Borgen succesvol aangesproken na faillissement crowdfundingproject

Meneer A is bestuurder en enig aandeelhouder van X BV en Y BV. X BV treedt op als holding voor Y BV. Y BV is door meneer A opgericht op een horeca zaak te starten. Om het startkapitaal op te halen voor Y BV wil meneer A gebruik maken van crowdfunding. Hij stuurt zijn bedrijfsplan op naar Collin Crowdfunding, een crowdfundingplatform. Collin Crowdfunding plaatst het project vervolgens op haar platform. In februari 2017 wordt door X BV en Y BV €70.000 opgehaald bij de investeerders van het crowdfundingplatform. Het bedrag wordt vervolgens aan X BV en Y BV uitgeleend door Collin Crowdfunding op basis van een geldleningsovereenkomst. In de geldleningsovereenkomst stellen meneer A en mevrouw B zich persoonlijk borg voor het bedrag van €70.000. Deze overeenkomst wordt ook door de zekerhedenstichting van Collin getekend. De zekerhedenstichting vertegenwoordigd de groep anonieme investeerders die de €70.000 uitlenen. In mei 2018 gaat Y BV failliet. Dit is voor de zekerhedenstichting aanleiding om de geldleningsovereenkomst op te zeggen. Voor het openstaande bedrag van €56.000 wordt door de stichting aangeklopt bij X BV. Nadat betaling uitblijft spreekt de zekerhedenstichting in september 2018 ook meneer A en mevrouw B aan op grond van de borgtocht.

Vordering op grond van borgtocht

De zekerhedenstichting van Collin start een gerechtelijke procedure tegen meneer A en mevrouw B. In de procedure vordert de stichting betaling van €56.000 op grond van de borgtocht. Dit bedrag wordt vermeerderd met de rente en kosten. Meneer A en mevrouw B stellen dat zij niet wisten dat zij persoonlijk instonden voor de lening. Het zou daarom naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn dat de zekerhedenstichting zich beroept op de borgtocht. Zij vorderen dan ook vernietiging van de geldleningsovereenkomst en borgtocht op grond van dwaling. Het stel voert ook aan dat de geldlening niet direct opeisbaar kan zijn omdat de holding, X BV, niet failliet is.

Lening is direct opeisbaar vanwege faillissement

De rechtbank start bij de behandeling van de zaak met het standpunt dat de lening niet opeisbaar is. Meneer A en mevrouw B stellen dat de zekerhedenstichting de lening niet direct mocht opeisen omdat de holding niet failliet is. De rechtbank kan het stel niet volgen in hun stelling. X BV is de holding boven Y BV maar binnen X BV vinden geen andere activiteiten plaats. Dit bevestigd meneer A tijdens de zitting. Met het faillissement van Y BV droogt derhalve ook de geldstroom richting X BV op. Daardoor is de geldlening naar het oordeel van de rechtbank wel degelijk direct opeisbaar. De rechter baseert zijn oordeel op de inhoud van de algemene voorwaarden die op de geldleningsovereenkomst van toepassing zijn. Daarin staat dat een aan Collin verschuldigd bedrag direct opeisbaar is wanneer de geldnemer in staat van faillissement wordt verklaard.

Beroep op dwaling niet succesvol

Meneer A en mevrouw B hebben gevorderd dat de geldleningsovereenkomst en borgtocht vernietigd moeten worden op grond van dwaling. De rechterbank overweegt dat het afhankelijke karakter van de borgtocht maakt dat een borg zich bij een beroep op dwaling kan beroepen op de verweermiddelen van de hoofdschuldenaar. In dit geval zijn de hoofdschuldenaren X BV en Y BV. Zij hebben echter nog geen beroep gedaan op een vernietigingsgrond. Dit maakt dat meneer A en mevrouw B zich ook nog niet kunnen beroepen op de vernietigbaarheid van de geldleningsovereenkomst. Voorts overweegt de rechter dat een succesvol beroep op dwaling enkel mogelijk is indien de dwaling is te wijten aan onjuiste inlichtingen of een schending van de mededelingsplicht door de wederpartij. Tijdens de zitting blijkt echter dat meneer A en mevrouw B zich wel degelijk bewust waren dat zij aangesproken konden worden voor terugbetaling van de lening. Het beroep op dwaling treft naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen doel.

Stichting kan succesvol beroep doen op borgtocht

In een laatste poging verweren A en B zich door te stellen dat een beroep op de borgtocht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dit verweer onderbouwen zij met de uitleg dat de zekerhedenstichting van Collin een kredietverstrekker is. De rechtbank begrijpt dit verweer niet en sluit zich aan bij de stelling van de zekerhedenstichting dat zij enkel bemiddelaar is. Nu ook het laatste verweer van het stel niet slaagt komt de rechtbank tot de conclusie dat de zekerhedenstichting zich succesvol kan beroepen op de borgtocht. Dit betekend dat de vordering van de stichting wordt toegewezen en dat meneer A en mevrouw B worden veroordeelt tot betaling van €56.000 aan de stichting.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de Rechtbank Gelderland.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant