Consument had een beleggingsrekening lopen bij de ING. Na een verhuizing in 2006 heeft de consument geen adreswijziging ingediend bij de bank. Als gevolg hiervan zijn de beleggingen verkocht in 2015 en is het geld geparkeerd op een tijdelijke rekening. De consument heeft een klacht ingediend bij het Financiële Klachteninstituut Kifid wegens het onrechtmatig handelen van de bank.

Aanleiding

De consument had samen met zijn partner in 2001 een hypothecaire geldlening en een betaalrekening met een daaraan gekoppelde beleggingsrekening bij de ING Bank. Er was een bedrag van fl. 30.000,- belegd in een bepaald fonds.

In 2006 zijn de consument en zijn partner verhuisd. Ze hebben dan ook de hypothecaire geldlening bij de ING afgelost en hebben bij een andere bank een nieuwe geldlening afgesloten. De beleggingsrekening is ongewijzigd gebleven.

Volgens de bank zijn er tussen 2012-2013 enkele brieven naar het oude adres van de consument gestuurd. In deze brieven werd gevraagd aan de consument om zichzelf te verifiëren op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme (Wwft). Ook heeft de bank een aantal overboekingen gedaan van € 0,01 naar de betaalrekening van de consument. Bij de transactie werd medegedeeld dat de identiteit van de consument niet goed is vastgelegd en dat mogelijk de betaalrekening wordt geblokkeerd.

Als gevolg hiervan zijn op 10 september 2015 de aandelen in het fonds verkocht voor een bedrag van € 22.577,91. Dit bedrag is op een tussenrekening van de ING gestort.

In 2019 heeft de consument contact opgenomen met de ING met betrekking tot de beleggingsrekening. Er is hem toen medegedeeld dat de rekening is stopgezet en zijn geld is vastgezet op een andere rekening. De consument heeft hierdoor een klacht ingediend bij Kifid.

De Klacht

De consument vindt dat zijn beleggingsrekening onterecht is opgezegd. Hij heeft op geen enkel moment toestemming gegeven om de aandelen te verkopen en het geld tijdelijk op een andere rekening te parkeren. Hij is van mening dat de bank had moeten weten dat er een adreswijziging is geweest omdat hij de hypothecaire lening had afgelost.

De beleggingsrekening is aangehouden om vermogen op te bouwen en de consument ging ervan uit dat dit gewoon doorliep en langzaam groeide. Het beëindigen van de beleggingsrekening is dan ook nooit de bedoeling geweest en volgens de consument heeft de bank hierbij niet rechtmatig gehandeld.

Hij vordert dat de ING een schadevergoeding betaald van € 34.282,07. Dit bedrag is bepaald op de koers van de verkochte aandelen op 1 september 2021.

Verweer van de bank

De ING is van mening dat de consument te laat heeft geklaagd. De beleggingsrekening is opgezegd in 2015 en pas in 2019 heeft de consument navraag gedaan. De klacht zou daarmee niet behandeld zijn in een redelijk termijn in de zin van artikel 6:89 van het Burgerlijk Wetboek.

Ook vindt de ING dat de consument onzorgvuldig is om gegaan met het vermelden van een adreswijziging. Op grond van artikel 14 van de Algemene Bankvoorwaarden is de klant verplicht zijn adreswijziging door te geven. Dit is niet gebeurd en er kan niet vanuit worden gegaan dat de bank zelf achter deze informatie aangaat.

Ook heeft de ING meerdere malen contact proberen op te nemen. De consument heeft geen gehoor gegeven aan de meldingen die zijn gestuurd.

Beoordeling

De eerste vraag die de commissie beantwoord, is of de consument te laat heeft geklaagd. De commissie merkt op dat er niet voldoende is gebleken dat de ING door het te laat klagen is geschaad in haar belangen. Wel vindt de commissie dat de consument onzorgvuldig heeft gehandeld met het melden over zijn verhuizing. Er kan van de bank niet worden verwacht dat ze dit zelf uitzoeken.

Ook een vraag die beantwoord moet worden, is of de ING bekend was met het juiste adres van de consument. De commissie stelt dat het de consument zijn verantwoordelijkheid is om adreswijzigingen door te geven. Dit is niet gedaan en de bank heeft langs verschillende wegen contact proberen op te nemen met de consument. Hier is gen gehoor aan gegeven. Het argument dat de consument ook al een betaalrekening heeft lopen bij de ING met wel het juiste adres gaat niet op. De consument moet bij elke rekening een adreswijziging doorgeven.

Tot slot moet er gekeken worden of de ING de relatie wel mocht beëindigen. Omdat de bank de identiteit van (een van) de rekeninghouders niet heeft kunnen vaststellen, heeft zij de overeenkomst moeten opzeggen. Dit volgt uit artikel 5 van de Wwft, waarin staat dat het een instelling verboden is om een zakelijke relatie aan te gaan als er geen cliëntenonderzoek is verricht, of waarin het cliëntenonderzoek niet tot het door de Wwft vereiste resultaat heeft geleid.

Beslissing

De commissie oordeelt dat de consument recht heeft op de geparkeerde opbrengst van € 22.577,91. De ING heeft aangegeven dat de consument een verzoek tot uitbetaling moet doen.

De commissie vindt dat de ING niet onrechtmatig heeft gehandeld en ook niet tekort is geschoten in haar zorgplicht tegenover de consument. Daarom wijst de commissie de vordering af.

Lees hier de volledige uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Wilt u advies over of begeleiding bij conflicten over het cliëntenonderzoek van banken en de registratie van persoonsgegevens in de Gebeurtenissenadministratie, het IVR, het Incidentenregister en het EVR? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant