Coffeeshophouder wordt bankrelatie geweigerd

Een ondernemer heeft sinds 1995 een coffeeshop. De ondernemer werkt alleen met contante betalingen. De ondernemer heeft bij Rabobank een particuliere bankrekening. Om aan zij zakelijke verplichtingen te kunnen voldoen, heeft de coffeeshophouder besloten een zakelijke bankrekening te openen. De bank heeft de aanvraag in 2016 afgewezen.

In 2018 heeft de coffeeshophouder een nieuwe aanvraag gedaan. De bank heeft een gesprek gehad met de coffeeshophouder en zijn advocaat. Tijdens het gesprek is gebleken dat de coffeeshophouder 600.000 euro contant op de zakelijke rekening wilde storten. Na het gesprek heeft een medewerker van de bank laten weten dat er wellicht een optie was dat hij als zakelijke klant kon worden toegelaten. De coffeeshophouder moest aantonen wat de herkomst is van het bedrag dat hij wilde storten. Door middel van documenten moest dit worden onderbouwd.

Opnieuw heeft een gesprek plaatsgevonden. De boekhouder van de coffeeshophouder heeft aangegeven dat de administratie gebreken vertoonde. De bank heeft met de boekhouder afgesproken dat hij de herkomst van bedragen van 175.000 euro en 140.000 euro zou gaan uitzoeken en verklaren. Die bedragen waren op dat moment nog niet te verklaren. Ook moesten documenten worden overlegd waaruit blijkt dat afspraken zijn gemaakt met de fiscus over de naheffing van in het verleden te weinig opgegeven spaargelden.

Er zijn diverse documenten aan de bank toegezonden. Vervolgens heeft er een Customer Due Dilligence (CDD)-onderzoek plaatsgevonden. De bank heeft middels een aangetekende brief laten weten dat de aanvraag voor een zakelijke bankrekening voor de coffeeshophouder alsnog werd afgewezen. Zowel de bank als de Belastingdienst zouden onjuist zijn geïnformeerd. Ook zou de bank niet kunnen uitsluiten dat sprake is van witwassen. De bank wenst geen enkel risico te lopen.

De coffeeshophouder is een kort geding gestart. In het geding vordert hij dat de bank alsnog een zakelijke rekening voor hem zou openen. De rechter heeft dit afgewezen. De coffeeshophouder gaat in hoger beroep. Het hof geeft de ondernemer geen gelijk. De documenten die zijn overlegd zij onvoldoende om inzicht te krijgen in de geldstromen en de vermogenspositie. Ook is nog steeds geen zicht in de herkomst van de bedragen van 175.000 euro en 140.000 euro.

Oordeel

De coffeeshophouder heeft onvoldoende inzicht verschaft en daardoor is het niet mogelijk geweest om de herkomst van middelen vast te stellen. De ondernemer heeft ook onvoldoende weerlegd dat de bank een onjuiste opgave heeft gedan van zijn privévermogen. De bank mocht de aanvraag met een beroep op de Wwft afwijzen. Het is de bank immers verboden (artikel 5 lid 1 Wwft) een zakelijke relatie met de ondernemer aan te gaan. De ondernemer moet de proceskoten van Rabobank van het hoger beroep voldoen.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Financieel Recht Advocaten

Wilt u advies over of begeleiding bij conflicten over de zorgplicht van banken met betrekking tot een hypotheek of ander financieel product? Neem dan nu contact met ons op.

Victor Welten

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Jip van Vlokhoven

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant