Wwft-onderzoek? Dat betekent niet dat uw hypotheek meteen kan worden opgeëist
“Een bank mag onder de Wwft een klantrelatie beëindigen als een klant niet meewerkt aan het klantonderzoek. Maar deze uitspraak (ECLI:NL:RBMNE:2025:5725) laat zien dat de bank daarbij wél haar zorgplicht moet respecteren. Een woning hypotheek opeisen met een extreem korte termijn, zonder tijd om over te sluiten en mét een belemmerende BKR-melding, kan onaanvaardbaar zijn.”
In een kort geding bij de Rechtbank Midden-Nederland stond centraal of een bank een woninghypotheek mocht opzeggen en direct opeisen omdat de klant volgens de bank onvoldoende meewerkte aan een Wwft-klantonderzoek. Het ging om een particulier met een hypotheek sinds 2006 en zowel privé- als zakelijke rekeningen. De bank zegde eerst de klantrelatie op en eiste daarna de resterende hypotheeksom van circa € 214.000 ineens op, met een betalingstermijn van zeven dagen en de aankondiging van een veiling. Ook werd een negatieve BKR-registratie (code 2) geplaatst. De voorzieningenrechter oordeelde op 5 november 2025 dat deze opzegging/opeising onder de omstandigheden niet rechtsgeldig was, en verbood de bank om tot (executie)verkoop over te gaan.
Wat triggerde het Wwft-onderzoek?
De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren terrorisme (Wwft) verplicht banken om cliëntenonderzoek te doen. Dat onderzoek is niet alleen een “KYC-formulier”; het is een wettelijke plicht om te weten met wie de bank zaken doet, hoe geldstromen verklaard kunnen worden en of er signalen zijn die extra onderzoek vragen.
In deze zaak vroeg de bank meerdere keren om informatie in de periode februari 2024 tot en met december 2024. Aanleiding waren onder meer:
overboekingen vanaf de privérekening naar een Turkse bankrekening (totaal € 13.500),
overboekingen vanaf de zakelijke rekening naar een Turkse bankrekening (totaal € 74.800),
contante opnames vanaf de zakelijke rekening (totaal € 9.300).
De bank vond dat de klant onvoldoende uitleg en onderbouwing gaf. Vervolgens zegde zij de klantrelatie op en ging een stap verder: de hypotheek werd “vervroegd opeisbaar” verklaard. Wat eigenlijk betekent: “Betaal het volledige resterende hypotheekbedrag nu meteen, anders veilen wij de woning.”
Belangrijk detail: de klant bleef na de opeising wél de maandelijkse hypotheeklasten betalen. Het geschil ging dus niet primair over betalingsachterstand, maar over de vraag of de bank – vanwege het Wwft-dossier – de hypotheek mocht beëindigen en opeisen, en vooral: op welke manier.
Wat is er beslist door de voorzieningenrechter?
De rechter keek in kort geding niet definitief “wie gelijk heeft”, maar of het aannemelijk is dat de klant in een bodemprocedure ook gelijk zou krijgen. Op die toets kwam de rechter tot een duidelijke voorlopige conclusie: de opzegging en opeising van de woninghypotheek was naar verwachting niet rechtsgeldig.
Concreet besliste de rechter (samengevat):
Verbod op onderhandse verkoop of veiling van de woning (de bank mag haar hypotheekrecht niet uitwinnen).
Gebod aan de bank om mee te werken aan oversluiten van de hypotheek naar een andere hypotheekverstrekker.
Gebod om de BKR-registratie (code 2) te laten verwijderen binnen een korte termijn.
Verbod om méér dan de normale oversluitkosten in rekening te brengen.
Dwangsommen werden in dit geval niet opgelegd, omdat de bank had aangegeven het vonnis te zullen naleven. De bank werd wel veroordeeld in de proceskosten.
Wwft verplicht, zorgplicht begrenst
Dit vonnis is interessant omdat de rechter een stap terug deed en zei: zelfs áls je aanneemt dat de bank op grond van de Wwft de relatie móést beëindigen, dan betekent dat nog niet dat je een woninghypotheek op deze manier rechtsgeldig kunt opzeggen en opeisen.
De kern zit in drie lagen:
Wwft-plicht (artikel 3 en artikel 5 lid 3 Wwft)
Als de bank het cliëntenonderzoek niet kan afronden omdat de klant niet (voldoende) meewerkt, dan moet de bank de zakelijke relatie beëindigen. Dat is het uitgangspunt dat de rechter ook serieus neemt: aan de Wwft-verplichting komt “zwaar gewicht” toe.
Contract en algemene bankvoorwaarden
Bij veel bankrelaties zijn de Algemene Bankvoorwaarden (ABV) van toepassing. Daarin staat doorgaans dat de bank de relatie kan opzeggen, maar zich daarbij aan haar zorgplicht houdt. In deze uitspraak verwijst de rechter expliciet naar de zorgplicht uit artikel 2 lid 1 ABV en de opzeggingsbepaling in artikel 35 ABV.
Redelijkheid en billijkheid (beperkende werking)
Ook als er een contractueel of wettelijk “haakje” is om op te zeggen, kan de opzegging toch onaanvaardbaar zijn “naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid”. Dat is een bekende civielrechtelijke rem op hard optreden, zeker als fundamentele belangen spelen (zoals wonen).
De rechter benadrukt daarbij een praktisch punt: de Wwft zegt wél dát je moet beëindigen als klantonderzoek niet kan worden voltooid, maar zegt niet precies hoe snel, met welke opzegtermijn en met welke flankerende maatregelen (zoals registraties) je dat moet doen. Die invulling komt dan uit de zorgplicht en uit de belangenafweging.
Waarom deze opzegging van de woninghypotheek “te hard” was
De voorzieningenrechter noemde een combinatie van omstandigheden waardoor het optreden van de bank onderaan de streep onaanvaardbaar werd.
Geen tijdige, duidelijke waarschuwing over de hypotheek
De klant kreeg volgens de rechter niet (voldoende) vooraf te horen: “Als u niet meewerkt, kan dit óók gevolgen hebben voor uw woninghypotheek.” Pas in de opzeggingsbrief over de klantrelatie werd dat expliciet gemaakt. Daarmee werd de klant feitelijk overvallen.
Een opzegtermijn van zeven dagen is disproportioneel bij een hypotheek
De bank eiste € 214.000 binnen zeven dagen. De rechter noemt dat een onredelijk korte termijn, omdat vrijwel niemand binnen een week een dergelijk bedrag ineens kan betalen, oversluiten naar een andere bank tijd kost en de termijn niet in verhouding stond tot de langere termijn die wél was gegeven voor de betaalrekening.
Blokkade van rekeningen: klant kon niet bij eigen geld
De rechter weegt mee dat de bankrekeningen waren geblokkeerd, waardoor de klant niet bij zijn geld kon. Dat maakt het nog moeilijker om snel maatregelen te treffen.
De bank zette tegelijk met de opeising een BKR-melding met code 2. Volgens de rechter was voldoende onderbouwd dat dit een extra obstakel vormde. Met zo’n registratie kan een nieuwe hypotheek praktisch onhaalbaar zijn.
Wat betekent dit voor u als uw bank dreigt met opzegging of opeising?
Deze uitspraak is geen “vrijbrief” om niet aan Wwft-vragen te voldoen. Banken mógen en moeten cliëntenonderzoek doen. Maar het vonnis geeft wel handvatten om te beoordelen of een bank in uw dossier te ver gaat, vooral bij wonen en hypotheken.
Financieel Recht Advocaten
Heeft u te maken met een geschil over een bankrekening, transactiemonitoring, ABV of naleving van anti-witwasregels, dan kan het zinvol zijn om tijdig juridisch inzicht te krijgen in uw positie. Financieel Recht Advocaten ondersteunt ondernemers en particulieren bij conflicten met banken en financiële instellingen over onder meer IVR- en EVR-registraties, transactiemonitoring en witwasregelgeving. U kunt vrijblijvend contact opnemen met ons.
Praktische FAQ’s
Moet ik altijd meewerken aan een Wwft-klantonderzoek?
Meestal wel. Banken zijn wettelijk verplicht cliëntenonderzoek te doen. Als u niet (voldoende) meewerkt, kan de bank de relatie beëindigen. Het draait vaak om hoe snel, welke informatie redelijk is en of de bank uw belangen voldoende meeweegt.
Kan een bank mijn woninghypotheek beëindigen als ik mijn maandlasten betaal?
Dat kan niet worden uitgesloten, maar betaling alleen is niet altijd doorslaggevend. In ECLI:NL:RBMNE:2025:5725 woog mee dat de klant bleef betalen én dat de bank zonder redelijke termijn en met belemmerende maatregelen handelde.
Wat betekent BKR code 2 bij een hypotheek?
Code 2 duidt erop dat een vordering in één keer is opgeëist. In de praktijk kan dit het krijgen van nieuwe financiering ernstig bemoeilijken.
Is een kort geding altijd de beste oplossing?
Nee. Het is vooral geschikt bij spoed, zoals dreigende veiling of onmiddellijke opeising. In andere gevallen kan een klachtprocedure of Kifid een logische eerste stap zijn.
Kan de bank ook EVR/IVR registreren in een Wwft-dossier?
Dat gebeurt in sommige incidentendossiers, maar het is niet automatisch. EVR- en IVR-registraties moeten aan strenge voorwaarden voldoen.
Disclaimer: Dit artikel bevat algemene informatie en is geen individueel advies. Neem contact op indien u meer informatie wenst.