De crypto handelaar Bitonic heeft deels gelijk gekregen van de voorzieningenrechter , in de zaak tegen De Nederlandsche Bank (DNB). De rechter oordeelt dat de interpretatie van de DNB van het uit de Wwft voortvloeiende registratievereiste wellicht niet proportioneel is.

Aanbieder van cryptodiensten

De DNB heeft in eind 2020 crypto handelaar Bitonic een registratie verleend als aanbieder van diensten voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en bewaar portemonnees (wallets). Kort gezegd het aanbieden van crypto diensten. Dit is een verplichting die voortvloeit uit de Europese vijfde anti-witwasrichtlijn en is opgenomen in artikel 23b, eerste en tweede lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

Regels DNB

De DNB heeft wel vereiste waar de aanbieders van cryptomunten zich aan moeten houden. een van die vereiste zijn de cliëntenonderzoeken. De aanbieders moeten haar klanten effectief screenen op het overeenkomen van de identiteit van een relatie met een (rechts)persoon of entiteit als bedoeld in de Sanctieregelgeving.

De DNB wil dat bij iedere inkomende en uitgaande transactie van en naar externe wallets de aanbieder de identiteit en de woonplaats van de tegenpartij vaststelt en screent tegenover de Sanctielijst. Ook moet de aanbieder vaststellen dat deze personen ook daadwerkelijk de ontvanger en de verzender zijn.

Bitonic heeft hiertegen bezwaar gemaakt bij DNB. Het bedrijf stelt dat de eisen van de toezichthouder geen deugdelijke wettelijke basis hebben en in strijd zijn met de privacyregelgeving.

Duidelijkheid over registratievereiste

Bitonic had de Rechtbank Rotterdam verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening het registratievereiste op te schorten dat bij iedere transactie van bitcoins moet worden geverifieerd dat het gehanteerde crypto-adres door de klant zelf wordt gebruikt. Dat verzoek werd alleen niet toegewezen.

De voorzieningenrechter ziet wel aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen waarmee wordt bewerkstelligd dat Bitonic zo snel mogelijk duidelijkheid krijgt over het registratievereiste. De voorzieningenrechter is van oordeel dat DNB het registratievereiste nader dient te motiveren in de beslissing op bezwaar.

Oordeel voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter geeft een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het registratievereiste. Hoewel DNB zich op het standpunt stelt dat zij de ruimte aan aanbieders biedt om oplossingen te kiezen, is het uitgangspunt van DNB wel dat Bitonic bij elke transactie, ook bij transacties waarbij de cliënt cryptovaluta verzendt naar of ontvangt van zijn eigen wallet, de identiteit en de woonplaats van de tegenpartij vaststelt en vaststelt dat deze persoon ook daadwerkelijk de ontvanger of verzender is.

De vraag is of dat proportioneel en noodzakelijk is om de doelstellingen van de wetgeving na te leven. Dit betekent niet dat het registratievereiste evident onjuist of onrechtmatig is. Daarvoor is meer onderzoek nodig.

De voorzieningenrechter weegt de belangen af. Het registratievereiste wordt niet geschorst. Wel moet DNB het registratievereiste nader motiveren in de beslissing op bezwaar. Het ligt in de rede dat DNB in dat kader in gesprek gaat met Bitonic over de wijze waarop zij haar verplichtingen op grond van de Sanctieregelgeving naleeft. De voorzieningenrechter draagt DNB op om binnen 6 weken op het bezwaar van Bitonic te beslissen.

Financieel Recht Advocaten

Wilt u advies over of begeleiding bij conflicten over het cliëntenonderzoek van banken en de registratie van persoonsgegevens in de Gebeurtenissenadministratie, het IVR, het Incidentenregister en het EVR? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant