Consument zou een aanzienlijk bedrag hebben overgemaakt aan een buitenlandse partij. Dit geld zou gebruikt moeten worden voor beleggingen. Hij is uiteindelijk dit geld kwijtgeraakt en vordert schadevergoeding van de ING Bank.

Aanleiding

De consument houdt bij ING Bank een betaalrekening aan met daaraan gekoppeld een betaalpas met bijbehorende pincode. Op deze betaalrekening gelden de ‘Voorwaarden Mijn ING’ en de ‘Voorwaarden Betaalrekening’.

De consument heeft in een periode van een maand een totaalbedrag van € 40.391,- van zijn betaalrekening overgemaakt naar een buitenlandse partij. De consument was in de veronderstelling dat deze partij de gelden zou gaan beleggen. Uiteindelijk is hij erachter gekomen dat hij is misleid en dat zijn investering verloren is gegaan.

De consument heeft hierover contact opgenomen met de bank. De bank heeft nog geprobeerd de gelden veilig te stellen, maar deze waren al verwerkt. De consument heeft hierop een klacht ingediend bij het Financiële Klachteninstituut Kifid voor een schadevergoeding van de bank.

De Klacht

De consument vordert van de bank een schadevergoeding van € 40.391,-.

Hij heeft als voornaamste standpunt dat de bank toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar zorgplicht ten opzichte van de consument. De bank had hem moeten waarschuwen voor en beschermen tegen de buitenlandse partij en deze vorm van oplichting.

Ook vindt de consument dat de handelswijze van de bank in strijd is met de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en internationale SWIFT-regels.

De Beoordeling

De commissie buigt zich over de vraag op de bank de op haar rustende zorgplicht tegenover de consument heeft geschonden. De commissie gaat bij de beoordeling van de klacht van de consument uit van de lijn die is uitgezet in haar eerdere uitspraken.

De commissie stelt vast dat de bank is opgetreden als betaaldienstverlener. Een betaaldienstverlener moet op grond van 7:533 lid 4 BW gehoor geven aan de gegeven toegestane betaalopdrachten, als er aan de voorwaarden is voldaan. De bank mag een betaling niet zelf terugboeken van de rekening van de begunstigde van fraude, omdat hiervoor toestemming nodig is van de begunstigde.

De consument erkend dat hij bij alle betalingen aan de buitenlandse partij heeft ingestemd met de voorwaarden en hij deze conform de procedure heeft geautoriseerd.

Bijzonder zorgplicht

De commissie stelt dat de maatschappelijke functie van de bank een bijzondere zorgplicht meebrengt tegenover de consument. De maatschappelijke functie hangt ermee samen dat banken een centrale rol spelen in het betalings- en effectenverkeer en op die gebieden bij uitstek deskundig zijn in tegenstelling tot de consument. Die functie rechtvaardigt dat de zorgplicht van de bank mede strekt ter bescherming tegen lichtvaardigheid en gebrek aan kunde en inzicht.

Algemene monitoringsplicht

De commissie merkt op dat zij reeds eerder heeft beslist dat van een bank mag worden verwacht dat zij zich redelijkerwijs inspant om fraude en misbruik van het betalingsverkeer te voorkomen.

Naar het oordeel van de commissie kon in dit geval niet van de bank worden verwacht dat zij de overboekingen blokkeerde of de consument daarvoor waarschuwde. Allereerst omdat een algemene monitoringsplicht niet snel wordt aangenomen. Daarnaast acht de commissie voordat oordeel van belang dat het niet ging om een onbevoegde transactie, maar om transacties die met instemming van de consument zijn verricht. Overboekingen die worden verricht door de persoon die bevoegd is over het betaalinstrument te beschikken vallen in beginsel binnen diens eigen verantwoordelijkheid.

Verder is niet komen vast te staan dat de AFM voor de buitenlandse partij heeft gewaarschuwd, en evenmin dat de bank bekend was dan wel had moeten zijn met de slechte reputatie van de buitenlandse partij.

In strijd Wwft

Met betrekking tot de stelling van de consument dat de bank in strijd heeft gehandeld met de Wwft overweegt de commissie dat de verplichtingen die op de bank rusten uit hoofde van de Wwft in het leven zijn geroepen ter bescherming van een algemeen maatschappelijk belang en niet ter bescherming van individuele derden tegen vermogensschade als gevolg van fraude, zodat consument daarop geen beroep toekomt.

De conclusie is dat niet is komen vast te staan dat de bank toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar zorgplicht ten opzichte van de consument. De bank hoeft geen schadevergoeding aan de consument te betalen. De commissie zal de vordering van de consument daarom afwijzen.

De Beslissing

De commissie wijst de vordering af.

Lees hier het gehele artikel van het Financiële Klachteninstituut Kifid.

Financieel Recht Advocaten

Wilt u advies over of begeleiding bij conflicten over het cliëntenonderzoek van banken en de registratie van persoonsgegevens in de Gebeurtenissenadministratie, het IVR, het Incidentenregister en het EVR? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant