Tussen Dexia en Afnemer is een effectenlease-overeenkomst overeengekomen. Bij brief van 19 april 2011 heeft Dexia aan Afnemer geschreven dat er nog een openstaande post van € 1.728,12 exclusief rente door haar van Afnemer te vorderen is. Omdat Afnemer geen afspraak wilde maken is Dexia een procedure gestart.

De vordering

Dexia vordert dat de rechtbank:

  • Afnemer zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 534,72, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 maart 2006;
  • zal verklaren voor recht dat Dexia met betrekking tot de tussen haar en Afnemer gesloten overeenkomst aan al haar verplichtingen heeft voldaan en derhalve niets meer aan Afnemer verschuldigd is, met veroordeling van Afnemer in de proceskosten.
Volgens Dexia is de bestaande restschuld niet betaald. Daarnaast stelt Afnemer dat hij een vordering heeft op Dexia, zonder dat hij dit inhoudelijk motiveert. Vandaar dat Dexia om een verklaring voor recht, dat Dexia niets verschuldigd is aan Afnemer, vraagt.

De beoordeling

De rechtbank stelt vast dat het om een effectenlease-overeenkomst gaat. Kenmerk van dit product is, dat de afnemer van het product met geleend geld belegt. Na het instorten van de aandelenmarkt zijn vele afnemers geconfronteerd met restschulden en andere verliezen.

Bij een conflict over een effectenlease-overeenkomst zijn volgens de rechtbank vijf verschillende conclusies te trekken:

  • er is sprake van huurkoop;
  • er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden; evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck;
  • Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld;
  • Afnemer heeft schade geleden, bestaande uit verschuldigde termijnen en restschuld;
  • er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade en de onrechtmatige daad van Dexia.
Voor toewijzing van de vordering van Dexia is vereist dat in dit geding kan worden vastgesteld dat zij niets meer aan Afnemer verschuldigd is, zo overweegt de rechtbank.

Met de door de Hoge Raad gegeven maatstaven staat in deze zaak vast dat Dexia een onrechtmatige daad heeft gepleegd, dat de daardoor veroorzaakte schade, waarvoor Dexia in beginsel aansprakelijk is, en dat de eigen schuld als bedoeld in artikel 6:101 BW de verdeelsleutel geeft om die schade over partijen te verdelen. Dat de mogelijkheid van nieuwe ontwikkelingen in de jurisprudentie aanwezig is, vormt geen belemmering om op de voorgelegde geschilpunten te beslissen, nu die mogelijkheid ook op andere rechtsterreinen en in andere soorten zaken steeds aanwezig is.

Afnemer heeft de overeenkomst met Dexia afgesloten via een tussenpersoon, Pont & Partners B.V. Afnemer stelt dat de tussenpersoon niet beschikt over de voor beleggingsadvieswerkzaamheden noodzakelijke vergunning. Dexia heeft dit niet weersproken. Beoordeeld wordt daarom of de tussenpersoon beleggingsadvieswerkzaamheden verrichtte en of Dexia daarvan op de hoogte was of behoorde te zijn.

Dexia is in de dagvaarding ingegaan op een mogelijk door Afnemer te voeren verweer omtrent de rol van de tussenpersoon. Hetgeen daarbij door Dexia is aangevoerd is een onvoldoende weerlegging van de door Afnemer gestelde concrete gang van zaken met betrekking tot een huisbezoek en de advisering en de ter onderbouwing overgelegde stukken. Aangenomen wordt daarom door de rechtbank dat sprake is geweest van advisering door een tussenpersoon zonder de vereiste vergunning.

Het volgende punt dat ter beoordeling voor ligt is dan de wetenschap van Dexia met betrekking tot de onbevoegde advisering. Afnemer stelt dat Dexia wist, althans behoorde te weten, dat de tussenpersoon een op zijn persoon toegesneden beleggingsadvies heeft gegeven. Dexia betwist dit.

Het had op de weg van Dexia gelegen om bij de totstandkoming van leaseovereenkomsten navraag te doen bij de tussenpersoon of de desbetreffende klant de overeenkomst is aangegaan op advies van de tussenpersoon, teneinde te kunnen beoordelen of zij de overeenkomsten met Afnemer kon en mocht aangaan. Dat Dexia in deze zaak enig concreet hierop gericht onderzoek heeft verricht is gesteld noch gebleken. Zij had derhalve behoren te weten dat Afnemer door de tussenpersoon is geadviseerd.

Het voorgaande brengt naar het oordeel van de rechtbank mee, dat niet ten volle kan worden vastgesteld dat Dexia niets meer aan Afnemer verschuldigd is, zodat afwijzing van de vordering behoort te volgen. De vordering wordt afgewezen.

Lees hier de hele uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Heeft u het vermoeden dat u schade heeft geleden als gevolg van slecht advies van uw hypotheekadviseur en/of bank? Neem dan hier vrijblijvend contact op met een van onze advocaten. Ons kantoor heeft ruime ervaring met het procederen tegen banken, tussenpersonen, financieel adviseurs, hypotheekadviseurs, beleggingsadviseurs alsmede vermogensbeheerders.

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant