De Commissie stelt ten aanzien van het tweede klachtonderdeel dat niet blijkt uit de stukken dat Consumenten een andere hypotheekvorm dan een aflossingsvrije hypotheek en een rentevastperiode van 30 jaar wensten. Consumenten zijn daarnaast akkoord gegaan met deze hypotheekvorm door de hypotheekofferte te tekenen. Consumenten hebben de hypotheekvorm en rentevastperiode wel geaccepteerd omdat zij alleen onder deze voorwaarden een hypothecaire lening bij de bank konden verkrijgen. Het feit dat het alleen onder deze voorwaarden kon kan niet leiden tot de conclusie dat er sprake is van dwang door de bank. Ook het tweede klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard. De vordering van consumenten wordt dus afgewezen.

Na het eindigen van de relatie tussen mevrouw en meneer werd de woning verkocht met een restschuld van ruim 40 mille. Op de geldlening voor het huis was de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) van toepassing. Hiervoor moet wel aan alle voorwaarden worden voldaan, voordat het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) de restschuld geheel of voor een deel voldoet. Het gescheiden stel voldeed niet aan alle eisen, waardoor ze niet in aanmerking kwamen voor de vergoeding.

Nationale Nederlanden Bank (Hierna: NN Bank) had de restschuld al gedeclareerd bij de WEW. De WEW was al bijna tot uitkering van 23.000 euro overgegaan. Echter, het werd duidelijk dat het gescheiden stel niet aan alle voorwaarden voldeden. De vrouw werd vervolgens benaderd om een betalingsregeling te treffen. Hierbij werden twee opties voorgelegd: ze kon ervoor kiezen de WEW-schuld af te kopen door direct ruim 8.000 te betalen, of een betalingsregeling aan te gaan. Mevrouw koos voor het afkopen van de WEW-schuld, om zo meteen van alle betalingsverplichtingen af te zijn.

Althans dat dacht mevrouw. Zij had zich niet gerealiseerd dat de bank ook nog ruim 20 mille tegoed had. Ook de bank klopte bij mevrouw aan, nu bij haar ex-partner niets viel te halen aangezien hij in de schuldsanering zat. Mevrouw was het hier niet mee eens, nu meneer wel in de WSNP zit, maar nog wel een aanzienlijk inkomen heeft. Daarnaast was mevrouw in de veronderstelling dat de ruim 8.000 euro zowel de schuld bij de bank als de schuld bij de WEW dekte. Daarnaast was mevrouw van mening dat bij haar ex-partner het geld moest worden verhaald, nu hij alle ellende zou hebben veroorzaakt. Volgens haar was dit in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

Oordeel van de commissie

De commissie is van oordeel dat de bank niet verplicht kan worden het geld bij de ex-partner te verhalen. Omdat sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid, kan de bank consument voor het hele bedrag van de restschuld nog aanspreken. Daarnaast blijkt ook dat de bank geprobeerd heeft om het geld bij de ex-partner te halen. Echter, dit was zonder succes.

Eveneens klaagt mevrouw over het feit dat was gemeld dat de betaling van ruim 8.000 euro ervoor zou zorgen dat ze van de totale schuld af zou zijn. Deze grond slaagt niet, nu de brief afkomstig was van de WEW en niet van de bank. Onduidelijkheden uit de brief van de WEW kunnen niet toegerekend worden aan de bank. Daarnaast staat in de brief expliciet vermeld dat het de schuld aan de WEW betreft en de bank eveneens de rest van het verlies kan vorderen. Ook deze verkeerde veronderstelling van mevrouw kan de bank niet worden verweten. Daarnaast is er geen reden in dit geval waarom de bank de consument, namelijk mevrouw, niet mocht aanspreken tot betaling van de restschuld.

Klik hier voor het gehele artikel van AMweb.

Klik hier voor de volledige uitspraak van het Kifid.

Financieel Recht Advocaten

Heeft u een vraag over borgtocht of hoofdelijkheid? Neem gerust contact met ons op. Wij staan u graag te woord.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant