Bank voldoet niet aan zorgplicht wegens negatieve waarde

X heeft 5 vastrentende geldleningen. Deze geldleningen zijn op initiatief van de Rabobank in 2008 omgezet naar variabel-rentende geldleningen met een renteswap. Rabobank heeft over de renteswaps een presentatie gegeven, daarna hebben partijen een TIF ondertekend. In de TIF staat opgenomen dat X moet worden aangemerkt als niet-professioneel en wat hij vrijwel geen kennis dan wel ervaring heeft met renteswaps. Uit het TIF formulier blijkt dat is gekozen voor een laag risico en een defensief risicoprofiel.

De renteswap wordt overeengekomen voor een periode van 10 jaar. In mei 2009 verstrekt de bank tijdelijk 80.000 euro extra krediet. X heeft een adviseur ingeschakeld om te helpen een aflossingsschema op te stellen. Partijen hebben gesproken over het aflossen van leningen die betrekking hebben op onroerend goed. In november 2009 heeft de bank laten weten dat het vanwege de renteswap beter is om de kredietlimiet in te perken.

In maart 2010 heeft X een perceel verkocht voor 750.000 euro. In een TIF heeft de bank het bedrag verhoogt naar 360.000 euro. In 2011 vindt wederom een verkoop plaats van een onroerend goed. Met de opbrengst worden vier leningen geheel en één lening gedeeltelijk afgelost. Nu X overgaat tot gedeeltelijk aflossen van de leningen, moet de hoofdsom van de renteswap worden aangepast. X gaat een negatieve waarde betalen aan de Rabobank. In mei 2011 moet X een negatieve waarde van 107.600 euro aan de bank betalen, om zo de hoofdsom naar beneden bij te stellen.

Geschil

De advocaat van X vernietigt de renteswap van november 2013 wegens dwaling. Rabobank wordt aansprakelijk gesteld voor de geleden schade. Rabobank heeft de aansprakelijkheid van de hand gewezen, waardoor X een procedure is gestart.

De rechtbank oordeelt dat de bank toerekenbaar tekort is geschoten in haar zorgplicht en daarom de geleden schade van X moet vergoeden. Rabobank is het niet eens en besluit in hoger beroep te gaan. Daar vordert de bank dat alle vorderingen van X alsnog worden afgewezen.

X stelt dat sprake is geweest van dwaling. Bij het aangaan van de renteswap met een variabelrente lening is een flexibeler beeld geschetst dan een vastrentende lening. X was in de veronderstelling dat opslag zou zijn gefixeerd, dat geen provisie zou worden doorberekend en dat de bank optrad als adviseur. Door de marginverplichting was echter geen sprake van flexibiliteit.

Beoordeling

Zowel de rechtbank als het hof wijst een beroep op dwaling van de hand. Het lag voor de hand dat X de negatieve waarde uit de informatie had kunnen opmaken, terwijl de bank hem indringend had kunnen waarschuwen voor de risico’s.

Bij een rentederivaat moet aan de mededelingsplicht zijn voldaan indien algemene productinformatie is verstrekt, waardoor de wederpartij tijdig inzicht heeft kunnen verkrijgen in kenmerken en risico’s. De productinformatie moet in ieder geval de wezenlijke kenmerken en risico’s van het product beschrijven. Dat X een ondernemer is zonder ervaring, maakt dit niet anders. X had de informatie tijdig kunnen begrijpen, indien hij de informatie aandachtig door had gelezen. Ook was X reeds bekend met de systematiek van bijbetalen doordat eerder overeenkomsten waren beëindigd.

Het hof volgt X niet in de stelling dat zijn keuze voor het afdekken van renterisico impliceerde dat de opslag ook vast zou zijn. Rabobank had X immers geïnformeerd over het feit dat de opslag geen onderdeel uitmaakt van de renteruil. Het hof is van mening dat de Rabobank X heeft geadviseerd, omdat de renteswap is gesloten terwijl al een kredietrelatie bestond en de bank het initiatief nam een renteswap aan te gaan. Het hof gaat niet in op de vraag of en in hoeverre Rabobank haar zorgplicht heeft geschonden. Het hof is namelijk van oordeel dat X onvoldoende heeft onderbouwd dat daardoor schade zou zijn ontstaan.

Voor het berekenen van de schade moet zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht bij de toestand die zou bestaan als de Rabobank indringend had gewaarschuwd. Niet is vast komen te staan dat in dat geval andere afspraken zouden zijn gemaakt. Omdat X de premie niet kon betalen, lag een rentecap niet voor de hand.

Het hof is ervan uit gegaan dat X voor de twee leningen waarvan de renteperiode afliep nieuwe renteafspraken zou hebben gemaakt en daarvoor opnieuw de rente voor vijf jaar zou hebben vastgezet. Met betrekking tot de overige drie leningen gaat het hof ervan uit dat zou zijn gekozen voor een variabele rente. Partijen krijgen de mogelijkheid zich uit te laten over de hoogte van de schade. De zaak wordt naar de rol verwezen.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Wilt u advies over of begeleiding bij conflicten over de zorgplicht van banken met betrekking tot een hypotheek of ander financieel product? Neem dan nu contact met ons op.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Joost Papeveld

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant