Door de lage rente overwegen veel consumenten om hun hypothecaire geldlening, hun hypotheek, over te sluiten. Dat oversluiten gebeurt meestal door het afsluiten van een andere hypotheek. Uw bank, de aanbieder, is in die gevallen bevoegd een boeterente in rekening te brengen. Hoeveel boete de bank u in rekening mag brengen staat in de wet.

Op 14 juli 2016 is de nieuwe hypothekenrichtlijn, de Mortgage Credit Directive (MCD), geïmplementeerd in de Wet op het financieel toezicht (Wft), het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft (BGfo) en het Burgerlijk Wetboek (BW). In artikel 81c, tweede lid, BGfo is opgenomen dat de aanbieder van hypothecair krediet (aanbieder) geen vergoeding mag rekenen voor vervroegde aflossing van hypothecair krediet (hypotheek) die hoger is dan het financiële nadeel dat de aanbieder heeft bij vervroegde aflossing. Ook moet de berekeningswijze van de te betalen vergoeding voor de klant voldoende transparant zijn. Deze vereisten gelden voor vervroegde aflossingen vanaf 14 juli 2016.

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft een leidraad opgesteld waar regels in staan met betrekking tot de wijze waarop die boete berekend dient te worden. De AFM hanteert 4 uitgangspunten:

Uitgangspunt 1

De vergoeding voor de vervroegde aflossing van de hypotheek wordt bepaald op basis van het totale bedrag dat u vervroegd wil aflossen, verminderd met het bedrag dat u op dat moment contractueel vergoedingsvrij mag aflossen.

Uitgangspunt 2

Voor het bepalen van de vergelijkingsrente gebruikt de aanbieder de contractrente van een hypotheek met een looptijd vergelijkbaar met de resterende rentevaste periode. Als de aanbieder geen vergelijkbare looptijd aanbiedt, kiest de aanbieder de hoogste naastgelegen rente.

Uitgangspunt 3

De vergoeding voor vervroegde aflossing mag niet hoger uitvallen door een inconsistente toepassing van de Loan-To-Value (LTV) bij het vaststellen van de vergelijkingsrente ten opzichte van de contractrente.

Uitgangspunt 4

De afgesproken toekomstige aflossingen van de klant worden meegenomen in de berekening van de vergoeding. Hierbij wordt uitgegaan van het contractuele aflossingsschema op het moment van vervroegd aflossen. In de leidraad stelt de AFM dat de bepalingen uit de MCD van toepassing zouden zijn op hypotheken die voor 14 juli 2016 zouden zijn afgesloten, maar het Kifid heeft nadien anders geoordeeld.

Het hanteren van deze uitgangspunten komt er in wezen op neer dat de bank aan u niet meer boete in rekening mag brengen dan dat haar eigen nadeel groot is. De wijze van berekening door de bank kan verschillen. Indien de berekening van de bank voldoet aan de hierboven genoemde 4 uitgangspunten dan is die volgens de AFM aanvaardbaar. Bijzondere omstandigheden kunnen echter met zich meebrengen dat de berekening van de boetrente in uw geval niet aanvaardbaar is, ondanks dat de genoemde uitgangspunten in acht zijn genomen.

Deze 4 uitgangspunten gelden voor consumenten. Vaak wordt gesteld dat de regels slechts van toepassing op woningfinancieringen, maar in sommige gevallen handelt u toch als consument, ondanks dat de hypothecaire geldlening niet strekte tot aankoop van de eigen woning.

Financieel Recht Advocaten

Heeft u een klacht over de boeterente die de bank u in rekening wil brengen? Neem contact met ons op.

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant