Menu

ING mag opslag niet eenzijdig wijzigen

Blosh c.s. is medio 2010 met ING een kredietovereenkomst aangegaan. In de kredietovereenkomst staat voor zover relevant;

  • Gedurende de eerste rentevaste periode van 3 maanden bedraagt het rentepercentage het op de dag van effectuering van deze overeenkomst geldende 3-maands EURIBOR, verhoogd met een opslag van 1,70% per jaar. Na iedere periode van 3 maanden zal het rentepercentage worden herzien en worden vastgesteld op het op de vervaldag geldende 3-maands EURIBOR, verhoogd met een opslag van 1,70% per jaar.
  • Artikel 4 van de Algemene voorwaarden Bedrijfshypotheek aan de ommezijde is ter zake het door de bank gebruik maken van het recht het rentepercentage te wijzigen alleen van toepassing indien de bank gebruik maakt van het recht om het onderdeel opslagpercentage te wijzigen.

Artikel 4 van de Algemene voorwaarden Bedrijfshypotheek van ING houdt in:

  • Indien de bank van zijn recht om het rentepercentage en/of de voorwaarden van deze overeenkomst te wijzigen, gebruik maakt, dient de bank hiervan ten minste twee weken voor de afloop van desbetreffende termijn kennis te geven aan cliënt. Indien het voorstel tot rentewijziging en/of wijziging der voorwaarden door cliënt niet wordt aanvaard, zal het restant van het geleende bedrag met rente en/of kosten op de datum, waarop de rente en/of de voorwaarden gewijzigd kunnen worden, dienen te worden afgelost, zonder dat een vergoeding wegens voortijdige aflossing verschuldigd is.

In 2014 heeft ING aan Blosh c.s. bericht dat het opslagpercentage zal worden verhoogd van 1,70% naar 3,10%. Blosh c.s. was hier niet mee eens en heeft zich tot de rechtbank gewend. Bij de rechtbank is Blosh c.s. in het gelijk gesteld, waarna ING in hoger beroep is gekomen tegen dit vonnis.

Beoordeling gerechtshof

Volgens ING zijn partijen overeengekomen dat zij die opslag eenzijdig kan verhogen indien haar kosten en rendement haar daartoe aanleiding geven. In 2014 heeft zij de verhoging gebaseerd op een structurele stijging van de risico- en kapitaalkosten waardoor het geldende opslagpercentage niet meer kostendekkend is.

Het hof overweegt als volgt. De bewoordingen in de overeenkomst "Na iedere periode van 3 maanden zal het rentepercentage worden herzien en worden vastgesteld op het op de vervaldag geldende 3-maands EURIBOR, verhoogd met een opslag van 1,70% per jaar" laten op zichzelf geen andere uitleg toe dan dat de op de renteherzieningsdatum opnieuw vastgestelde rente steeds wordt verhoogd met een opslag van 1,70%. Dat pleit voor het standpunt van Blosh c.s. dat partijen een vaste opslag van 1,70% zijn overeengekomen. Dat wordt niet anders in het licht van de bewoordingen in de overeenkomst: Artikel 4 van de Algemene voorwaarden (...) is ter zake het door de bank gebruik maken van het recht het rentepercentage te wijzigen alleen van toepassing indien de bank gebruik maakt van het recht om het onderdeel opslagpercentage te wijzigen. Hier wordt beschreven in welk geval artikel 4 van de algemene voorwaarden van toepassing is, oftewel onder welke omstandigheden Blosh c.s. boetevrij tussentijds mag aflossen, namelijk wanneer ING gebruik maakt van het recht om het opslagpercentage te wijzigen. Dat ING dat recht ook zou toekomen valt daarin echter niet te lezen, terwijl dat uit de bewoordingen van het eerdere beding juist niet volgt.

De conclusie moet derhalve zijn dat voor de hele looptijd van de overeenkomsten een vaste renteopslag van 1,70% is overeengekomen. Ook het Hof stelt Blosh dus in het gelijk.

Klik hier voor het volledige arrest van het Gerechtshof Amsterdam.

Financieel Recht Advocaten

Heeft u in de afgelopen jaren ook meer rente betaald dan u met de bank had afgesproken en wilt u laten onderzoeken of die verhoging onterecht was? Neem dan contact met ons op. Wij bespreken graag de mogelijkheden met u.

Zie vergelijkbare nieuwsberichten:


Terug


Laatste tweets