Bank schendt zorgplicht bij informatieverstrekking belegging

Meneer A heeft twee beleggingsrekeningen bij bank X. Met deze beleggingsrekeningen belegde hij op basis van execution only. Meneer A koos zelf zijn beleggingen en voerde zelf de orders uit. Wel had hij een contactpersoon bij de bank. In de periode tussen 2014 en 2016 heeft meneer A voor in totaal €410.000 belegd in het product ETF WTI Crude Oil. Wanneer in februari 2016 de prijs van ruwe olie begint te stijgen merkt A op dat de waarde van de ETF WTI Crude Oil maar beperkt meestijgt. Op 1 mei 2016 vraagt hij zijn contactpersoon naar het verschil tussen de ETF en de olieprijs. Deze laat op 20 juli 2016 weten dat het product van meneer A een synthetische tracker is. Dit betekend dat de ETF niet de prijs van een vat ruwe olie volgt maar de prijs van termijncontracten. In augustus 2016 vraagt meneer A nog wat hij kan doen om het verlies van zijn belegging te beperken maar hij besluit begin november zijn volledige positie in ETF WTI Crude Oil te verkopen.

Vordering door Geschillencommissie afgewezen

Meneer A is van mening dat de bank hem niet mocht adviseren te beleggen in de ETF WTI Crude Oil. Het product sloot niet aan met de beleggingsdoelstelling van meneer A. De beleggingsdoelstelling is in 2006 vastgesteld toen meneer A de beleggingsrekeningen opende. Nu de bank hem toch dit product heeft geadviseerd is zij toerekenbaar tekortgeschoten in haar dienstverlening. Het resultaat is een schadepost van ruim €142.000 voor meneer A. In een poging zijn schade op de bank te verhalen dient meneer A een klacht in bij de Geschillencommissie van het Kifid. De Geschillencommissie is van oordeel dat meneer A heeft belegd op basis van execution only. Het is niet aannemelijk gemaakt dat de belegging aan meneer A is geadviseerd door bank X. Daarnaast zou de zorgplicht van de bank niet zover strekken dat zij meneer A uitdrukkelijk had moeten wijzen op het feit dat de tracker een synthetische tracker was. De vordering van meneer A wordt op die gronden door de Geschillencommissie afgewezen.

Bank heeft onvoldoende informatie verstrekt

In hoger beroep voert meneer A aan dat hij niet bekend was met de specifieke eigenschappen van de indextracker. Hij is van mening dat de bank hem onvoldoende informatie over het product heeft verschaft. Bovendien stelt hij dat het product achteraf helemaal niet geschikt is voor particuliere beleggers.

Zorgplicht verplicht bank informatie te verstrekken

De Commissie van Beroep stelt bij de behandeling van het beroep voorop dat meneer A belegde op basis van execution only. Het lag daarom op de weg van A om zich te laten informeren over de producten waarin hij investeerden. De Commissie van Beroep overweegt dat de zorgplicht van de bank wel meebracht dat de bank haar cliënten in staat stelden om goed geïnformeerd en wel overwogen beleggingsbeslissingen te nemen. Om dit mogelijk te maken moet de bank specifieke eigenschappen en risico’s van producten kenbaar maken aan haar cliënten. Onder deze specifieke eigenschappen valt naar het oordeel van de Commissie ook de eigenschap dat de tracker niet de exacte koers van ruwe olie volgde. De bank voert aan dat zij deze informatie ter beschikking heeft gesteld door het factsheet te publiceren. De Commissie van Beroep is echter van oordeel dat dit factsheet eerder verwarrend dan verhelderend is. In de factsheet staat dat de tracker onder de vermogenscategorie ‘aandelen’ valt terwijl dit juist niet het geval is. Daarnaast blijkt uit de factsheet niet dat de tracker de waarde van termijn contracten volgt. De conclusie is dat de bank niet vooraf de informatie ter beschikking heeft gesteld die meneer A in staat stelde om goed geïnformeerd en weloverwogen te beslissen of WTI Crude Oil passend voor hem was. Deze tekortkoming verplicht bank X de schade te vergoeden die meneer A heeft geleden.

Begroting van de schade

Meneer A heeft voor de procedure een berekening van zijn schade gemaakt. Hij heeft het totale verlies van zijn belegging in de ETF WTI Crude Oil vergeleken met de situatie wanneer hij hetzelfde bedrag had belegd in ruwe olie. De tracker heeft hem een verlies van bijna €148.000 opgeleverd. Had hij in ruwe olie belegd dan was dit verlies €27.500 geweest. Meneer A stelt dus dat zijn schade €120.500. De bank heeft de berekening van meneer A niet betwist en dus sluit de Commissie van Beroep zich aan bij de schadeberekening zoals meneer A deze gemaakt heeft. De bank heeft wel aangevoerd dat de schade van meneer A aan zijn eigen schuld te wijten is. Meneer A had niet moeten investeren in producten waarvan hij onvoldoende kennis had. De Commissie van Beroep sluit zich aan bij dit verweer van bank X. Echter, de Commissie van Beroep is het niet eens met de stelling dat de schade volledig voor rekening van meneer A kan komen. De bank heeft immers haar zorgplicht geschonden door onvoldoende informatie over het beleggingsinstrument te verstrekken. Meneer A kan daarom de helft van zijn schade verhalen op bank X, aldus de Commissie van Beroep.

Vordering wordt deels toegewezen door Commissie van Beroep

De Commissie van Beroep komt tot de conclusie dat de bezwaren van meneer A gedeeltelijk doel treffen. Dit betekend dat de Commissie van Beroep een uitspraak kan doen die het advies van de Geschillencommissie vervangt. In haar uitspraak verplicht de Commissie van Beroep de bank tot betaling van ruim €60.000 aan meneer A. Het overige deel van de schade komt voor eigen rekening van meneer A omdat er sprake is van eigen schuld.

Lees hier de volledige uitspraak van de Commissie van Beroep van het Kifid.

Rob Silvertand

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant