Artikel 3 van de Wwft verplicht banken om een cliëntenonderzoek uit te voeren. Dat onderzoek moet de bank in staat stellen om vast te stellen wie de cliënt is, wie de uiteindelijke belanghebbende (UBO of pseudo-UBO) is en wat het doel en de beoogde aard van de relatie of transactie is. Lukt het de bank niet om deze onderdelen vast te stellen, dan mag zij de dienstverlening beëindigen op grond van artikel 5 lid 3 Wwft. Dit kan gebeuren wanneer u niet reageert op aanvullende vragen van de bank, of wanneer de door u aangeleverde informatie volgens de bank onvoldoende duidelijk of onvoldoende onderbouwd is.


Problematiek rondom vaststelling UBO

Steeds meer ondernemers krijgen te maken met een plotselinge blokkade van hun zakelijke rekening doordat de bank stelt dat de UBO niet kan worden vastgesteld. Dat is ingrijpend: betalingen worden tegengehouden, automatische incasso’s mislukken en in sommige gevallen kondigt de bank zelfs beëindiging van de relatie aan. Banken verwijzen dan naar hun verplichtingen uit artikel 3 Wwft, waarin staat dat zij moeten vaststellen wie de cliënt is, wie de uiteindelijke belanghebbende is en wat het doel en de beoogde aard van de relatie is. Wanneer dat niet lukt, mag de bank op grond van artikel 5 lid 3 Wwft de dienstverlening stoppen.


Wie is een UBO?

De UBO-definitie uit de vierde anti-witwasrichtlijn is de basis voor de Wwft. In artikel 1 lid 1 van de Wwft wordt als grondslag voor het bepalen van de UBO aangegeven: de eigendom en zeggenschap. In het Uitvoeringsbesluit wordt de UBO-definitie uitgewerkt. Het Uitvoeringsbesluit geeft per soort rechtspersoon of entiteit aan wie de uiteindelijk belanghebbende is.


Volgens artikel 1 lid 1 Wwft is Een UBO elke ‘natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een cliënt, dan wel de natuurlijke persoon voor wiens rekening een transactie of activiteit wordt verricht.


Er zijn twee criteria op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een UBO:

  1. De natuurlijke persoon heeft een stemrecht of economische gerechtigdheid (van meer dan 25%);
  2. De natuurlijke persoon heeft feitelijk zeggenschap (dit is niet gekoppeld aan een percentage stemrecht).

Daarnaast bestaat er ook de zogenaamde ‘Pseudo-UBO’. De Pseudo-UBO doet zich in een aantal situaties voor. In de eerste plaats geldt dat een Pseudo-UBO moet worden benoemd, als alle middelen om een UBO te achterhalen niet tot een UBO hebben geleid én er geen grond voor verdenking bestaat. Dit is bijvoorbeeld het geval bij rechtspersonen die geen UBO hebben, bijvoorbeeld omdat geen natuurlijke persoon direct of indirect meer dan 25% van de stemrechten houdt en niemand feitelijke zeggenschap heeft. In de tweede plaats moet een Pseudo-UBO worden benoemd als twijfel bestaat of de UBO(‘s) wel de echte UBO(‘s) zijn.


Waarom moet een bank een UBO vaststellen?

In de dagelijkse praktijk blijkt het vaststellen van de UBO voor banken niet altijd eenvoudig. Hoewel het wettelijke kader duidelijk aangeeft wie als UBO moet worden aangemerkt, ontstaat in concrete dossiers regelmatig discussie over de interpretatie van eigendom en zeggenschap. Bij BV’s gaat het vaak om de juistheid van het aandeelhoudersregister, de verhouding tussen bestuur en aandeelhouders of de vraag of een aandeelhoudersovereenkomst bepaalde rechten toekent die als zeggenschap moeten worden gezien. Bij stichtingen en verenigingen speelt juist dat er doorgaans geen aandelen zijn en de feitelijke zeggenschap uit bestuursstructuren moet worden afgeleid.


De bank moet beoordelen welke natuurlijke personen kwalificeren als UBO. Wanneer documentatie ontbreekt, inconsistent is of niet aansluit bij gegevens in openbare registers, kan de bank concluderen dat de UBO (nog) niet kan worden vastgesteld. In dat geval kan de bank haar cliëntenonderzoek zoals voorgeschreven in artikel 3 Wwft niet afronden.


Waarom banken blokkeren bij een onduidelijke UBO

De reden dat banken blokkeren of de relatie opschorten, ligt in de aard van de verplichting. De Wwft legt banken een resultaatsverplichting op: het cliëntenonderzoek moet zó worden uitgevoerd dat de identiteit van de UBO daadwerkelijk kan worden vastgesteld en geverifieerd. Als dat niet lukt, bepaalt artikel 5 lid 3 Wwft dat de bank de zakelijke relatie niet mag aangaan of voortzetten.


Hierdoor komt het regelmatig voor dat banken rekeningen tijdelijk blokkeren totdat aanvullende informatie is beoordeeld. De blokkade wordt in dat geval gezien als een noodzakelijke maatregel om te voorkomen dat financiële diensten worden verleend zonder volledig cliëntenonderzoek.


Financieel Recht Advocaten

Financieel Recht Advocaten staat uitsluitend particulieren en ondernemers bij die al een bestaand conflict hebben met hun bank over een blokkade, beëindiging van de relatie of het cliëntenonderzoek in het kader van de Wwft. Wanneer uw rekening daadwerkelijk is geblokkeerd of uw bankrelatie is beëindigd wegens een discussie over de UBO, kunt u vrijblijvend contact opnemen voor verdere toelichting van uw zaak.


Bronnen

  1. Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft)
  2. Uitvoeringsbesluit Wwft 2018
  3. Snijder-Kuipers & Tilleman 2019
    B. Snijder-Kuipers & A.T.A. Tilleman, Handboek WWFT, Deventer: Wolters Kluwer 2019.

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant