunnen treden.

S3&A heeft het krediet op 1 november 2010 niet terugbetaald aan ABN. Op 26 augustus 2011 sommeert ABN S3&A om de kredietfaciliteit voor 9 september 2011 terug te brengen naar de afgesproken debetstand van € 3 miljoen. Wave wordt op 26 september 2012 en 16 mei 2014 gesommeerd om een bedrag van ca. € 3 miljoen te betalen op grond van de borgtocht. Wave gaat niet tot betaling over. ABN vordert vervolgens voor de rechtbank van Wave betaling van € 3 miljoen vermeerderd met rente en kosten.

Wave voert in hoger beroep onder andere aan dat ABN onzorgvuldig heeft gehandeld door 1) haar pas in 2012 op de hoogte te stellen van het verzuim van S3&A in de nakoming van de verplichtingen uit de kredietfaciliteit. Volgens Wave had ABN haar eerder hierover moeten informeren, zodat Wave dan haar positie had kunnen bepalen en had kunnen afwegen wat zij met de zekerheid te doen. Door het late informeren van ABN, was de zekerheid uit borgtocht van Wave inmiddels verdampt.

Het gerechtshof oordeelt dat bij de keuze van Wave om akkoord te gaan met het verstrekken van de borgtocht, was van doorslaggevende betekenis dat ABN toe had gezegd dat Wave bij uitwinning van de borgtocht in de pandrechten van ABN op de aandelen zou kunnen treden. Dit was volgens het gerechtshof ook voor ABN duidelijk. Gezien deze omstandigheid had van ABN mogen worden verwacht dat zij Wave niet in onwetendheid had gelaten van haar voornemen om S3&A in afwachting van een mogelijke financiële herstructurering nog niet op haar verzuim aan te spreken. Het pandrecht op de aandelen is na het faillissement van een aantal vennootschappen van S3&A immers niets tot weinig meer waard. De nalatigheid van ABN is daarmee volgens het gerechtshof komen vast te staan.

Klik hier voor de uitspraak op rechtspraak.nl

borgstelling wordt vernietigd op grond van dwaling


Rechtbank Noord-Holland 29 juli 2015 ECLI:NL:RBNHO:2015:6063

Jamati B.V. is in 2008 opgericht door A en B. DSB Bank heeft in 2008 een krediet van ca. 2 miljoen euro verschaft aan Jamati voor de financiering van de aankoop van een perceel. A en B hebben zich borg gesteld jegens DSB tot terugbetaling van een bedrag ad € 360.000,= van het krediet.

Jamati komt de betalingsverplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst niet na. Dit is voor de curatoren van DSB aanleiding om A en B aan te spreken op hun borgtocht. A en B stellen echter dat zij bij het sluiten van de overeenkomst tot borgstelling gedwaald hebben.

De rechtbank oordeelt dat DSB na de val van Lehman Brothers in oktober 2008 bekend had moeten zijn met de grotere risico's op de financiële en vastgoedmarkt. Hierdoor bestond een gerede kans dat het perceel van Jamati bij een gedwongen verkoop te weinig zou opbrengen om het volledige krediet terug te betalen en dat DSB daarom een beroep zou moeten doen op de borgstellingsverklaringen. Voorts wist DSB dat A en B geen ervaring hadden op de vastgoedmarkt. Op grond van bovenstaande had DSB A en B duidelijk in moeten lichten omtrent de risico's die kleefde aan de borgstellingsverklaring. Het beroep op dwaling van A en B slaagt. De overeenkomst tot borgstelling van A en B wordt vernietigd, waardoor DSB zich niet op hen kan verhalen.

Klik hier voor de uitspraak op rechtspraak.nl

Borgstelling hypotheek zoon. Schending zorgplicht bank?


Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 maart 2013 ECLI:NL:GHSHE:2013:1299

Ouders hebben zich hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de hypotheekschuld van hun zoon. Vervolgens gaat de zoon failliet. De bank stelt de ouders aansprakelijk voor de schuld. Zij vorderen vernietiging van de overeenkomst waarin de borgstelling overeen is gekomen.

Dit arrest van het Hof geeft op onderdelen vaste rechtspraak weer. Wat staat is dat op een zorgplicht rust die uit twee deelverplichtingen bestaat. Deze bancaire zorgplicht valt volgens vaste rechtspraak in twee deelverplichtingen uiteen, te weten: 1) onderzoeksplicht en 2) informatie-/waarschuwingsplicht. Schending van een van beide deelverplichtingen leidt in beginsel tot aansprakelijkheid van de bank.

Klik hier voor de uitspraak op rechtspraak.nl

Rabobank belegt op grond van onjuist risicoprofiel


Rechtbank Overijssel 6 juni 2014 C-07-195384 - HZ ZA 12-61

Rabobank gaatbij een nieuwe belegging in 2002 uit van het risicoprofiel dat dateert van een belegging uit 2000. De rechtbank oordeelt dat de Rabobank zijn bijzondere zorgplicht heeft geschonden door niet opnieuw informatie in te winnen op grond van het 'ken uw klant-beginsel' en door haar klant niet te waarschuwen voor risico's die verbonden waren aan de door Rabobank geoffreerde en de geaccepteerde beleggingsconstructie.

Conclusie A-G Sharpston (Case C51/13) Europees Hof van Justitie in de zaak Nationale Nederlanden Levenszerzekering vs. van Leeuwen.


Conclusie Advocaat-Generaal Sharpston (Case C51/13) Europees Hof van Justitie

Op 12 juni 2014 heeft de Advocaat-Generaal Sharpston een conclusie opgesteld voor het Europees Hof van Justitie waarin zij stelt dat Nationale Nederlanden haar klanten had dienen te informeren over de kosten die zij hen in het kader van een beleggingsverzekering in rekening heeft gebracht.

De Advocaat Generaal oordeelt dat de kosten een wezenlijk kenmerk van de overeenkomst zijn. Alleen indien de verzekerde de kosten kent, kan hij een goed geïnformeerd besluit nemen ten aanzien van de correlatie tussen risico en rendement. In samenhang met de uitspraak van de Hoge Raad van 5 juni 2009  zou deze conclusie, indien die wordt overgenomen door het Hof van Justitie, de opmaat kunnen zijn om een beroep op dwaling in woekerpoliszaken opnieuw te bepleiten. In het arrest van 5 juni 2009 oordeelt de Hoge Raad immers dat indien een aanbieder van een financieel product de wezenlijke kenmerken tijdig mededeelt aan een afnemer, dit aan toewijzing van het beroep op dwaling in de weg staat (r.o. 4.4.5). In punt 5 van haar cnclusie oordeelt de Advocaat-Generaal dat uit de zogenaamde Derde Levensrichtlijn volgt dat de verzekeraar verplicht is de 'essential characteristics' mede te delen aan aan de verzekerde. Een 'essential characteristic' (wezenlijk kenmerk) van de overeenkomst is de kans op het al dan niet verwezenlijken ven een 'Benefit', zo oordeelt de Advocaat-Generaal. Aangezien de kosten van doorslaggevende invloed zijn op die kans is informatie over die kosten een wezenlijk kenmerk van het financiële product, waarover de verzekerde niet is geïnformeerd. Op basis van de uitspraak van de Hoge Raad van 5 juni 2009 is bepleitbaar dat indien die wezenlijke kenmerken niet tijdig aan de verzekerde kenbaar worden gemaakt, het beroep op dwaling zou moeten slagen.

Op 13 mei 2013 oordeelde de klachtencommissie van het Kifid al dat Nationale Nederlanden haar verzekerde in het kader van het product Flexibel verzekerd Beleggen ten onrechte niet geïnformeerd had over de kosten. Een beroep op dwaling werd in die zaak afgewezen.

Defam mag na opeising krediet geen contractuele rentevergoeding vorderen


Rechtbank Midden-Nederland 4 juni 2014 ECLI:NL:RBMNE:2014:2405

Op 11 oktober 2012 heeft Defam aan kredietnemer een krediet verstrekt tot een maximum van € 8.500,- tegen een variabele rente. Kredietnemer laat een betalingsachterstand onstaan. Defam eist op 30 mei 2013 het gehele krediet op en vordert dat de kantonrechter kredietnemer zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 7.814,84, vermeerderd met de contractuele rente van 0,651% per maand (8% per jaar). De vraag die in het geding naar voren komt, is of Defam gerechtigd is om contractuele rente of slechts de wettelijke rente te vorderen.

De rechtbank oordeelt dat Defam ten onrechte contractuele rente bij kredietafnemer in rekening brengt bij beëindiging van kredietovereenkomst. Defam kan na beëindiging van de overeenkomst slechts aanspraak maken op de wettelijke rente.

Klik hier voor de uitspraak op rechtspraak.nl

ABM AMRO schiet tekort in de op haar rustende informatieplicht


Rechtbank Rotterdam 02-04-2014 C/10/419424 / HA ZA 13-231

Bank deelt bij tussentijdse volledige aflossing van hypothecaire geldlening niet mee dat dit gevolgen heeft voor de aan de geldlening gekoppelde verzekering. De rechtbank oordeelt dat ABM AMRO tekort geschoten is in de op haar in relatie tot de consument rustende informatieplicht. Dat betekent dat ABN AMRO in beginsel aansprakelijk is voor de daardoor voor de consument ontstane schade wegens haar toerekenbare tekortkoming.

Schending zorgplicht bij renteswap


Rechtbank Amsterdam 06-08-2014 C/13/556008 / HA ZA 13-1836

Rechtbank acht voorshands bewezen dat ABN AMRO een ondernemer voorafgaand aan het sluiten van de renteswapovereenkomst onvoldoende heeft geïnformeerd over de mogelijke gevolgen en de specifieke risico's verbonden aan het afsluiten van die overeenkomst.

In beginsel geen verplichte rangorde uitwinning zekerheden


Gerechtshof Amsterdam 15-07-2014 200.100.003-01

Deze uitspraak gaat over de rangorde die de bank volgens benadeelde dient te hanteren bij van een bank bij het uitwinnen. De zorgplicht van een bank strekt minder ver bij een zakelijke borgtocht. Het staat de schuldeiser vrij om vanaf dat moment de borg aan te spreken, waarbij de volgorde en wijze van uitwinning van zekerheden geheel ter vrije keuze van de schuldeiser is. Als de wijze van uitwinning zodanig onzorgvuldig is geschied dat sprake is van een grove miskenning van de belangen van de borg kan de schending van die verplichting leiden tot een verplichting van de schuldeiser tot schadevergoeding, maar daarvan zal slechts in (zeer) uitzonderlijke situaties sprake zijn.

Zorgplicht beleggingsbank Van Lanschot


Rechtbank Oost-Brabant 30-07-2014 C/01/273755 / HA ZA 14-64

A heeft vanaf 1987 tientallen jaren zijn vermogen belegd in een adviesrelatie met Van Lanschot. Op 30 september 2007 heeft A met Van Lanschot de Vermogensbeheerovereenkomst gesloten. Er wordt een neutraal risicoprofiel vastgesteld. Bij aanvang van het beheer in oktober 2007 bedroeg het te beleggen vermogen € 4.709.721. Over de periode oktober 2007 tot en met 31 augustus 2008 is het belegde vermogen afgenomen met een bedrag van € 798.654,--.

A schrijft op 31 augustus 2008 dat zij zich zorgen baart over de achteruitgang van het vermogen en vraagt zich af of niet een ondergrens bepaald moet worden bij het naderen waarvan de effectenportefeuille geliquideerd zal moeten worden en volstaan moet worden met deposito- of spraakrekeningen. Op 4 november 2008 heeft A de beheerovereenkomst met onmiddellijke ingang beëindigd. De beleggingen zijn vervolgens verkocht en hebben een bedrag van ca. € 3.400.000,-- opgebracht. A betrekt Van Lanschot in rechte en vordert veroordeling van Van Lanschot tot betaling van een bedrag van € 972.501,-- te vermeerderen met rente en kosten.

De rechtbank komt tot de conclusie dat Van Lanschot niet de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die van een goede beleggingsbank verwacht had mogen worden. Gegeven de omstandigheden van die periode (de crisis hield aan en er was onrust op de beurzen; er was binnen een klein jaar tijd en in hoog tempo fors verlies geleden op het vermogen; het vermogen was bestemd voor pensioen; A was reeds 67 jaar en zijn pensionering was aanstaande zodat hij geen andere inkomstenbronnen meer zou kunnen aanboren) had het op de weg van Van Lanschot gelegen meer zorg te besteden aan de positie van A dan zij heeft gedaan.

Waarschuwen voor restschuldrisico ook voor professionele partijen


Rechtbank Amsterdam 23-07-2014 Zaaknummer HA ZA 13-915

Recentelijk heeft Financieel Recht Advocaten bij de rechtbank Amsterdam een vonnis verkregen tegen Nationale Nederlanden waarin de rechtbank oordeelt dat Nationale Nederlanden als professionele dienstverlener op het terrein van (beleggingen en aanverwante) financiële diensten jegens de cliënt van Financieel Recht Advocaten een bijzondere zorgplicht heeft die ertoe strekt hem te beschermen tegen de gevaren van gebrek aan inzicht. De reikwijdte van deze bijzondere zorgplicht is, zo de rechtbank, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder de ingewikkeldheid van het product en de daaraan verbonden risico's. Indien Nationale Nederlanden hem geadviseerd zou hebben een bedrijfshypotheek met daarnaast een tweetal beleggingsverzekeringen af te sluiten, dan had Nationale Nederlanden hem moeten wijzen op het risico dat de opbrengst van die beleggingsverzekeringen uiteindelijk niet voldoende zouden zijn om de bedrijfshypotheek af te lossen.

Het gaat hier om een tussenvonnis. Nationale Nederlanden heeft betwist dat zij aan de betreffende cliënt heeft geadviseerd de beleggingsverzekeringen af te sluiten. De rechtbank heeft bepaald dat nadere bewijsvoering noodzakelijk is. De uitspraak is van belang omdat banken en verzekeraars in veel gevallen in het verleden zowel kredieten verkochten alsook de daarbij horende verzekeringen. Met name is dat het geval bij de Rabobank die heel vaak in de dubbele hoedanigheid van aanbieder en adviseur heeft opgetreden. Uit de uitspraak volgt dat indien er een krediet wordt aangeboden en de aanbieder van het krediet tevens heeft bemiddeld bij de totstandkoming van de levensverzekeringen, de aanbieder/bemiddelaar in dat geval de cliënt dient te waarschuwen voor de mogelijkheid van het ontstaan van een restschuld. Indien de aanbieder/bemiddelaar dat niet heeft gedaan is die in beginsel aansprakelijk.

Heeft u ook een hypotheek met daaraan gekoppeld een beleggingsverzekering en is de aanbieder van de hypotheek ook adviseur met betrekking tot de verzekering geweest? Neem dan contact met ons op om te bezien of wij iets voor u kunnen betekenen.

Vernietiging bankgarantie vanwege ontbreken toestemming echtgenote


Rechtbank Amsterdam 13 augustus 2014 ECLI:NL:RBAMS:2014:6139

A was samen met B en C vennoten van een later gefailleerde vennootschap onder firma. Eind 2007 is A als vennoot uitgetreden. Op 19 oktober 2007 is tussen Kranenburg en de overgebleven vennoten een overeenkomst van geldlening tot stand gekomen voor een bedrag van € 200.000,00. In oktober 2007 heeft A zich jegens Kranenburg tot een bedrag van € 100.000,00 garant stelt voor de nakoming van de verplichtingen van B en C (hierna: de garantieverklaring). Bij brief van 24 augustus 2010 heeft Kranenburg een beroep gedaan op de verstrekte bankgarantie doordat vennoten B en C hun verplichtingen jegens hem niet nakwamen. De echtgenote van A heeft de garantieverklaring buitengerechtelijke vernietigd op grond van het bepaalde in artikel 1:88 juncto 1:89 BW.

Kranenburg vordert veroordeling van A tot betaling van € 100.000,00, vermeerderd met rente en kosten op grond van de bankgarantie. Kranenburg heeft gesteld dat A heeft gehandeld in de normale uitoefening van beroep of bedrijf. De lening aan B en C was bedoeld om hen in de gelegenheid te stellen A als vennoot uit te kopen. A heeft deze stellingen van Kranenburg betwist. De rechtbank oordeelt dat de garantieverklaring van A betrekking heeft op een lening die is verstrekt aan derden, namelijk aan B en C. Een dergelijke lening – waarbij A noch zijn bedrijf partij is – is geen rechtshandeling behorend tot de uitoefening van beroep of bedrijf van. Zelfs indien zou worden aangenomen dat de lening was bedoeld om B en C in de gelegenheid te stellen A voor een bedrag van € 200.000,00 uit te kopen, geldt dat niet kan worden geoordeeld dat het (persoonlijk) garant stellen voor een aan derden verstrekte lening een rechtshandeling is ten behoeve van de normale bedrijfsvoering door A.

Dit betekent dat de garantieverklaring onder de reikwijdte van het bepaalde in artikel 1:88 lid 1 sub c BW valt, zodat A voor het ondertekenen van deze verklaring de toestemming van zijn echtgenote nodig had. Daarmee heeft te gelden dat de garantieverklaring rechtsgeldig is vernietigd.

Klik hier voor de uitspraak op rechtspraak.nl

Rabobank schendt zorgplicht bij herfinanciering onroerend goed (eigen zaak)


Rechtbank Breda 7 mei 2014


De Rechtbank Zeeland West Brabant heeft bij vonnis d.d. 7 mei 2014 geoordeeld dat een lokale Rabobank haar zorgplicht tegen een particulier heeft geschonden. Deze persoon had drie panden in eigendom voorzien van drie hypothecaire financieringen. Deze financieringen liepen bij andere banken dan de Rabobank.

Deze particuliere klant was tevens ondernemer en kwam via derden bij de Rabobank terecht. Het doel was het verkrijgen van liquide middelen middels herfinanciering van de drie onroerende zaken of een zakelijke financiering van de Rabobank. De Rabobank wilde deze ondernemer niet zakelijk financieren en pakte de privésituatie van deze particulier als uitgangspunt. Alle hypotheken zouden tot één geheel worden gemaakt. Door alle beleggingsdepots af te kopen en de opbrengst daarvan in mindering te brengen op de hoofdsom van de lening, zou ondanks de kosten per saldo zou een bedrag overblijven, welk bedrag deze ondernemer vervolgens in zijn onderneming kon steken ter financiering van zijn onderneming.

De Rabobank ziet tijdens het adviestraject over het hoofd dat een andere bank een recht van hypotheek heeft in verband met een zakelijke borgstelling. Wilde de herfinanciering doorgang kunnen vinden, diende deze bank betaald c.q. afgelost te worden. De financieringsopzet van de Rabobank voorzag hier niet in. Daarbij daalden de koersen op de beurzen als gevolg van de financiële en kredietcrisis verder en verder. Dit leidde ertoe dat - met het vorderen van de tijd - de af te kopen beleggingsdepots in waarde daalden. Na het passeren van de aktes bleek echter dat er geen liquide middelen resteerden, maar een bedrag aan de bank te betalen. Als gevolg hiervan raakt deze persoon zowel zakelijk als privé (verder) in de financiële problemen. Onder meer ontstonden er achterstanden op de hypotheek. Een faillissement van de onderneming kon ternauwernood worden voorkomen.

Vervolgens is deze cliënt van Financieel Recht Advocaten genoodzaakt zijn casus voor te leggen aan de burgerlijke rechter. De Rechtbank stelt de cliënt van Financieel Recht Advocaten volledig in het gelijk. Kort samengevat oordeelt de Rechtbank dat de Rabobank tekort geschoten is in haar contractuele zorgplicht door te verzuimen deze klant er tijdig op te wijzen dat de beoogde uitgangspunten van de herfinanciering niet werden gehaald én zich ervan te vergewissen dat dit feit ook door deze klant werd begrepen. De Rabobank wordt 100% aansprakelijk gehouden voor de schade van deze cliënt.

Na ontvangst van dit vonnis tekende de Rabobank geen hoger beroep aan. Via onderhandelingen zijn de Rabobank en de cliënt van Financieel Recht Advocaten tot een reële schadevergoeding gekomen en is de zaak in der minne geschikt waardoor verder procederen ook werd voorkomen.

Boetebesluit AFM


De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft op 3 september 2014 een bestuurlijke boete van €300.000 opgelegd aan Beautiful Day B.V. De boete is opgelegd omdat Beautiful Day in de periode van mei 2012 tot en met augustus 2013 flitskrediet heeft aangeboden zonder te beschikken over een vergunning van de AFM. Dat is een overtreding van de Wet op het financieel toezicht (artikel 2:60, eerste lid, Wft). Sinds 25 mei 2011 is het verboden om flitskredieten aan te bieden zonder vergunning van de AFM. Beautiful Day is niet uitgezonderd van deze vergunningplicht.

Beautiful Day bood via haar websites www.easycredit.nl en www.betaaldag.nl consumenten de mogelijkheid om snel geld te lenen tegen hoge kosten. Beautiful Day adverteerde dat er geen kosten voor het krediet in rekening werden gebracht. In werkelijkheid moesten consumenten wel degelijk hoge kosten betalen.

ABN AMRO dient schadevergoeding te betalen van ruim €11 mln. wegens schending zorgplicht


Rechtbank Amsterdam12-11-2014 Zaaknr. HA ZA 13/1156

Blauwpark en Decluse zijn beheermaatschappijen, waarin het familievermogen van familie X wordt beheerd. Zij houden rekeningen aan bij ABN AMRO Bank (hierna: "ABN"). Y trad namens familie X op als beperkt gevolmachtigde. In 2011 blijkt dat Y fraude heeft gepleegd met rekeningen ten name van Blauwpark en Decluse. Y heeft in 10 jaar tijd ruim € 20 miljoen van rekeningen weggesluisd. Blauwpark en Decluse stellen dat ABN haar zorgplicht heeft geschonden en stellen haar aansprakelijk voor de geleden schade.

De rechtbank stelt voorop dat ABN in opdracht van Y geen bedragen van Decluse mocht overmaken naar Blauwpark voor zover de volmacht van Y daarmee werd overschreden. Blauwpark en Decluse zijn immers twee verschillende rechtspersonen met - deels - verschillende aandeelhouders en gescheiden vermogens en moeten ook als afzonderlijke entiteiten worden behandeld. Om diezelfde reden was het ABN niet toegestaan eigenmachtig, zonder dat daarvoor een contractuele grondslag was aan te wijzen, bedragen vanuit Decluse over te maken naar Blauwpark.

De slotsom is dat ABN zich jegens Blauwpark en Decluse niet heeft gedragen als een goed opdrachtnemer en niet de zorg heeft betracht die van haar als bank had mogen worden verwacht. Deze tekortkoming kan aan ABN worden toegerekend en ABN dient de schade te vergoeden.

De rechtbank veroordeelt ABN AMRO om aan Blauwpark en Decluse te betalen een bedrag van € 11.047.874, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 11 april 2012 tot aan de dag van volledige betaling.

Dijsselbloem hint op wijziging praktijk, van eenzijdige wijziging rente


Consumenten en ondernemers klagen veelvuldig over de eenzijdige "bevoegdheden" van kredietverstrekkers om de rente (willekeurig) te wijzigen. Soms is c.q. lijkt er sprake van complete willekeur of woekerwinsten, zeker nu rente extreem laag is en gelden goedkoop door banken wordt ingekocht. Kamerlid Nijboer van de PvdA heeft hierover Kamervragen gesteld aan de Minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem. Aan de Minister van Financiën wordt de vraag gesteld of de renteverhogingen niet zoveel als mogelijk moeten worden voorkomen en of, als deze zich al voordoen, niet te koppelen zijn aan objectieve criteria, die kenbaar moeten zijn bij de consument.

Stichting Loterijverlies


Vrijblijvende en ter oriëntatie bedoelde toelichting op procedure misleiding Staatsloterij en de eventuele mogelijkheid tot het verkrijgen van schadevergoeding of een andere vorm van compensatie.

Naar aanleiding van de uitzending van Tros Radar d.d. 23 februari 2015.

Bank maakt misbruik van haar bevoegdheid door woning te veilen


Rechtbank Overijssel 30 januari 2015 zaaknr. C/08/167233 / KG ZA 15-27

X heeft een woning gekocht waarvoor hij een hypothecaire geldlening heeft afgesloten bij Direktbank voor € 180.000. X raakt eind 2012 voor de derde keer als gevolg van het faillissement van zijn werkgever zijn baan kwijt en ontvangt sindsdien een WW-uitkering. Er ontstaan verdere betalingsachterstanden, waarop Direktbank X aanschrijft tot openbare verkoop over te gaan als hij niet over zal gaan over tot betaling van de opgelopen achterstanden.

X vordert in kort geding de Direktbank te verbieden om de woning te veilen. De voorzieningenrechter gebiedt de Direktbank om de executie te schorsen, in die zin dat de geplande executoriale verkoop van de woning geen doorgang zal vinden.

ABN AMRO schendt bijzondere zorgplicht en dient 50% van de schade te vergoeden


Rechtbank Amsterdam 14 januari 2015 zaaknr. C-13-541577 - HA ZA 13-529

De kinderen van erflaatster, die overleden is in 2009, stellen ABN AMRO (hierna: "ABN") in 2010 aansprakelijk voor schade, welke voortvloeit uit de wijze van vermogensbeheer. Het geschil komt in essentie neer op de vraag of ABN bij de totstandkoming en tijdens de uitvoering van de vermogensbeheerovereenkomst aan de op haar rustende bijzondere zorgplicht heeft voldaan.

Tussen partijen staat vast dat ABN een onderzoek naar de financiële mogelijkheden, deskundigheid en doelstellingen van erflaatster niet heeft verricht. De conclusie is daarom dat ABN is tekortgeschoten in haar onderzoeksplicht. De schending door ABN van haar onderzoeksplicht leidt echter niet zonder meer tot het oordeel dat zij aansprakelijk is voor de door eisers beweerdelijk geleden schade. Hiervan zal pas sprake zijn, indien komt vast te staan dat ABN, indien zij wel aan haar onderzoeksplicht zou hebben voldaan, de effectenportefeuille minder risicovol zou hebben ingericht en daarmee een beter beleggingsresultaat zou zijn behaald.

De rechtbank acht aannemelijk dat, indien ABN aan haar onderzoeksplicht had voldaan, de effectenportefeuille minder risicovol zou zijn ingericht. In dit verband wordt van belang geoordeeld dat erflaatster ten tijde van het sluiten van de vermogensbeheerovereenkomst 84 jaar oud was, dat zij beschikte over een AOW als inkomstenbron, dat zij jaarlijks aanzienlijke bedragen aan haar kinderen en kleinkinderen schonk en dat het de bedoeling was dat het vermogen op haar kinderen zou overgaan.

Rapportage AFM: “Nazorg beleggingsverzekeringen”


AFM publiceerde op 9 maart 2015 haar Rapport Nazorg beleggingsverzekeringen.
Minister Dijsselbloem stelt dat vorig jaar is gebleken dat verzekeraars te weinig doen voor klanten met een beleggingsverzekering c.q. woekerpolis. De minister geeft daarom de AFM per 1 juli 2015 de bevoegdheid om een verzekeraar die te weinig voor een klant met een woekerpolis doet te beboeten. Dit als stok achter de deur om verzekeraars te dwingen om actie richting gedupeerden van beleggingsverzekeringen dan wel woekerpolissen te ondernemen.

Verzekeraars moeten de zwaarst getroffen groep van 250.000 polissen met een zogenaamde niet-opbouwende polis als eerste helpen. Het gaat hier om polissen die meer geld kosten dan ze opleveren. Daarna volgt de rest van de 2,5 miljoen nog lopende woekerpolissen. De komende tijd worden klanten benaderd met woekerpolissen waaraan een hypotheek (beleggingshypotheek) of pensioen gekoppeld.

Vermogensbeheerder aansprakelijk voor schade als gevolg van offensief beleggingsbeleid [eigen zaak]


Op 11 maart 2015 heeft de rechtbank Zeeland - West - Brabant een gunstige uitspraak gedaan in een geschil tegen een vermogensbeheerder waarbij een cliënte van Financieel Recht Advocaten betrokken was.

De betreffende cliënte, een pensioenvennootschap, had in het verleden een pensioenkapitaal opgebouwd. De vennootschap diende vanaf de pensioengerechtigde leeftijd aan de DGA pensioen uit te gaan keren. In het kader van deze pensioenvoorziening heeft de vennootschap haar vermogen in handen gegeven van een vermogensbeheerder. Doel van de beleggingsportefeuille was het opbouwen van vermogen en na pensionering in het voorzien van inkomen uit vermogen.
Op de beleggingsportefeuille zijn aanzienlijke beleggingsverliezen geleden, onder meer als gevolg van het faillissement van Lehman Brothers waardoor de obligatie en de waarde daarvan volledig verdampte. De schade is echter mede ontstaan als gevolg van grote verliezen op aandelen en andersoortige obligaties, waaronder perpetuele obligaties. Als gevolg van het door de vermogensbeheerder gevoerde risicovolle beleggingsbeleid is de beleggingsportefeuille in de problemen gekomen.

De rechtbank stelt vast dat de vermogensbeheerder in kwestie nimmer een risicoprofiel van de pensioenvennootschap had opgesteld waardoor kwam vast te staan dat de vermogensbeheerder haar onderzoeksplicht had geschonden. Ook kwam de rechtbank tot het oordeel dat de rechtbank haar informatie- c.q. waarschuwingsplicht had geschonden. Op grond hiervan kwam de rechtbank tot het oordeel dat de vermogensbeheerder haar zorgplicht had geschonden en tekort was geschoten in de nakoming van de vermogensbeheerovereenkomst. De rechtbank veroordeelt de vermogensbeheerder om bijna € 110.000,- schadevergoeding aan de pensioenvennootschap terug te betalen, een welkome aanvulling op het pensioen van de DGA!

Uitspraak Kifid ASR-spaarplannen


Uitspraak Geschillencommissie Financiele Dienstverlening nr. 87 d.d. 11 april 2011

De klachtencommissie Financiële Dienstverlening heeft een uitspraak gedaan waarin een polishouder van een spaarplan zijn gehele inleg terug krijgt vanwehe onvolledige informatievoorziening.

Schending bancaire zorgplicht


Gerechtshof Amsterdam 11 oktober 2011

Advocaat Joost Papeveld van Financieel Recht Advocaten bewerkstelligt dat Achmea Retail Bank N.V. een afnemer van het Levob Hefboom Effect voor 67% schadeloos dient te stellen (i.h.k.v. schending bancaire zorgplicht). Bezwaren van Achmea tegen een eerder vonnis van de Rechtbank Utrecht zijn door het Gerechtshof Amsterdam afgewezen.

Financieel adviseur aansprakelijk voor schade belegging (obligatie)


Gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden 5 november 2013

De betrokken financieel adviseur heeft een particuliere klant in verband met de verkoop van een woning geadviseerd over een hypotheek en een obligatieovereenkomst. De financiële instelling waar de obligatieovereenkomst is afgesloten, Easy Life Investments B.V., is later gefailleerd. De klant heeft de financieel adviseur aansprakelijk gesteld voor zijn schade, omdat deze zijn zorgplicht zou hebben geschonden. Het Gerechtshof bekrachtigt het oordeel van de rechtbank dat de financieel adviseur aansprakelijk is. De financieel adviseur heeft zijn zorgplicht geschonden door 1) onvoldoende te informeren dat sprake was van een beleggingsproduct, terwijl de klant een spaarproduct wenste, 2) na te laten een risicoprofiel voor de klant op te stellen en 3) geen onderzoek te doen naar de betrouwbaarheid van de financiële instelling die het beleggingsproduct aanbood. Klik hier voor de uitspraak. Deze uitspraak ligt geheel in lijn met een uitspraak welk ons kantoor voor een gedupeerde belegger van Easy Life Investments B.V. heeft gekregen (mei 2011). De tussenpersoon diende deze belegger volledig (100%) schadevergoeding te betalen. Klik hier voor deze uitspraak.

Rabobank vergeet pandakte in te schrijven

Rechtbank Midden-Nederland 08 januari 2014

Rabobank vroeg een pakket van zekerheden voor de verstrekking van het startkapitaal. Rabobank maakt fout door de bedongen zekerheden, neerlegt in een pandakte, niet te registreren. Een tweede zekerheid was een bankborgtocht van gedaagde.

Gedaagde mocht ervan uitgaan dat zijn borgstelling onderdeel uitmaakte van dat pakket, waarmee een bepaalde risicopositie van gedaagde samenhangt. Het is door een fout van Rabobank dat deze risicopositie anders werd. Als deze fout niet was gemaakt, had de bank zich bij faillissement geheel op de vennootschappen kunnen verhalen. Het is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat Rabobank ondanks haar fout de borg uitwint alsof deze fout niet is gemaakt.

Rapportage AFM: inzake rentederivaten


De Autoriteit Financial Markten (AFM) heeft September 2013 een rapport opgeleverd inzake dienstverlening van bank inzake rentederivaten, ook wel Renteswaps genoemd. De AFM concludeert onder meer dat de dienstverlening van sommige banken aan het professionele midden- en kleinbedrijf (MKB) bij het afsluiten van rentederivaten voor verbetering vatbaar is.

Opzegging swapovereenkomst en zorgplicht bank


Rechtbank Noord-Nederland 20 maart 2013

Accountantskantoor heeft in het kader van nieuwbouw een financieringsaanvraag gedaan bij ABN AMRO. De bank heeft hier een krediet voor verstrekt met een variabele rente (Eenmaands Euribor) vermeerderd met een individuele opslag van 0,8%. Het accountantskantoor wil deze variabele rente omzetten in een vaste rente door middel van een swapovereenkomst. Ze sluiten een dergelijke overeenkomst af met vaste rente van 4,1% per ingangsdatum 1 september 2006. Op 22 februari 2010 verhogen ze de individuele opslag van 0,8 naar 2,25%. Het accountantskantoor accepteert dit niet een beëindigd de overeenkomst.

Naar oordeel van de rechtbank heeft ABN AMRO haar zorgplicht geschonden door het eenzijdig verhogen van de opslag. Bovendien bepaalde de rechter dat het onredelijk is dat het accountantskantoor wel de lening vervroegd mag aflossen zonder boete, maar dat hij niet af kan van de aan de lening gekoppelde renteswap, zonder ruim een ton dienen te betalen. Rechtbank oordeelt dat accountantskantoor tot niet meer gehouden is dan vergoeding van 30% van de schade die het gevolg is van het voortijdig en eenzijdig opzeggen van de renteswapovereenkomst.

Tussenpersoon moet 75% schade teakbelegging aan belegger vergoeden

Gerechtshof Arnhem-Leeuwaren 14 januari 2014

Op advies van hun assurantietussenpersoon heeft een echtpaar de hypotheek op de woning overgesloten, en de overwaarde belegd in spaarcertificaten van Professioneel Groen BV (teakplantages). Professioneel Groen laat al snel weten het overeengekomen rentepercentage niet te kunnen betalen en ook de terugbetaling van de inleg niet te kunnen garanderen. Het echtpaar heeft de tussenpersoon c.q. adviseur aansprakelijk gesteld en krijgt bij het Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden gelijk. Het hof verlaagt het aandeel eigen schuld van het echtpaar van 30 naar 25%. Dat betekent dat de tussenpersoon 75% van de geleden schade dient te vergoeden.

Direktbank mag na 17 jaar vordering niet meer incasseren


Rb. Noord-Holland 3 juli 2013, zaaknr. 424898

Direktbank NV (sinds 2010 onderdeel van ABN Amro) heeft op 18 augustus 1993 een kredietovereenkomst geloten met klant. Klant krijgt een doorlopend krediet tot haar beschikking tot een maximum van €19.512,55. Klant lost het krediet niet af. Direktbank stuurt vervolgens gedurende een groot aantal jaren – ruim 17 jaar – standaardbrieven waarin zij klant aangemaand tot betaling over te gaan. Direktbank besluit in augustus 2012 de klant alsnog te dagvaarden.De klant beroept zich op verjaring en op rechtsverwerking van de vordering.

De rechter oordeelt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is om de vordering alsnog in rechte af te dwingen. Dit leidt er reeds toe dat de vordering van Direktbank zal worden afgewezen.

Aanbevelingen AFM rentederivaten


De AFM heeft aanbevelingen aan banken en beleggingsondernemingen gepubliceerd voor dienstverlening op het gebied van rentederivaten aan het midden en kleinbedrijf (MKB). U dient daarbij onder meer te denken aan swaps. Verschillende banken zetten stappen om de dienstverlening aan deze doelgroep te verbeteren. Het document bevat daarom ook een aantal voorbeelden.

De aanbevelingen en goede voorbeelden moeten bijdragen aan een betere dienstverlening en bevorderen dat rentederivaten op een zorgvuldige manier door aanbieders worden aangeboden. Dat betekent dat aanbieders hebben vastgesteld dat het type dienstverlening en het afgesloten product aansluiten bij situatie van de klant.

Niet-professionele MKB
De publicatie van de AFM spitst zich specifiek toe op de dienstverlening aan het niet-professionele MKB. Het grootste deel van het MKB valt in deze categorie. Een ondernemer kan pas als professioneel worden aangemerkt als hij voldoet aan minstens twee van de drie volgende vereisten: balanstotaal van meer dan € 20 miljoen, omzet van meer dan € 40 miljoen, een eigen vermogen van € 2 miljoen of meer. Voor niet-professionele MKB-ondernemingen is het bij uitstek van belang dat zij kunnen rekenen op een passende dienstverlening op het gebied van rentederivaten. Zij kunnen kwetsbaar zijn vanwege gebrek aan kennis van en ervaring met rentederivaten en de vaak relatief beperkte financiële middelen waardoor het inhuren van extern advies achterwege blijft.

De aanbevelingen en goede voorbeelden zijn samen met alle belanghebbenden tot stand gekomen. De AFM heeft hierbij onder meer gesproken met banken, tussenpersonen, MKB-ondernemingen en overige stakeholders. De AFM zal ook in de toekomst met de individuele banken in gesprek blijven om te bevorderen dat zij de nodige verbeteracties in gang zetten. De AFM onderzoekt of er aanleiding is om met de banken in overleg te gaan over de noodzaak tot toetsing van dossiers uit het verleden aan de bestaande, wettelijke normen. Daarnaast kan de AFM overwegen om in individuele gevallen tot formele handhaving over te gaan.

Heeft u een geschil met uw bank over een rentederivaat (bijvoorbeeld: swap) of wenst u advies over een dergelijk financieel product, neem dan contact met ons op.

Handelen werknemers bedrijf leidt tot opzegging kredietrelatie door Rabobank


Rechtbank Noord-Nederland 05-02-2014 zaaknr. C-17-125739 - HA ZA 13-71

De Rabobank verstrekt een krediet in rekening courant tot een maximum van € 200.000 aan bedrijf X. In de Algemene voorwaarden heeft de Rabobank opgenomen dat de Rabobank te allen tijde het krediet kan opzeggen met inachtneming van een termijn van drie maanden.

Wernemers verstrekken in april 2004 aan de Rabobank een debiteurenoverzicht waarin staat opgenomen dat een aantal vorderingen zeer dubieus zijn. Naar aanleiding van dit overzicht zegt Rabobank het krediet op. Bedrijf X en de bestuurder in privé gaan daardoor failliet. De bestuurder spreekt de Rabobank aan op grond van toerekenbare tekortkoming in nakoming van de kredietovereenkomst.

De rechtbank oordeelt dat de Rabobank haar zorgplicht niet heeft geschonden ten aanzien van het opzeggen van de kredietrelatie zonder de overeengekomen opzegtermijn van drie maanden in acht te nemen. De rechter komt tot dit oordeel omdat het kredietlimiet stelselmatig werd overschreden en de zekerheidspositie van de bank verslechterd was omdat de debiteuren door het bedrijf zelf als dubieus werden beoordeeld. Ook stond de liquiditeitspositie van bedrijf X erg onder druk, mede gelet op de hoogte van het bedrag aan debiteuren wat ouder was dan 90 dagen.

Onderzoek Kwaliteit van Beleggingsdienstverlening


Op 28 februari 2014 heeft de stichting Autoriteit Financiële Markten ("AFM") een onderzoeksrapport gepubliceerd dat zich richt op 13 banken en beleggingsondernemingen die vermogensbeheer of beleggingsadvies aanbieden aan vermogende beleggers. De 13 onderzochte banken en beleggingsondernemingen vertegenwoordigen samen ruim 50% van de markt voor vermogensbeheer en beleggingsadvies in Nederland. Uit het onderzoek blijkt dat de kwaliteit van het beleggingsadvies bij meer dan de helft van de banken en beleggingsondernemingen onder de maat is.

Rendement voert de boventoon

De meerderheid van de onderzochte ondernemingen beoordeelt de beleggingsportefeuilles teveel op basis van rendement. Ze kijken daarbij niet of te weinig naar de risico's en kosten van de portefeuille, terwijl deze risico's en kosten het rendement behoorlijk onderuit kunnen halen.

Portefeuille pas niet bij de klant

Bij het kijken of een beleggingsadvies of vermogensbeheer bij de klant past, moet er voldoende en actuele informatie over de klant beschikbaar zijn. De meeste ondernemingen proberen de benodigde informatie in te winnen via een vragenlijst. Hiermee wordt vaak onvoldoende diepgaande en onvoldoende concrete informatie ingewonnen, waardoor een onjuist risicoprofiel wordt geschetst. In ongeveer (slechts) één derde van de onderzochte dossiers heeft de AFM geconstateerd dat de klantgegevens en de beleggingsportefeuille bij elkaar passen!

De banken en beleggingsondernemingen onderkennen de punten waarop het vermogensbeheer en beleggingsadvies aan verbetering toe is.

Mocht u te maken ontevreden zijn over het beleggingsadvies van uw bank, vermogensbeheerder, verzekeraar of tussenpersoon of denkt u dat u schade heeft geleden, neem dan contact met ons op. Wij zullen uw specifieke situatie beoordelen en eventuele de mogelijkheden met u bespreken. Klik hier voor ons contactformulier

Afwijking van Hofmodel in Dexiazaken op grond van individuele omstandigheden


Rechtbank Limburg 12-02-2014 zaaknr. 341949 - CV EXPL 12-1733

Een man heeft leningen bij zijn ouders afgesloten. De man zette het van zijn ouders geleende bedrag op een depositorekening en van de rente die hij daarop ontving, zou hij het verschuldigde rentebedrag aan zijn ouders kunnen voldoen. Echter, de rente op de depositierekening was lager dan de rente die de man aan zijn ouders moest betalen waardoor hij maandelijks geld toe moest leggen. In 1997 kwam de man in contact met tussenpersoon Spaar Select. Spaar Select adviseerde de man om het van zijn ouders geleende bedrag in te leggen in een 'Capital Effect' effectenlease-overeenkomst (= beleggen met geleend geld). Spaar Select verzekerde de man dat dit financiële product een hoog rendement zou gaan opleveren.

Het door de man aan Dexia betaalde bedrag van € 29.898,48 (rente en aflossing) is tijdens de looptijd van de effectenlease-overeenkomst verloren gegaan. Na beëindiging van de effectenlease-overeenkomst blijft de man met een restschuld achter. Dexia vordert in deze procedure een restschuld ad. €16.404,22, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf april 2005 en een proceskostenvergoeding.

Het product 'Capital Effect' vertoonde volgens de rechtbank ernstige gebreken: een te geringe spreiding van aandelen, een te hoge kostenstructuur, geen mogelijkheid tot kosteloze tussentijdse opzegging en geen mogelijkheid om verliezen af te dekken. De effecten moesten bij een looptijd van 15 jaar met 5% per jaar stijgen om quitte te spelen. Daarnaast presenteerde Spaar Select zich als een onafhankelijk en deskundig adviseur, terwijl Spaar Select niet deskundig en ook niet onafhankelijk was. De rechtbank oordeelt dat Dexia haar zorgplicht heeft geschonden, zoals zij erkend heeft. De rechter oordeelt de man de door Dexia gevorderde restschuld niet aan Dexia hoeft te betalen.

Geldige titel derdenhypotheek ontbreekt. Doorhaling.


Rechtbank Noord-Holland 29-05-2013 zaaknr. C-15-195661-HAZA12-407 

A stelt dat het hypotheekrecht nietig is omdat tussen hem en de bank geen overeenkomst daartoe tot stand is gekomen. A stelt namelijk dat hij nimmer met de bank afspraken over hypotheekverlening heeft gemaakt. De bank erkent dat zij vóór het passeren van de hypotheekakte geen contact met A heeft gehad zodat zij vóór het passeren van de hypotheekakte ook geen overeenkomst met hem over hypotheekverlening heeft gesloten. De bank en de notaris voeren aan dat uit de toezending van de conceptakte de totstandkoming van een geldige hypotheekafspraak kan worden afgeleid. De bank en de notaris slagen er echter niet in om bewijs te leveren dat A de conceptakte voor de passeerdatum heeft ontvangen.
De rechtbank is van oordeel dat er tussen A en de bank geen overeenkomst tot het vestigen van het recht van hypotheek tot stand is gekomen. Omdat een geldige titel ontbreekt is niet rechtsgeldig het recht van hypotheek gevestigd.

Bank dient beleggingsschade te vergoeden


Gerechtshof Arnhem-Leeuwaren 11-03-2014 zaaknr. 200.036.110

Belegger heeft op leeftijd zijn onderneming verkocht. De belegger heeft een deel van diens vermogen dat hij door de verkoop van zijn onderneming had verkregen, belegd bij de ING Bank. Er wordt door de Bank vooral en actief gehandeld in opties en futures. Er wordt op de optie en future transacties een verlies van meer dan € 1.500.000,- geleden. Belegger stelt de Bank middels een advocaat aansprakelijk voor de door hem geleden schade. Een langdurige rechtszaak volgt.

Het Gerechtshof stelt - volgens vaste rechtspraak - voorop dat op een bank als professionele en bij uitstek deskundige dienstverlener een bijzondere zorgplicht rust bij beleggingsadviesrelaties met particuliere beleggers. Die zorgplicht behelst onder meer dat de bank vooraf naar behoren onderzoek moet doen naar de financiële mogelijkheden, deskundigheid en doelstellingen van de cliënt en dat zij hem dient te waarschuwen voor eventuele risico's die aan een voorgenomen of toegepaste beleggingsvorm zijn verbonden, alsook voor het feit dat een door hem voorgenomen of toegepaste beleggingsstrategie niet past bij zijn financiële mogelijkheden of doelstellingen, zijn risicobereidheid of zijn deskundigheid. Deze plicht strekt mede ter bescherming van de cliënt tegen het gevaar van een gebrek aan kunde en inzicht of van eigen lichtvaardigheid. Zij geldt bij uitstek als de cliënt handelt in opties (vergelijk HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4600). 

De Bank betoogt dat de belegger zeer ervaren was. Het Gerechtshof oordeelt dat zelfs indien dit het geval zou zijn, dat dit de Bank niet ontsloeg van de verplichting om bij aanvang van de beleggingsrelatie te waarschuwen voor de risico's die aan de voorgenomen beleggingsvorm, namelijk uitsluitend aandelen, opties en futures, zijn verbonden. Ook rust, volgens het gerechtshof, op de Bank een zorgplicht om gedurende de relatie het risicoprofiel van de belegger - zo nodig - te actualiseren. Door het risicoprofiel niet adequaat aan te passen heeft de bank ook haar zorgplicht jegens de belegger ernstig geschonden.Het Hof stelt voorts nog vast dat de Bank niet heeft voldaan aan de verplichting om erop toe te zien dat binnen een termijn van vijf werkdagen margintekorten daadwerkelijk werden aangezuiverd. De Bank heeft op dit punt haar zorgplicht jegens de belegger ook geschonden.

De belegger krijgt een voorschot op de schadevergoeding toewezen voor een bedrag ad. € 500.000,-. Voor het overige bepaalt het Hof dat een onafhankelijke deskundige de schade dient vast te stellen. De procedure wordt verwezen naar de schadestaatprocedure.

Vermogensbeheerder aansprakelijk voor te risicovolle beleggingen


Rechtbank Amsterdam 08-01-2014 C/13/441120 / HA ZA 09-3386

Man en Vrouw hebben met het oog op een beperking van de risico's gekozen voor een aanzienlijke belegging in vastrentende waarden. De beleggingsdoelstelling was gericht een op lange termijn pensioenvoorziening. De Man en Vrouw leiden desondanks een groot verlies op de belegging en stellen de vermogensbeheerder Schretlen & Co (hierna; 'Schretlen') aansprakelijk.

De rechtbank is van oordeel dat Schretlen door de beheerde portefeuilles in belangrijke mate te beleggen in te risicovolle vastrentende waarden, niet heeft gehandeld overeenkomstig hetgeen van een redelijk handelend en redelijk vakbekwaam vermogensbeheerder mag worden verwacht. Schretlen is in zoverre toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van op haar rustende verbintenissen.

Schretlen is in beginsel aansprakelijk voor de schade die Man en Vrouw als gevolg van voormelde tekortkoming hebben geleden. In de schadestaatprocedure zal de schade nader worden bepaald. Schretlen zal als ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

Melkveehouder procedeert afkoopsom renteswap van de Rabobank voor 60% weg.


Rechtbank Oost-Brabant 26-03-2014 zaaknummer: C/01/264203

De Rabobank heeft haar zorgplicht geschonden bij de verkoop van een rentederivaat. De rechtbank begroot de schade als gevolg van de schending van de op de bank rustende bijzondere zorgplicht op €271.306,19. Van die schade dient 40% (€ 108.522,48) voor eigen rekening van de veehouder te blijven. Rabobank moet het restant van €162.783,71 aan de ondernemer vergoeden.

Informeren over negatieve waarde renteswap is niet voldoende


Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15-04-2014 zaaknr. HD 200.112.118 01

Westkant sluit renteswapovereenkomst af om de variabele rente van een kredietovereenkomst om te zetten in een vaste rente. Westkant stapt over naar een andere bank en beëindigt de renteswapovereenkomst tussentijds. Als gevolg van negatieve ontwikkelde waarde, dient Weskant een grote afkoopsom te betalen. Westkant betrekt ABN Amro in rechte en stelt onder andere dat Westkant destijds niet goed is ingelicht over de risico's van de renteswap.

Het hof acht de door ABN AMRO beweerdelijk, voorafgaand aan het verrichten van de transacties, verstrekte brochure en de daarin opgenomen waarschuwingen, onvoldoende indringend. Uit deze bescheiden blijkt namelijk niet indien de basisrente sterk daalt de renteswap een grote negatieve waarde ontwikkelt en beëindiging van de renteswapovereenkomst voor het einde van de looptijd daarvan in dat geval leidt tot onverwacht hoge kosten.

Geen willekeurige verhoging van de rente


De Ombudsman en de Klachtencommissie van het Kifid oordeelden dat Finata Bank niet eenzijdig de rente mag verhogen. In bijgaand artikel zetten wij de achtergronden van die uitspraak uiteen en laten wij u aan de hand van een voorbeeld zien dat Finata - op basis van de formule van de klachtencommissie van het Kifid - ten onrechte grote bedragen aan rente in rekening heeft gebracht aan haar klanten.

Verzekeraar en de geschiktheidstoets


Geschillencommissie Kifid Hoger Beroep 14 oktober 2010

In deze uitspraak oordeelt de geschillencomissie in hoger beroep dat op de aanbieder van een beleggingsverzekering een zelfstandige plicht rust om te onderzoeken of de beleggingsverzekering geschikt was voor het doel dat de polishouder beoogde. Verzekeraar kan zich niet verschuilen achter tussenpersoon.

Falcon zaak


Rechtbank Haarlem 26 januari 2011

Geslaagd beroep door verzekerde op dwaling ten aanzien van het hefboomeffect en het prognoserendement bij de totstandkoming van een LevensPlan-overeenkomst. De verzekeraar wordt als grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

Joost Papeveld

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant