Rabobank moet mogelijkheid tot boetevrij aflossen herstellen

In deze zaak onderhield de Rabobank een niet te gecompliceerde kredietrelatie, bestaande uit slechts enkele bankrekeningen, twee geldleningen en een verstrekte bankgarantie, met een concern van vijftien vennootschappen (hierna: “Concern”). Op enig moment heeft de Rabobank het krediet opgezegd, omdat zij ondanks meerdere verzoeken niet de in het kader van een cliëntenonderzoek benodigde informatie ontving van het Concern. De rechtbank had in eerste aanleg geoordeeld dat de opzegging van de kredietrelatie door de Rabobank rechtmatig was. Het Concern heeft tegen dat oordeel hoger beroep ingesteld en heeft in dat kader de vraag of de kredietopzegging onrechtmatig was aan het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voorgelegd.

Niet meewerken aan wettelijk verplicht cliëntenonderzoek

In eerste aanleg is tussen partijen vast komen te staan dat de Rabobank gehouden was cliëntenonderzoek te doen, onder meer om inzicht te krijgen in de structuur van het Concern en de activiteiten die in de verschillende rechtspersonen van het Concern plaatsvonden. Met name moest de Rabobank ook duidelijk krijgen wie de uiteindelijke begunstigde van de betrokken rechtspersonen was. Het is de Rabobank niet toegestaan een zakelijke kredietrelatie aan te gaan of een transactie uit te voeren voor een cliënt waarbij zij dit inzicht niet heeft. Deze verplichting van de bank vloeit voort uit de Wet Financieel Toezicht (Wft) en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Op 12 oktober 2012 heeft de Rabobank aan het Concern om aanvullende informatie verzocht in het kader van bovenstaande cliëntenonderzoek. Het Concern had op dat moment nog niet alle gestelde vragen genoegzaam beantwoord. De bestuurder van het Concern wilde bepaalde vragen, ondanks meerdere verzoeken van de Rabobank, niet beantwoorden, omdat deze volgens hem al waren beantwoord.

Rabobank biedt voldoende mogelijkheid om andere bank te zoeken na kredietopzegging

Uiteindelijk heeft de Rabobank op 10 januari 2013 het krediet beëindigd. In rechte is vast komen te staan dat de Rabobank aan het Concern een redelijke termijn heeft gegeven om een andere bank te zoeken voor herfinanciering. Daarbij zou er geen sprake zijn geweest van ernstige financiële problemen bij rechtspersonen van het Concern, omdat de financieringsbehoefte elders niet ondergebracht kon worden. De rechtbank heeft op grond van deze omstandigheden geoordeeld dat de kredietopzegging rechtmatig was.

Concern gaat in hoger beroep

Het concern stelt in hoger beroep dat de Rabobank haar bevoegdheid ver te buiten is gegaan, gezien de richtlijnen van de Wwft, door vier jaar na intreding van die wet, zonder enige aanleiding en zonder concrete aanwijzingen voor witwassen of financiering van terrorisme, de verzochte informatie van het Concern te verlangen. De door de Rabobank gestelde vragen gaan het vereiste cliëntenonderzoek, volgens het Concern, ver te buiten. Daar gaat het Gerechtshof niet in mee. Het Hof oordeelt dat een bank op grond van art. 3 Wwft verplicht is om voortdurende controle uit te oefenen op de zakelijke relatie, ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme. De Rabobank was dus niet alleen bevoegd maar ook wettelijk verplicht periodiek vragen te stellen aan het Concern. Dat er al bij eerdere gelegenheden in 2006 en in 2009 vragen waren gesteld doet daar niet aan af.

Opzegging krediet door Rabobank was rechtmatig

De conclusie is dat de Rabobank geen antwoord heeft gekregen op relevante vragen die zij mocht stellen aan haar cliënt, terwijl de achtergrond van het stellen van die vragen (blijkens de namens de Rabobank verstuurde mailberichten) is meegedeeld en het Concern voldoende tijd heeft gekregen de gevraagde informatie te leveren. Dit vormt, ook naar het oordeel van het Gerechtshof, voldoende grond voor de Rabobank om de cliëntrelatie met het Concern te willen beëindigen.

Klik hier voor het volledige arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 mei 2017.

Financieel Recht Advocaten

In dit geval is de bank volgens het Gerechtshof dus rechtmatig overgegaan tot opzegging van een kredietrelatie, maar dat is lang niet altijd het geval. Niet zelden gaat een bank te lichtvaardig over tot het opzeggen van een krediet, wordt daarbij geen redelijke termijn gegeven om een andere bank te zoeken of wordt onvoldoende rekening gehouden met ernstige financiële consequenties van de opzegging. Heeft de bank ook het krediet van u of uw onderneming opgezegd? Of dreigt zij dat te doen? Of schendt uw bank op andere wijze haar zorgplicht? Neem hier contact op met een van onze gespecialiseerde advocaten. De advocaten van Financieel Recht Advocaten hebben jarenlange ervaring met procederen tegen banken, verzekeraars en vermogensbeheerders.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:

Rob Silvertand

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86
Mireille Aarts

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant