Uitspraak: Geen spoedeisend belang bij bankrekening elders

“Een onderneming heeft in kort geding (ECLI:NL:GHAMS:2026:1753) niet zonder meer spoedeisend belang bij herstel van een beëindigde bankrelatie als zij inmiddels bij een andere bank een betaalrekening heeft. Het gerechtshof Amsterdam oordeelde dat deelname aan het betalingsverkeer daardoor mogelijk bleef, zodat een bodemprocedure kon worden afgewacht.”

Wat is er gebeurd?

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 30 juni 2026 geoordeeld over een geschil tussen drie ondernemingen en ABN AMRO over de beëindiging van hun bancaire relatie. De bank had na een langdurig Wwft-cliëntenonderzoek de relatie opgezegd en de ondernemingen intern geregistreerd op de CAAML-lijst. De ondernemingen wilden in kort geding dat ABN AMRO de bankrelatie zou voortzetten of opnieuw zou aangaan. Ook wilden zij verwijdering van de interne registratie.

De kern van het arrest ligt niet in een inhoudelijke beoordeling van alle Wwft-vragen, maar in het ontbreken van spoedeisend belang. Omdat de ondernemingen inmiddels een betaalrekening bij een andere bank hadden, vond het hof dat zij niet aannemelijk hadden gemaakt dat onmiddellijke rechterlijke ingrijpen nodig was. Het arrest is daarom relevant voor de vraag wanneer een kort geding kan worden gestart wegens de opzegging van een bancaire relatie.


Kern van het arrest

De appellanten bankierden bij ABN AMRO. De bank deed van juli 2023 tot juli 2025 cliëntenonderzoek op grond van de Wwft. Daarbij stelde zij vragen over onder meer de herkomst van de financiering van een aandelenovername, omvangrijke overboekingen tussen groepsvennootschappen, betrokkenheid van een voormalig bestuurder en betalingen aan een derde partij.

ABN AMRO beëindigde de bankrelaties per 1 oktober 2025 op grond van artikel 5 lid 3 Wwft en artikel 35 van de Algemene Bankvoorwaarden. Ook registreerde zij de ondernemingen op haar interne CAAML-lijst voor vijf jaar.

De voorzieningenrechter wees de vorderingen van de ondernemingen af. In hoger beroep bekrachtigde het hof dat vonnis, maar met een andere nadruk: het hof kwam niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de grieven, omdat het spoedeisend belang ontbrak.


Lees hier de volledige uitspraak.

Waarom de bestaande rekening elders doorslaggevend was

Voor een kort geding is vereist dat de eiser een spoedeisend belang heeft. Dat betekent dat niet kan worden verlangd dat hij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Bij het verlies van een betaalrekening kan dat belang groot zijn. Zonder betaalrekening is het voor een onderneming vaak moeilijk of zelfs onmogelijk om personeel te betalen, facturen te voldoen, inkomsten te ontvangen en normaal aan het economisch verkeer deel te nemen.

Dat was hier niet het geval. Vaststond dat de ondernemingen na de beëindiging door ABN AMRO een betaalrekening bij een andere bank hadden geopend. Via die rekening konden zij deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Het hof vond daarom dat het directe nadeel dat normaal kan ontstaan bij verlies van een bankrekening hier niet voldoende aanwezig was.

De ondernemingen voerden aan dat de nieuwe rekening slechts een noodvoorziening was en niet geschikt was voor langdurig gebruik. Ook stelden zij in hoger beroep dat de service van die bank niet hetzelfde niveau had als die van ABN AMRO. Het hof vond dat onvoldoende. Dat een andere rekening minder prettig, minder uitgebreid of minder efficiënt is, maakt nog niet dat onmiddellijke voortzetting van de oude bankrelatie noodzakelijk is.


Geen inhoudelijk oordeel over alle Wwft-vragen

Een belangrijk punt is dat het hof de inhoudelijke discussie over het cliëntenonderzoek niet beslissend hoefde te beoordelen. De grieven van de ondernemingen waren vooral gericht tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat zij onvoldoende informatie hadden gegeven over de herkomst van gelden.

Het hof benoemde wel het juridische kader. Banken zijn op grond van de Wwft verplicht cliëntenonderzoek te doen. Als een bank dat onderzoek niet kan afronden doordat onvoldoende informatie wordt verstrekt, kan artikel 5 lid 3 Wwft meebrengen dat de relatie moet worden beëindigd. Daarnaast kan artikel 35 ABV de bank een contractuele opzeggingsbevoegdheid geven, waarbij de bank zorgvuldig moet handelen.

Toch bleef de beslissing hangen op de voorvraag: was er voldoende spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening? Omdat die vraag ontkennend werd beantwoord, kwam het hof niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de opzegging.


Ook geen spoedeisend belang bij verwijdering van de CAAML-registratie

De ondernemingen vorderden ook verwijdering van hun interne registratie op de CAAML-lijst van ABN AMRO. Ook daarvoor zag het hof geen spoedeisend belang. Van belang was dat de registratie er kennelijk niet toe had geleid dat de andere bank de ondernemingen had geweigerd.

Het hof liet in het midden of de registratie inhoudelijk terecht was. Beslissend was dat niet was gesteld of gebleken dat de interne registratie zulke onmiddellijke negatieve gevolgen had dat een bodemprocedure niet kon worden afgewacht. Daarmee maakt het arrest duidelijk dat ook bij interne bankregistraties concreet moet blijken waarom snelle rechterlijke tussenkomst nodig is.


Wat betekent ECLI:NL:GHAMS:2026:1753 voor u?

Dit arrest laat zien dat bij een procedure tegen een bank of financiële dienstverlener het enkele verlies van de oude bankrelatie niet altijd genoeg is voor een kort geding. Als een onderneming inmiddels elders een betaalrekening heeft, zal zij concreet moeten maken waarom die rekening onvoldoende is om de periode tot een bodemprocedure te overbruggen.

Voor bankopzeggingen na Wwft-onderzoek blijft de belangenafweging belangrijk. Het hof erkent dat het kunnen beschikken over een betaalrekening zwaar weegt, zeker voor ondernemingen. Maar dat belang krijgt minder gewicht als feitelijk blijkt dat betalingsverkeer via een andere rekening doorgaat.

Ook voor geschillen over interne registraties, zoals bezwaar tegen EVR-registratie of andere interne banklijsten, is het arrest relevant. Niet elke registratie levert automatisch spoedeisend belang op. Er moet een direct en concreet gevolg zijn dat niet kan wachten op een bodemprocedure.


Wie zijn wij?

Financieel Recht Advocaten staat cliënten bij in bank- en financiële geschillen, waaronder cliëntenonderzoek, Wwft-kwesties, beëindiging van bankrelaties, EVR/IVR-registraties, hypotheek- en financieringskwesties en procedures tegen financiële dienstverleners. Heeft uw bank uw betaalrekening opgezegd of dreigt de bankrelatie te worden beëindigd, dan kan vrijblijvend contact worden opgenomen voor een eerste beoordeling van de juridische positie. Ook bij een interne bankregistratie na Wwft-onderzoek kan worden besproken welke juridische mogelijkheden in beeld komen.

Praktische FAQ’s

Wanneer is er spoedeisend belang bij een bankrekening?

Spoedeisend belang kan bestaan als een onderneming zonder betaalrekening niet meer normaal kan functioneren. Dat ligt minder voor de hand als zij al een werkende rekening bij een andere bank heeft.

Waarom hoefde het hof de Wwft-discussie niet volledig te beoordelen?

Omdat het hof eerst beoordeelde of de zaak geschikt was voor kort geding. Door het ontbreken van spoedeisend belang kwam het hof niet toe aan de inhoudelijke grieven over het cliëntenonderzoek.

Is een rekening bij een andere bank altijd genoeg?

Niet altijd. In dit arrest was van belang dat niet bleek dat de andere rekening slechts tijdelijk of ongeschikt was. Een lager serviceniveau was volgens het hof onvoldoende.

Wat betekent dit voor interne bankregistraties?

Een interne registratie levert niet automatisch spoedeisend belang op. Er moet blijken van concrete negatieve gevolgen die niet kunnen wachten op een bodemprocedure.


Neslihan Karacaoglan

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant