EVR-registratie ongedaan maken na fraudeverdenking door verzekeraar
“Een verzekeraar mag iemand alleen in het EVR of IVR registreren als fraude voldoende vaststaat en de maatregel proportioneel is. In deze uitspraak (ECLI:NL:RBNNE:2025:3351) oordeelt de rechtbank dat daarvan geen sprake was. De EVR- en IVR-registraties moesten worden verwijderd en de verzekering hersteld.”
Een EVR-registratie heeft ingrijpende gevolgen. Wie eenmaal als fraudeur wordt aangemerkt, kan jarenlang problemen krijgen met verzekeringen en financiële dienstverlening. In het vonnis van de Rechtbank Noord-Nederland van 13 augustus 2025 stond precies deze vraag centraal: mocht een verzekeraar een verzekerde registreren in het EVR en IVR wegens vermeende verzekeringsfraude?
De zaak speelde in kort geding tussen een particulier en een verzekeraar. De verzekeraar stelde dat sprake was van opzettelijke misleiding bij een schademelding en had daarop de verzekering opgezegd en registraties geplaatst. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de fraude niet voldoende vaststond en dat de registraties onrechtmatig waren. Deze uitspraak is relevant voor iedereen die te maken krijgt met een EVR-registratie en deze ongedaan wil maken.
Wat is er beslist door de rechtbank?
De kern van het geschil was een schadeclaim aan een bestelbus. De verzekerde meldde schade die volgens hem was ontstaan doordat een vrachtwagen tijdens het lossen of wegrijden langs zijn geparkeerde auto was gekomen. De verzekeraar betwistte die toedracht en stelde na intern onderzoek dat sprake was van oude schade. Volgens de verzekeraar had de verzekerde bewust een onjuiste voorstelling van zaken gegeven om een uitkering te krijgen.
Op basis daarvan nam de verzekeraar zware maatregelen. De persoonsgegevens van de verzekerde werden opgenomen in het IVR en het EVR, en de verzekeringsovereenkomst werd opgezegd. De verzekerde betwistte dat hij had gefraudeerd en startte een kort geding. Hij vorderde onder meer verwijdering van de registraties, herstel van de verzekering en rectificatie richting het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit (CBV).
De voorzieningenrechter stelde voorop dat een EVR-registratie alleen rechtmatig is als aan strenge voorwaarden wordt voldaan. De rechter oordeelde dat niet voldoende was komen vast te staan dat de verzekerde met opzet had willen misleiden. Daarmee ontbrak de grondslag voor de registraties. De verzekeraar werd veroordeeld om binnen twee dagen alle EVR- en IVR-registraties ongedaan te maken en de opzegging van de verzekering terug te draaien. Ook moest de verzekeraar het CBV informeren dat de EVR-registratie was verwijderd.
Strenge eisen aan EVR-registratie
Een EVR-registratie is gebaseerd op het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI). Dit protocol stelt cumulatieve eisen. Er moet sprake zijn van een gedraging die een bedreiging vormt voor de financiële sector, die gedraging moet voldoende vaststaan en de registratie moet proportioneel zijn.
In deze zaak benadrukt de rechtbank dat de lat hoog ligt. Een redelijk vermoeden van fraude is niet genoeg. De rechter verwijst naar vaste rechtspraak, waaronder het arrest van de Hoge Raad van 29 mei 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BH4720). Voor een EVR-registratie moet sprake zijn van concrete feiten en omstandigheden die een bewezenverklaring van een strafbaar feit zouden kunnen dragen. Dat betekent in de praktijk dat opzet of bewuste misleiding aannemelijk moet zijn.
De rechtbank maakt bovendien onderscheid tussen twee mogelijke vormen van misleiding: een onjuiste voorstelling van de schadetoedracht en het bewust claimen van oude schade. In beide gevallen rust op de verzekeraar een verzwaarde onderbouwingsplicht. Juist omdat de gevolgen van een EVR-registratie zo ingrijpend zijn, moet de verzekeraar zorgvuldig onderzoeken en motiveren.
In dit geval vond de rechter het onderzoek van de verzekeraar onvoldoende. Zo was geen technisch onderzoek aan het voertuig uitgevoerd, terwijl dat wel voor de hand had gelegen. Ook kon niet worden vastgesteld dat de verzekerde wist van eventuele oude schade. Dat die schade mogelijk al bestond, betekende nog niet dat de verzekerde daarvan op de hoogte was. Zonder die wetenschap kan van opzettelijke misleiding geen sprake zijn.
Wat betekent dit voor u als verzekerde?
Deze uitspraak laat zien dat u niet zomaar hoeft te accepteren dat een verzekeraar u als fraudeur bestempelt. Een EVR- of IVR-registratie is geen automatisme na een afgewezen claim. De verzekeraar moet aantonen dat fraude daadwerkelijk vaststaat en dat de registratie noodzakelijk en proportioneel is.
Voor ondernemers en particulieren is dit van groot belang. Een EVR-registratie kan leiden tot problemen bij het afsluiten van nieuwe verzekeringen, hypotheken of andere financiële producten. Ook moet u vaak verklaren dat u geregistreerd bent, wat uw positie verder verzwakt. De rechtbank onderkent deze verstrekkende gevolgen expliciet en weegt ze zwaar mee in de belangenafweging.
Tegelijkertijd betekent deze uitspraak niet dat elke registratie automatisch onrechtmatig is. Als fraude wel voldoende vaststaat en zorgvuldig is onderzocht, kan een registratie gerechtvaardigd zijn. Het oordeel is dus altijd afhankelijk van de feiten en de onderbouwing door de verzekeraar.
Financieel Recht Advocaten
Een EVR-registratie kan uw financiële leven ernstig ontregelen. Deze uitspraak laat zien dat verzekeraars niet lichtvaardig tot registratie mogen overgaan. Financieel Recht Advocaten staat cliënten bij die een concreet conflict hebben met een bank of verzekeraar. Heeft u te maken met een EVR- of IVR-registratie en is er daadwerkelijk een geschil, dan kunt u vrijblijvend contact opnemen om uw situatie te laten beoordelen.
Praktische FAQ’s
Wat is het verschil tussen EVR en IVR?
Het EVR (Extern Verwijzingsregister) is een sectorbreed register dat wordt beheerd via Stichting CIS en kan worden geraadpleegd door aangesloten verzekeraars en andere financiële instellingen. Een EVR-registratie kan ertoe leiden dat u geen nieuwe verzekeringen of financiële producten meer kunt afsluiten. Het IVR (Intern Verwijzingsregister) is een intern register van één verzekeraar of andere financiële instelling en is alleen zichtbaar binnen die organisatie. De gevolgen van een IVR-registratie zijn doorgaans beperkter, maar kunnen alsnog leiden tot opzegging of weigering van producten bij die verzekeraar.
Hoe lang duurt een EVR-registratie?
Een EVR-registratie kan in beginsel maximaal acht jaar duren. De exacte duur hangt af van de ernst van de verweten gedraging en de belangenafweging die de verzekeraar maakt. Als achteraf blijkt dat de registratie onterecht is of niet (meer) proportioneel, moet deze direct worden verwijderd. Dit kan ook vóór het verstrijken van de maximale termijn, bijvoorbeeld na een rechterlijke uitspraak of een gegrond bezwaar.
Moet fraude strafrechtelijk bewezen zijn voor een EVR-registratie?
Nee, een strafrechtelijke veroordeling is niet vereist. Wel geldt dat de feiten en omstandigheden zó concreet en zwaarwegend moeten zijn dat zij een strafrechtelijke bewezenverklaring zouden kunnen dragen. Dit betekent dat een redelijk vermoeden of twijfel niet volstaat. In de praktijk komt dit erop neer dat opzet of bewuste misleiding aannemelijk moet zijn gemaakt.
Kan een verzekeraar mijn verzekering opzeggen na fraude?
Ja, een verzekeraar mag een verzekering opzeggen als vaststaat dat sprake is van fraude of opzettelijke misleiding. Die opzegging moet wel zorgvuldig worden gemotiveerd. Valt de grondslag voor fraude weg, bijvoorbeeld omdat de fraude niet voldoende vaststaat, dan kan ook de opzegging onrechtmatig zijn. In deze uitspraak moest de verzekeraar de opzegging daarom ongedaan maken.
Wat kan ik doen als ik het niet eens ben met een EVR- of IVR-registratie?
U kunt eerst inzage vragen in uw persoonsgegevens en de onderbouwing van de registratie op grond van de AVG. Daarna kunt u bezwaar maken bij de verzekeraar zelf. Als dat geen resultaat oplevert, kunt u een klacht indienen bij Kifid of een procedure starten bij de rechter. In spoedeisende gevallen, zoals bij directe gevolgen voor uw verzekerbaarheid, kan een kort geding een passend middel zijn.
Speelt proportionaliteit altijd een rol bij EVR-registraties?
Ja, proportionaliteit is een verplichte toets. Zelfs als sprake is van een verwijtbare gedraging, moet de verzekeraar afwegen of een EVR-registratie noodzakelijk en evenwichtig is, gelet op de ernst van het gedrag en de gevolgen voor de betrokkene. Een te zware maatregel kan alsnog onrechtmatig zijn, zoals ook uit deze uitspraak blijkt.
Disclaimer: De informatie op deze website is geen op maat gesneden juridisch advies. Neem contact op indien u meer informatie wenst.