Uitspraak: EVR registratie verwijderen na verdenking van fraude: Rechtbank Den Haag zet streep door opname

“Een verzekeraar mag iemand niet zomaar in het EVR plaatsen. Daarvoor is meer nodig dan een vermoeden van fraude: er moeten zodanig concrete feiten en omstandigheden zijn dat voldoende grond bestaat om een onrechtmatige of strafbare gedraging aan te nemen. In deze zaak oordeelt de rechtbank dat daarvan onvoldoende sprake was en dat de EVR-registratie daarom moet worden verwijderd, mede gelet op de zware gevolgen voor betrokkene.”

Op 20 februari 2026 deed de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag uitspraak in een kort geding tussen een verzekeringstussenpersoon en Nationale-Nederlanden (ECLI:NL:RBDHA:2026:3418). De zaak draaide om de vraag of persoonsgegevens terecht waren opgenomen in het Incidentenregister (IR), het Extern Verwijzingsregister (EVR), de Gebeurtenissenadministratie (GA) en het Intern Verwijzingsregister (IVR). Dit soort registraties kan grote gevolgen hebben, zeker voor professionals in de verzekerings- en financiële sector. De rechtbank maakt in deze uitspraak een duidelijk onderscheid tussen de zwaardere externe registraties in IR/EVR en de lichtere interne registraties in GA/IVR. Juist dat maakt deze uitspraak relevant voor iedereen die te maken krijgt met een verdenking van fraude of een EVR-registratie.


Wat speelde er precies rondom de EVR registratie verwijderen?

De eiser werkte al tientallen jaren in de verzekeringsbranche en trad op als tussenpersoon voor klanten. In deze zaak ging het om een hijskraan die met terugwerkende kracht werd verzekerd. De schade met die hijskraan had echter al plaatsgevonden vóór de ingangsdatum van de verzekering en werd pas later bij de verzekeraar gemeld.

De verzekeraar stelde dat de tussenpersoon daarmee bewust had geprobeerd een onverzekerde schade alsnog vergoed te krijgen. Daarbij werd vooral gewezen op een e-mail waarin de tussenpersoon schreef dat hij hoopte dat de verzekeraar “dit niet zou controleren”. Voor Nationale-Nederlanden was dit aanleiding om de betrokkene te registreren in onder meer het EVR.

De gevolgen waren groot. De tussenpersoon werd op non-actief gesteld en zijn arbeidsovereenkomst dreigde te worden beëindigd. Dit laat zien hoe ingrijpend een EVR-registratie kan zijn, zeker in sectoren waar integriteit centraal staat.


Wanneer mag een EVR registratie worden toegepast?

Het EVR is onderdeel van het incidentenwaarschuwingssysteem binnen de financiële sector. Deelnemende financiële instellingen kunnen daarin registraties raadplegen die verband houden met mogelijke fraude of andere integriteitskwesties. Dit kan ertoe leiden dat financiële diensten worden geweigerd.

Voor opname gelden strikte eisen, gebaseerd op het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen (PIFI) en de AVG. Kort gezegd moet aan drie voorwaarden zijn voldaan:

  • Er moet sprake zijn van een gedraging die een bedreiging vormt of kan vormen voor de financiële instelling of de sector.
  • De betrokkenheid van de persoon moet in voldoende mate vaststaan.
  • Er moet een belangenafweging plaatsvinden, waarbij proportionaliteit en subsidiariteit worden getoetst.

De rechtbank benadrukt dat een redelijk vermoeden van schuld niet voldoende is. Er moeten zodanig concrete feiten en omstandigheden zijn dat voldoende grond bestaat om een onrechtmatige of strafbare gedraging aan te nemen. Deze maatstaf sluit aan bij vaste rechtspraak, waaronder die van de Hoge Raad van 29 mei 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BH4720).


Waarom oordeelt de rechtbank dat de EVR-registratie moet worden verwijderd?

De kern van het oordeel is dat onvoldoende aannemelijk is dat sprake is van opzettelijke misleiding. De verzekeraar baseerde haar verdenking met name op de veronderstelling dat de tussenpersoon al eerder op de hoogte was van de schade en op de interpretatie van een e-mail.

De voorzieningenrechter stelde dat niet aannemelijk is dat de tussenpersoon op het moment van het aanvragen van de verzekering al wist van de schade. De verklaring van de klant is daarvoor onvoldoende, mede omdat die wordt betwist en niet wordt ondersteund door andere concrete feiten of omstandigheden.

Daarnaast weegt mee dat de tussenpersoon zelf de relevante e-mails heeft doorgestuurd naar de verzekeraar. Als er daadwerkelijk sprake was van opzet om te misleiden, ligt het niet voor de hand dat hij deze informatie zelf zou delen.

De e-mail waarin de tussenpersoon schrijft dat hij hoopt dat de verzekeraar “dit niet zou controleren” wordt door de rechtbank niet gezien als bewijs van fraude, maar als een ongelukkig geformuleerde waarschuwing richting de klant.

De voorzieningenrechter concludeert dan ook dat niet meer kan worden aangenomen dan een redelijk vermoeden van schuld. Daarmee is niet voldaan aan de vereisten voor opname in het EVR.


De rol van proportionaliteit bij EVR registratie verwijderen

Ook bij een EVR-registratie moet altijd een belangenafweging plaatsvinden. De rechtbank benadrukt dat bij iedere verwerking van persoonsgegevens registratie moet zijn voldaan aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.

In deze zaak valt die afweging duidelijk uit in het voordeel van eiser. Daarbij weegt de rechtbank onder meer mee dat hij al ruim 40 jaar in de verzekeringsbranche werkzaam is zonder eerdere voorvallen die twijfel aan zijn integriteit oproepen. Verder wordt hij door de registraties zwaar geraakt: zijn werkgever heeft hem op non-actief gesteld en wil de arbeidsovereenkomst beëindigen. Ook acht de rechtbank het aannemelijk dat het vinden van een nieuwe werkkring in deze branche met deze registraties zeer moeilijk, al dan niet onmogelijk, zal zijn.

Daartegenover heeft Nationale-Nederlanden volgens de rechtbank onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij in dit geval zodanige belangen heeft die zwaarder wegen dan die van eiser. Daarbij merkt de rechtbank expliciet op dat ook een beperking van de registratie tot drie jaar onvoldoende tegemoetkomt aan de zwaarwegende belangen van eiser.

Dit onderdeel van de uitspraak is belangrijk, omdat het laat zien dat de proportionaliteitstoets een zelfstandige en serieuze rol speelt bij de beoordeling van een EVR-registratie. Niet alleen de vraag óf een registratie inhoudelijk voldoende is onderbouwd is van belang, maar ook of de gevolgen voor de betrokkene in redelijke verhouding staan tot het belang van de verzekeraar.


Waarom blijven IVR en GA registraties wél in stand?

Opvallend is dat de rechtbank de interne registraties in het IVR en de Gebeurtenissenadministratie (GA) niet laat verwijderen. Voor deze registraties geldt een lagere drempel dan voor opname in het IR en EVR.

Op grond van de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Verzekeraars is het voldoende dat sprake is van een “gebeurtenis”: een voorval dat de aandacht van de verzekeraar vraagt vanwege een mogelijk effect op de veiligheid of integriteit van de organisatie of de sector.

Volgens de rechtbank is daarvan in dit geval sprake. De combinatie van de e-mails, het ontbreken van een duidelijke kanttekening of waarschuwing bij de claim en de gang van zaken rondom de schade heeft geleid tot begrijpelijke twijfels bij de verzekeraar. Dat rechtvaardigt interne alertheid binnen de organisatie.

Een belangrijk verschil is dat deze registraties intern blijven en niet, zoals bij het EVR, breed toegankelijk zijn voor andere financiële instellingen. Daardoor zijn de gevolgen voor de betrokkene minder verstrekkend en valt de belangenafweging anders uit.


Wat betekent deze uitspraak voor u bij een EVR registratie?

Deze uitspraak laat zien hoe de rechter omgaat met de beoordeling van een EVR-registratie en welke juridische uitgangspunten daarbij een rol spelen.

Enkele belangrijke punten uit deze zaak zijn:

  • Een vermoeden van fraude is niet voldoende. Er moeten zodanig concrete feiten en omstandigheden zijn dat een onrechtmatige of strafbare gedraging kan worden aangenomen.
  • Opzet of misleiding moet uit die concrete feiten blijken en kan niet uitsluitend worden gebaseerd op interpretaties of aannames.
  • De gevolgen van een registratie voor iemands werk en persoonlijke situatie spelen een belangrijke rol bij de belangenafweging.
  • Van een verzekeraar mag worden verwacht dat zij haar besluit tot registratie zorgvuldig onderbouwt.

Als u te maken krijgt met een registratie in het EVR of andere registers, kan het van belang zijn om te beoordelen of aan deze vereisten is voldaan en of de belangenafweging zorgvuldig is gemaakt.


Conclusie

Een EVR-registratie kan uw professionele en persoonlijke leven ingrijpend beïnvloeden. Deze uitspraak laat zien dat rechters kritisch toetsen of zo’n zware maatregel wel gerechtvaardigd is. Financieel Recht Advocaten staat cliënten bij die te maken hebben met een EVR- of IVR-registratie, een opgezegde bankrelatie of een geschil met een verzekeraar. Heeft u een lopend conflict? Dan kunt u vrijblijvend contact opnemen om uw situatie te bespreken.

Disclaimer: De informatie op deze website is geen op maat gesneden juridisch advies. Neem contact op indien u meer informatie wenst over onderwerpen zoals fraude, EVR, IVR.


Praktische FAQ’s

Wanneer wordt iemand in het EVR opgenomen?

Alleen als aan strikte voorwaarden is voldaan. Er moeten zodanig concrete feiten en omstandigheden zijn dat de betrokkenheid bij fraude of een andere ernstige integriteitskwestie in voldoende mate vaststaat. Een redelijk vermoeden van schuld is daarvoor niet genoeg.

Hoe lang blijft een EVR-registratie staan?

Een EVR-registratie kan meerdere jaren blijven staan. Welke duur gerechtvaardigd is, hangt af van de omstandigheden van het geval. Daarbij moet de registratie proportioneel zijn.

Kan ik mijn EVR-registratie laten verwijderen?

Ja. Als niet aan de voorwaarden voor registratie is voldaan, of als de belangenafweging onjuist uitvalt, kan een rechter verwijdering bevelen. In deze uitspraak gebeurde dat voor het IR en EVR.

Wat is het verschil tussen EVR en IVR?

Het EVR is een externe registratie met potentieel verstrekkende gevolgen, omdat andere deelnemende financiële instellingen kunnen zien dat sprake is van een registratie. Het IVR is een interne registratie binnen de organisatie zelf. Daarom geldt voor EVR een zwaardere toets dan voor IVR, zeker op het gebied van fraude.

Heeft een EVR-registratie gevolgen voor mijn werk?

Dat kan zeker, vooral in de verzekerings- en financiële sector. In deze zaak leidde de registratie ertoe dat eiser op non-actief werd gesteld en dat zijn werkgever de arbeidsovereenkomst wilde beëindigen. Ook achtte de rechtbank het aannemelijk dat het vinden van nieuw werk in de branche daardoor zeer moeilijk zou worden.


Neslihan Karacaoglan

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant