Menu

Beleggingsadviseur moet schade consumenten vergoeden nadat niet voldaan is aan waarschuwingsplicht

Meneer A werkt zelfstandig als beleggingsadviseur waarbij hij beleggingsdiensten en vermogensbeheer voor derden verricht (hierna: "beleggingsadviseur"). Hij heeft hiervoor geen (vermogensbeheer-) vergunning van de AFM. Consumenten hebben in oktober 2000 € 18.151,21 overgemaakt naar de beleggingsadviseur ter belegging. Dit bedrag hadden de consumenten gespaard ter aanvulling op hun pensioen. De beleggingsadviseur had in een informatiebrief vermeld dat het vrijwel zeker was dat er een rendement van meer dan 4% per jaar zou worden behaald. Daarnaast heeft hij ook vermeld dat beleggen risico's meebrengt, het enige risico voor deze belegging was volgens de beleggingsadviseur het dalen van de koersen. De beleggingsadviseur heeft van het ontvangen bedrag aandelen gekocht.

Naast consumenten had de beleggingsadviseur nog ongeveer 20 personen voor wie hij aandelen hield. Het totale vermogen bedroeg eind 2006 ruim € 700.000,=. Enige tijd later, in 2007 ging de Wet op het Financieel Toezicht in werking waarnaar de beleggingsadviseur zijn Beleggingsadviesbureau omzette naar een Beleggersvereniging. Door het gestage dalen van de koersen ontstond er een financieel probleem voor de Beleggingsvereniging. Hierna hebben 8 van de 20 leden in totaal € 27.500,= in de Beleggingsvereniging gestort. In de georganiseerde spoedvergadering werd daarnaast afgesproken dat er geen uitbetalingen of overboekingen van portefeuilles konden plaatsvinden.

Consumenten verzochten steeds om uitkering van de portefeuilles

Consumenten hebben een aantal keer, te weten in december 2007, december 2009, augustus 2010 en maart 2012 verzocht over te gaan tot uitkering van de waarde van hun portefeuilles. In maart 2012 heeft de beleggingsadviseur uiteindelijk geantwoord dat hij niet tot uitbetaling over kon gaan. Naar verwachting zou er eind 2014 wellicht één of meerdere uitbetalingen kunnen worden gedaan.

Nadat consumenten in april 2013 nogmaals hadden verzocht tot uitbetaling over te gaan heeft de beleggingsadviseur nogmaals gevraagd te wachten tot eind 2014. Hij heeft daarbij wel een overzicht gestuurd waarin de waarde van de portefeuilles te zien waren. Gezamenlijk bedroeg dit € 13.954,49. Pas op 13 oktober 2013, toen consumenten voor het eerst waren uitgenodigd voor de ledenvergadering is duidelijk geworden dat er geen individuele portefeuilles bestonden maar dat er slechts één portefeuille was op naam van de Beleggingsvereniging waarbij de beleggingsadviseur de posities van de beleggers afzonderlijk administreerde. Consumenten hebben daarom een inzicht in de administratie van alle transacties verzocht en nogmaals het verzoek gedaan de portefeuilles uit te keren. Beide is geweigerd door de beleggingsadviseur.

In de vergadering van januari 2014 is een saldo over 2013 vastgesteld van € 35.763,50. Bij verdeling naar evenredigheid zou een ieder recht hebben op uitbetaling van een participatie van € 616,16.

Consumenten vorderen € 13.945,49 van de Beleggingsvereniging

Consumenten hebben uiteindelijk een procedure gestart bij de rechtbank. Hierbij vorderen zij dat de Beleggingsvereniging en de beleggingsadviseur € 13.954,49 aan hen betaald. De grondslag hiervan is dat de beleggingsadviseur wanprestatie heeft gepleegd tegenover de consumenten. Hierdoor hebben zij schade geleden ter hoogte van de waarde van hun portefeuilles. De rechtbank heeft de beleggingsadviseur veroordeeld tot betaling van de totale waarde van € 13.734,93. De beleggingsadviseur heeft aan dit vonnis voldaan.

Vervolgens is de beleggingsadviseur in hoger beroep gegaan. De algemene grief strekte tot volledige herbeoordeling van het geschil in hoger beroep. Daarbij hebben consumenten in incidenteel appel hun vorderingen vermeerderd. Hun totale vordering bedroeg in hoger beroep € 29.444,88.

Hof: beleggingsadviseur is tekort geschoten waardoor er schadeposten zijn ontstaan

Het hof oordeelt dat een beleggingsadviseur de verplichting heeft om in het belang van consumenten informatie in te winnen over hun financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid. Ook had de beleggingsadviseur consumenten indringend moeten waarschuwen tegen de bijzondere risico's die zijn verbonden aan de optiehandel. Het is volgens het hof aannemelijk dat, indien consumenten wel voldoende waren gewaarschuwd, geen toestemming zouden hebben verleend. Daarom was het voor de beleggingsadviseur niet toegestaan om ongedekte opties te verhandelen aan consumenten. Door dit wel te doen is de beleggingsadviseur tekort geschoten. De schadeposten zijn als gevolg van deze tekortkoming ontstaan.

De grieven van de beleggingsadviseur worden verworpen. Het vonnis van de rechtbank wordt door het hof bekrachtigd. De vermeerderde eis van consumenten is wel toewijsbaar. Dit is echter niet tegen de beleggingsadviseur maar tegen zijn Beleggingsvereniging. De Beleggingsvereniging dient nog € 14.004,40 te betalen aan consumenten.

Financieel Recht Advocaten

Heeft u ook schade geleden als gevolg van een slecht beleggingsadvies of bent u niet naar tevredenheid geadviseerd over een, neem dan hier vrijblijvend contact op met een van van de advocaten van Financieel Recht Advocaten. Onze advocaten staan u graag vrijblijvend te woord.

Klik hier voor de volledige uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:


Terug


Laatste tweets