De ING Bank heeft de consument vanwege betrokkenheid bij frauduleuze handelingen met haar betaalrekening geregistreerd in de Gebeurtenissenadministratie en het IVR voor de duur van vier jaar. Ook heeft de bank de bankrelatie beëindigd. De consument heeft hierdoor een klacht ingediend bij het Financiële Klachteninstituut Kifid.

De Klacht

De consument vordert dat de bank wordt veroordeeld om de bancaire relatie met haar te herstellen. Daarnaast vordert zij dat haar persoonsgegevens worden verwijderd uit de Gebeurtenissenadministratie en het IVR.

De consument haalt aan dat hij een schoolvriend toestemming heeft gegeven om een aantal bedragen op haar betaalrekening bij te schrijven. Bij brief van 12 mei 2020 heeft de bank aan de consument meegedeeld dat haar betaalrekening betrokken is bij internetoplichting en het voeren van oneerlijke handelspraktijken. Ook staat in de brief vermeld dat de betaalrekening is geblokkeerd en dat de bank de persoonsgegevens van de consument heeft opgenomen in het Intern Verwijzingsregister (hierna: IVR) en de Gebeurtenissenadministratie voor de duur van vier jaar. De bank heeft de betaalrekening per 9 juli 2020 opgeheven.

Beoordeling

De bank heeft de persoonsgegevens van de consument in het IVR geregistreerd, omdat de bank van mening is dat de consument betrokken is bij fraude en belastingontduiking. De commissie volgt de bank hierin niet. Naar het oordeel van de commissie is op basis van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting niet gebleken dat de consument heeft meegewerkt aan de door de bank gestelde strafbare feiten.

Het voorgaande betekent dat de registratie van de persoonsgegevens van de consument niet voldoet aan de maatstaf, dat de te verwerken strafrechtelijke persoonsgegevens in voldoende mate moeten vaststaan. Dat betekent dat de bank verplicht is de persoonsgegevens van de consument uit het IVR te verwijderen. Ook de Gebeurtenissenadministratie van de bank mag geen blijk geven dat de consument heeft meegewerkt aan fraude en belastingontduiking.

Opzegging

De bank heeft de relatie met de consument opgezegd op grond van artikel 35 Algemene Bankvoorwaarden. Gezien de hiervoor onder genoemde feiten en omstandigheden kan de opzegging naar het oordeel van de commissie niet worden aangemerkt als naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Het handelen van de consument, wellicht niet opzettelijk maar wel naïef en onwetend, heeft bijgedragen aan strafbare feiten gepleegd door derden. Dit heeft begrijpelijkerwijs geleid tot een vertrouwensbreuk met de bank. Haar belang bij voortzetting van de relatie is onvoldoende zwaarwegend, zeker nu zij ook bij een andere bank een rekening kan openen. De bank is dan ook niet verplicht tot herstel van de relatie met de consument.

Beslissing

De commissie wijst de vordering gedeeltelijk toe en beslist dat de bank binnen vier weken na de dag waarop een afschrift van deze beslissing aan partijen is verstuurd de registraties in de Gebeurtenissenadministratie en het IVR moet doorhalen. De commissie wijst voor het overige de vordering van de consument af.

Lees hier de gehele uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Wilt u advies over of begeleiding bij conflicten over het cliëntenonderzoek van banken en de registratie van persoonsgegevens in de Gebeurtenissenadministratie, het IVR/EVR of andere verwijzingsregisters? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant