AFM evaluatie leidt tot waarschuwing en verscherpt toezicht crowdfunding

Meneer C heeft in augustus 2004, met tussenkomst van een adviseur, een overlijdensrisicoverzekering afgesloten in het kader van het afsluiten van een hypothecaire geldlening. De overlijdensrisico verzekering had een looptijd van 22 jaar. Het verzekerd kapitaal bedroeg € 160.000,- en de premie bedroeg € 78,-. Deze overeenkomst is op verzoek van meneer C per 1 mei 2017 omgezet naar een nieuwe verzekering. Daarbij bleef de einddatum en het verzekerd kapitaal ongewijzigd, maar de premie daalde naar € 10 per maand. Bij het vaststellen van de nieuwe premie heeft de verzekeraar rekening gehouden met het bedrag dat aan winstdeling in de oorspronkelijke verzekering was opgebouwd. Dit bedroeg € 2.412,99. Zonder deze inbreng zou meneer C een maandpremie van € 35 moeten betalen.

Consument vordert schadevergoeding van bijna € 5.000 wegens zorgplichtschending door adviseur

Meneer C heeft vervolgens een klacht ingediend bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening. Meneer C vordert daarbij dat de adviseur een schadevergoeding dient te betalen. Volgens meneer C dient de adviseur de teveel betaalde premies over een periode van 151 maanden aan hem te vergoeden. De schade begroot meneer C daarbij op € 4.983,-. Volgens meneer C is de adviseur toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn zorgplicht. De adviseur had contact op moeten nemen met meneer C en hem er expliciet op moeten wijzen dat de tarieven van de verzekeraar voor een overlijdensrisicoverzekering een sterke daling vertoonden. Indien de adviseur zich wel in voldoende mate proactief had opgesteld was er sprake geweest van een substantiële lagere premielast voor meneer C. De adviseur heeft hiertegen verweer gevoerd.

De Commissie merkt allereerst op dat de adviseur bij de uitvoering van zijn werkzaamheden verplicht is de zorg te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon mag worden verwacht. Dit volgt uit artikel 7:401 van het Burgerlijk Wetboek. Hij dient daarbij te waken voor de belangen van de verzekeringsnemers bij de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen. Dit volgt ook uit een uitspraak van de Hoge Raad. De vraag die de Commissie in deze procedure dient te beantwoorden is of de adviseur aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Meer specifiek dient de Commissie de vraag te beantwoorden of van de adviseur mocht worden verwacht dat hij met meneer C contact opnam om te onderzoeken of de verzekering, als gevolg van premiewijzigingen, aanpassing nodig had.

Adviseur dient periodiek aandacht te besteden aan de verzekeringen in zijn portefeuille

De Commissie is het met meneer C eens dat uit de zorgplicht van de adviseur voortvloeit dat hij de verplichting heeft om periodiek aandacht te besteden aan de verzekeringen die hij in zijn portefeuille heeft. Wat de omvang van deze verplichting is hangt af van wat partijen daarover zijn overeengekomen en van de omstandigheden van het geval. Daarbij kan onder andere gekeken worden naar de aard van de verzekering en de omvang van de provisie die de adviseur voor het beheer van de verzekering ontvangt.

De adviseur stelt dat hij wel heeft voldaan aan zijn zorgplicht doordat hij meneer C op verschillende momenten heeft gemaild met mogelijkheden om te besparen op de hypothecaire geldlening. Dit waren echter mailingen van algemene aard. De adviseur heeft meneer C op geen enkel moment geattendeerd over de verlaging van de tarieven die verzekeraars hanteerde bij overlijdensrisicoverzekeringen. Meneer C stelt dat hij niet op de email heeft gereageerd omdat hij zijn hypotheek in 2009 al bij een andere adviseur heeft ondergebracht. De Commissie komt daarom tot het oordeel dat de adviseur tekort is geschoten in de nakoming van zijn zorgplicht jegens meneer C.

Zorgplichtschending van adviseur heeft geleid tot ruim € 3.000 schade

De volgende vraag die de Commissie dient te beantwoorden is of de schending van de zorgplicht door de adviseur heeft geleid tot schade bij meneer C. Volgens de Commissie is het aannemelijk dat meneer C ruim vóór 1 mei 2017 bereid zou zijn geweest om zijn overlijdensrisicoverzekering tegen een lagere premie om te zetten. De verzekeraar was immers bereid om een nieuwe overeenkomst met meneer C te sluiten tegen een veel lagere premie bij een gelijkblijvende dekking. Het is onmogelijk om precies vast te stellen op welk moment en tegen welke premie de verzekering zou worden overgesloten. De Commissie heeft dit daarom geschat. Zij hebben de totale gemiste premiebesparing vastgesteld op een bedrag van € 3.268,- (76 maanden van € 43,-).

Klik hier voor de volledige uitspraak van het kifid.

Financieel recht advocaten

Heeft u ook een geschil met uw verzekeraar of adviseur over uw verzekering? Of heeft u het idee dat de verzekeraar of tussenpersoon haar zorgplicht op andere wijze heeft geschonden? Neem dan hier vrijblijvend contact op met een van onze advocaten. Ons kantoor heeft ruime ervaring met het procederen tegen verzekeraars, banken, tussenpersonen, financieel adviseurs, hypotheekadviseurs, beleggingsadviseurs alsmede vermogensbeheerders.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86
Victor Welten

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant