Betaaldienstverlener is wettelijk verplicht om identiteit van klanten opnieuw te verifiëren

A is opgericht naar Maltees recht en ook gevestigd in Malta. In Malta heeft A een vergunning verkregen om consumentenkrediet te verstrekken. A staat sinds 2010 in het register van de FNB. Op grond van een Europees paspoort worden in Nederland kredieten aangeboden. In 2013 worden kredieten in Nederland aangeboden op een Nederlandstalige website. In 2014 besluit de AFM onderzoek te doen naar de activiteiten van A in Nederland.

De AFM heeft vastgesteld dat in Nederland bijna 40 fte aan werknemers in loondienst zijn. In 2013–2016 zijn in totaal 140.103 kredieten verstrekt. Deze activiteiten zijn vanuit een bijkantoor in Nederland verricht. Voor dit kantoor is echter niet de vereiste notificatieprocedure doorlopen. Daarom had A een vergunning nodig in Nederland, maar deze vergunning heeft zij niet en deze is ook niet aangevraagd.

De toezichthouder in Malta (MFSA) heeft A een boete opgelegd voor het vestigen van een kantoor in Nederland zonder de vereiste procedure te doorlopen. De boete bedraagt ruim 80.000 euro. Ook de AFM heeft aan A een boete opgelegd, wegens het illegaal aanbieden van krediet in Nederland. Het gaat om een boete van 1.750.000 euro. A komt op tegen deze boete van de AFM, niet de boete van de MFSA.

De procedure

De rechtbank heeft verwogen dat A in Nederland krediet mag aanbieden vanuit Malta, wegens het Europees paspoort. In dit geval gaat het erom dat het krediet is aangeboden door een in Nederland gevestigd bijkantoor, dat niet aan de eisen voldoet. Niet kan worden geconcludeerd dat slechts sprake was van een luisterpost in Nederland, aangezien er 40 fte aan werknemers in loondienst werkzaam waren, er Nederlandse gesprekken werden gevoerd, de website en het telefoonnummer Nederlands waren en er actief regelingen werden gesloten met de klant.

Oordeel

A was gehouden om bij de MFSA een procedure te starten om een kantoor te mogen openen in een andere lidstaat. Dit heeft A nagelaten. De rechter oordeelt dat de boete terecht door de AFM is opgelegd. A kon geen geslaagd beroep doen op de uitzondering van de vergunningsplicht (artikel 2:62 aanhef en sub a Wft). Daarom heeft A in strijd gehandeld met hetgeen in artikel 2:60 Wtf. Daarom mocht de AFM een boete opleggen.

De boete die de AFM heeft opgelegd is niet in strijd met het ne-bis-in idem- beginsel. De boete van MFSA ziet op het niet vooraf melden van het vestigen van een bijkantoor in een andere lidstaat. De boete van de AFM ziet op het illegaal aanbieden van krediet. Naar aard en strekking verschillen de feitelijke gedragingen van elkaar, zodat niet kan worden gesproken van hetzelfde feit. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Heeft u een vraag? Neem dan contact met ons op.

Rob Silvertand

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Victor Welten

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant