ABN AMRO beëindigd de bancaire relatie met een vof en een van de vennoten wegens vermeende risico’s op witwassen en terrorismefinanciering. ABN zou niet aan haar verplichtingen op grond van de Wwft kunnen voldoen. De vof en de vennoot vorderen in kort geding een verbod op beëindiging van de bankrelatie.

Aanleiding

De vof is sinds 2008 zakelijke klant bij de ABN. De vof houdt zich bezig met de import en export van auto’s.

De ABN heeft in 2020 meerdere malen vragen gesteld aan de vof. De vof heeft hierop geantwoord. Na wat gesprekken heeft de ABN op 20 mei 2021 besloten om de bancaire relatie te beëindigen. Dit op grond van art. 35 van de Algemene Bankvoorwaarden. Als reden geeft ABN dat zij niet aan haar verplichtingen op grond van de Wwft kan voldoen. ABN zegt tevens de bankrelatie met een van de vennoten op.

Vorderingen

De vof vordert in kort geding een verbod aan de ABN AMRO tot beëindiging van de bancaire relatie met de vof en de vennoot. Ook vordert de vof een verbod tot het opnemen van haar persoonsgegevens in interne verwijzingsregisters of vergelijkbare registers.

De vof en vennoot zijn van mening dat de opzegging in strijd is met de zorgplicht die rust op de ABN. Ook stellen ze dat de beëindiging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is en bovendien onrechtmatig. ABN voert als verweer dat zij, als poortwachter van het financiële stelsel, heeft geconstateerd dat er een reëel en concreet risico bestaat dat de diensten van de vof worden gebruikt voor witwassen of het financieren van terrorisme. Ook heeft de vof op tal van punten onvoldoende informatie verstrekt.

Beoordeling voorzieningenrechter

Volgens de voorzieningenrechter is ABN op grond van art. 35 ABV bevoegd de bancaire relatie te beëindigen. Die bevoegdheid wordt alleen begrensd door redelijkheid en billijkheid. De opzegging moet worden beoordeeld tegen de achtergrond van de bancaire zorgplicht en het belang van (rechts)personen toegang te hebben tot het bancaire systeem. Banken hebben op grond van de Wwft een verantwoordelijkheid bij het signaleren van financieel-economische criminaliteit en andere integriteitsrisico’s. Banken hebben geen formele opsporingsbevoegdheden en zijn voor het cliëntenonderzoek afhankelijk van informatie uit openbare bronnen en wat de klant aanlevert.

De voorzieningenrechter merkt op dat de ABN de bancaire relatie heeft beëindigd, omdat de bank niet kon voldoen aan haar eigen Wwft verplichtingen. Dit kwam volgens de bank door de vof. De vof zou onvoldoende informatie hebben verstrekt, veel ongebruikelijke transacties hebben en substantiële bedragen in cash betalen.

De vof en de vennoot hebben al deze argumenten weersproken. De voorzieningenrechter oordeelt in het voordeel van de vof. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter de risico’s die ABN AMRO ziet niet voldoende reëel en concreet om de beëindiging van de relatie te rechtvaardigen. Hierbij hecht de voorzieningenrechter groot belang aan de noodzaak van de vof om te kunnen beschikken over een bankrekening.

De vof is niet geregistreerd in het IVR maar op een interne waarschuwingslijst. De vof voert onvoldoende aan waarom die registratie moet worden verboden.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt ABN AMRO de vof te laten beschikken over één bankrekening en uitvoering te geven aan transacties op die rekening, met veroordeling van ABN AMRO in de kosten.

Lees de gehele uitspraak van de Rechtbank Amsterdam.

Financieel Recht Advocaten

Wilt u advies over of begeleiding bij conflicten over het cliëntenonderzoek van banken en de registratie van persoonsgegevens in de Gebeurtenissenadministratie, het IVR, het Incidentenregister en het EVR? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant