Wanneer mag een bank de rekening van een bedrijf opzeggen vanwege cliëntenonderzoek?
In een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2025:3542) bevestigt het hof dat SNS Bank de bankrelatie met telecombedrijf Suntel mocht beëindigen, omdat het cliëntenonderzoek niet succesvol kon worden afgerond. Deze blog legt uit wat deze uitspraak betekent voor ondernemers en particulieren die te maken krijgen met een opgezegde bankrekening, en welke juridische kaders daarbij een rol spelen.
Beëindiging van de bankrelatie op grond van de Wwft
SNS Bank zegde in 2021 de relatie met Suntel op, omdat het cliëntenonderzoek – vereist op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) – niet kon worden afgerond. Banken zijn verplicht cliëntenonderzoek te doen om witwasrisico’s te beperken. Dit houdt in dat zij vragen mogen stellen aan hun klanten over bijvoorbeeld de herkomst van geld, de bedrijfsstructuur of strafrechtelijke betrokkenheid. In dit geval was Suntel actief in de telecombranche, een sector die door toezichthouders wordt gezien als risicovol vanwege de mogelijkheid tot misbruik voor witwaspraktijken.
SNS stelde herhaaldelijk vragen aan Suntel, onder andere naar aanleiding van een publicatie in het Algemeen Dagblad waarin de naam van de bestuurder werd genoemd in verband met strafbare feiten. Volgens SNS bleef een inhoudelijk antwoord uit. Ook andere gevraagde documenten, zoals een kasboek en een jaarrekening, werden niet (correct) verstrekt.
Wat zegt de wet over cliëntenonderzoek?
Op basis van artikel 3 van de Wwft moet een bank haar klant kennen en begrijpen. Het onderzoek strekt zich uit tot de identiteit van de klant, het doel van de relatie, en de herkomst van de middelen. Als een bank dit onderzoek niet kan afronden, dan moet zij – op grond van artikel 5 lid 3 Wwft – de relatie beëindigen.
De klant is verplicht om mee te werken aan dit onderzoek. Deze plicht vloeit mede voort uit de Algemene Bankvoorwaarden (ABV), waarin staat dat de klant informatie moet verstrekken als de bank daarom vraagt.
Zorgplicht en redelijkheid: heeft de bank niet te snel gehandeld?
Een bank moet zorgvuldig handelen. Volgens het Burgerlijk Wetboek (artikel 6:248 lid 2 BW) kan een opzegging soms in strijd zijn met redelijkheid en billijkheid, bijvoorbeeld als iemand zonder bankrekening volledig wordt uitgesloten van deelname aan het maatschappelijk verkeer. In dit geval oordeelde het hof echter dat SNS wél zorgvuldig had gehandeld. De bank had meermaals uitstel verleend, duidelijk gecommuniceerd en het traject liep al sinds 2016. Op het moment van opzegging was de informatie nog steeds onvolledig.
Volgens het hof was het gerechtvaardigd dat SNS tot beëindiging overging, omdat Suntel structureel te weinig meewerkte aan het cliëntenonderzoek. Van opzet of schuld was geen sprake, maar dat is ook niet vereist: het gaat erom of het onderzoek praktisch nog kon worden afgerond. Het hof vond van niet.
Wat als de klant is vrijgesproken van strafbare feiten?
Suntel voerde aan dat de bestuurder in het genoemde krantenartikel uiteindelijk is vrijgesproken, en dat dit op grond van artikel 6 lid 2 EVRM (‘onschuldpresumptie’) betekent dat er geen reden meer was voor zorgen over witwasrisico’s. Het hof wees dit verweer af. Het doel van de Wwft is risicobeheersing, niet strafrechtelijke veroordeling. Vrijspraak neemt het witwasrisico voor de bank niet per definitie weg, zeker als andere signalen, zoals verdachte transacties of gebrekkige medewerking, blijven bestaan.
Wat betekent deze uitspraak voor u?
Heeft uw bankrekening te maken gehad met een onverwachte beëindiging of opzegging? Dan is het belangrijk te weten dat banken verplichtingen hebben, maar ook u als klant bent wettelijk verplicht om mee te werken aan cliëntenonderzoek. Een weigering of onvolledige informatie kan leiden tot beëindiging van de relatie, zelfs als u zelf niets strafbaars heeft gedaan. Tegelijkertijd mag een bank niet lichtvaardig of willekeurig handelen: zij moet zorgvuldig toetsen, en mag geen misbruik maken van haar machtspositie.
Wanneer heeft u juridische hulp nodig?
U kunt in de problemen komen als:
Uw bankrekening of die van uw bedrijf plotseling is opgezegd.
U bent geregistreerd in het EVR of IVR (interne of externe verwijzingsregisters).
Uw hypotheek- of kredietaanvraag is geweigerd op grond van risicobeoordeling.
U wordt gevraagd om uitgebreide documenten in het kader van cliëntenonderzoek en weet niet wat u moet aanleveren.
Deze situaties kunnen verstrekkende gevolgen hebben, zoals het verlies van toegang tot betalingsverkeer, reputatieschade of het stilvallen van uw onderneming. In veel gevallen is juridische actie mogelijk, bijvoorbeeld via een kort geding of een klacht bij het Kifid of de rechter.
Heeft uw bank de rekening beëindigd vanwege cliëntenonderzoek? Neem dan direct contact op met Financieel Recht Advocaten. Wij zijn gespecialiseerd in conflicten met banken en financiële instellingen, en kunnen u helpen uw positie te beschermen. Wacht niet te lang – in veel gevallen zijn termijnen kort en is snelle actie essentieel.
Financieel Recht Advocaten – uw partner bij opzegging van de bankrekening door cliëntenonderzoek.