Uitspraak: ING besluit tot niet verlenging van lening en vraagt aflossingsvergoeding

In deze zaak besloot ING de lening van [eiser] niet te verlengen en door een vervroegde aflossing een aflossingsvergoeding in rekening te brengen. [Eiser] stelt dat de ING hiermee onrechtmatig tegenover hem heeft gehandeld en haar zorgplicht heeft geschonden.

Aflopende lening

[Eiser] heeft in maart 2006 voor de financiering van zijn eigen woning en een aantal door hem verhuurde woningen een hypothecaire lening van €875.000 bij ING afgesloten. De lening had een looptijd tot april 2021. Partijen zijn, in afwijking van de algemene voorwaarden, overeengekomen dat [eiser] per jaar maximaal 20% van de oorspronkelijke hoofdsom van de lening vervroegd mag aflossen zonder dat ING daarvoor een aflossingsvergoeding in rekening brengt. De aflossingsvergoeding is daarnaast niet verschuldigd indien de aflossing geschiedt op de afloopdatum van de rentevaste periode.

In oktober 2019 heeft ING aan [eiser] een brief gestuurd, waarin staat dat de looptijd van de lening bijna eindigt en dat [eiser] de mogelijkheid heeft om de lening af te lossen of de looptijd ervan te verlengen. ING heeft ook aangegeven dat als [eiser] kiest voor die laatste optie, ING onder andere op basis van het inkomen van [eiser] zal beoordelen of dit mogelijk is. [Eiser] heeft ING vervolgens verzocht om zijn lening te verlengen.

Looptijd niet verlengd

In het najaar van 2019 hebben tussen ING en [eiser] een aantal gesprekken plaatsgevonden over de vraag of ING de aflopende lening wilde herfinancieren. ING heeft [eiser] medio december laten weten dat zij het verzoek van [eiser] daartoe heeft afgewezen. ING acht op basis van de informatie die [eiser] heeft aangeleverd het risico te groot dat [eiser] de financieringslasten in de toekomst niet kan opbrengen. [Eiser] is het niet eens met dit standpunt.

Eind mei 2020 heeft [eiser] telefonisch aan ING laten weten dat hij mogelijk voornemens was de lening in juni vervroegd af te lossen en heeft hij ING gevraagd geen aflossingsvergoeding in rekening te brengen. ING heeft gezegd bij vervroegde aflossing van de lening aanspraak te zullen maken op de daarvoor overeengekomen aflossingsvergoeding. In juni heeft [eiser] aan ING laten weten dat hij de lening eind juni vervroegd zou aflossen door middel van een herfinanciering van Rabobank.

[Eiser] heeft eind juni de lening volledig afgelost en de aflossingsvergoeding voldaan met een herfinanciering die hij van Rabobank heeft gekregen.

Onrechtmatig handelen door de bank

In november 2021 heeft [eiser] bezwaar gemaakt bij ING. [Eiser] stelt dat ING onrechtmatig heeft gehandeld en haar zorgplicht tegenover hem heeft geschonden, omdat het besluit van ING om de lening niet te verlengen niet juist is en zij bij dat besluit ook onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van [eiser] . Ook stelt [eiser] dat het onacceptabel is dat ING een aflossingsvergoeding rekent, omdat als ING wel een juiste belangenafweging had gemaakt, de lening zou zijn verlengd en hij daardoor geen kosten voor overstappen en vervroegd aflossen had hoeven betalen.

ING betwist dat zij haar zorgplicht heeft geschonden. Zij voert aan dat zij niet verplicht was om na het einde van de looptijd de lening te verlengen met [eiser] . Zij heeft ervoor gekozen om dat niet te doen, omdat het gelet op de inkomstenpositie van [eiser] niet verantwoord was om hem te blijven financieren. ING heeft dit ook een aantal keer aan [eiser] uitgelegd en gewaarschuwd voor de vergoeding die hij verschuldigd zou worden bij vervroegd aflossen. [Eiser] heeft alsnog ervoor gekozen om de lening vervroegd af te lossen. Het in rekening brengen van de overeengekomen aflossingsvergoeding was daarom ook niet onaanvaardbaar.

Zorgplicht bank

De rechtbank dient te beoordelen of de ING haar zorgplicht tegenover [eiser] heeft geschonden en of ING gehouden is tot schadevergoeding. Ten eerste dient te worden beoordeeld of ING te verwijten valt dat ze de lening na het einde van de looptijd niet heeft verlengd. Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of [eiser] de door hem betaalde aflossingsvergoeding verschuldigd was aan ING.

Ten eerste oordeelt de rechter dat ING niet verplicht was om de lening van [eiser] te verlengen. Partijen zijn namelijk met de lening een overeenkomst voor bepaalde tijd overeengekomen, die zonder verdere afspraken automatisch zou eindigen na het einde van de looptijd. Het is aan partijen overgelaten of ze wel of niet verlengen en onder welke voorwaarden. Enkel in uitzonderingen gevallen kan de bank verplicht zijn om te verlengen. Van dergelijke bijzondere gevallen is in deze situatie geen sprake.

Hiertegenover staat wel dat de bank bij haar handelen verplicht is rekening te houden met de belangen van [eiser]. Dat betekent dat ING bij haar beslissing om de lening niet te verlengen rekening moest houden met de gevolgen die die beslissing kon hebben voor [eiser]. Echter, [eiser] heeft niet voldoende gesteld wat de concrete gevolgen van niet verlengen voor [eiser] zouden zijn en op welke manier ING daarvan op de hoogte had moeten zijn. In die situatie noopt de op ING rustende zorgplicht haar niet tot anders handelen dan zij heeft gedaan en van een schending van de zorgplicht is dus geen sprake.

Aflossingsvergoeding

Daarnaast oordeelt de rechter dat ING de aflossingsvergoeding in rekening mocht brengen. De rechter stelt vast dat ING en [eiser] een overeenkomst zijn aangegaan op grond waarvan een aflossingsvergoeding betaalt moet worden bij aflossing voor het einde van de rentevaste periode. [Eiser] heeft gesteld dat deze regel niet geldt omdat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, althans dat de aflossingsvergoeding moet worden gematigd.

Zoals vastgesteld, valt ING geen verwijt te maken over haar keuze om de lening met [eiser] niet te verlengen. Ook speelt hierbij een rol dat [eiser] zelf ervoor heeft gekozen de lening eerder af te lossen. Indien [eiser] een aantal maanden had gewacht, zoals ook door ING gecommuniceerd, had zij geen aflossingsvergoeding hoeven te betalen. Waarom [eiser] daarop niet kon wachten is onvoldoende toegelicht. Hoewel te begrijpen is dat [eiser] graag zekerheid wilde en het aanbod van Rabobank om te herfinancieren graag direct wilde accepteren, kan het gevolg van die keuze niet zijn dat ING haar rechten niet mag uitoefenen, noch dat de aflossingsvergoeding zou moeten worden gematigd. ING mocht dan ook [eiser] de aflossingsvergoeding in rekening brengen.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de Rechtbank Amsterdam.

Financieel Recht Advocaten

Wilt u advies over of begeleiding bij conflicten over de zorgplicht van banken met betrekking tot een hypotheek of ander financieel product? Neem dan contact met ons op.

Wesley van Elven

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant