DeGiro krijgt dwangsom opgelegd wegens niet tijdig voldoen lastonderdelen

DeGiro, een beleggingsonderneming, biedt ‘execution only’ diensten aan. Zij biedt klanten geen advies, maar heeft slechts een platform waar klanten beleggen in effecten. Appellant is een fiscalist die zelfstandig werkt. Naast de werkzaamheden als fiscalist, handelt hij op de beurs. Een beleggingsportefeuille is in 2018 bij DeGiro ondergebracht. Hierop zijn de Voorwaarden Beleggingsdiensten van toepassing. Appellant heeft meer dan duizend put- en callopties met een looptijd tot december 2023.

DeGiro heeft in 2020 de overeenkomst opgezegd en een opzegtermijn in acht genomen. DeGiro zou hebben verzocht om informatie en die ook hebben verkregen. De waarde van het account in combinatie met berichten in de media inzake vermeende vergrijpen en specifiek de aard van deze vermeende vergrijpen hebben ervoor gezocht dat appellant in een verhoogde risicocategorie verkeerde. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de opzegging.

Beoordeling

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de opzegging niet onaanvaardbaar is. DeGiro had een zwaarder belang dan appellant. Het is niet aannemelijk dat appellant niet bij een andere broker zijn portefeuille kan onderbrengen. De voorzieningenrechter heeft de gevraagde voorzieningen van appellant geweigerd.

Het hof oordeelt als volgt. De overeenkomst is een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Deze overeenkomst kan worden opgezegd, ook indien de wet of die overeenkomst niet voorzien in een regeling van de opzegging. Daarnaast heeft het hof gesteld dat het niet meer kunnen beschikken over een beleggingsrekening minder ingrijpend is dan het niet meer kunnen beschikken over een betaalrekening. In geval van de overeenkomst in dit geval, kan deze worden beëindigd, ook indien er geen zwaarwegende of gewichtige reden voor is.

DeGiro heeft aangetoond dat zij in het kader van de Wwft gehouden is om cliëntonderzoek uit te voeren. Tijdens dat onderzoek is gebleken dat appellant wordt genoemd in de Panama Papers, geroyeerd is als lid van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs en dat de vergunning van het trustkantoor waar appellant werkte door de Nederlandse Bank is ingetrokken. Het hof acht het niet aannemelijk dat op basis van de bevindingen DeGiro een reëel risico op reputatieschade of intrekking van haar vergunning als beleggingsonderneming zou lopen. Er is niet gebleken dat sprake was van een zwaarwegende reden. Door middel van het onderzoek kon appellant wel in een verhoogde risicocategorie worden geplaatst en daarom kon de relatie worden beëindigd.

Het is onvoldoende gebleken dat appellant zijn beleggingsportefeuille niet bij een andere broker kan onderbrengen. Het overbrengen bij een andere broker zou extra nadelige gevolgen voor appellant kunnen hebben. Nu aan de beëindiging van de cliëntovereenkomst, geen dringende of zwaarwegende reden ten grondslag ligt, moet een beëindiging van de cliëntovereenkomst waarbij onvoldoende rekening wordt gehouden met gevolgen voor appellant, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar worden geacht (artikel 6:248 lid 2 BW). De belangen van de cliënt moeten zo goed mogelijk worden nagestreefd, ook in geval het de fase van afwikkeling betreft.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Klik hier voor het nieuwsartikel over het wegsturen van een Fiscalist door DeGiro.

Financieel Recht Advocaten

Financieel Recht Advocaten komt graag in contact met mensen die vragen hebben over beleggingen, die schade hebben geleden of vrezen schade te zullen lijden. Klik hier voor vrijblijvend contact met een advocaat.

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen
Jip van Vlokhoven

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant