In 2002 gaat de consument naar diens tussenpersoon voor een financieel advies. De consument heeft op dat moment een aflossingsvrije hypothecaire lening bij ING. Daarnaast heeft deze consument een hypotheek bij de Rabobank. Op deze laatste hypotheek wordt afgelost. Verder heeft deze consument een spaarpolis bij Interpolis met daarin een waarde. De consument wenst lagere maandlasten en weet daarbij ook dat zijn inkomen is gedaald en nog verder zal dalen. Dit laatste in verband met een naderende pensionering. De consument wenst naast lagere maandlasten ook meer zekerheid ten aanzien van de aflossing van de hypotheek.

De tussenpersoon adviseert om tot het oversluiten van de hypotheek over te gaan. Daarbij adviseert de tussenpersoon om een effectenleaseovereenkomst af te sluiten. Effectenlease is beleggen met geleend geld. Over de lening wordt rente betaald. Dalen tijdens de looptijd van de overeenkomst de aandelen dan loopt de consument het risico om met een restschuld te blijven zitten. Immers: het geleende bedrag waarvoor aandelen zijn gekocht moet natuurlijk worden terugbetaald. Het leasen van aandelen is een zeer risicovolle vorm van beleggen.

In dit geval wordt de polis bij Interpolis afgekocht. Onder andere met de opbrengst van die polis wordt de rente verschuldigd in het kader van de effectenlease-overeenkomst voor de eerste 7,5 jaar vooruit betaald. Er wordt door de tussenpersoon geschermd met rendement van 8%. De consument wordt voorgehouden dat op het einde van de looptijd van de hypotheek de opbrengst van de leaseovereenkomst zodanig zal zijn dat de hypotheek daarmee kan worden afgelost. Dit blijkt niet het geval te zijn. Bij het KiFiD beklaagt de consument zich over het advies van de tussenpersoon.

KiFiD: Financieel adviseur is tekortgeschoten

De Geschillencommissie oordeelt dat een tussenpersoon c.q. financieel adviseur in een zaak als deze dient te adviseren zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur verwacht mag worden. De Geschillencommissie toetst of het advies van de tussenpersoon in casu aan deze norm heeft voldaan. Daarbij stelt de Geschillencommissie dat bij de wens tot lagere lasten en/of grotere zekerheid ter zake een doestelling tot aflossing van een schuld van een adviseur verlangd mag worden dat deze een vaste verhouding tussen verschuldigde debetrente en rendement van wezenlijk belang acht. Een effectenleaseproduct kan daar niet aan voldoen nu dat een risicovol beleggingsproduct is met een hoog opwaarts en een hoog neerwaarts risico. Daarbij had de tussenpersoon dienen te onderkennen dat het gezinsinkomen was gedaald en nog verder zou dalen. Koersverliezen konden niet door de consument worden opgevangen, ook niet uit het beschikbare vermogen, wat er niet was. Tot slot overweegt de Geschillencommissie dat gezien de achtergrond en het opleidingsniveau van de consument noopten tot indringende begeleiding en voorlichting door de financieel adviseur waarvan de Geschillencommissie niet is gebleken.

Kortom: de bewering van de financieel adviseur dat de verhoogde hypothecaire financiering na vijftien jaar kon worden afgelost met de opbrengst van de effectenleaseovereenkomst kan volgens de Geschillencommissie niet voor juist worden gehouden. De Geschillencommissie oordeelt dat de financieel adviseur in de advisering tot en bemiddelen bij de effectenleaseovereenkomst in combinatie met de geadviseerde hypothecaire geldlening jegens de consument tekort is geschoten. De geschillencommissie oordeelt dat de schade die de consument als gevolg dit advies heeft geleden vergoed dient te worden. Vergeleken wordt de situatie waarin de consument dit advies niet had gehad en de situatie zoals die is. Het verschil kwalificeert als schade betreft in deze zaak een bedrag van circa € 40.000,= wat deze financieel adviseur aan deze consument dient te vergoeden.

Al met al een mooi resultaat voor deze consument. Een resultaat dat overigens ook in lijn ligt met vergelijkbare rechtspraak inzake effectenlease geschillen of geschillen waarin consumenten of beleggers zich jegens een bank, financieel adviseur en/of vermogensbeheerder beklagen. Immers uit vaste rechtspraak volgt dat het tekortschieten door een bank en/of financieel adviseur en/of vermogensbeheerder ter zake van de informatie c.q. waarschuwingsplicht en/of onderzoeksplicht – twee zelfstandige deelverplichtingen in het kader van de zorgplicht die op een bank en/of tussenpersoon en/of vermogensbeheerder rust – leidt tot aansprakelijkheid en in beginsel ook tot de verplichting tot het vergoeden van geleden schade.

Financieel Recht Advocaten

Heeft u ook een klacht over uw tussenpersoon en/of financieel adviseur en/of vermogensbeheerder? Of over uw verzekeraar (woekerpolis?). Neem dan vrijblijvend contact op met Financieel Recht Advocaten. Klik hier voor een vrijblijvend eerste contact met Financieel Recht Advocaten.

Klik hier voor de uitspraak van de geschillencommissie van het Kifid.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:

Sylvia Rietbroek

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86
Joost Papeveld

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant