Europese toezichthouder tegen witwassen en financiering van terrorisme

In mei 2019 heeft de Accountantskamer voor de tweede keer een berisping aan de accountant opgelegd. De Kamer sprak toen uit dat de accountant daarmee een doorhaling had ontlopen. Als de klachten tegelijkertijd waren ingediend zou een tijdelijke maatregel voor een maand zijn opgelegd. Voor de eerste klacht was al een onherroepelijke maatregel opgelegd. Daarom diende in de tweede zaak te worden volstaand met een berisping. Men is niet verplicht de klachten te bundelen, maar dit heeft dus wel invloed op de strafmaat als klachten niet tegelijkertijd aanhangig worden gemaakt.

Eerste klacht

De accountant kreeg in december 2017 zijn eerste tuchtrechtelijke veroordeling. Deze veroordeling bleef in hoger beroep in stand. De accountant stelde jarenlang de jaarrekeningen van een drietal BV’s samen en verzorgde de aangiften voor de vennootschapsbelasting. In 2014 heeft de accountant de samenstellingsopdracht voor de jaarrekening 2010 en alle andere opdrachten teruggegeven. De accountant stelde, ondanks meerdere verzoeken, onvoldoende informatie te hebben ontvangen om de opdracht te kunnen verwerken. Ook zou de continuïteit van het bedrijf in het geding zijn wegens schulden bij de Belasting. In 2013 had de betreffende accountant zijn zorgen al geuit.

Nadat de accountant de opdrachten had teruggegeven, werden alle drie de Bv’s failliet verklaard. Een aantal gedupeerde investeerders kwamen achter de accountant aan. De Kamer oordeelde in 2017 dan ook dat de accountant zijn vermoeden van het piramidespel moeten melden als ongebruikelijke transactie in het kader van de Wwft. Daarna had de accountant te weinig gedaan om het vermoeden te bevestigen en heeft hij zijn opdracht te laat teruggegeven.

Tweede klacht

De tweede klacht werd door een aantal investeerders ingediend bij de Accountantskamer. Enkele onderdelen werden door de Kamer ongegrond of zelfs niet-ontvankelijk verklaard in verband met het ne bis in idem-beginsel. De tuchtrechter gaf aan aanknopingspunten te zien voor een nieuwe veroordeling van de accountant. De accountant was immers aanwezig bij een overleg met betrekking tot de verkoop van een van de bv’s. Tijdens dat overleg werden ook investeringen besproken. Door bij dit overleg aanwezig te zijn, heeft de accountant vertrouwen gewekt bij potentiële investeerders. Daarom heeft de accountant in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit gehandeld (artikel 2 sub b van de VGBA).

Hoger beroep tegen de tweede veroordeling

Hiermee lijkt de tuchtrechtelijke veroordeling tot een einde te komen. Er werd met de nieuwe klacht opnieuw aan de orde gesteld dat de opdracht eerder had moeten worden neergelegd. Het College heeft in de uitspraak van 19 februari 2019 al bevestigd dat dit de accountant te verwijten valt. Daarom heeft de Accountantskamer terecht geoordeeld dat de klacht in verband met het ‘ne bis in idem’ beginsel niet-ontvankelijk werd verklaard.

Het College kan zich niet verenigen met het oordeel van de Kamer dat de klacht van één van de klagers (die niet eerder betrokken was) niet-ontvankelijk was. De Kamer oordeelde dat hij geen procesbelang had. Het College stelt dat hetgeen waarover klager klaagt al eerder voorwerp van een inhoudelijke behandeling door de rechter zijn geweest. Daarom kan het onderwerp niet andermaal het voorwerp van het geschil vormen. Zijn mogelijke belang doet er niet toe en ook niet wegens het mogelijk bestaan van nieuwe informatie over de gedraging. De klacht diende wel niet-ontvankelijk te worden verklaard, maar op grond van een andere reden.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

De rol en de verantwoordelijkheid van een accountant in onze samenleving neemt steeds meer toe, zeker in het kader van preventie en bestrijding van fraude. Deze ontwikkeling kan worden geplaatst in het concept zorgplicht. Een accountant moet indien hij fraude vermoed hiervan melding maken. Indien de situatie dit eist moet de accountant de opdracht teruggegeven. Een accountant dient altijd primair te handelen naar het openbaar belang. Als accountant mag je niet geassocieerd worden met fraude. Dit past niet bij de beroepsgroep. Een accountant dient zich van fraude en overig niet-wettelijk handelen te distantiëren.

Wilt u meer weten over de zorgplicht van de accountant? Financieel Recht Advocaten biedt u graag deskundig juridisch advies. Neem vrijblijvend contact met ons op.

Victor Welten

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Jip van Vlokhoven

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant