Schadevergoedingen bij onrechtmatige EVR-registraties
Inleiding
Een registratie in het EVR komt vaak pas echt aan wanneer u er in de praktijk tegenaan loopt. Een verzekeraar wil geen polis sluiten. Een bank blokkeert uw rekening of beëindigt de klantrelatie. Een hypotheekaanvraag of zakelijke financiering wordt lastig. Soms moet u noodgedwongen uitwijken naar een duurdere verzekering, bijvoorbeeld omdat reguliere verzekeraars afhaken. Daarnaast kan een registratie voelen als een aantasting van uw reputatie: u wordt in verband gebracht met fraude of integriteitsrisico’s, terwijl u vindt dat daarvoor geen goede grond bestaat.
De rechtspraak en Kifid-uitspraken laten zien dat financiële instellingen niet lichtvaardig mogen registreren. Tegelijk is schadevergoeding een aparte stap. Het Europese Hof van Justitie heeft in de zaak C-300/21, Österreichische Post, beslist dat een AVG-inbreuk op zichzelf niet genoeg is voor schadevergoeding; er moet ook schade zijn en een causaal verband tussen de inbreuk en die schade.
De centrale vraag is daarom: kunt u naast verwijdering van de registratie ook schadevergoeding krijgen?
Wat is het EVR eigenlijk?
Het EVR is het Extern Verwijzingsregister. Dat register heeft zware gevolgen, omdat andere aangesloten financiële instellingen kunnen zien dat er een verwijzing bestaat. Zij zien niet direct het hele dossier, maar kunnen bij de registrerende instelling informatie opvragen. In Kifid GC 2025-0346 wordt benadrukt dat een EVR-registratie ertoe kan leiden dat andere financiële instellingen daardoor kunnen besluiten financiële diensten te weigeren. Kifid stelt daar ook dat registratie in het EVR ingrijpend is en dat daarom hoge eisen gelden aan de reden voor opname.
Instellingen registreren om zichzelf, klanten en de financiële sector te beschermen tegen fraude en integriteitsrisico’s. Dat doel is legitiem. Maar juist omdat de gevolgen voor de betrokkene ernstig kunnen zijn, moet de instelling zorgvuldig werken. Zij moet voldoende feiten hebben, het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen toepassen, de AVG respecteren en een belangenafweging maken.
Wanneer is een EVR-registratie onrechtmatig?
Een onrechtmatige EVR-registratie kan verschillende oorzaken hebben. De kern is meestal dat de instelling te snel of te zwaar heeft gehandeld. Er moet een voldoende feitelijke basis zijn voor de verdenking. Bij een EVR-registratie gaat het vaak om een verdenking die zwaarder moet zijn dan een redelijk vermoeden van schuld. De gedragingen moeten in voldoende mate vaststaan. Alleen twijfel, een onduidelijk dossier of een gevoel dat “er iets niet klopt” is meestal onvoldoende.
Dat blijkt goed uit het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 maart 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1639. In die zaak had Defam persoonsgegevens geregistreerd in het incidentenregister en EVR na een kredietaanvraag met volgens Defam vervalste documenten. Het hof oordeelde dat Defam wel reden had om onderzoek te doen, maar onvoldoende had onderzocht of beide betrokkenen daadwerkelijk bij het incident betrokken waren. De registratie en handhaving waren daarom in strijd met privacyregels en Defam was aansprakelijk voor de schade die daaruit voortvloeide; de schade moest later worden opgemaakt bij staat.
Ook een te lange registratieduur kan onrechtmatig of disproportioneel zijn. In het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7685, mocht ASR de persoonsgegevens van een verzekerde registreren in het IVR en EVR, omdat volgens het hof sprake was van een incident rond de gezondheidsverklaring bij een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Maar de maximale duur van acht jaar vond het hof in de omstandigheden disproportioneel. De registratieduur werd verkort naar vier jaar.
Onrechtmatigheid kan ook zitten in onzorgvuldige besluitvorming. Denk aan een instelling die geen hoor en wederhoor toepast, onvoldoende uitlegt wat iemand wordt verweten, ontlastende informatie negeert of na nieuwe feiten geen nieuwe belangenafweging maakt. Bij een verwijderingsverzoek of bezwaar moet de instelling opnieuw beoordelen of registratie nog noodzakelijk en proportioneel is. In het arrest van 2025 wordt ook genoemd dat een betrokkene op grond van het PIFI en de AVG bezwaar kan maken en verwijdering kan vragen.
Volgt schadevergoeding automatisch uit een onterechte registratie?
Nee. Dat is een belangrijk misverstand. EVR verwijderen en schade claimen zijn twee verschillende juridische stappen. Een klacht kan dus slagen voor verwijdering of verkorting, terwijl een geldvordering toch wordt afgewezen.
Het Europese Hof van Justitie heeft in C-300/21 helder gemaakt dat voor schadevergoeding bij een AVG-inbreuk drie elementen samen nodig zijn: een inbreuk op de AVG, daadwerkelijk geleden materiële of immateriële schade en een causaal verband tussen die inbreuk en de schade. De enkele overtreding van de AVG geeft dus niet automatisch recht op compensatie.
Kifid hanteert in zijn algemene toelichting over schadevergoeding dezelfde praktische lijn. Eerst moet vaststaan dat de financiële dienstverlener aansprakelijk is. Daarna moet worden beoordeeld of de schade een direct gevolg is van de fout. De schade wordt berekend door de werkelijke situatie te vergelijken met de situatie waarin de fout niet zou zijn gemaakt.
Voor cliënten betekent dit dat een schadeclaim voorbereiding vraagt. U moet niet alleen uitleggen dat de registratie onterecht was. U moet ook laten zien wat daardoor concreet is gebeurd. Denk aan vragen als: welke verzekering is geweigerd, heeft een bank de rekening beëindigd, is een hypotheek afgewezen, heeft u extra premie betaald of is een zakelijke kans verloren gegaan? Verzamel daarbij stukken waaruit blijkt dat de EVR-registratie daarvoor de oorzaak was.
Welke soorten schade kunnen spelen?
Bij schadevergoeding wegens een onterechte registratie gaat het meestal om twee soorten schade: materiële schade en immateriële schade.
Materiële schade is financiële schade. Dat kan bijvoorbeeld een hogere verzekeringspremie zijn doordat reguliere verzekeraars u niet accepteren. Het kan ook gaan om kosten van een noodverzekering, extra advieskosten, kosten voor juridische bijstand voor zover die vergoedbaar zijn, gemiste financiering, een geweigerde hypotheek, hogere financieringslasten of misgelopen zakelijke kansen. Voor ondernemers kan een EVR-registratie praktisch zeer ingrijpend zijn wanneer betaalverkeer, kredietruimte of verzekerbaarheid onder druk komt te staan.
Immateriële schade gaat niet om direct financieel verlies, maar om aantasting in de persoon. Denk aan stress, reputatieschade, aantasting van eer en goede naam of het gevoel dat u ten onrechte als fraudeur bent neergezet. Het Europese Hof van Justitie heeft bepaald dat voor immateriële schade onder artikel 82 AVG geen nationale drempel van “ernst” mag worden geëist. Tegelijk moet de betrokkene wel aantonen dat de negatieve gevolgen daadwerkelijk immateriële schade vormen.
Dat onderscheid is belangrijk. Algemene klachten als “ik had stress”, “mijn naam is beschadigd” of “ik ben financieel beperkt” zijn vaak niet genoeg. De claim wordt sterker wanneer u de gevolgen concreet maakt. Bijvoorbeeld met afwijzingsbrieven, premievergelijkingen, correspondentie van banken of verzekeraars, medische stukken als die echt relevant zijn, of documenten waaruit blijkt dat een financiering of opdracht niet doorging door de registratie.
Waarom schadeclaims vaak stranden
Schadeclaims stranden zelden op de enkele vraag of de registratie terecht was. Het zwakke punt zit meestal ergens anders: het bewijs van de schade.
Wie stelt dat hij schade heeft geleden, moet die schade kunnen onderbouwen. Ook bij Kifid draait het om de gegevens die partijen zelf aanleveren. De Geschillencommissie kan aanvullende vragen stellen, maar zij vult een schadeclaim niet zelf in. Blijven de schadeposten vaag, dan loopt de vordering vast. Soms wordt zij volledig afgewezen. Soms blijft er slechts een beperkt bedrag over.
Vaak ontbreekt vooral het causaal verband. Neem een afgewezen hypotheekaanvraag. Dan is de vraag niet alleen of er een EVR-registratie was, maar waarom de bank de aanvraag heeft afgewezen. Lag dat aan de registratie? Of aan het inkomen, de waarde van het onderpand, BKR-gegevens, ondernemingscijfers of andere acceptatiecriteria? Zonder document van de bank waarin de registratie als reden of medeoorzaak wordt genoemd, wordt dat bewijs lastig.
Ook de schade zelf blijft geregeld te algemeen. In Kifid GC 2025-0346 vorderde de consument € 25.000,- aan schadevergoeding. Het ging onder meer om juridische bijstand, gederfde inkomsten, administratieve kosten, imagoschade, stress en psychisch leed. De vordering werd afgewezen. Kifid vond dat de bank de registraties mocht handhaven en oordeelde ook dat de gestelde schade onvoldoende was onderbouwd en deels niet was geleden.
Daarmee valt een hardnekkig misverstand weg: een onterechte registratie leidt niet vanzelf tot schadevergoeding. Zelfs als een registratie wordt verwijderd, moet nog steeds duidelijk worden welke schade daardoor is ontstaan. De registratie is dan niet het eindpunt van de discussie, maar het begin van de schadevraag.
Een rechter kan daar anders mee omgaan wanneer aannemelijk is dat schade mogelijk is, maar de omvang nog niet vaststaat. In ECLI:NL:GHARL:2024:1639 werd aansprakelijkheid aangenomen en werd de schade verwezen naar een aparte schadestaatprocedure. Dat is geen vrijbrief. Ook in zo’n procedure moet de schade concreet worden gemaakt. Alleen verschuift het debat dan naar een later moment.
Wat zegt de rechtspraak over onrechtmatige EVR-registratie en schade?
De lijn uit de rechtspraak is genuanceerd. Er zijn zaken waarin onrechtmatige EVR-verwerking tot aansprakelijkheid leidt.
Verwerker aansprakelijk, omvang schade nader te bepalen
Het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 maart 2024 is daarvan een voorbeeld. Defam had onvoldoende onderzocht of beide betrokkenen daadwerkelijk betrokken waren bij de gedragingen waarvoor werd geregistreerd. Het hof verklaarde dat de registratie en handhaving onrechtmatig waren en dat Defam aansprakelijk was voor schade die daaruit voortvloeide. De hoogte van de schade werd niet direct vastgesteld, maar verwezen naar een schadestaatprocedure.
Registratie rechtmatig, duur registratie niet
Daartegenover staan zaken waarin de registratie zelf overeind blijft of alleen wordt verkort. In ECLI:NL:GHARL:2025:7685 vond het hof de IVR- en EVR-registratie op zichzelf gerechtvaardigd, maar de duur van acht jaar te zwaar. De praktische winst voor de betrokkene was dus verkorting, niet een volledige verwijdering of schadevergoeding.
Schade onvoldoende onderbouwd
Kifid GC 2025-0346 laat zien dat een schadeclaim helemaal kan stranden wanneer de registratie gerechtvaardigd is en de schade onvoldoende is onderbouwd. De consument stelde onder meer dat andere banken de beslissing zouden volgen en dat sprake was van stress, imagoschade en financiële instabiliteit. Kifid vond de EVR-registratie en duur gerechtvaardigd en wees de schadevergoeding af.
Registratie onrechtmatig
Kifid GC 2025-0199 laat juist zien dat verwijdering wel degelijk mogelijk is wanneer de verzekeraar fraude niet voldoende aantoont. In die zaak rond een gestelde autodiefstal oordeelde Kifid dat de verzekeraar niet had aangetoond dat sprake was van fraude. De verzekeraar moest de registraties in EVR, incidentenregister, gebeurtenissenadministratie en IVR doorhalen en de CBV-melding intrekken. Ook waren de onderzoekskosten niet verschuldigd en waren de verzekeringen onterecht beëindigd.
De boodschap is dus: verwijdering, verkorting en schadevergoeding zijn drie verschillende uitkomsten. Rechters en Kifid kijken streng naar de feitelijke basis van de registratie, maar ook streng naar het bewijs van schade.
Afsluiting
Een onrechtmatige EVR-registratie hoeft niet zonder gevolgen te blijven voor de bank of verzekeraar. EVR-registratie verwijderen en schade claimen kan in dezelfde strategie passen, maar schadevergoeding vraagt een sterk bewijsdossier. Heeft u te maken met een EVR-registratie en ondervindt u financiële of persoonlijke schade? Dan is het belangrijk om niet alleen de registratie zelf, maar ook uw schade goed in kaart te brengen. Financieel Recht Advocaten behandelt geschillen met banken, verzekeraars en andere financiële dienstverleners over onder meer EVR/IVR-registraties, bankopzeggingen, blokkades en financieringsproblemen. Wanneer u met dergelijke problemen kampt, kunt u vrijblijvend contact met ons opnemen om uw positie in kaart te brengen en eventuele vervolgstappen te bespreken.
Disclaimer: Dit artikel bevat algemene informatie en is geen individueel advies. Iedere zaak is feitelijk anders; laat uw dossier specifiek beoordelen.
Praktische FAQ’s
Kan ik EVR verwijderen en schade claimen tegelijk?
Ja, dat kan. Juridisch zijn het wel verschillende vragen. Voor verwijdering gaat het vooral om de rechtmatigheid, noodzaak en proportionaliteit van de registratie. Voor schadevergoeding moet u daarnaast schade, aansprakelijkheid en causaal verband aantonen.
Krijg ik automatisch smartengeld bij een onrechtmatige EVR-registratie?
Nee. Immateriële schade is mogelijk, maar niet automatisch. Het Europese Hof van Justitie accepteert geen vaste ernst-drempel voor immateriële AVG-schade, maar u moet wel aantonen dat de gevolgen voor u daadwerkelijk schade vormen.
Is een hogere verzekeringspremie schade?
Dat kan. U moet dan wel aantonen dat u door de registratie geen gewone verzekering kreeg of alleen tegen hogere kosten verzekerd kon worden. Offertes, afwijzingen, polisbladen en betaalbewijzen kunnen als bewijs dienen.
Wat als mijn hypotheek of financiering is geweigerd?
Vraag de bank of financier om schriftelijk te bevestigen waarom de aanvraag is afgewezen. Een algemene afwijzing is minder sterk dan een document waaruit blijkt dat de EVR-registratie daadwerkelijk een rol speelde.
Bronnen en verwijzingen
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 maart 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1639.
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7685.
- HvJ EU 4 mei 2023, C-300/21, Österreichische Post, ECLI:EU:C:2023:370.
- Kifid GC 2025-0199, bindend advies van 11 maart 2025.
- Kifid GC 2025-0346, bindend advies van 30 april 2025.
- Kifid, ‘Hoe bepaalt Kifid (de hoogte van) een schadevergoeding?’, geactualiseerd 28 juli 2025.