Consument komt aflossingsverplichting niet na en moet bijna ������� 1

Meneer G heeft een eenmanszaak. In 2005 en in 2007 is meneer G met ING een kredietovereenkomst aangegaan. De kredietovereenkomst van 2005 betrof een overeenkomst met een kredietlimiet van € 18.000,- en de overeenkomst van 2007 had een kredietlimiet van € 10.000,-. In de Algemene Bepalingen van Kredietverlening is opgenomen dat de kredietfaciliteit automatisch eindigt als de kredietnemer een verplichting uit de overeenkomst niet nakomt of als de kredietnemer zijn bedrijfs- of beroepsactiviteiten wijzigt of beëindigd.

ING heeft in oktober 2013 een adreswijziging ontvangen van de onderneming van meneer G. Het krediet is uiteindelijk in 2014 overschreden waarnaar ING twee brieven heeft gestuurd aan meneer G over de kredietoverschrijding. In maart 2014 had ING ook al een brief aan meneer G verstuurd. De eenmanszaak van meneer G zou niet meer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel. ING heeft in deze brief aangegeven dat zij op basis van de kredietvoorwaarden het kapitaalkrediet mogen opzeggen als het bedrijf niet meer ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel.

ING blokkeert zakelijke rekening door kredietoverschijding

Uiteindelijk heeft ING in juli 2014 een derde brief gestuurd aan meneer G over de kredietoverschrijding waarin zij meedeelt aan meneer G dat de zakelijke rekening wordt geblokkeerd voor uitgaand betalingsverkeer. Meneer G kan enkel nog geld overmaken naar de zakelijke rekening. Het dossier van meneer G is door ING overgegeven aan Vesting Finance Fidition. Op 29 juli 2014 heeft Vesting Finance Fidition vervolgens een brief aan meneer G gestuurd waarin zij de gebeurtenissen nogmaals uiteenzetten. Op grond van de Algemene Bepalingen van Kredietverlening stellen zij dat de kredietverlening automatisch is geëindigd en ineens opeisbaar is zonder ingebrekestelling. Zij vorderen dan ook de volledige opeisbare vordering van meneer G. Deze bedraagt op dat moment € 28.435,93.

Meneer G heeft in reactie op laatstgenoemde brief een betalingsvoorstel gedaan aan Vesting Finance Fidition. Meneer G wilde € 6.000,- betalen tegen finale kwijting. Ter beoordeling van dit voorstel heeft Vesting Finance Fidition in zowel december 2014 als januari 2015 meneer G verzocht gespecificeerde financiële gegevens aan te leveren. Vesting Finance Fidition heeft uiteindelijk in zowel augustus als september 2015 per brief laten weten dat ING niet akkoord gaat met het betalingsvoorstel van meneer G. Meneer G heeft zijn betalingsvoorstel niet, dan wel onvoldoende onderbouwd met financiële gegevens of bewijsstukken. Inmiddels was het totaal verschuldigde bedrag al opgelopen naar € 31.190,97. Dit bedrag is nog zonder de rente, provisies en kosten.

Vesting Finance Fidition heeft als laatste mogelijkheid meneer G de kans gegeven een aantal juridische stukken aan te leveren zodat zij ING konden verzoeken de juridische omzetting alsnog te beoordelen. Meneer G heeft aangegeven van deze mogelijkheid geen gebruik te willen maken omdat hij blijft bij zijn voorstel van € 6.000,- tegen finale kwijting.

ING start procedure bij de rechtbank en vordert ruim € 30.000,- wegens niet nakomen van de kredietovereenkomsten

ING heeft vervolgens een procedure gestart bij de rechtbank Rotterdam. ING vordert om bij vonnis meneer G te veroordelen om aan ING een bedrag van € 33.568,88 te betalen. Dit bedrag dient nog vermeerderd te worden met de contractuele rente en buitengerechtelijke incassokosten. Aan deze vordering legt ING ten grondslag dat meneer G de kredietovereenkomsten niet nakomt.

Meneer G stelt dat de beëindiging van het krediet door ING de voornaamste reden is dat er geen omzet via de zakelijke rekening kan lopen. Daarnaast heeft ING de omzetting van de eenmanszaak in een VOF niet verwerkt. De rechtbank stelt echter daarentegen dat zij niet inziet waarom de omzetting er toe moet leiden dat er geen omzet meer via de rekening kon lopen. Daarnaast heeft Vesting Finance Fidition in dezelfde brief gesteld dat het krediet wordt opgezegd en dat er weinig of geen omzet plaatsvindt. De opzegging kan daarom niet hebben bijgedragen aan het niet plaatsvinden van omzet.

Klant doet beroep op de zorgplicht van ING, de beëindiging van de kredietrelatie zou onaanvaardbaar zijn

Meneer G doet daarnaast nog een beroep op de zorgplicht van ING jegens hem en gesteld dat de beëindiging van de kredietrelatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. Volgens meneer G kan de opzegging niet in stand blijven. Echter, de rechtbank oordeelt dat ING haar zorgplicht niet heeft geschonden. Meneer G is meerdere malen gewaarschuwd door ING over de eventuele gevolgen van de kredietoverschrijding. ING heeft meneer G lange tijd de mogelijkheid gegeven om tot een betalingsregeling te komen. Zij heeft meerdere keren gevraagd om financiële gegevens of een eventueel persoonlijk overleg. Meneer G heeft de gegevens niet (volledig) aangeleverd en heeft meerdere keren verklaard geen behoefte te hebben aan een persoonlijk overleg.

De rechtbank komt uiteindelijk tot de conclusie dat de gevorderde hoofdsom van € 33.568,88 moet worden toegewezen. Naast deze hoofdsom dient meneer G ook de buitengerechtelijke incassokosten en contractuele rente te betalen.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de rechtbank Rotterdam.

Financieel Recht Advocaten

Mocht u te maken hebben met (dreigende) opzegging van de kredietrelatie door uw bank, neem dan contact met ons op. Ons kantoor heeft ruime ervaring met het procederen tegen banken. Neem hier vrijblijvend contact met ons op.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86
Sylvia Rietbroek

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant