Uitspraak: IVR-registratie van Rabobank: wel bij de onderneming, niet automatisch bij bestuurders

“Een IVR-registratie van Rabobank mag niet automatisch worden opgelegd aan bestuurders als alleen de onderneming onderwerp is van een Wwft-klantonderzoek. De rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2025:5035) oordeelde dat Rabobank wel de bankrelatie van de onderneming mocht beëindigen, maar de IVR-registratie en opzegging van rekeningen van bestuurders onvoldoende had onderbouwd.”

Banken voeren steeds intensiever cliëntenonderzoek uit op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren terrorisme (Wwft). Wanneer een bank dit onderzoek niet kan afronden, kan dat leiden tot beëindiging van de bankrelatie en tot opname in interne registers zoals het IVR. Dat heeft vaak ingrijpende gevolgen, niet alleen voor ondernemingen, maar ook voor bestuurders en aandeelhouders.

In het vonnis van de Rechtbank Midden-Nederland van 22 september 2025 stond de vraag centraal of Rabobank terecht de bankrelatie mocht beëindigen en een IVR-registratie mocht toepassen bij een groothandel in food producten én bij haar (middellijk) bestuurders. De uitspraak laat zien waar de grenzen liggen van een IVR-registratie van Rabobank en biedt belangrijke handvatten voor ondernemers die hiermee worden geconfronteerd.


Wat heeft de rechtbank precies beslist?

De zaak draaide om een groothandel in food producten die sinds 2023 onderwerp was van een Wwft-klantonderzoek door Rabobank. Volgens de bank vertoonde het bedrijfsmodel kenmerken die passen bij btw-carrouselfraude. Het cliëntenonderzoek kon volgens Rabobank niet worden afgerond omdat de onderneming onvoldoende inzicht gaf in haar verdienmodel, omzetstijging en handelsrelaties.

De rechtbank maakte een duidelijk onderscheid tussen drie cliënten:

  • de groothandel zelf;
  • de holding/bestuurder;
  • de natuurlijk persoon achter de holding.

Ten aanzien van de groothandel oordeelde de voorzieningenrechter dat Rabobank voldoende aannemelijk had gemaakt dat het klantonderzoek niet kon worden afgerond. Daarmee was Rabobank op grond van artikel 5 lid 3 Wwft zelfs verplicht de bankrelatie te beëindigen. De vordering tot voortzetting van de bankrelatie en tot verwijdering uit het IVR werd voor deze vennootschap afgewezen.

Voor de (middellijk) bestuurders lag dat anders. Rabobank had hun bankrelaties uitsluitend opgezegd omdat de risico’s bij de groothandel volgens haar “doorwerkten” naar hen. Een zelfstandig cliëntenonderzoek naar deze bestuurders had niet plaatsgevonden. De rechtbank verbood daarom de beëindiging van hun bankrelaties en gelastte verwijdering van hun gegevens uit het IVR.


Wanneer banken ingrijpen

De Wwft verplicht banken om cliëntenonderzoek te verrichten en integriteitsrisico’s te beheersen. Dat onderzoek moet ertoe leiden dat de bank weet met wie zij zaken doet, wat de herkomst en bestemming van geldstromen is en of transacties passen bij het profiel van de klant.

Als een bank het cliëntenonderzoek niet kan afronden, schrijft artikel 5 lid 3 Wwft voor dat de relatie moet worden beëindigd. Belangrijk is dat daarvoor geen bewijs van strafbare feiten nodig is. Het enkele feit dat risico’s niet kunnen worden uitgesloten, kan voldoende zijn.

Naast beëindiging van de bankrelatie kunnen banken gegevens opnemen in interne registers. Het Intern Verwijzingsregister (IVR) is een intern waarschuwingssysteem binnen een bank of concern. Anders dan het EVR is het IVR niet zichtbaar voor andere banken. De drempel voor opname is lager: het volstaat dat sprake is van een gebeurtenis die volgens de bank aandacht behoeft of een risico vormt.

Die lagere drempel betekent echter niet dat een IVR-registratie van Rabobank onbeperkt mag worden toegepast. Ook hier geldt dat de bank zorgvuldig moet handelen en per cliënt moet motiveren waarom opname noodzakelijk is.


Waarom mocht Rabobank de onderneming registreren, maar niet de bestuurders?

Voor de groothandel was de reden voor de IVR-registratie duidelijk gekoppeld aan de beëindiging van de bankrelatie wegens het niet kunnen afronden van het Wwft-onderzoek. De rechtbank vond dat dit een gebeurtenis was die Rabobank als risicovol mocht aanmerken. De IVR-registratie van de onderneming bleef daarom in stand.

Bij de bestuurders ontbrak die onderbouwing. De rechtbank benadrukte dat zij zelfstandige cliënten zijn met eigen bankrekeningen. Dat zij bestuurder of aandeelhouder zijn van een onderneming met Wwft-problemen betekent niet automatisch dat zij zelf een integriteitsrisico vormen.

Omdat Rabobank geen afzonderlijk cliëntenonderzoek naar hen had gedaan en geen concrete ongebruikelijke transacties had aangewezen, was de IVR-registratie uitsluitend gebaseerd op hun betrokkenheid bij de onderneming. Dat vond de rechtbank onvoldoende. De registratie werd daarom verboden en moest worden verwijderd.


Wat betekent deze uitspraak voor ondernemers en bestuurders?

Deze uitspraak is vooral relevant voor ondernemers die worden geconfronteerd met een IVR-registratie van Rabobank in het kader van een Wwft-onderzoek. Zij laat zien dat banken vergaande bevoegdheden hebben ten aanzien van ondernemingen, maar dat die bevoegdheden niet zonder meer doorwerken naar privépersonen of andere groepsvennootschappen.

Voor ondernemingen onderstreept de uitspraak hoe belangrijk het is om het cliëntenonderzoek serieus te nemen. Algemene of summiere antwoorden, zonder onderliggende documentatie, kunnen ertoe leiden dat een bank het risico niet kan beoordelen en verplicht is de relatie te beëindigen.

Voor bestuurders en aandeelhouders is van belang dat zij niet automatisch “meegenomen” mogen worden in maatregelen zoals een IVR-registratie. De bank zal per persoon moeten motiveren waarom sprake is van een zelfstandig risico. Ontbreekt die motivering, dan is verweer mogelijk.


Financieel Recht Advocaten

Een IVR-registratie van Rabobank kan verstrekkende gevolgen hebben, zeker als ook bestuurders of privépersonen worden geraakt. Financieel Recht Advocaten staat cliënten bij met een bestaand conflict met een bank of financiële dienstverlener, bijvoorbeeld over beëindiging van een bankrelatie of een IVR-registratie. Is er sprake van een concreet geschil, dan kunt u vrijblijvend contact opnemen voor juridische bijstand.


Praktische FAQ’s

Mag Rabobank mij in het IVR registreren zonder dat er sprake is van een strafbaar feit?

Ja. Voor een IVR-registratie is geen bewezen strafbaar feit nodig. Het IVR is een intern waarschuwingssysteem van de bank. Opname is al mogelijk als zich volgens de bank een incident heeft voorgedaan die aandacht behoeft of een integriteitsrisico kan vormen, bijvoorbeeld het niet kunnen afronden van een Wwft-klantenonderzoek. Wel moet de bank per cliënt kunnen uitleggen waarom die gebeurtenis een risico oplevert.

Is een IVR-registratie zichtbaar voor andere banken of instanties?

Nee. Een IVR-registratie is in beginsel alleen intern zichtbaar binnen de bank zelf en de met haar verbonden rechtspersonen. Andere banken hebben hier geen toegang toe. Dit is een belangrijk verschil met het Extern Verwijzingsregister (EVR), dat wél sectorbreed wordt geraadpleegd en veel zwaardere gevolgen kan hebben.

Kan mijn privé-rekening worden beëindigd of kan ik in het IVR komen vanwege mijn onderneming?

Niet automatisch. Bestuurders en aandeelhouders zijn juridisch gezien zelfstandige cliënten van de bank. Dat er bij de onderneming Wwft-problemen spelen, betekent niet zonder meer dat ook de privé-rekening mag worden beëindigd of dat een IVR-registratie gerechtvaardigd is. De bank moet per persoon beoordelen of sprake is van een zelfstandig risico. Deze uitspraak bevestigt dat een “doorwerking” zonder nadere onderbouwing onvoldoende is.

Wat als het cliëntenonderzoek van de bank erg lang duurt of steeds nieuwe vragen oplevert?

Een langdurig cliëntenonderzoek is op zichzelf niet onrechtmatig. Als de bank echter vindt dat zij het onderzoek niet kan afronden doordat onvoldoende of niet-verifieerbare informatie wordt verstrekt, kan zij op grond van de Wwft verplicht zijn de bankrelatie te beëindigen. Het is daarom belangrijk om tijdig, concreet en met onderliggende documentatie te reageren, zodat de bank het risico kan beoordelen.

Kan ik bezwaar maken tegen een IVR-registratie van Rabobank?

Ja, dat kan. U kunt de bank verzoeken om inzage in en verwijdering van de IVR-registratie en vragen om een duidelijke motivering. Als de registratie onvoldoende is onderbouwd of disproportioneel is, kan bezwaar of een klacht kansrijk zijn. In spoedeisende situaties kan ook een kort geding worden overwogen, zoals in deze zaak is gebeurd.

Hoe lang blijft een IVR-registratie doorgaans staan?

Daarvoor bestaat geen vaste wettelijke termijn. Een IVR-registratie mag niet langer worden bewaard dan noodzakelijk is voor het doel waarvoor zij is opgenomen. Als de aanleiding wegvalt, bijvoorbeeld omdat de bankrelatie onterecht is beëindigd of het risico niet (meer) bestaat, kan verwijdering worden verlangd. Ook hier geldt dat de bank dit per cliënt moet beoordelen en motiveren.


Disclaimer: De informatie op deze website is geen op maat gesneden juridisch advies. Neem contact op indien u meer informatie wenst.


Jamiro van de Wiel

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant