Uitspraak: Van Follow The Money naar beëindiging van de bankrelatie

“Een bank mag een zakelijke bankrelatie beëindigen wanneer zij een Wwft-cliëntenonderzoek niet kan afronden doordat de klant onvoldoende inzicht geeft in de herkomst van geldstromen. Dat media-aandacht de aanleiding vormt voor een onderzoek is daarbij niet beslissend. Doorslaggevend is of de bank na herhaalde informatieverzoeken de integriteitsrisico’s nog steeds niet kan beoordelen.”

ECLI:NL:RBAMS:2026:7202

Een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 15 juni 2026 (ECLI:NL:RBAMS:2026:7202) laat zien dat een Cliëntenonderzoek niet alleen draait om het beantwoorden van vragen, maar vooral om het kunnen onderbouwen van verklaringen met controleerbare documentatie. In deze zaak ontstond het onderzoek nadat publicaties suggereerden dat een vastgoedtransactie mogelijk indirect was gefinancierd met NOW-subsidies. De onderneming betwistte die berichtgeving, maar de bank wilde de herkomst van de geldstromen zelfstandig kunnen verifiëren. Toen dat na maanden van correspondentie niet lukte, beëindigde de bank de relatie en besloot zij tot opname in het IVR. De voorzieningenrechter oordeelde dat dit voorlopig stand kon houden. De uitspraak geeft daarmee een interessant inkijkje in de manier waarop een rechter kijkt naar de verhouding tussen mediaberichtgeving, Wwft-cliëntenonderzoek en de verplichtingen van zowel bank als klant.

Lees de volledige uitspraak hier.


Wanneer nieuwsberichten aanleiding worden voor een Wwft-onderzoek

Opvallend aan deze zaak is dat het cliëntenonderzoek niet begon vanwege een ongebruikelijke transactie of een melding van een toezichthouder, maar naar aanleiding van publicaties van onderzoeksplatform Follow the Money. Daarin werd de vraag opgeworpen of een vastgoedobject mogelijk was aangekocht met gelden die afkomstig waren uit de NOW-regeling.

De onderneming stelde dat de berichtgeving onjuist en ongenuanceerd was en wees erop dat daarover een juridische procedure liep. De voorzieningenrechter maakte echter duidelijk dat dit niet de kern van de zaak was. De publicaties vormden slechts de aanleiding om nader onderzoek te doen. Daarna moest de bank zelfstandig beoordelen of zij voldoende inzicht kon krijgen in de relevante geldstromen.

Dat onderscheid is juridisch van belang. Een bank hoeft mediaberichten niet zonder meer als waarheid aan te nemen, maar mag dergelijke informatie wel gebruiken als aanleiding voor een Wwft-cliëntenonderzoek door de bank. Uiteindelijk moet de beslissing om een bankrelatie te beëindigen worden gebaseerd op de uitkomsten van het eigen onderzoek.


Gebrek aan verifieerbare informatie vormde het probleem

De uitspraak laat goed zien dat de rechter het accent legt op de kwaliteit van de verstrekte informatie. De onderneming had wel antwoorden gegeven en verschillende documenten aangeleverd, maar volgens ING ontbraken juist de stukken waarmee de verklaringen konden worden gecontroleerd.

Centraal stonden bankafschriften waaruit de oorspronkelijke herkomst moest blijken van gelden die vanuit een gelieerde vennootschap waren overgemaakt en vervolgens werden gebruikt voor de aankoop van een vastgoedobject. Die bankafschriften werden gedurende lange tijd niet verstrekt, terwijl de bank daar herhaaldelijk om had gevraagd.

Daarnaast bleven ook vragen bestaan over een contante storting van € 11.500. Volgens de onderneming betrof dit contant betaalde huur, maar de overgelegde stukken sloten volgens de bank niet aan bij de betreffende periode en maakten de herkomst van het geld niet controleerbaar. Volgens de voorzieningenrechter mocht de bank onder deze omstandigheden concluderen dat zij haar cliëntenonderzoek niet kon afronden.


Waarom de rechter de uitleg over ontbrekende bankafschriften niet overtuigend vond

Een belangrijk onderdeel van het vonnis betreft de verklaring waarom bepaalde bankafschriften niet konden worden verstrekt.

De onderneming voerde aan dat alleen haar bestuurder deze gegevens bij een andere bank kon opvragen en dat hij langdurig in Turkije verbleef vanwege gezondheidsproblemen. Uiteindelijk werden alsnog bankafschriften overgelegd, maar pas nadat de kortgedingprocedure al liep.

De voorzieningenrechter vond deze verklaring onvoldoende overtuigend. Daarbij speelde niet alleen de lange periode waarin de stukken ontbraken een rol, maar ook dat de uiteindelijk verstrekte afschriften volgens ING nog steeds geen duidelijk antwoord gaven op de vraag waar de middelen oorspronkelijk vandaan kwamen.

De uitspraak laat zien dat niet alleen telt óf documenten uiteindelijk worden aangeleverd, maar ook wanneer dat gebeurt en of zij daadwerkelijk antwoord geven op de concrete vragen die de bank stelt tijdens een cliëntenonderzoek.


Een bank hoeft volgens de rechtbank geen eigen speuronderzoek te verrichten

Interessant is ook het oordeel over de contante huurbetalingen. De onderneming vond dat ING zelf in historische bankgegevens had kunnen nagaan welke huurder de betreffende contante betalingen had gedaan. De voorzieningenrechter wees dat argument af.

Volgens de rechter rust de verplichting om duidelijkheid te verschaffen primair op de klant. De bank beschikt niet over opsporingsbevoegdheden en hoeft ontbrekende informatie niet zelf bijeen te zoeken wanneer de klant daarvoor verantwoordelijk is.

Dat sluit aan bij de systematiek van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren terrorisme en de Algemene Bankvoorwaarden. De bank is voor haar cliëntenonderzoek grotendeels afhankelijk van de informatie die de klant verstrekt. Wanneer die informatie onvoldoende controleerbaar is, kan dat uiteindelijk leiden tot een beëindiging van een bankrelatie.


Ook zonder bewezen fraude kan beëindiging gerechtvaardigd zijn

Een terugkerend misverstand bij Wwft-geschillen is dat een bank eerst moet aantonen dat daadwerkelijk sprake is van fraude of witwassen. De voorzieningenrechter benadrukt opnieuw dat dit niet de juiste maatstaf is. Wanneer een bank haar cliëntenonderzoek niet kan voltooien, verplicht artikel 5 lid 3 Wwft haar juist om de relatie te beëindigen. Daarvoor is niet vereist dat vaststaat dat de klant strafbare feiten heeft gepleegd.

De rechter verwijst nadrukkelijk naar de maatschappelijke taak van banken om integriteitsrisico’s te beheersen. Als na een langdurig onderzoek nog steeds onvoldoende inzicht bestaat in de herkomst van geldstromen, kan dat al voldoende zijn om de bancaire relatie te beëindigen.

In deze procedure speelde bovendien mee dat tijdens het lopende geschil nieuwe ontwikkelingen bekend werden rondom een strafrechtelijk onderzoek naar ondernemingen binnen hetzelfde concern. De voorzieningenrechter noemt deze omstandigheden als bevestiging van de bestaande integriteitsrisico’s, maar de beslissing steunt niet uitsluitend daarop. Ook zonder die latere ontwikkelingen achtte de rechter de informatievoorziening al onvoldoende.


Waarom ook de IVR-registratie in stand bleef

Naast de beëindiging van de bankrelatie verzette de onderneming zich tegen opname van haar gegevens in het Intern Verwijzingsregister. De voorzieningenrechter maakt een duidelijk onderscheid tussen een IVR-registratie en een registratie in het EVR. Een IVR is uitsluitend toegankelijk binnen de eigen bankorganisatie en kent daarom een ander juridisch toetsingskader dan een externe frauderegistratie.

Omdat volgens de rechter sprake was van een gerechtvaardigd integriteitsrisico en de registratie beperkt bleef tot het interne register, achtte hij de verwerking van persoonsgegevens proportioneel. Het gevorderde verbod werd daarom eveneens afgewezen.

Voor ondernemers die worden geconfronteerd met een bezwaar tegen EVR-registratie of een interne registratie maakt deze uitspraak duidelijk dat een IVR-registratie juridisch een andere beoordeling kent dan een EVR-opname.


Praktische betekenis

Deze uitspraak laat zien dat een Wwft-cliëntenonderzoek in de praktijk vaak niet vastloopt op één enkele transactie, maar op de mogelijkheid om verklaringen met objectieve stukken te onderbouwen. Dat geldt in het bijzonder wanneer geldstromen lopen tussen gelieerde vennootschappen of wanneer vastgoedtransacties worden gefinancierd vanuit complexe concernstructuren.

Daarnaast blijkt dat mediaberichtgeving op zichzelf niet voldoende is om een bankrelatie te beëindigen. Wel kan dergelijke berichtgeving aanleiding zijn voor verscherpt onderzoek. Daarna verschuift de aandacht volledig naar de vraag of de klant voldoende controleerbare informatie verstrekt. Blijven essentiële vragen onbeantwoord, dan kan een bank zich beroepen op haar verplichtingen uit de Wwft en uiteindelijk overgaan tot beëindiging van de relatie. In procedures over een procedure tegen een bank of financiële dienstverlener zal daarom vaak de vraag centraal staan of de bank daadwerkelijk onvoldoende inzicht had om haar wettelijke verplichtingen na te komen.

Afsluiting

Financieel Recht Advocaten staat cliënten bij in bank- en financiële geschillen, waaronder cliëntenonderzoek, Wwft-kwesties, beëindiging van bankrelaties, EVR/IVR-registraties, hypotheek- en financieringskwesties en procedures tegen financiële dienstverleners. Bij geschillen over interne bankregistraties of persoonsgegevens na Wwft-onderzoek kan Vrijblijvend contact worden opgenomen voor een eerste beoordeling van de juridische positie.


Praktische FAQ’s

Kan een bank een cliëntenonderzoek starten vanwege nieuwsberichten?

Ja. Openbare bronnen kunnen aanleiding vormen voor een cliëntenonderzoek. De uiteindelijke beslissing moet echter worden gebaseerd op de resultaten van het eigen onderzoek van de bank.

Moet een bank eerst fraude bewijzen voordat zij de bankrelatie mag beëindigen?

Nee. Als een bank haar cliëntenonderzoek niet kan afronden doordat onvoldoende controleerbare informatie beschikbaar komt, kan beëindiging op grond van de Wwft mogelijk zijn zonder dat fraude is bewezen.

Waarom waren de bankafschriften zo belangrijk?

De bank wilde de oorspronkelijke herkomst kunnen vaststellen van gelden die waren gebruikt voor een vastgoedtransactie. Zonder die onderliggende documentatie konden de verklaringen van de onderneming volgens de rechter niet worden geverifieerd.

Waarom bleef de IVR-registratie in stand?

Omdat de registratie uitsluitend intern zichtbaar is en de rechter oordeelde dat de bank een gerechtvaardigd integriteitsbelang had bij de verwerking van de gegevens.


Rob Silvertand

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 20+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant