Rabobank moet mogelijkheid tot boetevrij aflossen herstellen

Een Brabantse melkveehouder kreeg in 2008 een lening van 1,25 miljoen euro. De Rabobank adviseerde de veehouder een renteswap te nemen om daarmee het variabele renterisico (naar boven toe) af te dekken. De veehouder zou niet (meer) met rentestijgingen te maken krijgen. Echter, in plaats dat de rente steeg, daalde de rente. Op het moment dat de melkveehouder wilde emigreren en de lening bij de Rabobank wilde aflossen, kreeg hij van Rabobank een rekening van ruim 270 duizend euro gepresenteerd: de negatieve waarde van de renteswap. Kortom: de veehouder moest een grote afkoopsom c.q. beëindigingsvergoeding als gevolg van deze vroegtijdige beëindiging aan de Rabobank betalen. De veehouder laat het er niet bij zitten en schakelt een advocaat in. De veehouder beroept zich op juridische argumenten als dwaling en schending van de zorgplicht.  

De rechtbank verwerpt het beroep op dwaling (art. 6:228 BW). Het beroep op schending van de zorgplicht door de Rabobank wordt gehonoreerd.

Vaste rechtspraak inzake de zorgplicht van een bank

De rechtbank oordeelt dat volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad op professionele dienstverleners op het terrein van financiële diensten zoals Rabobank jegens hun (potentiële) particuliere klanten met wie zij een overeenkomst willen aangaan een bijzondere zorgplicht rust die ertoe strekt particuliere wederpartijen te beschermen tegen de gevaren van eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht. Deze bijzondere zorgplicht volgt uit hetgeen waartoe de eisen van redelijkheid en billijkheid een financiële instelling, in aanmerking genomen haar maatschappelijke functie en haar deskundigheid, verplichten in gevallen waarin een persoon haar kenbaar heeft gemaakt een overeenkomst te willen aangaan en deze instelling daartoe ook een aanbod heeft gedaan. De reikwijdte van deze bijzondere zorgplicht is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder de mate van deskundigheid en relevante ervaringen van de betrokken wederpartij, de ingewikkeldheid van het beleggingsproduct en de daaraan verbonden risico's. De financiële instelling die tekort schiet in de nakoming van deze bijzondere zorgplicht, maakt zich schuldig aan onrechtmatig handelen tijdens de precontractuele fase.

Bijzondere zorgplicht bank ziet ook op ondernemingen en ondernemers

De rechtbank oordeelt voorts dat voornoemde bijzondere zorgplicht, anders dan Rabobank meent, niet beperkt is tot particulieren. Op financiële instellingen kan ook een bijzondere zorgplicht jegens ondernemers rusten, al is de omvang van die zorgplicht vanwege de omstandigheden van het geval vaak veel beperkter dan bij particulieren vanwege de kennis en ervaring van ondernemers met financiële producten. Zo had de veehouder een ruime ervaring met het afsluiten van geldleningen en kredieten in rekening-courant. Met financiële derivaten had de veehouder echter nog geen enkele ervaring toen hij de gewraakte renteswap afsloot. Rabobank mocht er in redelijkheid ook niet vanuit gaan dat de melkveehouder op de hoogte was van de kenmerken van financiële derivaten en de daaraan verbonden risico’s. Daaraan doet niet af de veehouder werd bijgestaan door een accountant, omdat de financiële kennis van accountants van een andere aard is dan de financiële kennis van banken. De accountant had overigens verklaard geen (diepgaande) kennis van renteswaps te bezitten.

Concreet oordeel Rechtbank in onderhavige casus

De rechtbank oordeelt dat op de Rabobank de verplichting rustte om de veehouder in duidelijke en niet mis te verstane bewoordingen te informeren over de aard van de geadviseerde constructie en de daarvan deel uitmakende renteswap alsmede de daaraan verbonden risico’s, waaronder begrepen het risico van een aanzienlijke beëindigingspremie bij tussentijdse beëindiging. De Rabobank heeft in casu niet gesteld dat zij na de toezending van het voorstel de veehouder in niet mis te verstane bewoordingen heeft gewaarschuwd voor het specifieke risico van een aanzienlijke beëindigingspremie bij bedrijfsbeëindiging. De rechtbank concludeert dat de Rabobank haar bijzondere zorgplicht heeft geschonden en daarmee onrechtmatig jegens de veehouder heeft gehandeld, zodat zij de schade moet vergoeden die de veehouder als gevolg daarvan heeft ondervonden.

De rechtbank neemt 40% “eigen schuld” aan de zijde van de veehouder aan. De ondernemer diende zich te realiseren dat vroegtijdige beëindiging van de kredietovereenkomst tot een beëindigingspremie zou leiden.

De rechtbank begroot de schade als gevolg van de schending door [X] van haar bijzondere zorgplicht op € 271.306,19 (zie 4.36). Van die schade dient 40% (zie 4.31) ofwel € 108.522,48 voor eigen rekening van [X] te blijven. Rabobank moet het restant van € 162.783,71 vergoeden.

Financieel Recht Advocaten

Dit vonnis is een wederom een opsteker voor ondernemers dan wel ondernemingen die last hebben van de (aanzienlijke) negatieve gevolgen van een renteswap dan wel rentederivaat. Er zijn volgens een (indicatieve) opgave van de stichting Autoriteit Financiële Markten enkele tienduizenden ondernemers dan wel ondernemingen die middels toepassing van een rentederivaat c.q. -swap gefinancierd zijn waarmee zij dachten voor een zekere rentevergoeding te kiezen, maar geconfronteerd worden met negatieve gevolgen als risico-opslagen, margin calls dan wel aanzienlijke beëindigingsvergoedingen bij tussentijdse beëindiging. Heeft u vragen over uw renteswap of een conflict met uw bank? Neem vrijblijvend contact op met een van onze advocaten.

Klik hier voor de gehele uitspraak.

Zie voor vergelijkbare uitspraken:

Sylvia Rietbroek

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant