Contant geld en Wwft: FIOD-doorzoeking bloemenhandel
“Contant geld is niet verboden, maar grote of structurele contante geldstromen blijven onder de Wwft een belangrijk risico. Ondernemers moeten kunnen uitleggen waar het geld vandaan komt, welke transacties erbij horen en waarom eventueel wel of niet is gemeld bij FIU-Nederland.”
Wat is er gebeurd?
Volgens het bericht van de FIOD zijn op woensdag 22 april 2026 twee bedrijfspanden, drie woningen en een opslagbox doorzocht in de gemeenten Westland, Zevenaar en Arnhem. Daarbij is beslag gelegd op contant geld, cryptovaluta, bankrekeningen, gegevensdragers en administratie. Er zijn geen aanhoudingen verricht. Het onderzoek staat onder leiding van het Functioneel Parket.
De verdachten zijn een groothandelaar in bloemen en planten en twee medewerkers van 58 en 25 jaar uit de gemeenten Zevenaar en Arnhem. Zij worden verdacht van witwassen en overtreding van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren terrorisme, beter bekend als de Wwft. Die wet verplicht bepaalde instellingen en beroepsgroepen om cliëntenonderzoek te doen en ongebruikelijke transacties te melden bij FIU-Nederland.
De aanleiding voor het strafrechtelijk onderzoek lag volgens de FIOD bij meldingen van ongebruikelijke transacties aan FIU-Nederland. Verschillende partijen zouden hebben gemeld dat de onderneming grote hoeveelheden contant geld afstortte. Over de periode 2021 tot en met 2025 ging het volgens de FIOD om ongebruikelijke transacties met een totaalbedrag van ruim € 28 miljoen. In 2025 zou de onderneming wekelijks gemiddeld € 300.000 aan contant geld hebben ontvangen. Ook werd in dat jaar bij de groothandelaar in Westland € 204.000 aan contant geld aangetroffen.
Contant geld is niet verboden, maar het vraagt uitleg
De kern van deze zaak is niet dat contant geld op zichzelf verboden is. Contant geld kan een legitiem betaalmiddel zijn. De juridische vraag is vooral of de geldstroom past bij de onderneming en of de ondernemer de herkomst, omvang en zakelijke achtergrond voldoende kan onderbouwen.
Bij een bloemen- en plantengroothandel kunnen contante betalingen voorkomen. De sector is internationaal, handelsgericht en in sommige schakels traditioneel gevoelig voor contante afrekening. Maar dat verklaart niet automatisch elke geldstroom. Bij bedragen van honderden duizenden euro’s per week wordt de vraag scherper: welke klanten betalen zo, waarom betalen zij contant, welke facturen horen daarbij en sluiten leveringen, voorraad, transport en administratie op elkaar aan?
In een Wwft-context is een sluitende boekhouding niet altijd genoeg. Een betaling kan boekhoudkundig zijn verwerkt en toch ongebruikelijk zijn. De ondernemer moet dan niet alleen kunnen laten zien dat er een factuur is, maar ook dat hij heeft nagedacht over het risico. Dat geldt zeker wanneer betalingen structureel hoog zijn of wanneer bedragen net onder of boven wettelijke grenzen uitkomen.
Het verwijt: witwassen én mogelijke Wwft-overtreding
Opvallend aan het FIOD-bericht is dat de verdenking twee lagen heeft. De eerste laag is witwassen. Daarbij onderzoekt de FIOD of geld een criminele herkomst heeft en of die herkomst is verhuld of aanvaard.
De tweede laag is de Wwft. Die ziet niet alleen op de vraag of geld daadwerkelijk crimineel is. De Wwft legt poortwachtersverplichtingen op. Dat betekent dat bepaalde ondernemingen en instellingen risico’s moeten herkennen, cliëntenonderzoek moeten doen en ongebruikelijke transacties moeten melden.
Dat verschil is praktisch belangrijk. Een onderneming kan al een probleem hebben als zij haar meldplicht niet naleeft, ook wanneer later nog moet worden bewezen of het geld daadwerkelijk uit misdrijf afkomstig was. De meldplicht bestaat juist om signalen vroegtijdig bij FIU-Nederland te krijgen.
Volgens de FIOD ging het bij een groot deel van de transacties om bedragen van meer dan € 10.000 en hadden dergelijke transacties moeten worden gemeld bij FIU-Nederland. De FIOD stelt in het bericht dat dit bij geen enkele transactie is gebeurd. Dat is op dit moment een verdenking en geen rechterlijk oordeel.
De nieuwe grens van € 3.000 maakt de praktijk strenger
De zaak krijgt extra betekenis door de nieuwe regels voor contante betalingen. Sinds 1 januari 2026 geldt in Nederland voor handelaren in goederen een verbod op contante betalingen vanaf € 3.000. Betalingen tot en met € 2.999,99 blijven mogelijk, maar betalingen van € 3.000 of meer moeten op een andere manier worden verricht, bijvoorbeeld via de bank. Ook het opknippen van betalingen om onder de grens te blijven, is niet toegestaan.
Dat verandert de praktijk. Vóór 2026 lag bij veel handelaren de nadruk op cliëntenonderzoek en het melden van ongebruikelijke transacties bij hogere contante bedragen. Vanaf 2026 komt daar voor handelaren in goederen een hard verbod bij: contante betalingen vanaf € 3.000 mogen niet worden aangenomen of verricht. De Belastingdienst vermeldt eveneens dat contante transacties tot en met € 2.999,99 nog mogen, maar dat samenhangende transacties niet mogen worden opgeknipt om het verbod te ontwijken.
Voor cash-intensieve ondernemingen is dit geen detail. Het raakt het betaalproces, de verkoopvoorwaarden, de kassaprocedures, de instructies aan medewerkers en de communicatie met klanten. Een onderneming die gewend was grote bedragen contant te ontvangen, moet vanaf 2026 kunnen uitleggen waarom dat niet meer gebeurt, hoe klanten worden geïnformeerd en hoe wordt voorkomen dat betalingen kunstmatig worden gesplitst.
Geen veroordeling, wel een duidelijke waarschuwing
De betrokken onderneming en medewerkers zijn verdachten. Dat betekent dat de feiten nog onderzocht worden en dat een rechter nog geen oordeel heeft gegeven. Die nuance is essentieel.
Tegelijk is de waarschuwing duidelijk. Grote contante geldstromen trekken aandacht van banken, FIU-Nederland, toezichthouders en opsporingsdiensten. Dat geldt nog sterker wanneer de bedragen structureel zijn, wanneer de herkomst onvoldoende helder is of wanneer transacties niet zijn gemeld terwijl dat wel had gemoeten.
Conclusie
De FIOD-doorzoekingen bij de bloemen- en plantengroothandel laten zien hoe contant geld, Wwft-verplichtingen en strafrechtelijke opsporing samenkomen. Volgens de FIOD gaat het om ruim € 28 miljoen aan gemelde ongebruikelijke transacties over meerdere jaren en om wekelijkse contante ontvangsten van gemiddeld € 300.000 in 2025. De zaak is nog geen veroordeling, maar wel een duidelijke waarschuwing voor ondernemers met grote contante geldstromen.
Voor handelaren is de norm sinds 1 januari 2026 bovendien strenger geworden. Contante betalingen vanaf € 3.000 zijn voor goederen verboden. Daarmee verschuift de discussie: grote contante betalingen zijn niet alleen een meldings- of onderzoeksrisico, maar in veel gevallen simpelweg niet meer toegestaan.
Disclaimer: Dit artikel bevat algemene informatie en is geen individueel advies. Iedere zaak is feitelijk anders; laat uw dossier specifiek beoordelen.
Praktische FAQ’s
Moet elke contante betaling worden gemeld?
Nee. Niet elke contante betaling is meldingsplichtig. De meldplicht hangt af van de toepasselijke Wwft-regels, de soort onderneming, de hoogte van de transactie en de omstandigheden. Wel geldt sinds 1 januari 2026 voor handelaren in goederen dat contante betalingen vanaf € 3.000 verboden zijn.
Is een FIU-melding hetzelfde als een verdenking van witwassen?
Nee. Een melding van een ongebruikelijke transactie is een signaal. FIU-Nederland kan zo’n melding analyseren en eventueel verdacht verklaren. Pas daarna kan het signaal een rol spelen in opsporingsonderzoek. Een melding betekent dus niet automatisch dat sprake is van schuld.
Mag een bank mijn rekening opzeggen vanwege contante stortingen?
Dat kan, maar niet zonder meer. De bank moet een eigen beoordeling maken en moet rekening houden met de omstandigheden. Wel hebben banken strenge Wwft-verplichtingen. Als een ondernemer onvoldoende informatie geeft over grote contante geldstromen, kan dat leiden tot blokkade, beperking of beëindiging van de bankrelatie.