Bank schendt zorgplicht door overboeking naar rekening ex-partner

Mevrouw A heeft samen met haar partner, meneer B, een woning. De woning is gefinancierd met een hypothecaire lening waar een beleggingsrekening is gekoppeld. Wanneer A en B gaan scheiden wordt een akte van verdeling opgemaakt bij de notaris. De akte wordt op 5 mei 2014 gepasseerd. In de akte staat ondermeer dat het volledige saldo van de beleggingsrekening aan mevrouw A wordt toebedeeld. Op 14 januari 2015 wordt het saldo van de beleggingsrekening door de bank niet overgeboekt naar de rekening van mevrouw A maar naar de rekening van meneer B. Mevrouw A legt de fout van de bank voor aan de Rechtbank Oost-Brabant. De rechtbank overweegt dat het saldo van de beleggingsrekening op grond van de akte van verdeling toekomt aan mevrouw A. Een week na het vonnis, op 19 augustus 2015, vraagt mevrouw A medewerking van de bank bij het uitvoeren van de akte van levering. Mevrouw A verzoekt de bank de overboeking aan meneer B ongedaan te maken en het bedrag naar haar rekening over te maken. In een brief van 21 oktober 2016 heeft de bank meneer B benadert. In deze brief wordt hem gevraagd goedkeuring te geven om het saldo van de beleggingen alsnog over te maken naar mevrouw A. Tot die tijd wordt er door de bank een blokkade aangebracht op de beleggingsrekening van meneer B. Door de blokkade kan meneer B enkel met goedkeuring van mevrouw A over zijn beleggingsrekening beschikken.

Kort geding aangespannen tegen bank

Omdat eind 2017 het saldo nog altijd niet aan haar is overgemaakt start mevrouw A een kort geding tegen meneer B. In de procedure stelt de voorzieningenrechter vast dat meneer B niet heeft voldaan aan de verplichtingen die de rechter in 2015 al oplegde. Meneer B stelt in de kort geding procedure dat het saldo al lang weg is. Hij heeft dit echter niet aannemelijk gemaakt. De voorzieningenrechter oordeelt dan ook dat meneer B alsnog het saldo van de beleggingsrekening moet overmaken aan mevrouw A. Ook vraagt de rechter de bank medewerking te verlenen aan het overmaken van het geblokkeerde bedrag. In maart 2018 heeft de bank een brief gestuurd aan mevrouw A. De bank laat weten geen uitvoering te kunnen geven aan het vonnis omdat er geen saldo meer op de beleggingsrekening van meneer B staat.

Bank niet zorgvuldig bij aanbrengen blokkade

Mevrouw A dient een klacht in tegen de bank bij het Kifid. In de klacht stelt zij dat de bank haar zorgplicht jegens mevrouw A heeft geschonden. In oktober 2016 heeft de bank een blokkade aangebracht op de beleggingsrekening van meneer B. De bank heeft mevrouw A verzekerd dat meneer B door de blokkade enkel over het saldo kon beschikken indien zij daar toestemming voor gaf. Toch heeft de bank op 19 maart 2018 laten weten dat er geen saldo meer op de beleggingsrekening stond. Volgens mevrouw A is de bank daarom tekortgeschoten in de nakoming van haar zorgplicht.

Klacht behandelbaar

Als verweer tegen de klacht heeft de bank ingebracht dat de klacht niet behandelbaar is. De bank stelt dat de Geschillencommissie van het Kifid zich op 5 december 2016 al heeft uitgelaten over de klacht van mevrouw A. De Geschillencommissie gaat niet mee in het standpunt van de bank. De Geschillencommissie overweegt dat de klacht waar de bank op doelt over de uitvoering van een opdracht van 5 mei 2014 ging. De klacht die mevrouw A nu heeft ingediend ziet op de blokkade die de bank heeft aangebracht op 21 oktober 2016.

Bank heeft zorgplicht tegenover zowel mevrouw als meneer

Nu vaststaat dat de klacht van mevrouw A behandelbaar is gaat de Geschillencommissie inhoudelijk in op de klacht. In de eerste plaats overweegt de Geschillencommissie dat op de relatie tussen mevrouw A en de bank de Algemene Bankvoorwaarden van toepassing zijn. In artikel 2 van deze voorwaarden staat dat de bank haar dienstverlening zorgvuldig moet uitvoeren. Daarbij moet de bank rekening houden met de belangen van mevrouw A. Onenigheid over de bestemming van het saldo van de beleggingsrekening heeft ertoe geleid dat de bank op 21 oktober 2016 een blokkade heeft aangebracht op de beleggingsrekening van meneer B. In de brief over deze blokkade staat dat A en B enkel gezamenlijk over dit saldo konden beschikken. Daarnaast vermeldde de brief expliciet dat de bank een zorgplicht heeft jegens zowel mevrouw A als meneer B. Toch blijkt in 2018 dat het saldo op enig moment zonder toestemming van mevrouw A is overgeboekt naar een andere rekening. Vervolgens is de beleggingsrekening van meneer B zonder toestemming van mevrouw A gesloten. De bank voert ter verweer aan dat zij buiten het geschil tussen mevrouw A en meneer B staat. De Geschillencommissie geeft de bank daarin gelijk. Volgens de Geschillencommissie betekend dit echter niet dat de bank daarmee vrijgesteld is van haar zorgplicht. Het feit dat het saldo van de beleggingsrekening is afgeboekt zonder schriftelijke toestemming van mevrouw A strookt niet met de verklaring die de bank op 21 oktober 2016 heeft gedaan. Hieruit trekt de Geschillencommissie de conclusie dat de bank haar dienstverlening onvoldoende zorgvuldig heeft uitgevoerd.

Vordering wordt toegewezen

Nu de zorgplichtschending van de bank vaststaat kan de vordering van mevrouw A worden toegewezen. Dit betekend dat de bank wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van €13.500 aan mevrouw A. De Geschillencommissie stelt daarbij als voorwaarde dat mevrouw A haar vordering op meneer B overdraagt aan de bank. Zo kan de bank desgewenst het bedrag verhalen op meneer B.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de Geschillencommissie van het Kifid.

Victor Welten

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86
Sylvia Rietbroek

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant