De bank heeft aan consument op 18 maart 2008 een aflossingsvrije hypothecaire geldlening 221.000 euro verstrekt. De geldlening betrof een rentevastperiode van 5,15% per jaar. De lening bestaat uit drie leningdelen: Een aflossingsvrij leningdeel van 125.190 euro (hierna: leningdeel 1), een aflossingsvrij leningdeel van 70.810 euro met vermogensopbouw door sparen (hierna: leningdeel 2) en een aflossingsvrij leningdeel van 25.000 met vermogensopbouw door sparen (hierna: leningdeel 3). Op basis van de rentemiddeling komen de bank en het stel in 2016 een nieuwe rentevastperiode overeen van 3,04% per jaar. De bank plaatst op 15 november 2016 in de digitale omgeving van consument bij de bank een brief. Deze vermeldt het volgende: “U zet uw rente nu vast voor de door u gekozen periode. Wanneer de rente daalt of gelijk blijft, kan het voordelig zijn om te wachten met de rentewijziging.”.

Rentewijzigingsaanvraag afgewezen

In 2019 probeert consument het nog een keer, ditmaal wijst de bank de aanvraag af. Volgens de bank is tussentijdse wijziging van de rente maximaal één keer mogelijk. De consument is het er niet mee eens. Ze vorderen bij de geschillencommissie de bank een tussentijdse rentewijziging op basis van de rentemiddeling aan te bieden. Daarnaast vordert de consument dat de bank wordt veroordeeld om een schadevergoeding van 12.000 euro te betalen.

Volgens consument is er nooit informatie gegeven over het limiet van de tussentijdse rentewijziging. De staat niet in de bevestiging en is ook niet op de website van de bank te vinden, stelt consument. Wanneer consument hiervan op de hoogte was geweest, had hij naar eigen zeggen gewacht met het overeenkomen van de rentemiddeling. Doordat hij niet gewacht heeft, heeft hij niet kunnen profiteren van de lagere rentetarieven na 2016. Consument heeft deze schade geschat op 100 euro per maand. Wat uitkomt op 12.000 euro schade over de gehele rentevastperiode. Consument wil hier dus voor gecompenseerd worden.

Aanbieding rentemiddeling valt onder beleidsvrijheid van de bank

De commissie beschouwd als vaststaand dat consument kennis heeft genomen van de brief van 15 november 2016 van de bank. Consument heeft deze brief namelijk in het geding gebracht. Naar het oordeel van de Commissie wordt hier duidelijk gesteld dat een volgende rentewijziging pas na de overeengekomen periode weer mogelijk zou zijn. Consument was dus op de hoogte van het feit dat de rente maar eenmalig gewijzigd kon worden. De Commissie vraagt zich daarna af of de bank op andere gronden verplicht is de rentemiddeling aan te bieden. Een bank mag volgens de Commissie naar eigen inzicht voorwaarden stellen aan de rentemiddeling, zolang deze voorwaarden binnen de grenzen van redelijk en billijkheid blijven. Volgens de Commissie valt het aanbieden van de rentemiddeling onder de beleidsvrijheid van de bank. Daarnaast is het logisch dat rentemiddeling in dezelfde rentevastperiode maar een keer mogelijk is. Wanneer dit niet zo was zou de in de rentemiddeling verwerkte vergoeding voor vervroegd aflossen teniet worden gedaan.

De Commissie komt dus tot het oordeel dat de bank consument goed heeft geïnformeerd en rechtmatig maar één keer de tussentijdse rentewijziging aanbood. De Commissie ziet dan ook geen reden de bank een schadevergoeding van 12.000 euro op te leggen. De vordering wordt afgewezen.

Lees hier de hele uitspraak

Financieel recht Advocaten

Heeft u een vraag hierover? Neem vrijblijvend contact op met eens van onze advocaten.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Joost Papeveld

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant