Consumenten hebben in 1999 een hypothecaire geldlening afgesloten bij een rechtsvoorganger van de Bank. Op grond van deze overeenkomst is de Bank bevoegd om bij het tussentijds aanpassen van het rentecontract een vergoeding in rekening te brengen. Vanwege een beleidswijziging brengt de Bank per 1 januari 2016 in het geval van een tussentijdse renteaanpassing indien sprake is van een rentevastperiode met rentebedenktijd geen afkoopkosten meer in rekening. Consumenten hebben in 2015 bij de Bank geïnformeerd naar de mogelijkheden om de rente tussentijds aan te passen. Maar zijn destijds niet ingegaan op de offerte van de Bank omdat zij dit te duur vonden.

De Bank heeft op 20 mei 2019 opnieuw een offerte voor het vervroegd openbreken van het rentecontract uitgebracht. De hoogte van de vergoeding heeft de Bank vastgesteld op nihil. Consumenten hebben deze offerte geaccepteerd en de Bank heeft de rente tussentijds aangepast.

Consumenten vorderen dat de Bank wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 13.902,-. De vordering bestaat uit het verschil in de betaalde rente vanaf 1 januari 2016 tot en met 1 juli 2019 en het bedrag dat zij hadden betaald als zij op 1 januari 2016 het rentecontract vervroegd hadden opengebroken.

Consumenten vinden namelijk dat de Bank hen niet heeft geïnformeerd over de mogelijkheid de geldlening per 1 januari 2016 boetevrij vervroegd af te lossen. Terwijl de Bank volgens Consumenten wel op de hoogte was van het feit dat zij vervroegd wilde aflossen. De Bank heeft hierdoor volgens de Consument haar zorgplicht geschonden.

De Bank heeft zich op het standpunt gesteld dat op haar geen verplichting rustte om de beleidswijziging proactief aan Consumenten mee te delen. Op het moment dat Consumenten contact opnemen met de Bank voor het eventueel doorvoeren van een tussentijdse renteaanpassing is dit volgens de Bank wel het geval, maar dit is niet gebeurd.

De Commissie stelt voorop dat er geen wettelijke of contractuele verplichting bestaat voor de Bank om haar cliënten te informeren over dergelijke wijzigingen. Ook de op de Bank rustende zorgplicht brengt niet met zich dat de Bank Consumenten begin 2016 had moeten informeren over haar gewijzigde beleid. De zorgplicht behelst weliswaar een informatieplicht, maar deze gaat in de omstandigheden van het onderhavige geval niet zover dat de Bank Consumenten proactief had moeten informeren over de voorgenomen gewijzigde toepassing van de voorwaarden per 1 januari 2016.

Wat de informatieplicht wel van de Bank verlangt, is dat zij Consumenten bij het afsluiten van de geldlening voldoende informeert over de op dat moment van toepassing zijnde voorwaarden. Gesteld noch gebleken is dat de bank hier niet aan heeft voldaan.

De Commissie wijst de vordering af.

Lees hier de hele uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Bent u ook ontevreden over uw bank, verzekeraar of vermogensbeheerder? Wij hebben ruime ervaring met het procederen tegen banken, verzekeraars en vermogensbeheerders alsmede tussenpersonen en/of financieel adviseurs. Neem vrijblijvend contact met ons op via ons contactformulier.

Victor Welten

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant