Uitspraak: Onterechte EVR-registratie: rechtbank dwingt verwijdering uit Extern Verwijzingsregister bij onvoldoende fraude vaststelling

“Een onterechte EVR-registratie mag niet blijven bestaan als onvoldoende vaststaat dat iemand daadwerkelijk betrokken is bij fraude. De rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2021:9469) oordeelde dat twijfel of onduidelijkheid niet genoeg is voor opname in het Extern Verwijzingsregister. Dat heeft grote betekenis voor mensen die door een EVR-registratie financieel vastlopen.”

Een registratie in het Extern Verwijzingsregister (EVR) kan ingrijpende gevolgen hebben. Verzekeringen worden geweigerd, bancaire diensten beëindigd en financiering wordt vaak onmogelijk. In een vonnis van de Rechtbank Den Haag van 23 augustus 2021 staat centraal wanneer zo’n registratie onterecht is en moet worden verwijderd.

In deze zaak had het Waarborgfonds Motorverkeer een betrokkene geregistreerd wegens vermeende fraude bij een schadeclaim. De voorzieningenrechter maakt een belangrijk onderscheid tussen een interne incidentenregistratie en een externe EVR-registratie. Hoewel twijfel over het schadeverhaal voldoende kan zijn voor interne registratie, gelden voor het EVR aanzienlijk zwaardere eisen. Juist dat verschil is voor ondernemers en particulieren met een lopend conflict met een financiële instelling van groot belang.


Wat heeft de rechtbank precies beslist?

De rechtbank kreeg de vraag voorgelegd of het Waarborgfonds de persoonsgegevens van eiser terecht had opgenomen in zowel het interne Incidentenregister als het Extern Verwijzingsregister (EVR). Die registers zijn gebaseerd op het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI).

De voorzieningenrechter oordeelde als volgt. Voor het interne incidentenregister mocht het Waarborgfonds de registratie handhaven. Daarvoor is namelijk niet vereist dat fraude vaststaat; het bestaan van een “incident” is voldoende. In deze zaak waren er meerdere omstandigheden die twijfel opriepen over de schadeclaim, zoals wisselende verklaringen over de schadedatum, eerdere schade bij import en het ontbreken van aanvullend technisch onderzoek.

Voor het EVR ligt dat anders. De rechtbank benadrukte dat een EVR-registratie verstrekkende gevolgen heeft en daarom alleen is toegestaan als aan alle zware criteria is voldaan. In dit geval was dat niet zo. Het stond onvoldoende vast dat eiser daadwerkelijk betrokken was bij fraude of opzettelijke misleiding. Daarom moest de EVR-registratie binnen twee dagen worden verwijderd.

De uitspraak laat zien dat een onterechte EVR-registratie juridisch kan worden aangevochten, zelfs als een financiële instelling wél twijfels heeft bij een claim.


Waarom gelden strengere eisen voor EVR?

Het verschil tussen een intern incidentenregister en het EVR is cruciaal. Het interne register is bedoeld voor signalering binnen de eigen organisatie. Het EVR daarentegen wordt geraadpleegd door andere financiële instellingen en verzekeraars. De impact voor de betrokkene is daardoor veel groter.

Volgens het Protocol gelden voor een EVR-registratie drie cumulatieve voorwaarden. Ten eerste moeten de gedragingen een bedreiging vormen voor de financiële belangen of de integriteit van de sector. Ten tweede moet in voldoende mate vaststaan dat de betrokkene bij die gedragingen betrokken is. Dit impliceert een zware bewijsmaatstaf; enkel vermoedens of twijfel zijn onvoldoende. In de praktijk wordt daarbij ook gekeken of aangifte is gedaan of had moeten worden gedaan.

Ten derde moet een proportionaliteitstoets plaatsvinden. Daarbij moet worden beoordeeld of registratie, gelet op de persoonlijke omstandigheden en gevolgen, niet onevenredig zwaar uitpakt.

In deze zaak strandde de EVR-registratie vooral op het tweede criterium. De rechtbank oordeelde dat de conclusies van het Waarborgfonds en haar expert (OAN) onvoldoende waren om fraude vast te stellen. Dat er een andere technische lezing mogelijk was dan die van de expert van eiser, en dat nader onderzoek onmogelijk was geworden, maakte dit niet anders. Voor een EVR-registratie is meer nodig dan een onopgeloste discussie over oorzaak en toedracht.


Wat betekent deze uitspraak voor u bij een onterechte EVR-registratie?

Deze uitspraak is relevant voor iedereen die te maken krijgt met een onterechte EVR-registratie na een conflict met een verzekeraar, bank of andere financiële instelling. De belangrijkste les is dat een instelling niet zomaar mag overgaan tot EVR-registratie omdat zij “het niet vertrouwt”.

Heeft u te maken met een EVR-registratie, dan is het essentieel om te beoordelen of daadwerkelijk aan de zware criteria is voldaan. In veel dossiers blijkt dat instellingen twijfel, gebrek aan medewerking of tegenstrijdige verklaringen gelijkstellen aan fraude. Deze uitspraak bevestigt dat dit juridisch onjuist kan zijn.

Ook blijkt dat het ontbreken van medewerking aan aanvullend onderzoek niet automatisch betekent dat fraude vaststaat, zeker als die medewerking praktisch of juridisch niet (meer) mogelijk was. Voor ondernemers kan dit het verschil maken tussen jarenlange uitsluiting van financiering en herstel van toegang tot het financiële systeem.

Daarnaast laat de uitspraak zien dat spoedeisend belang vaak aannemelijk is. De rechtbank erkende dat eiser door de EVR-registratie geen verzekeringen meer kon afsluiten en financiering misliep. Dat is een belangrijk aanknopingspunt in kort geding.


Financieel Recht Advocaten

Heeft u te maken met een geschil over een bankrekening, het intern incidentenregister of het EVR, dan kan het zinvol zijn om tijdig juridisch inzicht te krijgen in uw positie. Financieel Recht Advocaten ondersteunt ondernemers en particulieren bij conflicten met banken en financiële instellingen over onder meer IVR- en EVR-registraties, transactiemonitoring en witwasregelgeving. U kunt vrijblijvend contact opnemen met ons.


Praktische FAQ’s

Wat is een EVR-registratie precies?

Het Extern Verwijzingsregister is een waarschuwingssysteem dat door financiële instellingen wordt geraadpleegd om fraude en misbruik te voorkomen. Een registratie kan leiden tot weigering van financiële diensten.

Wanneer is een EVR-registratie onterecht?

Als fraude niet in voldoende mate vaststaat, geen aangifte is gedaan terwijl dat wel voor de hand lag, of als de proportionaliteitstoets ontbreekt of ondeugdelijk is uitgevoerd.

Kan een EVR-registratie in kort geding worden aangevochten?

Ja, mits sprake is van spoedeisend belang, zoals het wegvallen van financiering of verzekerbaarheid. Deze uitspraak bevestigt dat.

Wordt een CBV-melding automatisch ingetrokken?

In veel gevallen wel. In deze zaak oordeelde de rechtbank dat verwijdering uit het EVR automatisch leidde tot intrekking van de melding bij het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit.


Disclaimer: De informatie op deze website is geen op maat gesneden juridisch advies. Neem contact op indien u meer informatie wenst.


Rob Silvertand

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant