Grolsch hoofdelijk c.q. borgstelling krediet

X was aandeelhouder van een horecagelegenheid met de handelsnaam 'The Mansion'. In 2007 verstrekt Grolsch een geldlening aan The Mansion. Op grond van de geldleningsovereenkomst diende The Mansion vanaf 1 november 2007 gedurende 60 maanden maandelijks een bedrag van € 5.069,10 aan Grolsch (terug) te betalen. In de geldleningsovereenkomst is opgenomen dat X zich hoofdelijk jegens Grolsch had verbonden tot nakoming van alle verplichtingen die uit de geldleningsovereenkomst voortvloeiden. Begin 2009 is een betalingsachterstand ontstaan. Op 13 oktober 2009 is The Mansion falliet verklaard.

Grolsch vordert dat X wordt veroordeeld tot betaling van € 187.392,30 aan Grolsch. Grolsch voert daartoe aan dat X zich in de geldleningsovereenkomst hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld. X voert aan dat er geen sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid, maar feitelijk van een particuliere borgtocht. X stelt dat de vordering van Grolsch afgewezen dient te worden, nu geen maximum aan de borgstelling is verbonden en dus nietig is.

Rechtbank: hoofdelijkheid versus borgstelling

Van borgtocht is sprake als iemand zich tegenover een schuldeiser verbindt tot nakoming van een verbintenis van een derde. Een borg is iemand die slechts zekerheid aan een schuldeiser wil verschaffen en die in zijn relatie tot de hoofdschuldenaar niet draagplichtig is. Voor het antwoord of er sprake is van borgtocht, is niet van doorslaggevend belang welke bewoordingen in de overeenkomst zijn gebruikt. Ook als iemand verklaart zich te verbinden als hoofdelijk schuldenaar, maar de schuldeiser weet bij het aangaan van de overeenkomst dat diegene niet draagplichtig is, is er sprake van een borgstelling.

Grolsch wist of had in onderhavig geval moeten weten dat slechts beoogd werd om zekerheid te stellen. Gesteld noch gebleken is dat X in deze situatie draagplichtig is. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat X zich niet hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld, maar dat er sprake is van een (particuliere) borgtocht.

Rechtbank: particuliere borgstelling is niet nietig

Het beroep van X op de nietigheid van borgtocht slaagt niet. Op grond van artikel 7:858 BW moet een maximumbedrag worden opgenomen in de (overeenkomst van) borgtocht voor zover het bedrag van de verbintenis van de schuldenaar op het tijdstip van het aangaan van de borgtocht niet vaststaat.

In de geldleningsovereenkomst is bepaald dat de lening dient te worden terugbetaald in 60 maandelijkse termijnen van € 5.069,10. Dat betekent dat voor X op het moment van het aangaan van de borgtocht duidelijk was welk bedrag The Mansioen aan Grolsch verschuldigd was, namelijk € 304.146,- (60 maal € 5.069,10). Dit maakt dat de onderhavige borgstelling voldoet aan het vereiste van artikel 7:858 BW en daarom geldig is.

Financieel Recht Advocaten

Heeft u een vergelijkbaar problemen met de bank als in deze casus, neem dan contact met ons op. Ons kantoor heeft ruime ervaring met het procederen tegen banken, ook als het gaat om borgstelling als privépersoon of als ondernemer. Klik hier om vrijblijvend met ons contact op te nemen.

Klik hier voor de gehele uitspraak.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:

Rob Silvertand

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant